- door Jos Wolbertus -
Tijdens onze zoektocht naar verhalen over de arbeidsinzet in de Tweede Wereldoorlog
komen ook andere verhalen bovendrijven. Verhalen die ook kunnen/mogen/moeten
worden vastgelegd. Hoe verschrikkelijk soms ook. Een van die verhalen leest u
hieronder.
In een interview met De Limburger verwoordt historicus Kees
Ribbens, verbonden aan het NIOD, het duidelijk:
“Er zijn nu eenmaal minder fraaie bladzijden in de geschiedenis. En ook die moet
je vertellen.”
Zijn voormalige collega bij het NIOD, Hans de Vries, schreef er zelfs een
boek over met de titel ‘Helaas heb ik in Auschwitz pech. Nederlands
personeel in de nazikampen’.
Ook in Tegelen zijn minder fraaie bladzijden geschreven, soms zelfs zwarte. Al
vaker wordt in diverse publicaties gewag gemaakt van NSB’ers in Tegelen. Reeds
in april 1935 organiseert de NSB een bijeenkomst in Tegelen. Waar De Nieuwe
Venlose Courant schrijft dat er in katholiek Limburg geen plek is voor de
NSB, melden zich in Tegelen veertig mensen voor deze bijeenkomst.
1935, Delpher
Tegelen kende niet alleen NSB’ers, maar ook inwoners die daadwerkelijk
dienst namen in het Duitse leger. Via aanmelding bij de Waffen-SS werden zij
ingezet om te vechten aan het oostfront. Niet iedereen overleefde dit.
Dit verhaal is samengesteld op basis van uitvoerig onderzoek en interviews
die Reinier Weber na zijn arrestatie heeft gegeven.
Een van deze mannen is Reinier Johan Weber, geboren op 24 oktober 1914 in
Blerick, toen nog behorend tot de gemeente Maasbree. Zijn ouders zijn Johannes
Weber en Maria Krouwel. Het gezin gaat wonen aan de Spoorstraat 26 in Tegelen.
Trouwakte Weber – Leven. Hieruit blijkt dat hij destijds in Hūls
woonde. Bron: Archief Krefeld
Op 25 april 1939 trouwt hij met de uit Krefeld afkomstige Maria Leven. Het
echtpaar gaat aanvankelijk wonen in het Rode Dorp, aan de Willemstraat 7.
Reinier werkt als monteur bij een ijzergieterij. In juli 1940 gaat hij
vrijwillig werken op het vliegveld in Venlo, ingedeeld bij de afdeling belast
met de beplanting.
Ook werkt hij bij de Bonghsche Mahlwerke in Sūchteln. De Bongsche Mahlwerke
zijn uitgebreide groeves voor de winning van zand, klei en grind. Ook zijn
vader, Johan Weber werkt in dezelfde groeves.
In 1941 verhuist het gezin naar de Emmastraat 10.
Het huwelijk is geen gelukkig samenzijn. Maria heeft regelmatig omgang met
Duitse soldaten en gaat vaak met hen uit. Volgens de verklaring van Reinier
Weber komt hij er pas na zijn huwelijk achter dat zijn vrouw al twee dochters
heeft. In april 1941 loopt de situatie uit de hand en Reinier wijst zijn vrouw
de deur. Hij plaatst een advertentie in de krant waarin hij afstand neemt van
alle handelingen van zijn vrouw en verklaart niet langer verantwoordelijk voor
haar te zijn.
April 1941, Delpher
Maria Weber-Leven dreigt Reinier met allerlei acties. Om hieraan te
ontkomen, en omdat hij niet langer voor haar wil zorgen, meldt hij zich op 11
juli 1941 aan bij de Waffen-SS.
Collectie NIOD
Reinier wordt ingedeeld bij SS-Regiment Westland, dat later wordt
samengevoegd met de Panzergrenadierdivisie Wiking. Hij volgt een
opleiding in Sennheim en later in Klagenfurt. In november 1941 weigert hij de
eed op de Fūhrer af te leggen. Van daaruit wordt hij naar het oostfront
gestuurd. Hier maakt Reinier zich schuldig aan diefstal, hij steelt ondergoed
en kostbaarheden van zijn Waffen SS kameraden. De spullen ruilt het met de Russen
tegen eten. Hij wordt gearresteerd, krijgt gevangenisstraf en moet de Waffen SS
verlaten.. Hij ontloopt de doodstraf en wordt naar Dachau overgeplaatst. Wederom weigert hij de
eed af te leggen. In januari 1942 wordt
hij naar het straflager Danzig-Matzkau gebracht.
SS-divisie Wiking, Nederlandse vrijwilligers in Sennheim. Bron: Cenray
40-45
Op 21 december 1940 werden bij een historisch bevel van de Führer de
standaarden Nordland en Westland, samen met de SS-standaard Germania, samengevoegd tot de divisie Wiking. In tegenstelling tot het Vrijwilligerslegioen
Nederland, dat uitsluitend uit Nederlanders bestond, was de divisie Wiking samengesteld uit vrijwilligers
uit heel Europa.
Inschrijfkaart
Reinier Weber Bundesarchiv, Berlijn.
Namenlijsten uit Sennheim met de vermelding van de naam Weber. Bron:
Cenray 40-45
In mei 1942 wordt hij opgenomen in een lazaret wegens een blessure aan het
scheenbeen.
Uiteindelijk belandt hij in maart 1942 in concentratiekamp Mauthausen, waar
hij werkzaamheden verricht in de wasserij en bij de brandweer. “Geen keuze van
mij”, verklaart Weber later.
Volgens een krantenartikel in Het Vrije Volk van november 1948
bevonden Weber en zijn metgezellen Machielsen en Lindenboom, die elkaar kenden
van de opleiding in Sennheim, zich al 1943 in Mauthausen.
19 maart 1943 wordt Weber ingeschreven in
Mauthausen. Bron: Bundesarchiv Berlin
En daar, in Mauthausen, het kamp welk onder leiding staat van Franz Ziereis,
gaat het verschrikkelijk mis.
Nederlandse kranten staan na de oorlog vol met verhalen over wat zich in
concentratiekamp Mauthausen heeft afgespeeld, naar aanleiding van de rechtszaak
tegen de drie mannen.
“Sadisme van Hollanders in de hel van Mauthausen” luidt een van de
koppen in diverse krantenartikelen. Als voorbeeld wordt genoemd dat gevangenen,
natgespoten met brandslangen, buiten moesten blijven staan bij temperaturen van
vijftien tot twintig graden onder nul. Velen vonden door bevriezing de dood.
Het treiteren en martelen ging zo ver dat zelfs Duitse bewakers het afkeurden,
aldus de kranten.
Franz Ziereis, commandant van kamp Mauthausen
In Mauthausen zijn gedurende de oorlog 197.464 gevangenen gedetineerd
geweest vanwege hun politieke of religieuze opvattingen, hun seksuele geaardheid,
hun criminele verleden of als krijgsgevangene. Meer dan 95.000 mensen werden in
Mauthausen vermoord. Het kamp werd op 5 mei 1945 door de Amerikanen bevrijd.
Na de bevrijding van het kamp in juli 1944 worden de drie mannen
gearresteerd. Hij wordt overgebracht naar Dachau en op 30 juli 1947 naar
Nederland gebracht waar hij in Vught wordt ingesloten.Het duurt tot november 1948 voordat de rechtszaak tegen de oud-SS’ers
begint. Zij bekennen gevangenen te hebben geslagen, maar ontkennen verdere
betrokkenheid. Tegen alle drie wordt de doodstraf geëist. Na onderzoek naar hun
psychische gesteldheid worden zij echter ontoerekeningsvatbaar verklaard en
wordt de doodstraf door de rechter omgezet in levenslange gevangenisstraf.
Inmiddels heeft Maria Leven, die Tegelen al in 1942 had verlaten, de
scheiding aangevraagd. Deze zou op 4 maart 1945 zijn uitgesproken, maar in de
archieven van Krefeld is geen scheidingsakte aangetroffen.
Weber wordt opgesloten in de gevangenis van Scheveningen, in de oorlog
bekend als het Oranjehotel. In december 1949 gaan de drie gevangenen in hoger
beroep, maar de oorspronkelijke straffen blijven gehandhaafd.
december
1949, Trouw
In maart 1950 wordt Reinier Weber overgeplaatst naar de gevangenis
Blokhuispoort in Leeuwarden, waar hij tot april 1951 verblijft. Op 26 april
1951 volgt overplaatsing naar de koepelgevangenis in Breda. Op 4 maart 1960
wordt hij voor de laatste keer overgeplaatst, ditmaal naar Hoorn.
De
woning aan de Baliëndijk
Op 13 mei 1961 wordt hij in Breda ingeschreven aan de Baliëndijk, waar hij
een eenvoudige woning krijgt toegewezen.
Op 30 september 1970 krijgt Reinier Weber zijn Nederlanderschap weer terug.
Vanwege in dienst nemen bij een buitenlandse krijgsmacht was deze hem
afgenomen.
Negentien jaar later, op 8 december 1980, trouwt hij voor de tweede keer, nu
met de Bredase Geertruida de Wit.
Op 15 november 1991 overlijdt Reinier Weber.
Met heel dank aan Stijn Reurs, onderzoeksjournalist voor het ter beschikking
stellen van zijn aantekeningen.
Franciscus Hubertus Weber ( 06.08.1918 – 1944)
Ook de broer van Reinier Weber zet zich in in het Duitse leger. Echter voor hem met een noodlottig gevolg.
Franz is, net als zijn broer Reinier, lid geworden van de NSB. Ook hij meldt
zich aan bij de Westland compagnie en wordt naar Oekraïne gezonden om daar te
vechten. Al in 1941 is hij betrokken bij gevechten in het oosten en krijgt hiervoor
de medaille Winterslacht im Osten 1941/1942. Ook krijgt hij onder andere
het “verwundetenabzeichen” uitgereikt.
Echter, in augustus 1944 plaatst de familie uit Tegelen een advertentie met
daarin de vermelding dat Franz aan het oostfront is gesneuveld en ook daar is
begraven.
Bron Delpher