dinsdag 10 februari 2026

Van nul tot nu van woensdag 28 januari 2026 - ‘Zelfs de Jocusse konden zwemmen’

- door Albert Lamberts -

Zoals verleden week geschreven: meneer Alloe (naam nog steeds onbekend) deed aan het einde van zijn ingezonden artikel in Vastelaovend-Blaedje in 1934 een dringende oproep aan de vestelaovesvierders om toch vooral heej te blieve en joeks te make. Met dat heej bedoelde de geachte inzender – of was het de redacteur zelf, zijn naam is ook onbekend - het centrum, de binnenstad van Venlo. Overigens was, aldus een mededeling op de voorkant van het blaadje, het redactie-adres in ’t tramkeetje ponniewaeg (huidige Deken van Oppensingel).

De schrijver motiveerde zijn oproep om toch vooral in de binnenstad vastealovend te vieren: In Venlo in ’t stedje van plezeer, dao is met zon daag noch genoch te doon. As alle minse die met die daag boete de stad gaon en dao eur cente gaon opmake ens beej os bleeve in de stad en ze leete dan heej zich ens oet, en ginge heej ens joeks make, ik gluif waal det ze zich net zoë good amuseerde…

De auteur wees in zijn artikel ook op het gemis aan maskers, die op straat verboden waren. Dat zou de vastelaovesvreugde afbreuk doen, hoewel wej kunne oos toch waal amuseere ouk zonder maske as ge maar weit wao ge môt zien.

Zelfs in een liedje, Ode aan de Vastealovend 1934 (Wies: Die van de K.R.O.-Boys) werd in het refrein duidelijk gesteld; Wej make zonder maske ouk plezeer.

Daar is allemaal, afgezien van een abominabele spelling in het Venloos, geen woord Spaans bij. Die oproep van ruim negentig jaar geleden, om vastelaovend in de binnenstad te vieren, echoot de laatste jaren in Venlose stadskernen als Blerick en Tegelen, waar men zich inspant om de carnavalsvierders op eigen bodem vertier te bieden.

We hoeven er niet omheen te draaien: ook de horeca zou natuurlijk graag de carnavalisten in eigen lokalen zien. Daar is ook absoluut niets mis mee.

Dat was in 1934 niet anders. In voornoemd Vastelaovend-Blaedje staan enkele advertenties, zoals van Stakenborg, Café Spoorzicht, aan de Kaldenkerkerweg, van Hotel Suisse aan de Vleeschstraat (lang de residentie van Jocus), van Hotel-Café-Restaurant Prins Hendrik aan de Geldersepoort en van het in 1972 door brand getroffen Café-Restaurant-Hotel National (Keulsepoort) die inspeelden op vastelaovend. Bals, muziek, kortom gezelligheid. Later vond het Boerebroelofsbal op vastelaovesdinsdaag plaats in de (in 1985 gesloopte) Berlage-schepping het Concertgebouw De Prins van Oranje aan de Kaldenkerkerweg. Ook W. Cantelberg-Nijssen adverteerde. Aanbevelend Electrische Rund-, Kalfs- en Varkensslagerij met een eigen vriesinrichting…

 


De advertentie van het Sportfondsenbad: zelfs de Jocusse waren er klant (Voorpagina Venloos Leedjes Bukske 1937)

Juist in die jaren (in 1935) was het Sportfondsenbad aan de Walstraat in Venlo in gebruik genomen. De bouw ervan was bij menigeen in negatieve en positieve zin over de tong gegaan en dat kwam ook met vastelaovend tot uiting. Hoe dan ook, het bad ging open. Twee jaar later gaf Jocus een Venloos Leedjes Bukske uit. Wat prijkte pontificaal op de omslag? Juist, een grote advertentie van het Sportfondsenbad.

Carnaval podium voor commerciële boodschap; dat zou nooit meer veranderen. 

Van nul tot nu van woensdag 21 januari 2026 - 1934: liever geen maskers dragen

 - door Albert Lamberts -

Nog pas juist de kerstboom en andere kerstprullaria opgeruimd of vastelaovend dient zich aan.

Prinsen, adjudanten, boerenparen en andere carnavals-hoogwaardigheidsbekleders worden weer en masse voorgesteld aan het grote publiek. Ook jeugdprinsen en –prinsessen (!) evenals jeugdboerenparen komen feestelijk al zwaaiend en hossend uit allerlei ‘tijdelijke onderkomens’.

Vastelaovend duurt vandaag de dag wat langer dan pakweg honderd jaar geleden.

 Naast de enkele Jocusevenementen was er toen, in het eerste kwart van de vorige eeuw, sprake van slechts enkele vastelaovestreffens. Na de oorlog waren er in aanloop naar de drie dagen diverse bals, zoals het verpleegstersbal, en er was natuurlijk de Leedjesaovend. En nog vroeger, veel vroeger? Zover bekend, vooral vieringen in de vele horecagelegenheden. Het was allemaal wat anders dan nu. Daar kwam nog bij, dat de Rooms Katholieke Kerk het carnavalsfeest aan de vooravond van de vasten bepaald niet gepast vond: drank, zedelijk verval en dat soort zaken, zoals ook toneel destijds bij de clerus uit den boze was.

Maskers waren vroeger met carnaval algemeen (Foto uit Gedenkboek Jocus elf maal elf, 1963)  

Maskers met vastelaovend, de normaalste zaak. Zou je denken. De echte wereld moest immers wijken voor een schijnwereld, maar de vastelaovesviering kwam vanaf 1934 toch in iets ander vaarwater.

In 1931 was in Nederland de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) opgericht en drie jaar later had bij de oosterburen Adolf Hitler zich de macht toegeëigend. Ergo: niet alles was nog zonder risico… Liever geen maskers, van waarachter men iemand anoniem kon toespreken, letterlijk ongezien zijn mening kon ventileren. Je kon immers niet weten.

Van ene Alloe (echte naam mij onbekend) was in een Vastelaovend-Blaedje in 1934 een artikel opgenomen onder de titel Van vruuger en now. Uiteraard in het Venloos geschreven, maar zonder de corrigerende pen van Veldeke. De inhoud echter is volkomen duidelijk. De inzender vond dat in vroegere jaren – dus ver voor 1934 – de mensen meer lol hadden: Waat hadde wej vruuger toch ein joeks; wej hele duk genoch den boek vas van ut lache. En verder in het artikel: Jao, jao, dae gooie alden tied, toen waas d’r nog joeks te make. En now?

Meneer Alloe (mevrouw lijkt mij onwaarschijnlijk) legt verder uit waarom hij het allemaal minder vond. Vooral het feit, dat maskers waren verboden deed volgens hem afbreuk aan het feest:

Now meuge wej gen maske mier veur höbbe op straot. Van eine kant maar good ouk, want as det now nog net zoë waas wie vruuger, waat zoel d’r dan geknok waere, dan makde ze dich veur van alles oet, gluif maar det dan de politiek op de veurgrond kwaam, ze makde dich oet veur enne roeie al waas te dan werkelek wit. Daoveur is ut ouk good det ze gen maskes miër meuge drage. Wej kinne oos toch waal amusere ouk zonder maske as ge maar wet wao ge zien mot. In Venlo in ’t stedje van plezeer, dao is met zon daag noch genoch te doon.

De schrijver besloot zijn inzending met een klip en klare oproep om vastelaovend niet buiten, maar in de stad te vieren.

Daarover volgende keer meer.

Reageren? Stuur Albert Lamberts een email: albertlamberts@home.nl.

vrijdag 2 januari 2026

Van nul tot nu van woensdag 31 december 2025 - Vereeniging Venlo’s Belang was nodig

 - door Albert Lamberts -

 We wensen ons vanavond of vannacht allemaal het beste voor 2026. Dat doen we in een land en stad, waar het – mogelijke tekortkomingen ten spijt – goed toeven is. Dat was een tijd zeker niet het geval en dan doel ik niet eens op de oorlog. De negentiende eeuw was voor Venlo niet de meest aangename tijd en de eerste helft van de twintigste eeuw veranderde daar niet zoveel aan. Er was veel schrijnende armoede. Enkele liefdadigheidsinstellingen probeerden de ergste noden te lenigen en sommige ondernemers sloegen de handen ineen om de droeve trend te doorbreken.

Tegenwoordig kent Venlo diverse belangenorganisaties als Venlo Partners, Toeristeninformatie en Venlostad.com. Allemaal beogen ze Venlo op te stuwen in de vaart der volkeren van divers pluimage.

Die belangenorganisaties zijn zeker geen nieuwe vindingen.

 

Gezicht op Venlo 15 september 1903. Volgens Craandijk (eind negentiende eeuw) een doodsche, sombere stad. (Foto: collectie Albert Lamberts)

Ruim 125 jaar geleden werd in Venlo opgericht de Vereeniging Venlo’s Belang. Goedgekeurd bij H.M. besluit van 22 November 1898, Stbl. No. 37. Deze vereniging timmerde aan de weg. Absoluut noodzakelijk, want Venlo had een behoorlijke achterstand in te halen na de Belgische bezetting (1830 -1839), die voor de stad bepaald niet gunstig had uitgepakt. Ook de opening van de Zuid-Willemsvaart en de toegestane vrije vaart op de Rijn hadden voor de voor de stad zo belangrijke Maashandel rampzalige gevolgen. Economisch was Venlo eigenlijk aan de grond geraakt en wel zodanig, dat gemeentesecretaris Keuller in 1843, bij de viering van Venlo 500 jaar stad in zijn boek Geschiedenis en Beschrijving van Venloo schreef over de kwijnende staat, waarin de stad verkeerde. Hare schoonste dagen zijn voorbij en hare toestand zal meer en meer verergeren, want in de toekomst zelve valt het moeijelik, enige verbetering te verbeiden.

En inderdaad, veertig jaar na Keullers klaagzang was er kennelijk toch nog niet zo gek veel verbeterd, want in zijn boek Wandelingen door Limburg schreef predikant Jacobus Craandijk over Venlo: een doodsche, sombere stad, waar niet veel is, dat aangenaam aandoet

 

Dus een Vereeniging Venlo’s Belang. In de statuten stond onder Algemeene bepalingen: Art. 1. De Vereeniging gevestigd te Venlo onder de benaming Venlo’s Belang heeft ten doel de verfraaiing der stad Venlo en hare omstreken en bevordering van het Vreemdelingenverkeer.  De vereniging wilde nieuwe wegen aanleggen, groenvoorzieningen realiseren, banken plaatsen, toeristen de nodige informatie verstrekken en in algemene zin het doen van voorstellen tot verfraaiing van stad en omstreken, ter plaatse waar zulks behoort.

In het negenkoppige bestuur namen enkele plaatselijke zwaargewichten plaats als Jos Steyns, Chrétien Berger, Henri Seelen en Jean Nolens (broer van).

Het is moeilijk in te schatten in hoeverre deze vereniging aan het uiteindelijke herstel van Venlo heeft bijgedragen. Duidelijk is wel, dat het de vereniging er alles aan was gelegen de stad meer leefbaar te maken en te promoten. Keullers pessimistische profetie is toch niet uitgekomen. De stad is de tegenslagen te boven gekomen.  

De Halte XXL van woensdag 31 december 2025 - Doodsangstgrot op Steyl

 - door Sef Derkx -

Waar in Venlo de meest bijzondere plekken zijn? In het ‘sjoenste plaetske’ natuurlijk, op Steyl dus. Wie er nog nooit is geweest, valt van de ene verbazing in de andere. Op deze grijze decemberdag is een prentbriefkaart uit vervlogen tijden de aanleiding om de bus naar het kloosterdorp te nemen. De foto is genomen in een van de religieuze grotten in de tuin tegenover het Missiehuis. We zien twee beelden: een knielende Christus die opkijkt naar een zegenende engel. Het onderschrift  luidt: ‘Gruss aus Steyl. Missionshaus. Todesangstgrotte.’ Een groet uit de Doodsangstgrot, het is toch niet de eerste keuze wanneer je een prentbriefkaart naar huis stuurt.

We gaan op pad, nadat we bij de balie van het Missiehuis gevraagd hebben of we de sleutels van de grotten mogen lenen. In de zomer drukbezocht maar vandaag gesloten, is het proeflokaal van de kloosterbrouwerij. Ertegenover staat een bordje met de aanwijzing ‘Grotten’. Daar moet we wezen, daar moeten we zijn. We lopen onder een boog door en komen uit bij een grasperk met in het midden het beeld van Sint-Aloysius. De heilige staat in de winterkou te mediteren met een kruisbeeld in zijn handen.


Van Facebookgroep: Groot Venlo van Arcen tot Belfeld

Wie kleine ruimten, schemer, stof of spinnen eng vindt, moeten we het bezoek aan deze grotten met klem ontraden. Of het zou in het kader van exposuretherapie moeten zijn, dat je er binnentreedt. De grotten van Steyl zijn geen natuurlijke grotten. Ze werden door kloosterlingen tussen 1890 en 1900 opgeworpen met misbaksels en sintels uit de ovens van de kleiwarenfabrieken van Tegelen. Wellicht zitten er ook metaalslakken tussen van lokale ijzergieterijen.

Naar een ontwerp van pater-tuinman Gerard Rademan werden ze ingericht tot een onderaards religieus labyrint bestemd voor gebed en meditatie Het is een wonderlijk ensemble van negentiende-eeuwse, romantische wensarchitectuur. Deze zogenaamde ‘follies’ kennen we vooral uit Groot-Brittannië, Frankrijk en België. In het nuchtere Nederland zijn ze zeldzaam.

Foto broeder Heinz Helf SVD

We nemen het pad rechts van het grasperk en komen uit bij de grot waarin de Hof van Olijven is uitgebeeld. Het is de olijfboomgaard waar Christus volgens het evangelie de nacht voor zijn kruisiging doorbracht en hij door doodsangst werd overvallen. Dit is dus de plek van de prentbriefkaart. Goddank  de sfeer is niet veranderd. We zijn gerustgesteld.

De avond valt vroeg, dus staan we al op tijd aan de bushalte bij Quatre Bras. Het is hier dat we afscheid nemen, want aan De Halte komt na zes jaar een einde. Dank voor jullie aandacht.

Reageren? Stuur Sef Derkx een email: floddergats@xs4all.nl.

van nul tot nu van woensdag 17 december 2025 - Een angstige Kerstmis en jaarwisseling (2)

- door Albert Lamberts -

De kerstdagen 1944 en de jaarwisseling daarop volgend waren voor vele inwoners van Noord-Limburg bepaald niet feestelijk. Terwijl de westzijde van de Maas in het najaar van 1944 ten dele was bevrijd, zuchtten de inwoners op de andere Maasoever niet alleen onder de Duitse repressie, maar wellicht nog meer onder de angst toch nog van huis en haard verjaagd te worden.

De Venlose binnenstad was tot Sperrgebiet (verboden terrein) verklaard. Wie in dit gebied woonde moest van de Duitsers onverwijld vertrekken. In eerste instantie trachtten velen bij vrienden of familie buiten het Sperrgebiet onderdak te vinden, maar voor de meesten wachtte uiteindelijk de barre tocht naar een van de drie noordelijke provincies. Telkens weer die angst te moeten vertrekken.

Uit het dagboek van de Dominicaan pater Roemer: P. vertelt dat de evacuatie weer is uitgesteld tot morgen. Zoo houden ze die ongelukkigen in angst en spanning. En enkele regels verder: Bij de Pope kom ik S. tegen en informeer bij hem hoe het zit met de evacuatie. Gisteren heeft hij een vergadering gehad met Schneider, die als een razende tekeer ging en hem met zijn revolver dreigde als er morgen niet minstens duizend man marschfähig waren. Hij zou wel eens een eind maken aan die sabotage en de evacuatie zelf in handen nemen… etc. S. heeft hem toen meegenomen naar Kaldenkerken, waar nog tweeduizend menschen zaten te wachten op vervoer. Aber heute nacht fährt ein Zug ab. Die (sic) Zug is er niet gekomen en volgens S. zal er ook wel geen meer komen.

Het boek van Van den Burgt: Het is voortdurende spanning, een intens gebogen-staan, sprongbereid. Een bladzijde verder: Vrijdag 19 Tot ongeveer 12 uur blijft alles rustig in onze wijk. De Grünen vertonen zich althans niet en we hopen alweer een dag te hebben gewonnen 

De dreiging spatte in abominabel Nederlands van het papier: vertrekken of het risico lopen gefusilleerd te worden. (Collectie Albert Lamberts)

Het Duits bevel lag er: binnen vijf dagen – vanaf 15 januari – moest Venlo zijn ontruimd. We zijn vol angst voor de komende dagen, maar we wanhopen niet. We zullen ons handhaven tot ’t uiterste, ons blijven vastklampen zo lang we kunnen.

Elders in Venlo is de vrees voor evacuatie niet minder groot. We zijn erg down en zien de toestand duister in. Helaas, het zwaard van Damocles is gevallen.

De rol van burgemeester Mr. J. Zanders in die evacuatie-perikelen is eigenlijk nog nooit helemaal duidelijk geworden. Aan wiens kant acteerde hij als het over evacuatie ging? Onder het mom van voedselschaarste, die inderdaad desastreuze vormen aannam, pleitte Zanders voor evacuatie. Zanders wees er begin januari 1945 op, dat de centrale keuken nog voor maar enkele dagen voedsel kon uitdelen aan mensen, die geen kruimel meer hadden. Gewetenloze individuen, die volgens Zanders zich geen burger mochten noemen, hadden kilo’s aardappelen en zakken graan ontvreemd.

Zo schreef Zanders: Overweegt U daarom eens ernstig, of het voor U niet de aangewezen weg zal zijn, om naar Friesland te evacueren, waar de voedselpositie veel beter is dan hier.

We weten hoe het is afgelopen. Duizenden moesten vertrekken en werden opgevangen. 

Reageren? Stuur Albert Lamberts een email: albertlamberts@home.nl.

zondag 28 december 2025

De Halte XXL van woensdag 24 december 2025 - Struikelstenen

- door Sef Derkx/foto's Renier Linders -  

Lijn 83 zou pas over twintig minuten bij de halte aan de Bisschop Schrijnenstraat zijn, dus hadden we tijd om terug te gaan naar een bijzondere locatie. Een eindje verderop aan de Straelseweg, richting binnenstad. 

Voor het pand met huisnummer 132 zijn in april van dit jaar  struikelstenen onthuld ter nagedachtenis aan twee Joodse slachtoffers van de Holocaust: het echtpaar Moritz Levis en Lieselotte Levis-Oster. Voor de plechtigheid was dochter Inge vanuit Israël naar haar geboortestad gekomen. Het interview op straat, omringd en geborgen door een grote groep belangstellenden, was ontroerend.

Inge Meents-Levis (1938) vertelde liefdevol over haar ouders. Beiden waren doofstom, er werd gecommuniceerd in gebarentaal en mimiek. Ze begrepen elkaar perfect. Na de ceremonie knielde Inge bij de struikelstenen en legde haar handen erop. Ze fluisterde dat zij nu oud was en gauw bij hun zou terugkomen: ‘Dan zijn we weer samen, pappie en mammie.’  

Er zijn verhalen die nooit verloren mogen gaan. Omdat ze betekenisvol zijn en doorverteld moeten worden. Dit is zo’n verhaal.

Inge’s vader Moritz Levis was in 1934 uit nazi-Duitsland gevlucht. Hij had zich in Venlo gevestigd, zijn verloofde Lieselotte kwam een jaar later. Ze trouwden en kregen een kind dat kort na de geboorte overleed. In 1938 zag Inge het levenslicht. Het gezin betrok een woning aan de Straelseweg. Na de Kristallnacht voegde oma Berta Oster zich in de zomer van 1939 bij het gezin.

In het oorlogsjaar 1942 inventariseerde de dienst Gemeentewerken de huizen van joodse inwoners. De woning van Inge’s ouders werd gevorderd door een Rijksduitser. Het gezin Levis verhuisde met oma naar een huisje aan de Veldenseweg. Inge die vier jaar was, koestert mooie herinneringen aan de maanden daar.

Op 25 augustus 1942 sloeg het noodlot echter toe. Ouders, oma en Inge werden tot ontzetting van de buurt met een bus weggevoerd naar  Maastricht. Oma Berta werd door een Duitse vrouwelijke arts afgekeurd voor zogenaamde ‘dwangarbeid in het Oosten’. Ze mocht terug naar Venlo. Tegen alle instructies in gaf de arts even later door het raam de kleine Inge aan oma. Beiden overleefden gescheiden van elkaar in onderduik de oorlog. Ze werden herenigd in 1945 en woonden later samen in een flat aan de Craneveldstraat. Moritz en Lieselotte Levis zijn zes dagen na hun gedwongen vertrek uit Venlo bij aankomst in het vernietigingskamp Auschwitz vermoord.  

Dochter Inge heeft pas afscheid kunnen nemen van haar ouders op de dag dat hier hun struikelstenen werden onthuld. 

Reageren? Stuur Sef Derkx een email: floddergats@xs4all.nl.  

dinsdag 23 december 2025

1 januari 1926: 'Mooder Maas' kwam Nieuwjaar wensen

 - door Sef Derkx/foto's met dank aan Facebookgroep Groot Venlo van Arcen tot Belfeld -

Naast de deur van café De Witte aan de Parade zijn vier gevelstenen ingemetseld, die herinneren aan de wateroverlast in vervlogen jaren. Bovenin torent de steen die het waterpeil aangeeft dat in 1926 werd bereikt. In de vroege ochtend van nieuwjaarsdag 1926 sloeg Mooder Maas toe. In enkele uren tijd kwam het grootste gedeelte van de binnenstad blank te staan. Wie na een uitbundige viering van oud op nieuw nog met droge voeten was thuisgekomen, moet na het ontwaken aan zijn waarnemingsvermogen zijn gaan twijfelen. Toch was het geen zinsbegoocheling, maar werkelijkheid. Drievierde van de binnenstad stond onder water. ‘De Maas kwaam Niejaor winse’ werd een gevleugelde uitdrukking een eeuw geleden geleden. 

Gasthuisstraat

Niets wees er voor Kerstmis 1925 op dat weldra een ramp Venlo zou treffen. De Maas stond wel hoog door de aanhoudende regen, maar och dat stond de nog niet gekanaliseerde rivier ieder jaar. Wateroverlast in de lagere gedeelten van de binnenstad was ook niets bijzonders. Eigenlijk was het een soort van attractie. Er waren drie punten waar mensen gingen kijken naar het schouwspel van opkomend water uit rioolputten: aan de Geldersepoort, op de Parade ter hoogte van de Lohofstraat en bij het Romerhuis aan de Jodenstraat. Daags voor Kerstmis 1925 kwam de geruststellende melding dat het peil van de Maas spoedig zou zakken. Vijf dagen later echter zagen bewoners van de Maasstraat dat hun straat onder water liep. De regen hield aan, het kwam er met bakken uit. De riolen konden het hemelwater niet afvoeren, waardoor het alsmaar natter werd op de Maaskade, ‘t Hetje, de Geldersepoort en Lomstraat. 

Peperstraat

Oudejaarsdag 1925 bracht opnieuw regen en verontrustende verhalen van de Parade, waar in allerijl kelders waren ontruimd. Met het waterpeil, steeg de spanning. De sfeer van die avond is inlevend weergegeven in een artikel dat de op de laatste dag van het jaar in de Nieuwe Venlose Courant stond: “… Terwijl we dit schrijven gutst de regen voortgezweept door huilende stormvlagen tegen de ruiten, flikkert de bliksem en rolt een geweldige donderslag door ’t luchtruim. ’t Lijkt of alle elementen samenspannen om de hoog-water-periode die we thans doormaken, zoo vreeselijk mogelijk te maken …” Op oudejaarsdag bleef de situatie stabiel. Brandweer en politie stonden paraat. In de volle cafés die vergunning hadden om tot twee uur open te mogen blijven, werd feest gevierd en om middernacht zalig nieuwjaar gewenst. 

Valuasstraat

Tussen vier en vijf uur in de ochtend, Venlo lag op een oor, sloeg de Maas toe. In korte tijd stroomde het centrum en Venlo-zuid vol. Hetzelfde lot trof de andere kernen van het huidige Venlo. In de stad waren de mensen veroordeeld om op de eerste etage te bivakkeren. Vooral de bewoners van de Jodenstraat en Havenkade en de tussenliggende steegjes zaten in een precaire situatie. In de woonkamers stond het water tot aan het plafond. Toiletten waren onbereikbaar. Men huisde in de kou op piepkleine slaapkamers. Alle overheidsdiensten waren in touw om de nood te lenigen. In de Mostardschoeël, het tegenwoordige Kunstencentrum, was een noodopvang ingericht voor de zwaarst getroffen gezinnen. De zusters van de Vakschool voor Meisjes - de hoèshaldschoeël in de volksmond - bereidden aan de lopende band warme maaltijden. Tegen de gevels van de huizen plaatste de gemeente schragen en bokken, waarop planken werden gelegd. Vanaf deze noodbruggetjes werden planken geleid door de gangen naar de trappen, zodat  bewoners van ondergelopen huizen zonder natte voeten in en uit konden gaan. Met bootjes en geïmproviseerde vlotten werden de geïsoleerde bewoners voorzien van het hoogstnodige. Tussen Vleesstraat en brug was geïmproviseerd openbaar vervoer in de vorm van paard en platte wagen.

 

Picardie

Tot overmaat van ramp liep op deze nieuwjaarsdag de stokerij van de gasfabriek onder, waardoor de gasvoorziening moest worden gestaakt. Gekookt werd er op petroleumstelletjes. Wie nog kaarsen over had van het kerstfeest, mocht zich gelukkig prijzen want de volgende dag viel ook de elektriciteit uit. Venlo was gehuld in het donker. Een noodkabel, getrokken vanaf Echt, zorgde ervoor dat de straatlantaarns weer gingen branden. Zonder drinkwater zat men gelukkig niet. In het gebouw van de waterleiding stond een oude stoommachine die terstond in bedrijf werd genomen nadat de stroom was uitgevallen. Het hoogste peil werd bereikt in de nacht van 2 op 3 januari 1926 tussen twee en vier uur. De peilschaal bij de brug wees 18,84 meter boven NAP aan. Het zou de hoogste stand van de Maas in de twintigste eeuw worden. De Nieuwe Venlosche Courant kwam ondanks alles toch uit en daarin stond te lezen: “… Nog nooit bij mensen heugenis heeft het water in de stad zoodanig huisgehouden als thans. Men kan gerust stellen dat Venlo voor vier-vijfde overstroomd is. Zulk een ramp heeft Venlo de laatste eeuw niet getroffen. Het verkeer in de stad is bijna geheel onmogelijk geworden. Hele stadsdeelen zijn onbereikbaar. Maasschriksel, Helschriksel enzovoorts, die zeer hoog liggen en dus droog zijn, zijn geheel van diep water omgeven. Men kan er niet in of uit …” In dezelfde krant waarschuwde de burgemeester winkeliers, bakkers en slagers om niet van de nood misbruik te maken door de prijzen te verhogen. Het politiepersoneel liep op zijn tandvlees. Het korps kreeg daarom versterking van militairen en rijksveldwachters.

 

Roermondsestraat

Op zondagmorgen 2 januari om half negen kwamen koningin Wilhelmina en prins Hendrik zich op de hoogte stellen van de omvang van de watersnood. In de Spoorstraat was een aanlegsteiger waar het gezelschap plaatsnam in boten bemand met mariniers. Het eerste gedeelte van de tocht bracht de koninklijke gasten naar de Roermondsestraat en Tegelseweg. Door de sterke stroming botste de boot met het koninklijk paar tegen de boot waar de wethouders in zaten. Ter hoogte van de Mariastraat werd rechtsomkeer gemaakt. Na een bezoek aan de Vleesstraat en de Grote Beekstraat werd terug geroeid naar de aanlegsteiger. Op dat moment kwam de Venlose sigarenmaker en kastelein Sjeng Schreurs op een vlot aanpeddelen. Plots sprong hij in het water, nam zijn hoed af en vroeg op luide toon gratie aan de koningin voor een straf die hem was opgelegd vanwege een schietpartij. Wilhelmina vroeg burgemeester Berger naar de achtergrond. Schreurs kreeg te horen dat hij de officiële weg diende te bewandelen. De kastelein deed dat en zijn verzoek werd inderdaad in 1927 ingewilligd. 


Op 6 januari 1926 begon het water te vallen en enkele dagen later waren de straten droog. Wat achterbleef was een enorme ravage. Veel huisraad was onherstelbaar beschadigd. Maandenlang hing in de getroffen woningen een muffe geur. In de zomer volgend op de watersnood waren overal huisschilders bezig met verven en behangen. De directe schade voor Venlo bedroeg een miljoen gulden. Uit landelijke fondsen werd geld aan de gedupeerden uitgekeerd. Het Plaatselijk Watersnoodcomité bracht met uiteenlopende acties meer dan twintigduizend gulden bijeen.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

vrijdag 19 december 2025

De Halte XXL van woensdag 17 december 2025 - Deken Schrijnen en 't Kerkepäörtje

-  door Sef Derkx -

Nooit geweten. Het idyllische Kerkepäörtje heeft geen eigen huisnummers. De kadastrale kaart leert dat het postcodes zijn aan de Grote Kerkstraat. De onderhorigheid van het straatje met de mooie dialectnaam gaat aan het hart. Op weg naar bushalte Nolensplein lopen we meestal door het Kerkepäörtje. Het is een oase van weldadige rust in de binnenstad.

Over rust gesproken, een soort overtreffende trap is de eeuwige rust. Generaties Venlonaren hebben hun dierbare en minder dierbare overledenen hier begraven. Het deel van het kerkhof dat aan de noordzijde van de kerk lag, werd ‘Duustere Kerkhaof’ genoemd. Het lag in de schaduw, vandaar de benaming. Op het schaduwrijke deel woonde de doodgraver en stond het knekelhuis. Het kerkhof in hartje stad is tot in het eerste kwart van de negentiende eeuw in gebruik geweest. In 1820 kwam er een begraafplaats buiten de Roermondsepooort, aan de Broekestraat-Ganzestraat. De huidige begraafplaats aan de Wylrestraat dateert van 1903. Terug naar ’t Kerkepäörtje. In 1910 werd de pastorie van de kerk vergroot. Bij de graafwerkzaamheden stootte men op fragmenten van zeventiende-eeuwse grafkruisen. Ze zijn gemetseld in de zijgevel van de kerk. Twee exemplaren die nog redelijk gaaf waren, werden tegen de muur geplaatst. 



Enkele jaren geleden is op initiatief van de gemeente de grafstèle van Carolus Schrijnen (1797-1870) geplaatst op ‘t Kerkepäörtje. Het grafmonument stond oorspronkelijk op de begraafplaats aan de Broekestraat-Ganzestraat.



Schrijnen werd in 1829 bevorderd van onderpastoor tot pastoor van Sint-Martinusparochie. Vier jaar later werd hij de eerste deken van Venlo. Hij was een energieke, gedreven man die in no time al jaren slepende financiële kwesties oploste. Het aantal kapelaans kon door hem worden uitgebreid tot vijf, wat neerkwam op één kapelaan op duizend gelovigen. Na jarenlang soebatten om middelen kon hij in 1826 het startschot geven voor het herstel van het dak en de vloer van de Sint-Martinuskerk. Maar geheel onomstreden was de pastoor-deken niet. Hij was rechtlijnig in de katholieke geloofsleer. Atheïsten, vrijmetselaars, inwoners die onverschillig stonden tegenover het geloof én vastelaovesvierders werden door hem vanaf de preekstoel verketterd. Met de liberale burgemeester Karel Bontamps kon hij niet door één deur. De burgervader had een zaal ter beschikking gesteld voor een benefiet-toneelvoorstelling ten behoeve van de armen. Schandelijk in de visie van Schrijnen, een ‘regelrechte aansporing tot zonde’.

Reageren? Stuur Sef Derkx een email: floddergats@xs4all.nl.

dinsdag 16 december 2025

De Halte XXL van woensdag 10 december 2025 - Kristallnacht in Kaldenkerken

- door Sef Derkx -

De bus naar Kaldenkirchen am Schwimmbad is bijna leeg voordat we grens overgaan. Met één medepassagier rijden we Duitsland in. Hij bezoekt Kaldenkerken vanuit zijn passie voor Duitse kwaliteitswijnen. Die zijn in het land van herkomst goedkoper. We krijgen enkele tips voor kerstwijnen. Onze interesse gaat echter uit naar historisch beladen plekken in het grensstadje. Kaldenkerken werd op 12 mei 1940, twee dagen nadat Duitsland buurland Nederland was binnengevallen, als vergelding gebombardeerd door de Britten. ‘Met verschrikkelijke directheid kwam de oorlog volledig onverwacht naar de grensstad’, schrijft Leo Peters in zijn Geschichte der Stadt Kaldenkirchen


Het is opvallend hoe weinig aan onze kant van de grens bekend is over de Tweede Wereldoorlog in buurgemeente Nettetal. Een voorbeeld.  Weinigen weten wat zich in Kaldenkerken daags na 9 november 1938 heeft afgespeeld.

Wanneer het begrip Kristallnacht valt, gaan bellen rinkelen. In de Kristallnacht werden overal in Duitsland Joden en hun bezittingen aangevallen. Tijdens deze pogrom zijn bijna honderd joodse inwoners op straat vermoord. Zo’n 7500 winkels en bedrijven en 1400 synagogen werden in brand gestoken, gesloopt of vernield. De door de nazi’s georkestreerde volkswoede kwam ook in Kaldenkerken tot uitbarsting. We zijn vandaag naar de Synagogestrasse gelopen. We gaan een steentje leggen op de plek waar tot november 1938 het joodse gebedshuis stond. Een informatiebord herinnert aan de synagoge en gebeurtenissen tijdens de Kristallnacht. 

De synagoge werd in de zomer van 1873 ingewijd, in aanwezigheid van katholieke en protestantse inwoners van Kaldenkerken. Uit Venlo waren joodse families voor de plechtigheid overgekomen. Joden waren in Kaldenkerken goed geïntegreerd, van antisemitisme was nauwelijks sprake. 

Daags na de Kristallnacht, op 10 november 1938, wordt het gebedshuis goeddeels verwoest. Een dag later bericht De Nieuwe Venlosche Courant over de schokkende gebeurtenissen in Duitsland. In Straelen en Kaldenkerken waren de vandalen met auto’s gearriveerd. Niemand durfde ze tegen te houden, meldt de krant. Joden proberen na de Kristallnacht Duitsland massaal te ontvluchten. In 1939 wonen in Kaldenkerken nog negen Joodse families. De restanten van de synagoge zijn begin jaren zestig verwijderd. De plattegrond van het gebouw is gemarkeerd met grafietstenen. 

Een bronzen gedenkplaat tegenover het bedehuis toont een menora, een gestileerd beeld van de synagoge en de tekst: ‘Von 1873-1938 hat gegenüber die Synagoge der jüdischen Gemeinde gestanden.’

Van nul tot nu van woensdag 10 december 2025 - Een angstige Kerstmis en jaarwisseling (1)

- door Albert Lamberts - 

Tussen december 1944 en maart 1945 moesten velen uit Tegelen, Venlo en de meer noordelijk gelegen dorpen ten oosten van de Maas op last van de Duitse bezetter evacueren. De binnenstad van Venlo, Sperrgebiet, lag onder vuur van de geallieerden, die Blerick al op 3 december 1944 na de ‘Perfect Battle’ hadden bevrijd. Een brede zone op de oostelijke Maasoever kreeg het in de winter van ’44-’45 opnieuw zwaar te verduren. De buitenwijken kwamen er relatief gezien vrij genadig van af al was de angst om het zo dichtbij zijnde oorlogsgeweld vaak niet te harden.

Zes jaar geleden schreef ik over de evacuatie zelf, nu vooral over de ángst om geëvacueerd te worden.

In kelders, afgelegen boerderijen, inmiddels verlaten fabriekspanden, en ja, ook in het klooster van de Dominicanessen, gelegen aan de Hakkesstraat, een zijstraat van de weg van Venlo naar Nijmegen, werden vele mensen voor kortere of langere duur opgevangen. De zusters hadden permissie van de Duitse bezetter hun klooster open te houden.

Een aantal van de ‘overblijvers’ in Venlo heeft de ervaringen van die laatste maanden Duitse bezetting in dagboeken vastgelegd en uit hun verhalen wordt de angst welhaast lijfelijk voelbaar. En niet alleen de spanning, maar ook de honger, die zij leden, de angst om naar buiten te moeten om ergens een brood, wat eieren en mogelijk wat melk te bemachtigen. En telkens de vrees om alsnog te moeten vertrekken, weg te moeten naar onbekende oorden in een van de noordelijke provincies.

Uit het boek Van duisternis tot licht: vertrekken onder dwang van geweld door de Grünen.

Leest u even mee: Zaterdagavond (13 januari 1945) … Wat zal de Zondag brengen? Wat de eerstvolgende dagen? We weten dat er nog steeds stappen worden gedaan om de evacuatie, althans de voet-evacuatie af te lassen (sic). Ook dat de meningen in het Duitse kamp over de evacuatie verdeeld blijven en ’t Internationale Rode Kruis en ’t Zweedse gezantschap in Berlijn alle pogingen in het werk stellen om de evacuatie te keren. Dat staat te lezen in het dagboek Van Duisternis tot Licht van J.J.A. van den Burgt. Hoe hij aan de wetenschap van Rode Kruis en Zweeds gezantschap komt laat zich raden.

De angst was terecht, want op 9 januari 1945 bijvoorbeeld moest een deel van de bevolking uit Arcen evacueren.  De rust wil maar niet weerkeren, de spanning niet luwen. De vrees van 13 januari werd weldra bewaarheid; op 14 januari moesten maar liefst 172 mensen huis en haard verlaten. Bewoners van de Rummerstraat, Schutroe- en Van Postelstraat werden door de Grünen voortgedreven door sneeuw en kou naar het Pope-complex aan de rand van de stad. Vandaar naar Kaldenkirchen en vervolgens op transport, vaak opeen gepakt in veewagons.

De achterblijvers waren weliswaar deze keer de dans ontsprongen, maar bleven in verhevigde angst achter. Op 10 januari ’45 schreef Eugenie van der Grinten in haar dagboek: Het spook van de evacuatie waart rond. Een dag later: Wederom algemeene evacuatie afgekondigd. Geweldig onder den indruk. Vrijwillig gaan we niet. Alleen als ze ons dwingen! Alleen met het pistool op de borst.

Wordt vervolgd.

donderdag 4 december 2025

De Halte XXL van woensdag 3 december 2025 - Alte Fabrik

- door Sef Derkx/foto's collectie Alte Fabrik -

Een monument als eerbetoon aan de tabaksnijverheid? Gezondheidsdiscipelen zouden geheid bezwaar aantekenen. In Kaldenkerken echter vind je er een. Een bronzen beeld van een sigarenmaker van kunstenares Loni Kreuder. De oorsprong van de plaatselijke tabaksnijverheid gaat terug naar de tweede helft van de achttiende eeuw.

We zijn vandaag met lijn 1 van Arriva naar Kaldenkerken gegaan. We  worden verwacht in een voormalige tabaksfabriek uit 1890. Thans cultureel centrum Alte Fabrik. Het indrukwekkende complex stond in de jaren dertig van de vorige eeuw leeg en kwam in het vizier van Hans Terstappen. 

Hij ging er matrassen  produceren onder de firmanaam  Kaldenkirchener Matratzenfabrik Terstappen, kortweg KMT. In de Tweede Wereldoorlog werd het bedrijf gedwongen om te schakelen naar lazaretbedden voor de vele gewonde Duitse militairen. De tweede generatie Terstappen, in de persoon van zoon Elmar, nam het bedrijf over. Hij was geïnteresseerd in mooie stoffen. Chique gestoffeerd meubilair was zijn passie. Naar de smaak in de kleurhongerige jaren van het Wirtschaftswunder werden oranje en olijfgroene fluwelen banken met bloemmotieven geproduceerd. Na verhuizing naar Bracht werd de fabriek in Kaldenkerken verhuurd.

We maken een sprongetje in de tijd naar 1994, het jaar waarin Nicole Terstappen - kleindochter van de matrassenfabrikant Hans en onze gastvrouw vandaag - zich ontfermde over het gebouw: ‘Ik voelde meteen de sfeer en de aantrekkingskracht die van de oude muren uitging. Het rook naar stof, beton en koude steen. Overal waren sporen uit het verleden. Oude borden met prachtige teksten, balen stof, brokaatlinten, beursrekwisieten, houten deuren en kabels,’ vertelt Nicole Terstappen enthousiast. ‘In de enorme kelders waren de ruiten donkerblauw geschilderd, verduistering uit de Tweede Wereldoorlog. De lege ruimtes inspireerden me om tentoonstellingen te organiseren.’


De exposities van hedendaagse kunstenaars in het onalledaagse decor van een verlaten fabriek werden een doorslaand succes. Ze waren de opmaat naar een nieuwe bestemming voor de Alte Fabrik. Heden ten dage herbergt het gebouw een theaterzaal, lokalen waar tekenlessen worden gegeven, tentoonstellingszalen en een gezellig café. 

Nicole Terstappen ziet het als haar missie om ‘kunst uit de elitaire niche te halen’. Om cultuur onderdeel te laten zijn van het dagelijks leven. Er heerst een ongedwongen sfeer in de Alte Fabrik. Het is een verrijking voor de grensregio en écht een plek om vaak terug te komen. 

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

donderdag 27 november 2025

De Halte XXL van woensdag 26 november 2025 - Het geheim van de frietkraam op Steyl

 - door Sef Derkx -

We nemen de bus naar Steyl in het kader van ons onderzoek naar de lokale ‘gefrituurde geschiedenis’. Een ver, vergeten uithoekje van de plaatselijke historie. Natuurlijk, je hebt het frietei en de claim dat de frikandel speciaal een culinaire creatie uit Venlo is. Welhaast mythisch is het ontstaan van het frietje ala van Jos van Steenkiste.  Er is echter altijd meer, dus zijn we onder het motto ‘Verstand op nul, frituur op 180’ naar Steyl gegaan. Tegenover het Missiemuseum stond ooit de frietkraam van Piet Vermeulen. Zoon Ed bewaart een geheim, dat hij na ruim zestig jaar wil delen. Vader Vermeulen kwam uit Batenburg en kreeg een baan op het veer tussen Steyl en Baarlo. Een meisje viel hem op, de dochter van een wethouder uit Baarlo. Een relatie leek uitgesloten, want een veerman was natuurlijk ‘beneden de stand’ in de ogen van de wethouder en zijn eega. De liefde overbrugde de maatschappelijke kloof. Veerman Piet ging met zijn vrouw in de Maashoek op Steyl wonen. Hij solliciteerde bij makelaar-assuradeur Wolters in Venlo. Op een Cyrus bromfiets tufte hij door stad en land om bij klanten de verzekeringspenningen te innen. 



Eind jaren zestig besloot Piet de frietkraam over te nemen van de familie Mans, gelegen aan de Veerweg op Steyl. De nering in gefrituurde heerlijkheden was bedoeld als bijverdienste. Zoon Ed Vermeulen: ‘Mijn vader had een vaste plek in café ’t Vaerhoès. Door de ruit kon hij in de gaten houden of er klanten voor de frietkraam stonden. Was dit het geval, spoedde hij  zich naar buiten. Het borreltje bleef op het buffet staan.’

Piet in zijn witte werkjas werd een bekende verschijning. In zijn frietkraam én in café ‘t Vaerhoès. Op zekere dag was zoon Ed gevraagd het gas onder de frituurketels alvast te ontsteken. Zo geschiedde, waarna Ed verder ging met spelen. Maar een beveiliging tegen oververhitting ontbrak. Een vriendje waarschuwde Ed dat er brand was in de frietkraam. Samen met zijn moeder rende hij erheen. Moeder gooide een emmer water in het brandende vet, wat tot een gigantische steekvlam leidde. Op dat moment arriveerde de brandweer én vader Piet die op zijn Cyrus erachter aan reed. De frietkraam brandde af. De vraag rees of de verzekering dit wel zou vergoeden. Ed werd bezworen nooit of te nimmer ook maar iets te zeggen over de oorzaak van de brand. Hoe het is gespeeld, is niet precies bekend. Maar de brandverzekering dekte goddank de schade. 


Na ruim zestig jaar is daarmee het geheim van de brand van de frietkraam op Steyl onthuld.

Reageren? Stuur Sef Derkx een email: floddergats@xs4all.nl. 

zondag 23 november 2025

De Bevrijding begon voor Venlo op de Bevrijdingsweg - door Sef Derkx

(Verscheen gisteren als 'Aevel')

Gedenkteken bij Bevrijdingsweg

Bij de Amerikaanse militaire begraafplaats in Margraten zijn onlangs gedenkplaten verwijderd over de betrokkenheid van Afro-American soldaten bij de bevrijding van Nederland. Het weghalen heeft geleid tot grote verontrusting en verontwaardiging onder nabestaanden in de Verenigde Staten.

Deze jonge mannen vochten onder de vlag van Amerika, in een leger dat racistisch en gesegregeerd was. Een van de twee panelen maakte duidelijk dat de soldaten zowel tegen de nazi’s vochten als tegen discriminatie binnen de eigen gelederen.  

Truuk nao ’t stedje. 


We zijn bezig met een documentaire over plekken in onze grensregio, die herinneren aan de Tweede Wereldoorlog. Vorige week stonden Tom Ketelings en ik op het spookachtige station van Kaldenkerken. Een macabere plaats van herinnering aan de evacuatie van januari 1945. De betegelde onderdoorgang naar de perrons zou zo een plaats delict in een aflevering van Tatort kunnen zijn.

Eerder die dag waren we aevel bij de Bevrijdingsweg. De eerste tientallen meters Venlo die op 1 maart 1945 werden bevrijd, liggen hier. Het 784ste tankbataljon, dat onder het motto ‘It Will Be Done’ over de grens rolde, bestond goeddeels uit Afro-Americans. Dat we op de oostelijke Maasoever bevrijd zijn door zwarte Amerikanen is een bijzonder feit. Het gebeurde op deze manier nergens anders in Nederland. In lokale oorlogsdagboeken lezen we over de ontmoetingen met de zwarte Amerikaanse soldaten. Vooral voor kinderen was het opzienbarend. Om nooit meer te vergeten.


 

Aan de Bevrijdingsweg in Venlo herinnert alleen een simpel straatnaambordje aan deze belangrijke historische dag. Aan de uren dat eindelijk, eindelijk de vrijheid kwam. Verdöld weinig als eerbetoon. Hier heeft in tachtig jaar nooit een herinneringsteken gestaan. Sinterklaas is in het land, alzoeë mogen we een wensenlijstje maken. Leeve Huibaard wet geej wat bij mij helemaal bovenaan staat? Ken! Een paneel aan de Bevrijdingsweg als herinnering aan onze bevrijding met vermelding van de bijzondere rol die Afro-American soldaten erin speelden.

Tot slot.

‘De geschiedenis leert ons dat we nooit iets van de geschiedenis geleerd hebben,’ schreef de filosoof George Hegel. Een beladen armgebaar uit de Tweede Wereldoorlog is de Hitlergroet. Angstaanjagend dat deze weer terug is. In september in Den Haag. Nu, aevel ook in ’t stedje. Na de Popronde begin deze maand stonden jonge gasten te ‘siegheilen’ in de binnenstad. Erop aangesproken, escaleerde de zaak en werd er gevochten. Het gevolg? Een muzikant op de Spoedeisende Hulp. Wie allewiels weloverwogen de Hitlergroet brengt, ontbreekt het aan historische kennis én aan een moreel kompas. Laten we daarom hopen dat het slechts domheid was. Pure domheid.

Wies ’t aevel weer ens is,

Sef Derkx