donderdag 28 maart 2024

De Halte XXL van woensdag 27 maart 2024 - Het Rotanhuis en de Vogels van God op Steyl

- door Sef Derkx -

 De magnolia is een lente-heraut. Ook in Tegelen waar we met lijn 66 door rijden. De roomkleurige bloemen trompetteren uitbundig dat het voorjaar is aangebroken. Tegelen is voor de magnolia een thuisbasis. In 1946 is in een groeve zaad ervan gevonden. Paleontologen dateren het uit de overgangsperiode van het Plioceen naar het Pleistoceen. We hebben het dan over zo’n slordige 2,5 miljoen jaar geleden. 

Kleigroeve Trappistenveld, Uhlingheide Tegelen (foto van Pinterest)

Makaken met een veganistische voorkeur knabbelden hier waarschijnlijk dus aan de bloemknoppen. Een fascinerend beeld. We bezoeken het Missiemuseum en stappen uit bij Quatre Bras. Aan de Maasstraat lag ooit Het Rotanhuis. De meubelwinkel sloot, de naam op de gevel bleef. Jaren geleden is de letter O verdwenen. De incomplete gevelreclame hóórt bij Steyl. 


Het Rotanhuis (foto's Bart Leurs)

Het geldt ook voor het Missiemuseum. Het is goeddeels hetzelfde als pakweg vijfenzestig jaar geleden. Diepe indruk maakte toentertijd het insectarium met superenge spinnen en schorpioenen. Of de met bloed doordrenkte kleding van de aters Henle en Nies, vermoord in 1897 ten tijde van Bokseropstand.p



Impressies Insectarium Missiemuseum Steyl (van website en Facebook Missiemuseum Steyl)

Vandaag geen horror, want we bezoeken de tentoonstelling ‘Vogels van God - De reis van de paradijsvogel’. De Steyler missionarissen waren in de vorige eeuw actief in Nieuw-Guinea. Ze stuurden gebruiksvoorwerpen en cultusobjecten naar het  Missiemuseum. Meer dan gemiddelde aandacht hadden de religieuzen voor paradijsvogels. Het merendeel ervan zou echter geen plaatsje krijgen in een van de vitrines in het kloosterdorp. Nee, ze belandden op  dameshoedjes. Dit behoeft uitleg. 




Impressies expositie 'Vogels van God' (van website Facebook Missiemuseum, Steyl)

In het museumdepot stonden ladekasten met geprepareerde paradijsvogels. Met aan de pootjes prijskaartjes. Wat bleek uit archiefstukken? Steyl is lang het epicentrum geweest van de handel in veren van tropische vogels. Modehuizen in Parijs, Londen en Berlijn onderhielden nauwe contacten met de paters. De veren waren geliefd, vooral die van de paradijsvogels. Chique dames droegen soms zelfs hele vogels op hun hoedjes. Het is een van de verhaallijnen in de expositie. Wie naar binnen gaat, staat meteen in het regenwoud van Nieuw-Guinea. Oren en ogen worden geprikkeld door geluiden, kleuren en patronen van het oerbos. Paradijsvogels springen eruit. Opgezet weliswaar, maar toch. De bezoeker treedt in de voetsporen van de jagers en volgt de vogels naar Steyl en uiteindelijk op Europese hoofddeksels en een Nepalese hoofdtooi. 


Details vaste collectie over Nieuw-Guinea (website hotspotholland.nl)

‘Vogels van God’ is een fraai vormgegeven expositie. Leerzaam ook, zeker in combinatie met de vaste museumcollectie over Nieuw-Guinea. 

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

donderdag 21 maart 2024

De Halte XXL van woensdag 20 maart 2024 - Het oorlogstrauma van schilder Pierre van Soest

 - door Sef Derkx - 

De Museumkaart is een zegen. Zeker voor wie de bus heeft gemist en de tijd aan zich heeft. We hebben het Missiemuseum op ons programma staan, maar waren net de laat aan de busterminal bij het station. 




Dus lopen we op deze zondag eerst naar Museum van Bommel van Dam. Er is een interessante expositie te zien, samengesteld uit de collectie Lily en Henk van Mulukom. In de zaal Jacques en Ellen Scheuten. Waarmee we in één adem drie echtparen hebben genoemd, die het Venlose museum genereus bedeelden. Aan de basis van ‘De kunst van het Geven’ ligt de privéverzameling Van Mulukom. Twee jaar geleden werd besloten de collectie met naoorlogse kunst aan het Venlose museum te schenken. De jaren vijftig stonden in het teken van de wederopbouw. De last van de voorbije oorlog drukte zwaar. De vrede wankelde. Er was angst dat de grootmachten aanstuurden op een nieuwe oorlog. Met de inzet van allesvernietigende atoomwapens. De expositie weerspiegelt dit.



We bezoeken de tentoonstelling om werk te zien van de Venlose kunstenaar Pierre van Soest (1930-2001). Hij heeft de oorlog aan den lijve ondervonden. Bij het bombardement van 28 oktober 1944 werd het ouderlijk huis aan de Tegelseweg verwoest. 


Zijn zus Annie kwam om het leven. Enkele dagen na de luchtaanval doet de Nieuwe Venlose Courant verslag van de begrafenis van de slachtoffers: ‘Gisteren moesten, zowel in Venlo-stad als in Blerick, een kleine groep van verwanten en vertegenwoordigers samen komen, die de droeve taak hadden de slachtoffers der jongste luchtaanvallen ten grave te dragen. De omstandigheden maakten het noodzakelijk dat deze plechtigheden zoo sober mogelijk geschiedden. Zij waren daardoor echter een des te indrukwekkender getuigenis van de harde tijden, waarvan deze stadsgenooten de onschuldige slachtoffers moesten zijn. Na afloop der kerkelijke plechtigheid ving de tocht naar de R.K. Begraafplaats aan, die door het voorbijgaan aan de nieuwe verwoestingen een des te beklemmender karakter had.’ 

De veertienjarige Pierre van Soest zal meegelopen zijn in de rouwstoet.  In angst meegelopen, want ieder moment konden de geallieerden bommenwerpers opnieuw opduiken. De tocht ging vanuit de Sint-Martinuskerk over de Tegelseweg naar de begraafplaats. Wat zal er door hem heen gegaan zijn? Het moet traumatisch zijn geweest. Er is een initiatief om in oktober een monument te onthullen met de namen van de dodelijke slachtoffers in Venlo van de serie geallieerde bombardementen op de Maasbruggen. Annie van Soest is een van hen.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergants@xs4all.nl.

donderdag 14 maart 2024

Van Nul tot Nu van woensdag 13 maart 2024 - Wie mocht bouwland Witteshof gebruiken?

 - door Albert Lamberts -

Donderdag den 1 Maart 1945. Voor Venlo een van de mooiste dagen in zijn geschiedenis. Op die donderdag namen Amerikaanse bevrijders de stad in en werd de Duitse bezetter gevangen genomen. Op die zo heuglijke dag speelde echter ook een wel heel banaal voorval.

Het is algemeen bekend dat er in de nasleep van de oorlog nogal wat persoonlijke rekeningen werden vereffend met al dan niet terechte beschuldigingen van collaboratie. Dat kon zeer vervelende consequenties hebben in de maanden, dat de afkeer van alles wat Duits was of wat daarmee werd geassocieerd nog zeer groot was.

Maar niet alleen dit soort afrekeningen – want zo moest je dat toch zien – speelden.

De monumentale hoeve Witteshof in 't Ven (foto Albert Lamberts)

Eind februari, om precies te zijn op 27 en 28 februari1945, de dagen juist voor de bevrijding, werd agent Schrijvers opgetrommeld om in buurtschap ’t Ven eens poolshoogte te gaan nemen bij Witteshof, een boerderij aan de Nieuw Goltenweg nummer 46. Schrijvers had samen met collega Van Leeuwen van 8.00 tot 13.00 uur dienst langs de Nederlandsche grens.

Op nummer 46 speelde een typisch onduidelijk oorlogsgevalletje. Zonder wapens gelukkig, maar administratieve strijd.

Wat was het geval?

Agent Schrijvers maakte op bevrijdingsdag 1 maart het volgende rapport op:

Naar aanleiding van een schrijven van den Burgemeester (dat was nog burgemeester Zanders) dezer gemeente d.d. 27 Februari 1945 inzake het in gebruik nemen van bouwland in pacht bij M.W. (naam is bekend), Nieuw Goltenweg te Venlo door M. R. (naam ook bekend), wonende te Venlo, Nieuw Goltenweg 54 te Venlo, zonder dat R. hiervoor vergunning zou hebben is door ondergeteekende d.d. 28.2.1945 een onderzoek ingesteld.

M.W. was officieel pachter van het stuk bouwland, dat eigendom was van mejuffrouw Mia Berger. Namens haar zou ene mejuffrouw Terwindt een schriftelijke vergunning hebben verstrekt aan de heer M.R. om het bouwland te gebruiken en zich hiervan alle rechten kan laten gelden. Allemaal leuk en aardig, maar de pachter dan? Schrijvers’ rapport vermeldde, dat de pachter W. was geëvacueerd.

Dat was nog niet alles. R. stond ingeschreven bij de Crisis Landbouw Organisatie Limburg onder Nr. 51995 en hij was, aldus Schrijvers, in het bezit van een paard. Het paard was echter eigendom van een zekere J.F., voorheen Venlo, Herungerweg, thans geëvacueerd. R. mocht het paard gebruiken, omdat hij daar toestemming voor had gekregen van de Kampkommandant. Het paard, jawel, stond ingeschreven bij de gemeentelijke transportdienst Venlo. Schrijvers vermeldde expliciet, dat hij het paard niet in beslag had genomen, doch gelaten ter beschikking van R. Duidelijk, dat R. gebruik kon maken van zaken, die hem mogelijk niet toekwamen, maar door onduidelijke (oorlogs-)omstandigheden binnen zijn bereik waren gekomen.

Schrijvers besloot zijn rapport met de mededeling: Den Burgemeester is een en ander schriftelijk medegedeeld d.d. 1.3.’45, de dag dat Venlo voorzichtig feest vierde.

Wie weet hoe het is afgelopen?

Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl.

De Halte XXL van woensdag 13 maart 2024 - Op audiëntie bij de Banane-Keuning

 - door Sef Derkx -

Arriva brengt ons naar het Geloërveld in Belfeld. Is de buschauffeur onder de indruk van de architectuur op het bedrijventerrein? Hij mist de halte. Als we roepen, wordt abrupt geremd. Onze expeditie vandaag is een tocht terug in de tijd. Bestemming: eind jaren vijftig, begin jaren zestig. 

De Banane-Keuning Wout van Eeuwijk in volle actie (collectie familie Van Eeuwijk)

Venlo was een stad in wederopbouw. Het economisch herstel kreeg een impuls door de Butterfahrt. Op de Tag der Arbeit in 1958 was de toestroom ongekend. Het Dagblad voor Noord-Limburg kopte een dag later spitsvondig met: ‘Zeventigduizend Duitsers bezorgden Venlose winkeliers, Tag der Arbeit’. Niet iedereen was gelukkig met de oosterburen. De oorlog schrijnde nog. Met de Butterfahrt werd echter een begin gemaakt met de normalisatie van relaties in de grensregio.



Duits kooptoerisme, begin jaren '60 (foto's Boy Coehorst/collectie Sef Derkx)

Als pubers gingen we op zaterdag vaak de stad in om te kijken op de markt. Onze held was de Banane-Keuning. Naar deze welbespraakte marktkoopman zijn we vandaag onderweg. Wout van Eeuwijk ontvangt ons in de vestiging van Pure Ingredients. Hij is grondlegger van het bedrijf, dat momenteel de grootste producent in Europa is van halal snacks. 

Op de hoek van de Sint-Jorisstraat was de vaste standplaats van de Banane-Keuning (collectie familie Van Eeuwijk)

Het verhaal achter de Banane-Keuning begint in 1963. Precies 82 dagen had hij in militaire dienst gezeten: ‘Ik vertelde dat ik last had van heimwee en mocht na enkele gesprekken weer naar huis. Het was de tijd van aanpakken. Dus heb ik met geleend geld een markthandel in bananen opgezet. Dat was toen nog exotisch fruit.’

Van Eeuwijk – altijd getooid met de hoge trouwhoed van zijn opa – zoog als een gevierd acteur alle aandacht naar zich toe. Hij was de Niagara onder de spraakwatervallen. ‘Werk was alles voor mij. Na enkele maanden kon ik al een tweedehandse vrachtauto aanschaffen. Succes is belangrijk, maar ik genoot toch het meeste van het contact met klanten.’ Na de markt in Venlo, volgden die in onder meer Tegelen en Venray.


Na de bananen volgde ander fruit, zoals druiven (collectie familie Van Eeuwijk)

Het bleef niet bij bananen. Hij breidde zijn assortiment uit met ander fruit en groenten. Het zakendoen zat hem in het bloed. Er kwamen winkels specifiek gericht op Duitse klanten. Meer en meer werd gevraagd naar halal producten. Wout van Eeuwijk: ‘Eerlijk gezegd had ik er nog nooit van gehoord. In 1993 ben ik op kleine schaal gestart met diepvries halal snacks van topkwaliteit. Onder toezicht van imams. In het begin voerden we de naam Mekkafood, later kwam daar Pure Ingredients bij. Als ik terugkijk hoe dit zich heeft ontwikkeld, ben ik nog steeds beduusd.’

Het is ontegenzeggelijk waar. De acteur met de hoge hoed op de markt van toen, is echt een grote speler geworden.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

vrijdag 8 maart 2024

Van nul tot nu van woensdag 6 maart 2024 - Ontboezemingen over de oorlog

- door Albert Lamberts - 

Voordat op 1 maart 1945 Amerikaanse tanks vanaf de Kaldenkerkerweg Venlo binnen rolden hadden er natuurlijk aan de andere kant van de grens de nodige gevechtshandelingen plaats gevonden. Opmerkelijk genoeg was men in Venlo vrij goed op de hoogte van wat er zich enkele kilometers oostwaarts afspeelde. In nummer 124 van de 1e jaargang van het Venlo’s Mededelingenblad werd vrij gedetailleerd verslag gedaan van de confrontaties aan het Westfront en aan het Oostfront, maar bovendien werd ook een fragment van een rede van de Nazi-propaganda-minister Joseph Göbbels afgedrukt. Datum van verschijnen 1 maart 1945, een voor Venlo historische datum.

Op die donderdag 1 maart konden de in Venlo achtergebleven inwoners – velen waren geëvacueerd naar de noordelijke provincies – in het Venlo’s Mededelingenblad het volgende lezen: Het Amerikaanse 1e leger is op drie plaatsen de Erft overgestoken. Neus, Keulen en de Rijnbrug bij Düsseldorf liggen onder Am. Geschutsvuur. Door het oversteken van de Erft dringen de Amerikanen door in de eerste verdedigingsgordel voor Keulen. De soldaten Sender West meldde gisteravond, dat door de doorstoot bezijden München Gladbach in de richting van Venlo de stellingen der Duitsers aan de Maas steeds meer met overvleugeling werden bedreigd.

Inmiddels namen de Amerikanen tal van Duitsers gevangen en, zo berichtte het Mededelingenblad, er zijn geweldige geallieerde tankmassa’s in de strijd geworpen, die alles in puin schieten en iedere Duitse weerstand oprollen.

Terwijl Göbbels in Berlijn beweerde, dat de Duitsers zouden winnen als ze maar volhielden, werd Venlo bevrijd.

Vooraf gegaan en begeleid door geallieerde soldaten worden deze jeugdige Duitsers de stad uit geleid (foto collectie Albert Lamberts)

Van de laatste oorlogsmaanden werd door tal van Venlonaren in even zovele dagboeken melding gemaakt. Paters van de domimicanen, broeders van de Orde Van O.L. Vrouw Onbevlekte Ontvangenis en vele particulieren als Eugénie van der Grinten, Gijs Bertels (onder pseudoniem Martin Blondel, oud-hoofdredacteur van de plaatselijke krant en betrokken bij de hulpverlening) in Die Swaere Noodt, Mia van Lokven in Drie bewogen maanden, oktober, november, december 1944 in Venlo, J. van den Burgt in Van Licht tot Duisternis, enz. schreven over de laatste maanden van de oorlog. Het zijn vaak aangrijpende teksten over de zwartste bladzijde in de geschiedenis van Venlo.

Weer anderen als Karel Haanen en Eugène Laudy vertrouwden hun emoties in dichtvorm aan het papier toe.

Heel bijzonder zijn de vele gedichten en liedjes van Venlonaar J. Rutten.

Bijvoorbeeld: 1940 Erm Vendelo 1945. Een couplet luidt:

Och Vendelo, mien vaderstad

Wie dueds, wie triest dit kleid

God, help os drage, sterk os in,

In dit al te groëte leid.

En zijn liedjes over de evacuatie. Zoals Venlo in ballingschap, geschreven op 17 januari 1945:

Als een bange droom bij dag en nacht

Zoo vervolgde ’t ons reeds maanden

Wij, die in den kelder van ons huis

Ons, o zo veilig waanden

Wij smeekten en wij baden God

Dat toch ’t getij mocht keren

Voor dit leed Hij ons bewaren zou

Voor de ramp van ’t evacueeren.

(Met dank aan Jacques van Daelen)

Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl.

De Halte XXL van woensdag 6 maart 2024 - Kozakken in Belfeld

 - door Sef Derkx -

Arriva heeft ons naar de Kozakkenberg in Belfeld gebracht. Een exotische locatie die vragen oproept. Waren er werkelijk ooit Kozakken in Belfeld en zo ja, wanneer dan? Vandaag is in geen velden of wegen een vertegenwoordiger van het woeste ruitervolk te bespeuren. Er is ook geen gehinnik of gesnuif van paarden. De straat op het bedrijventerrein in het Geloërveld die deze naam heeft gekregen, is bovendien zo vlak als een biljartlaken. Ongetwijfeld lag hier ooit een Maasduin, het zand is echter in het verleden afgegraven voor de bouw van huizen of de aanleg van wegen. 

Verhalen over Kozakken hoorden we als kind. We gaan terug naar oktober 1813. De troepen van Napoleon zijn bij Leipzig in de pan gehakt door een coalitieleger van Rusland, Pruisen, Oostenrijk en Zweden. Bij deze zogenaamde Volkerenslag zijn meer dan een half miljoen soldaten betrokken. Het is de grootste veldslag in Europa voor de Eerste Wereldoorlog. Bij het vernemen van het nieuws van de nederlaag loopt het de Franse troepen die Nederland bezet houden, waarschijnlijk dun door de pantalon. Ze trekken zich terug in vestingsteden. Zo ook in Venlo. 

De zogeheten Tranchotkaart geeft een beeld van de vestingstad Venlo in de Franse tijd

De tsaar dirigeert na de overwinning bij Leipzig enkele regimenten Kozakken naar ons land. Het zijn stoottroepen die de Fransen uit de steden moeten verdrijven. Met recht zou je ze dus kunnen beschouwen als bevrijders uit de vroege negentiende eeuw. Begin november 1813 vallen ze op verschillende plekken Nederland binnen. Slag leverend met de bezetter, verspreiden zij zich snel over ons land. De Kozakken op hun kleine paarden verschijnen ook bij Venlo. Hun uiterlijk, gedrag en de taal die ze spraken hebben tot de verbeelding gesproken. Het waren weliswaar bevrijders, maar tegelijkertijd ook rare snuiters. Niet te vertrouwen eigenlijk. Dit beeld treedt naar voren uit de overgeleverde volksverhalen uit onze streek. In het Limburgsch Sagenboek van J.R.W Sinnighe dat verscheen in 1938, troffen we er enkele aan.

Kozakken  (van website Toponiemen in Belfeld)

Rauw vlees legden de Kozakken onder het zadel. Na een flinke rit was het vlees zacht en kon het gegeten worden. Een steak tartare, zeg maar. Dit verhaal kenden we al. We gruwden ervan toen het ons verteld werd op de lagere school. De Kozakken waren gauwdieven, vermeldt Sinnighe. 

Kozak te paard, Carle Vernet 1816-1839

Kozakken voorpost ergens in Nederland, 1813, Pieter Gerardus van Os

Zelfs wasgoed aan de lijn was niet veilig voor hen. Met kant afgezette onderrokken van dames droegen ze als mantels. Na een schotenwisseling met de Fransen bij de Drie Kronen trokken de Kozakken zich terug op een hoge, dus relatief veilige Maasduin bij Belfeld. Inderdaad… de Kozakkenberg.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

vrijdag 1 maart 2024

Herinneringen aan de bevrijding

 - door Sef Derkx -

Op 1 maart 1945 werd Venlo bevrijd, Blerick op 3 december 1944. In de drie tussenliggende maanden was de Maas frontlinie. Vroeger  kwamen ieder jaar op deze eerste maart velen in het Rosarium samen om stil te staan bij het einde van de oorlog in eigen stad. Op een onzalig moment is door het college van burgemeester en wethouders besloten de plechtigheid van de kalender te halen. De gebeurtenissen lagen te ver in het verleden, was de redenering. Het was daarom verstandig om de herdenking van de lokale bevrijding te laten opgaan in de nationale viering van 5 mei. Met het besluit werd geen recht gedaan aan de plaatselijke historie.

'Wierikse' in de Tweede Wereldoorlog; rechts Harry Derkx, links boven, de lachende jongen, is Jan Sterck (met dank aan Jan Sterck) 

Veel tachtigplussers staat de dag van de bevrijding in het geheugen gegrift. Mijn ouders woonden met hun kinderen destijds in de Van Bommelstraat, een zijstraat van de Kaldenkerkerweg. Broer Harry (1939) was vijf, maar koestert nog herinneringen aan de hectische uren, waarin de bevrijders werden verwelkomd: “We zaten thuis. Op straat hoorden we mensen roepen dat de bevrijders eraan kwamen. Ik ben gaan kijken op de hoek van de Van Bommelstraat en de Kaldenkerkerweg, bij de bakkerij van de familie Houben. Op de tanks zaten zwarte militairen. We keken onze ogen uit. Op een gegeven ogenblik werd er vanuit panden aan de Kaldenkerkerweg door Duitsers op de tanks geschoten. Het vuur werd beantwoord. De Duitsers kwamen naar buiten en werden met de handen boven het hoofd afgevoerd.” 

De vijfjarige zat op de kleuterschool bij de ursulinen, Duitse zusters van origine. Op zekere dag kwam het gesprek op wat de kinderen wilden worden, als ze later groot zouden zijn. Harry Derkx: “Ik schijn gezegd te hebben: een officier op een paard, maar gènne Pruus!” De zuster moest er erg om lachen. Ik heb het nog vaak gehoord, dat ik die opmerking maakte. Wat hem eveneens is bijgebleven, is de warme chocolademelk die hij als kleuter kreeg van Amerikaanse soldaten. Het was een ware traktatie.

1 maart 1945: Amerikaanse tank op Kaldenkerkerweg; dame links met schort is de moeder van Jan Sterck, het meisje met het lichte jurke zijn zus (met dank aan Jan Sterck)

In de Van Van Bommelstraat woonde ook Jan Sterck (1930). Hij was zeven jaar ouder en zijn herinneringen zijn gedetailleerder: “Tegen het einde van de oorlog had ik aan de muur van mijn slaapkamer landkaarten geprikt. Daarop hield ik met vlaggetjes bij hoe het front verliep in West-Europa . Onze buurjongen was Jan Snellen, leerling van het gymnasium. Bij hem thuis luisterden we naar de Engelse zender. We wisten dat het door de bezetter verboden was, maar dat hield ons als tieners niet tegen.” 

Buurjongen Jan Snellen zou na de oorlog status verwerven in journalistiek Nederland als medewerker van het communistisch dagblad De Waarheid. In het bevrijdingsuur was Jan Sterck in het klooster van de ursulinen aan de voet van de Kaldenkerkerberg: “We hoorden mitrailleurvuur en gingen naar buiten. Er kwamen tanks van de berg af rollen. Het waren Amerikanen, dat zagen we aan de sterren die op tanks geschilderd waren. We waren stomverbaasd, want we hadden verwacht dat we bevrijd zouden worden door de Engelsen vanuit Blerick. Vanuit het struikgewas bij het Casino werden de bevrijders onder vuur genomen. De tanks stopten, draaiden de geschutskoepel en schoten terug. Wij stonden op korte afstand toe te kijken. De Duitse militairen kwamen tevoorschijn en werden afgevoerd.”

1 maart 1945: Amerikaanse legervoertuigen op Kaldenkerkerweg (uit: Oorlog en Herstel in Noord-Limburg)

Jan ging achter de Amerikaanse tanks aan. Aan de Waterleidingsingel zag hij hoe Duitse militairen op de vlucht sloegen. Ter hoogte van hotel Wilhelmina stokte de opmars van de bevrijder voor korte tijd. Jan Sterck: “Ik ben naar huis gegaan. We hadden bijna niets meer te eten. Maar daar kwam gauw verandering in. Van de Amerikanen kregen we een soort van Liga-pap. Die lag niet zo zwaar op de maag. Wat ik me ook nog goed herinner zijn de boterhammen met pindakaas. De bevrijders deelden sigaretten uit - Chesterfield meen ik me te herinneren - maar ik rookte niet. Bij ons in de buurt waren in de dagen na de bevrijding overal straatfeesten. Er hingen vlaggen en op veel plekken werd gedanst. Maar ik was een schooljongen, dus dansen was niet aan mij besteed."

2 of 3 maart 1945: Amerikaanse soldaten bij Keulsepoort (uit: Oorlog en herstel in Noord-Limburg)

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.