zondag 31 juli 2022

Van nul tot nu van woensdag 27 juli 2022 - Maaswater bezocht Venlo tientallen keren

- door Albert Lamberts/ foto's auteur -  

Op vele plaatsen in Limburg hebben in de voorbije weken herdenkingen plaatsgevonden van de watersnoodramp, die onze provincie precies een jaar geleden trof. Ook in België, Frankrijk en Duitsland, waar nog veel dodelijke slachtoffers te betreuren waren, herdacht men de ramp, die behalve tientallen mensenlevens ook nog eens gigantische schade tot gevolg had. Venlo hield het in 2021 over het algemeen droog, maar in het verleden deelde de stad royaal in de watermisère.

 

Natuurlijk, we herinneren ons nog allemaal goed hoe met Kerstmis 1993 de Maas buiten zijn oevers trad en voor veel ellende zorgde. En nog voordat de beschermingsplannen de tekentafel hadden verlaten sloeg de rivier twee jaar later andermaal toe.

Ach, die rivier. Ze bracht Venlo veel voorspoed, schiep de voorwaarde om de stad uit te laten groeien tot handelsstad van allure met zelfs volgens diverse geschiedschrijvers het lidmaatschap van het machtige Hanzeverbond tot gevolg. Het tol- en stapelrecht legde Venlo geen windeieren, maar ook in vroeger eeuwen liet de Maas zich meerdere keren als een onstuimige, niet te temmen en gulzige waterloop kennen. 


Ik ben eens in de watergeschiedenis van Venlo gedoken. Om kennis te nemen van de overstromingen in de negentiende eeuw volstaat een wandeling naar de Parade. Daar, nummer 28, in de voorgevel van café De Witte zijn vier plaquettes ingemetseld op het niveau van hoge waterstanden. Twee verwijzen er naar overstromingen in de vorig eeuw: 1926 en 1993. Daar kennen we ook de beelden nog wel van, zeker van de overstroming in 1993.

Een ander vermeld jaartal – in de bovenste plaquette, dus het hoogste waterpeil - is 1643 met daarbij een aangegeven hoogte van de waterstand ter plaatse. Het toen nog jonge pand – het dateert uit 1611 – stond zo ongeveer anderhalve meter onder water. Volgens een schrijver in het blad De Maasgouw van januari 1881 bereikte de waterstand in de Maas toen het hoogste peil ooit: 1643. Waterstand op den 20 Januari van dit jaar is waarschijnlijk de hoogste, die de Maas ooit heeft bereikt. Ter herinnering daaraan werd in de Noordzijde van den Ronden Toren aan de Maaspoort (deel van Venlo’s ommuring) een gedenksteen gemetseld met dit opschrift: A° 1643 ston die Maas hy by op St. Antonis dach (Sint Antonius Abt, 17 (!) januari), dat men mennigh beclaghen sach.

En verderop verhaalt de auteur over dezelfde overstroming: De vloed kwam zoo hoog in de stad, dat men de Hel- en Maaspoorten nyet toe krygen en conde, zoodat dáár buitengewone wachten moesten gesteld worden. Het waterniveau op de Parade stond op 19,50 el boven Amsterdams Peil (AP), 9,5 el boven de nulstand van circa tien el boven AP. Een el is oude lengtemaat en mat circa zeventig huidige centimeters, dus het waterniveau stond een kleine zeven meter boven normaal.  

De vierde steen in de gevel van Café De Witte is de laagst geplaatste en vermeldt geen jaartal.  

Hoogwater in de Maasstraat, 1926

Als elke overstroming van de Maas zou hebben moeten leiden tot een gedenksteen in de gevel van het café aan de Parade dan was het pand met zijn toch aanzienlijke hoogte wellicht niet hoog genoeg. Pakken we de laatste zeshonderd jaar. Overstromingen in 1409, 1445, 1450, 1463, 1483, 1565, 1571 – het water bereikte den 8 Februari eene ongekende hoogte – 1614, 1616 – een zuster van de Annunciaten schreef in haar kroniek: Hijer nae in December quam sulckenen overvloet van water, dat de Maas door de straeten van de stat liep, dat men met schuijten van het een Huijs in het ander moest varen, ende sy quam des avonts ook in ons cloester (het latere klooster van de Dominicanen), 1643, 1658, 1740 – het water trad tot driemaal toe in de stad - 1784, 1789, 1799, 1800 – men reed op schaatsen door de Maasstraat naar St. Urbanus - 1880, 1926, 1993, 1995. Buiten deze grote overstromingen waren er nog kleinere, die minder ingrijpend waren en ook godzijdank minder materiële schade veroorzaakten. Bijvoorbeeld in de zomer van 1980 en in februari 1984. 

Wordt vervolgd.

Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl.

woensdag 27 juli 2022

De Halte XXL van woensdag 27 juli 2022 - De verweesde Heilig Hartkerk

- door Sef Derkx/foto's MeerWolff en Piet Braem - 

De bus die ons naar Arcen zal brengen, stopt bij het zebrapad voor een dame op leeftijd met rollator. Over de rotonde zien we ineens iets bijzonders. De deuren van de Heilig Hartkerk staan open. Normaal zijn ze potdicht. Het bedehuis lijkt al jaren op een onneembare burcht. Zoals zoveel kerken is ook deze aan de eredienst onttrokken. Wat zou er aan de hand zijn? Voordat de bus optrekt, is het stopknopje  ingedrukt. We stappen van een zonovergoten zomerdag de schemerdonkere, koele kerk binnen. De ogen moeten wennen. Door de hoge gewelven is de ruimtelijke beleving ook anders. Het is alsof we worden opgetild.


We blijken midden in een cultuurproject te zijn beland. Kunstenaars verblijven enkele weken buiten het eigen atelier. Een nieuwe, vaak verrassende omgeving als meewind voor de creativiteit. De organisatie erachter is DestinationUnknown uit Weert. We worden welkom geheten door een vriendelijke dame. Kijk maar rustig rond. Een deelneemster van de workshop zit in een kerkbank te tekenen. Anderen drentelen rond en kijken om zich heen. Wij doen hetzelfde.




De ontmantelde Heilig Hartkerk stemt ietwat triest. We staan in de Mariakapel, waar tot 2009 de overleden parochianen werden herdacht. We lezen hun namen en levensdatums. Het offerblok ‘ter ere van Sint-Antonius voor de armen’ is gekraakt. Een handgeschreven briefje meldt dat het ongepast is om te roken in de kerk. Het met symboliek doordrenkt drieluik van Willibrord de Winter hangt verweesd aan de wand. In 1981 werd het naar de kerk overgebracht ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan van de parochie. Van dezelfde kunstenaar is het imposante keramische hoofdaltaar, vervaardigd uit Maasklei.




De Heilig Hartkerk werd op 19 maart 1922 feestelijk in gebruik genomen. Het was het  religieus centrum van een nieuwe, snelgroeiende parochie aan de noordzijde van Venlo. Tussen 1907 en 1919 waren alleen al door de bouwvereniging 186 huizen gebouwd. 





Op de dag van ingebruikneming van de kerk viel vaak de naam van rector Jos Gadiot. De priester had zich in voorgaande jaren het vuur uit de sloffen gelopen voor de kerk. Hij had het fundament gelegd, zowel figuurlijk als letterlijk. Eind 1921 reisde Gadiot met een jeugdvriend naar Würzburg om hardsteen in te kopen. Hij werd ziek opgenomen in het ziekenhuis. Na drie dagen kwam hij te overlijden. Op zijn uitdrukkelijke wens werd hij in Würzburg begraven. Overbrenging van zijn lichaam naar Venlo was te kostbaar. Hij wilde dat dit geld geïnvesteerd werd in zijn Heilig Hartkerk.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

donderdag 21 juli 2022

Van nul tot nu van woensdag 20 juli 2022 - Slechts kleine stukjes muur bleven staan (2)

 - door Albert Lamberts/foto's gemaakt in het nieuwe museumpje van De Luif, waar de geschiedenis van Venlo als vestingstad het thema is - 

De vesting Venlo was van geen betekenis meer, zo bepaalde koning Willem III in 1867. De slopershamer maakte weldra overuren, zo gretig stortten de Venlonaren zich op de ontmanteling van de vestingwerken, die in de loop der eeuwen steeds meer als een beknelling werden ervaren. Het toenmalige Dagblad voor Noord-Limburg blikte op 27 mei 1967 terug op de eerste maanden na het verlossende Koninklijke Besluit van een eeuw eerder.

De krant schreef: Vanzelfsprekend is Venlo niet van de ene dag op de andere van vestingstad tot open-stad geworden.  De krant drukte bij het – korte – artikel een groot aantal foto’s en een plattegrond af uit de tijd, dat de stadsmuur nog helemaal overeind stond; de bakstenen muur met op bepaalde afstanden de torens en met in alle vier de windrichtingen een stadspoort. Aan de buitenkant van de stadsringmuur werd een diepe gracht aangelegd. De krant schreef: Naar gelang de krijgskunst vorderingen maakte werd het nodig geacht de verdedigingswerken te verbeteren. Dit onder meer door het aanleggen van een aantal bastions en forten, o.a. Ginkel, St. Michiel en Beerendonck).


De namen zijn nog wel bekend, maar fysieke resten zijn er nog nauwelijks en die er nog zijn worden voor het grootste deel aan het oog onttrokken, omdat zij onder de oppervlakte liggen. Collega-schrijver Sef Derkx schreef onlangs een artikel over Villa Maryke in het Wilhelminapark. Ik mocht eens vanaf het dak van deze villa zelf de nog steeds zichtbare en onmiskenbare contouren waarnemen van het voormalige fort Ginkel. Een er naast gelegen andere villa heeft de naam Huize Ginkel en in Venlo kennen we bovendien nog de Ginkelstraat. Fort Sint Michiel staat al jaren in de belangstelling na opzienbarende blootleggingen van imposante vestingmuren en de naam Beerendonck leeft voort in het bejaardenhuis aan het Julianapark. En voor de rest?


Aan de Maas bleef lange tijd een groot stuk stadsmuur overeind, omdat er woningen tegenaan waren gebouwd, zogenoemde muurhuizen.  Dat stukje stadsmuur maakte deel uit van de stadsmuur, die dateerde uit de veertiende eeuw. Het kleine restant kreeg de naam De Luif. (In vroeger tijden beschutten luifels de ter plaatse aangeboden viswaar, vandaar de naam de Luif.) De huizen werden bij de bombardementen in de herfst van 1944 verwoest, maar het oude stukje stadsmuur hield dapper stand. In de loop van de jaren werd het diverse malen gerestaureerd om algeheel verval tegen te gaan en sedert kort is er een prachtig klein museum in gevestigd. In dit - laat me het gemakhalve maar zo noemen – Luifmuseum  kunnen de bezoekers kennis nemen van de ‘vestinggeschiedenis’ van de stad en tevens liggen er enkele kanonnen. Daarover wist de krant van 27 mei 1967 te melden: Dit vestinggeschut heeft in de zestiende eeuw meegeholpen bij de verdediging der stad. Daarna hebben deze kanonnen jaren lang dienst gedaan als meerpalen bij de oude Venlose haven. Toen deze haven rond 1930 werd vernieuwd vond men dit geschut.


En dan is er dus nog dat grotere restant van de stadsmuur in de tuin van het voormalige dominicanenklooster. In het begin van deze eeuw is de muur aan de kloosterzijde al geconserveerd en momenteel staat ook restauratie van de buitenkant van de muur – het deel dat aan de buitenzijde van de stad bescherming moest bieden – op het programma. Bouwhistoricus Hein Hundertmark heeft verleden maand bouwhistorisch onderzoek verricht en op basis van zijn bevindingen zal binnen afzienbare termijn de restauratie ter hand worden genomen.

Als ik de opmerking mag maken: gelukkig gaat Venlo thans iets zorgvuldiger om met de nog weinige overblijfselen van zijn roerige geschiedenis. Jammer dat de prachtige stadspoorten zijn gesloopt. Jammer, dat van de voormalige vesting zo weinig nog rest. Suggestie: mogelijk opnieuw aanbrengen van de belijning daar waar de stadsmuur stond. Zo’n belijning maakt toch weer iets van het vestingverleden zichtbaar. Kan ook het verband met de restanten beter worden gelegd.  

Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl.

De Halte XXL van woensdag 20 juli 2022 - Vrijdenker

 - door Sef Derkx - 

We blijven plakken op het terras van De Maagdenberg. De vorige week (De Halte XXL van woensdag 13 juli 2022) voerden we militair Mathieu Brialmont als bewoner ten tonele. De import-Venlonaar werd een legende door de vete die hij uitvocht met deken Karel Schrijnen. 

Mathieu Brialmont zoals hij te bewonderen is in Grandcafé De Maagdenberg, olieverf op doek (particuliere collectie)

Deken Karel Schrijnen, de felle opponent van Brialmont (collectie Gemeentearchief Venlo)

Mathieu was een fervent tegenstander van de invloed van de katholieke kerk op het openbaar leven, het onderwijs en de politiek. Dit lag natuurlijk gevoelig. Er speelde nog iets. Brialmont was in 1829 gekozen tot voorzitter van de plaatselijke vrijmetselaarsloge La Simplicité. Deken Schrijnen zag in de vrijmetselarij een instrument van de duivel.

In de winter van 1834-1835 worden toneelvoorstellingen georganiseerd, waarvan de opbrengst bestemd is voor de Venlose armen. Toneel stort de katholieke jeugd in het verderf en het kan niet anders dan dat die verfoeide vrijmetselaren erachter zitten, foetert de deken vanaf de preekstoel. Brialmont reageert. Hij verklaart: ‘dat men niet hoeft te hopen op rust in deze wereld, voordat er honderdduizend monniken, priesters, jezuïeten en papisten zijn opgehangen.’

Het kruis in de Kruiskapel in Genooy dateert van 1836 en is een herinnering aan de verstoorde processie, die mogelijk tot de brand in De Maagdenberg heeft geleid (bron website Kerkgebouwen in Limburg)

Krasse taal, die tekenend is voor de verdeeldheid in de eerste decennia van de negentiende eeuw. In december 1836 escaleert het conflict. Schrijnen haalt paters redemptoristen naar zondig Venlo om te preken. Het komt tot ordeverstoringen. Op de laatste dag breekt een grote vechtpartij uit tussen deelnemers aan een processie naar Genooy en militairen die onder bevel staan van Mathieu Brialmont. Of er een verband was, is nooit duidelijk geworden maar niet veel later wordt er brand gesticht in een bijgebouw van De Maagdenberg. De daders worden nooit opgespoord. De brand bleef jarenlang onderwerp van gissingen. Brialmont vertrekt niet lang erna naar Brussel. Hij zal het schoppen tot  minister. Wie Grandcafé De Maagdenberg binnenloopt, treft links in de gang een portret aan van de vrijdenker.


Interieur Grandcafé De Maafdenberg (foto van website De Maagdenberg)

Terug naar onze tijd. Rond het etablissement doen verhalen de ronde. Verhalen over onverklaarbare verschijnselen. Kasteleinse Connie Hermkens bevestigt ze. Een kind vertelde over een dame in een blauwe jurk. Een medewerkster had in de kelder een man in een lange jas gezien. Connie Hermkens trof in beide gevallen niemand aan. Er was gehuil geweest van een baby. Vanzelfsprekend werd er gezocht waar het geluid vandaan kwam, maar niets gevonden. Lampen flikkerden en een glas viel stuk op de grond zonder dat er iemand in de buurt was. Uiteindelijk zijn alle ruimten spiritueel gereinigd met wierook en salie. Sindsdien is de sfeer voelbaar anders in De Maagdenberg.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail; floddergats@xs4all.nl.


woensdag 20 juli 2022

Van nul tot nu van woensdag 13 juli 2022 - Slechts kleine stukjes muur bleven staan (1)

- door Albert Lamberts - 

Bedekte weg, bastion, bolwerk, contre-garde, contrescarp, courtine, fause braie, flank, glacis, halvemaan, hoornwerk, keel, lunet, ravelijn, redoute, tenaille, vestinggracht, voormuur. Zo zijn er nog meer typische woorden, die betrekking hebben op een vesting, zoals Venlo dat was vanaf pakweg half veertiende eeuw tot 1867. Want toen…


Louis Lanters zaliger maakte deze fraaie opname van de vroegere stadsmuur aan de Maas. Het Romerhuis steekt er nog juist bovenuit (collectie Albert Lamberts)

Wij, Willem III, bij de gratie Gods koning der Nederlanden, prins van Oranje-Nassau, groot-hertog van Luxemburg, enz. hebben besloten en besluiten dat de vestingen Bergen op Zoom, Vlissingen, Maastricht en Venlo geen vestingwerken meer zullen zijn, enz. ’s Gravenhage, 29 mei 1867. De koning, getooid met de veelzeggende bijnaam Gorilla, en over-, overgrootvader van onze huidige koning Willem-Alexander, had al bij Koninlijk Besluit van 16 januari in 1867 bepaald dat onder andere de vestingen Venlo, Maastricht, (enz.) voortaan voor hun geheel tot geene klasse zullen behooren. Einde vestingstad dus.

Wel, dat van die geen waarde had de koning goed gezien, al had deze conclusie door elke militair getrokken kunnen worden. Immers, het oorlogstuig had sinds de tijd dat Venlo in 1343 stadsrechten kreeg en zich vanaf die tijd tot vestingstad ontwikkelde, nogal wat modernisering ondergaan, waartegen de ouderwetse stadsomwalling weinig tot geen soelaas meer bood.

Het besluit van de koning werd in het Venlose stadhuis met gejuich ontvangen. Stadsarchivaris wijlen Wim Hendrikx schreef: Het besluit van Willem III van 29 mei 1867, inhoudende de opheffing van de vesting Venlo, werd door de Venlonaren met vreugde begroet. Bevrijd van het keurslijf van dikke muren, diepe grachten en hoge wallen, kon de Valuasstad zich weldra voorspoedig ontwikkelen.

De stad was binnen haar muren overvol geraakt. Nu nog getuigen smalle straatjes en steegjes, zoals bijvoorbeeld Keizerstraat, Ursulastraat, Vildersgats en De Miste van de opeen gepakte bebouwing. Geen wonder dus, dat met grote voortvarendheid en ongekende ijver de omwalling werd gesloopt, waarbij helaas de drie nog bestaande fraaie stadspoorten niet werden ontzien.  Poort nummer vier, de Roermondse poort, had al enkele jaren eerder, in 1862 – 1863, moeten wijken voor de bouw van een viaduct ten behoeve van de spoorlijn Venlo – Helmond. De fraaie poortgebouwen kennen we nu nog slechts van enkele foto’s en tekeningen. Van de stadsmuur resten heden ten dage nog slechts twee kleine stukjes. Een stuk is pakweg zo’n 65 meter en staat in de tuin van het vroegere dominicanenklooster Mariaweide. Het andere, kleinere deel staat aan de Maas en is ingekapseld in nieuwe bebouwing. Bij de werkzaamheden aan de Maasboulevard, vanaf 2002 tot en met 2004, werden nog de overblijfselen van de imponerende, oude stadsmuur zichtbaar.

Tekening van de Maaspoort (collectie Albert Lamberts)

Terug naar eind mei 1867. De vroede vaderen van Venlo verwelkomden het einde van de vestingstatus van Venlo. De stad had van die status geprofiteerd, maar er ook onder geleden. Zoals al eerder op deze plek geschreven was Venlo in de Tachtigjarige Oorlog (1568 – 1648) vaker het doelwit van de strijdende partijen. Al eerder, in 1511 had Margaretha van Oostenrijk de stad vergeefs belegerd (de strijd van onder andere Truuj Bolwater) en bijvoorbeeld ook de Fransen hadden hun begerig oog eind achttiende eeuw op de stad laten vallen. Het laatste wapenfeit van Venlo als vestingstad werd geschreven in 1830 toen de Belgen zich losmaakten van het Koninkrijk der Nederlanden. In de negenjarige patstelling tussen Willem I en de opstandige Belgen, kende Venlo een Belgisch bewind. En nadeel, zoals hierboven al aangehaald, was natuurlijk ook de zeer beperkte ruimte binnen de stadsmuren, waar niet alleen werd gewoond, maar waar ook vele neringdoenden hun bedrijfje hadden. De groeiende stadsbevolking verergerde de leef- en woonkwaliteit. Van riolering, noch van waterleiding was enige sprake. Tel uit je winst. Veilig drinken bestond uit bier; zelfs de kinderen in het weeshuis kregen bier te drinken, omdat het water niet betrouwbaar was.

Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl.

 

 


woensdag 13 juli 2022

de Halte XXL van woensdag 13 juli 2022 - Op het terras van De Maagdenberg

- door Sef Derkx -  
We kwamen op een warme zaterdag in de bus voorbij aan grand-café Maagdenberg. Buiten op het terras werd muziek gemaakt. Werktuigelijk drukten we op het stopknopje. Luttele minuten later zette Sheggi Laker, de kleurrijke en vrolijke medewerker van het etablissement, ons een glas bier voor de neus. Alcoholvrij uiteraard, want we waren immers aan het werk. Hij wenste ons veel plezier met de muziek. Er was een optreden van de jubilerende Venlose Harmonie.


Het toponiem Maagdenberg zorgt vaak voor een glimlach. Met meteen erachteraan de vraag hoe Venlo aan een Maagdenberg komt. Bij de Floddergats lag tot 1795 het klooster van de zusters van Onze Lieve Vrouw en van de heilige Ursula en de Elfduizend Maagden. Een mondvol inderdaad. Hun voormalige kapel kennen we als Domani. Het klooster was welvarend. 


Mariaweyde, 1684 (met dank aan Gemeentearchief Venlo)

Respectievelijk Ursukapel, Paterskerk en nu Domani (foto internet)

De religieuzen, vaak maagden genoemd, hadden veel gronden buiten de stad in bezit. Waarschijnlijk ook bij de steile weg naar Leuth. Voor zover na te gaan komt de opmerkelijke naam voor het eerst voor op de Tranchotkaart. 


Het is de bekende topografische kaart uit het begin van de negentiende eeuw. De Maagdenberg was destijds nog een grote boerderij van de rijke familie Verwins.

Mathieu Brialmont, olieverf op doek (locatie De Maagdenberg)

In 1819 meldt zich oud-militair Mathieu Brialmont op het landgoed. Hij  heeft een oogje laten vallen op de dochter des huizes. Een jaar later stappen hij en Anna Maria Verwins in het huwelijksbootje en gaan op de Maagdenberg wonen. Met de nieuwe bewoner verschijnt een van de meest markante inwoners van Venlo uit de negentiende eeuw ten tonele. In 1830 breekt in Brussel een opstand uit tegen de gehate Nederlanders met voorop koning Willem I. De revolutionairen winnen snel terrein. De vlam van de revolte slaat over naar Limburg. Op de elfde van de elfde 1830 gaat Venlo over in Belgische handen. Negen jaar lang zullen Venlonaren Belgen blijven. Mathieu Brialmont speelt een vooraanstaande rol in de omwenteling. Als dank voor bewezen diensten wordt hij in 1832 benoemd tot stadscommandant.

Waszegel vrijmetselaarsloge La Simplicité (foto van internet)

Mathieu is een van de oprichters van de plaatselijke vrijmetselaarsloge La Simplicité. In de fanatieke pastoor-deken Carolus Schrijnen vindt hij een intellectuele tegenstander van formaat. De stadscommandant en de voornaamste geestelijke van Venlo kunnen elkaars bloed wel drinken. 


Deken Schrijnen (collectie Gemeentearchief Venlo)

Schrijnen ziet de vrijmetselarij als wortel van al het kwaad op de aarde. Het conflict escaleert en leidt in 1836 zelfs tot brandstichting op de Maagdenberg. Daarover meer in de volgende aflevering van De Halte. Eerst nog maar eens een glas bier op dit zalige terras.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail; floddergats@xs4all.nl.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


donderdag 7 juli 2022

Hoe vijf ‘Krosseltse’ jongens en een onderduiker ui Eindhoven de klokkenrovers van de nazi’s de loef afstaken

 Door Pieter Duijf

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er veel gestolen door de nazi's. Ze haalden bijvoorbeeld klokken uit kerktorens en namen die mee om te smelten en wapens van te maken. Maar dat lukte gelukkig niet altijd. Zo zonk een nazischip met 226 klokken naar de bodem van het IJsselmeer, omdat de vuurtorenwachter van Urk het licht uitzette, waardoor de schipper zich niet meer kon oriënteren en daardoor tegen een zandbank botste. Tientallen jaren later werd de gezonken boot gevonden en naar boven getakeld en gingen de klokken weer terug naar de kerken waaruit ze gestolen waren. De Heerlense aannemer Peter Meulenberg, bijgenaamd ‘Klokken Peter’, was een nazi tot in iedere vezel en had eind 1942 maar één missie: zoveel mogelijk kerkklokken naar Duitsland brengen. De Limburger verongelukte in 1970. Zijn riante villa werd daarna meteen door een makelaar te koop gezet. ‘U moet de sfeer zelf komen aanschouwen!’ stond er te lezen in de verkoopadvertentie. In zes maanden tijd verloor Nederland de helft van haar kerkklokken. Het koper en het tin werden omgesmolten in Hamburg om te worden gebruikt voor oorlogstuig. Op het platteland begroeven gelovige boeren de klokken op hun akkers. Zo waren ze de Duitsers te slim af. De eerste 3000 kilo zware geroofde klok was overigens een geschenk van NSB-leider Anton Mussert aan Nazi-kopstuk Herman Goering. Dat gebaar deed hij al in juni 1940 tijdens een partijbijeenkomst in het Gelderse Lunteren.

Ook Velden kent zijn eigen ‘klokkenverhaal’. In november 1942 werd aangekondigd dat de kerkklokken zouden worden gevorderd. In de grote toren van de Veldense kerk hingen er drie, waarvan de oudste en grootste uit het jaar 1419 stamde. Een kleinere klok dat in het daktorentje hing werd geconfisqueerd door de al eerder genoemde ‘Klokken Peter’.  De grote klok werd voorzien van de letter ‘M’. Deze letter stond voor ‘Monumentenzorg’ en had daardoor een beschermde status. De twee andere klokken stonden maandenlang in het kerkportaal, waarna ze alsnog werden weggehaald. Maar voordat ze werden weggehaald hadden enkele jongens van Handrie Martens een klepel eruit hadden weten te halen en deze bij ‘D’n Ossenberg’ onder grond stopten. Na de bevrijding kwam de verroeste klepel weer tevoorschijn.

Pierre Schattefor

Maar nu het verhaal over hoe vijf Veldense jongens en een onderduiker uit Eindhoven, die samen het klokje van het kapelletje van Genooi hadden gered. Dat waren Pierre Schattefor, Piet en Harry Holthuizen, Jacques Buskes en Jan Jagt. Zij woonden allemaal in de nabijheid van het huidige Taurus in buurtschap ‘De Krosselt’. De onderduiker uit Eindhoven heette Wim van de Loo.  We krijgen wat knipsels onder ogen van Thomas Schattefor, een zoon van Pierre. Thomas woont tegenwoordig in het huis waar hij is opgegroeid. “Die jongens, vrienden van elkaar, waren amper twintig jaar oud. Ze vonden de oorlogstijd vooral spannend en zagen niet altijd het gevaar van wat ze deden. Er was een avondklok. Pap vrijde in het dorp en om de Duitsers te ontlopen fietste hij op woensdagavond, de vaste vrijersavond, zonder licht weer naar huis.” 

Het klokkenavontuur vond plaats in de nacht van 12 op 13 augustus 1943. De zes slopen, gewapend met gereedschap en een dik touw, langs bospaadjes van ‘De Krosselt’ naar ‘Genooi’, een tocht van een klein halfuurtje. De maan stond aan de hemel en lange schaduwen achtervolgden de zes onverschrokkenen op hun tocht.  Aangekomen bij de kapel klommen Pierre, Jacques, en Piet op het platte dak van de sacristie. Het dak van de ronde uitbouw bleek echter zeer steil. Het leien dak was verraderlijk glad. Er zat voor Pierre niets anders op om in de zinken dakgoot te stappen. Zijn sokken bleven om de haverklap aan de spijkertjes, waaraan de leien platen zaten, haken. Het geronk van Engelse vliegtuigen, onderweg naar het Roergebied, kwam steeds naderbij. Boven op de nok wierp Pierre vervolgens het touw naar Piet, zodat hij zijn kompaan omhoog kon hijsen. Met z’n tweeën wisten ze de vastgeroeste moeren los te wrikken en moesten ze oppassen dat de klepel niet tegen de klok sloeg. Het waren spannende en vooral zenuwachtige momenten. Even werden ze gestoord door een buurman die naar buiten was gekomen om naar de overvliegende vliegtuigen te komen kijken.

We lezen: “Hoe kregen ze de klok naar beneden? De ruimte tussen de houten steunen bleek te smal. Piet vroeg aan Pierre hoe het ding er dan in ’s hemelsnaam ingekomen kon zijn, waarop deze droog opmerkte dat de toren wel rondom de klok zou zijn gebouwd. Inderdaad leek het zo. Nergens een opening, groot genoeg om de klok door te laten. Overal tien centimeter te smal.”

Toch ontdekte Piet dat een steunpilaartje wat speling had. Zo kon de klok alsnog uit de toren worden getild. Bij het naar beneden laten zakken, werden enkele leien beschadigd. Het kon niet anders. Beneden werd de klok onder een berg bladeren verstopt om ze een dag later in ‘De Weerd’ tussen het dichte struikgewas te verbergen. Daar bleef ze tot na de bevrijding.

Thomas Schattefor tenslotte: “Mijn vader heeft dit verhaal talloze malen verteld. Ik moet er niet aan denken wanneer deze expeditie verkeerd was afgelopen, zeker omdat er ook een onderduiker in hun midden zat…” 

(Diverse bronnen, waaronder het Dagblad voor Noord-Limburg, februari 1947, het jaar dat Jan van der Hoorn na protesten tot winnaar van de Elfstedentocht werd uitgeroepen. Het ijs was zeer slecht en het was ijs- en ijskoud, waardoor slechts weinigen de barre tocht wisten te volbrengen. De eerste vier, onder wie de aanvankelijke winnaar Jan Bosman, werden na protesten uit de uitslagen geschrapt).


De Halte XXL van woensdag 6 juli 2022 - Watertoren in Egypte

 - door Sef Derkx - 

We waren in Egypte. Let wel, het buurtschap Egypte bij Tegelen. De busreis naar de  halte Sint-Annastraat duurde dus relatief kort. We wilden graag eens van dichtbij de rijksmonumentale watertoren zien. De Koude Oorlog heeft al lang onze interesse en in die periode van collectieve angst was de toren een observatiepost, vanwaar het luchtruim werd afgespeurd naar binnendringende Russische vliegtuigen. Agent 007 in Tegelen, zogezegd.



Foto bouw watertoren, in: Mooi Limburg, 23 oktober 1937 (gevonden via www.delpher.nl)

De gemeenteraad van Tegelen besprak op 25 september 1936 een gewichtige zaak. Op de agenda stond de bouw van een watertoren. In Tegelen werd per dag en per inwoner 120 liter water verbruikt.  Een watertoren betekende een forse investering,   maar daarmee zou voldoende capaciteit gewaarborgd zijn voor decennia. De raad ging akkoord, gekozen werd voor een watertoren met uitkijkplatform. 

Bouw watertoren (collectie Heemkundige Kring Tegelen/met dank aan Jos Wolbertus)

Met de bouw naar een ontwerp van ir. Noorman uit Amersfoort was een bedrag van ruim 38.000 gulden gemoeid. Tijdens de bouw gebeurt er een akelig ongeluk. In de zomer van 1937 passeren dagelijks door het Rode Dorp paard en wagens met lange ijzeren staven voor de bewapening. Op 27 augustus raakt een kind van drie onder de wielen van een kar. Het armpje van het kind wordt verbrijzeld en is niet meer te redden, het wordt in het ziekenhuis geamputeerd.

 

De nieuwe watertoren was in 1938 onderwerp van een 1-aprilgrap. Daags tevoren meldt de Nieuwe Venlosche Courant dat het bouwwerk uit het lood stond. De drooglegging van een nabijgelegen moeras zou er de oorzaak van zijn. Het rechtzetten werd door Defensie uitgevoerd met ‘gelatine-dynamiet’. De krant adviseerde omwonenden om vanwege de verwachte schokgolf ramen en deuren open te zetten. Hoeveel mensen erin zijn getrapt, is onbekend. In ieder geval zal er hartelijk om zijn gelachen. Medio april 1938 kon het gemeentebestuur trots melden, dat er met succes was proefgedraaid: ‘Menschelijkerwijze gesproken kan Tegelen thans niet meer zonder water komen te zitten. Niet alleen omdat er voor voldoende voorraad gezorgd is, maar ook omdat alle maatregelen genomen zijn om te voorkomen, dat een storing in het bedrijf ernstige gevolgen zou kunnen hebben.’

Watertoren in 2019 (foto Marcel Hectors)

De achtzijdige en ruim 32 meter hoge watertoren in Egypte heeft sinds 2002 een rijksmonumentale status. Waarom een rijksmonument? Het is een gaaf voorbeeld van traditionalistisch bouwen. Dit type watertoren is zeldzaam. Bovendien is de economisch-historische waarde hoog. De toren was van belang als onderdeel van de watervoorziening. Wat eveneens meespeelde was het interieur. Dit is grotendeels bewaard gebleven. Het karakteristieke gebouw is al een jaar of tien eigendom van de sociale onderneming Rendiz. Er zijn interessante, deels gerealiseerde plannen voor de toren. Horeca met terras op de begane grond, kantoren in de verschillende verdiepingen en... bovenop een uitkijkpunt. Net zoals ten tijde van de Koude Oorlog.

Tijdens het bezoek aan de watertoren, viel een ons deze inscriptie op, die kunstig gekerfd was in het beton. Het is een herinnering aan werkzaamheden in het jaar 1985, waarin onder meer het waterreservoir van een kunststof deksel werd voorzien om te voorkomen dat uitwerpselen van vogels in het water zouden komen.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.


maandag 4 juli 2022

Van nul tot nu van woensdag 29 juni 2022 - Staatse en Spaanse overheersing van Venlo

 - door Albert Lamberts -

In de vorige blog schreef ik dat Venlo de poorten voor Willem van Oranje gesloten hield, ondanks driemaal het prinselijk verzoek aan de regenten van de stad om zich bij hem aan te sluiten in zijn opstand tegen Alva. Die zou de bevolking in de gewesten onderdrukken en te zware belastingen opleggen. De strijd tegen Alva werd echter allengs een strijd tegen het Spaans-Habsburgse gezag. De onverzoenlijke taal van Karel V en later van zijn zoon Philips II tegen de ketters – mensen, die de hervormde religie omarmden - en de wrede executies van de hervormden zetten kwaad bloed.

In Venlo had zich al vrij snel na Luthers presentatie van zijn 95 stellingen in Wittenberg de eerste predikant gemeld. Niet dat hij met open armen werd ontvangen; hem werd een boete opgelegd en de tong doorstoken, maar in de jaren daarna bleven de onvriendelijkheden tussen katholieken en protestanten ‘beperkt’ tot treiterijen en verbanningen.

Oranje werd in 1572 de toegang tot Venlo ontzegd, maar enkele jaren later maakten de Staatsen zich meester van de stad. Zowel volgens de geschiedschrijver Keuller in 1843 als zijn ‘collega’ Uyttenbroeck zo’n kleine zestig jaar later losten Staatse en Spaanse overheersing zich in Venlo in hoog tempo af, maar onduidelijk is wie precies wanneer de stad aan zich onderwierp. Feit is, dat de troepen van Oranje in 1578 en in ieder geval (nog?) in 1582 in Venlo de lakens uitdeelden. Zodoende sloot Venlo zich ook aan bij de Unie van Utrecht in 1579, een Staats verbond tussen de noordelijke provincies. (In 1979 gaf de Koninklijke Nederlandse Munt een speciale rijksdaalder uit om de sluiting van dit verdrag te herdenken).

De Staatse bezetting pakte voor Venlo niet goed uit. Aanvankelijk wist men door overleg nog netelige situaties te bedwingen, maar allengs groeide de wederzijdse irritatie. Zo werd in 1578 bijvoorbeeld de pastoor, Venlonaar Petrus Hoich, in hechtenis genomen, werden de Kruisheren verdreven en werden nonnen van klooster Mariaweide overgeleverd aan den predikant om geprotestantiseerd te worden. In de Kroniek van het klooster in de Oode (Genooi) wordt het lot beschreven van de zusters Annunciaten, die in hun klooster in Genooi hadden gehoopt de Staatse furie te ontlopen. 

Uit de kroniek: … Anno 1582: op Sinte Lambertusdach… (Archief Albert Lamberts)

De kroniek vermeldt: Maer deze kercke heeft niet langher gestaen dan omtrent 52 oft 53 jaren. In welcken tijt den criegh hier in Gelderlant van de geuzen oft ketters (in plaats van het woord ongelovighe, dat was doorgestreept) teghen het herlich catolijcke gelooft begonst ende ook seer voortgegaen is. Also datter veel cloesters verdestruineert sijn. Anno 1582 op Sinte Lambertus dach (17 september) sijn de ketters vol deze stat Vendelo (die welcke van te voren gues (Staats) geworden was) gecomen, ende hebben de voorseijde (voornoemde) kerck met geheel clooster in brant gestoken.

De wraakzuchtige legers van Oranje namen met vernieling, brandstichting en plundering geen genoegen. Nog even de kroniek: Sommige (zusters) trocken ze doeken vant hooft, ende de voorschot vant lijf, ende lietense soo gaen, ende soo quamense in de stad van Vendelo.

In zijn geschiedschrijving over deze gebeurtenis voegde stadsarchivaris Michels er in 1917 aan toe: De uitgezonden soldaten joegen de zusters weg, na haar de doeken van het hoofd en de rokken van het lijf gerukt te hebben en haar met schande overladen te hebben. Alles wat zich in het klooster bevond werd een buit van den roofgierigen troep. De gebouwen werden aan de vlammen prijs gegeven.

Dat was in 1582. Twee jaar later werd Willem van Oranje in Delft doodgeschoten. Hij hoefde niet mee te maken, dat Venlo weer in Spaanse, Koninklijke, katholieke  handen kwam.

De hertog van Parma dook in 1586 met zijn troepen op voor de muren van Venlo, dat zich direct gewonnen gaf (Uit: Venlo binnen en buiten zijn muren. Uitgave Dagblad voor Noord-Limburg, 1984).

De Venlose burgers waren het bloedvergieten, plunderen, brandschatten en God weet wat nog meer, moe en toen de Hertog van Parma zich in 1586 voor de muren van Venlo meldde gaf de stad zich zonder slag of stoot gewonnen.  Op 28 juni 1586 werd het Verdrag van Capitulatie of Overgave der stad Venlo aan Alexander Farnesius, Hertog van Parma, gesloten.