donderdag 28 mei 2020

Plaats van herinnering (1)

(door Sef Derkx)

De binnenstad van Venlo lag in het bevrijdingsjaar voor een belangrijk deel in puin, hetzelfde geldt voor Blerick. Na het puinruimen begon de wederopbouw, waarbij gehinkt werd op twee gedachten. 
Puinruimen in de Nassaustraat, op de achtergrond de Minderbroederskerk nu Jongerenkerk, zomer 1945 (met dank aan Piet Braem)

Velen waren het er hartstochtelijk met elkaar over eens, dat het nieuwe Venlo qua stijl en uitstraling moest aansluiten bij het deel van de historische binnenstad, dat gespaard was gebleven. De handhaving van het bestaande, deels middeleeuwse stratenpatroon was eveneens een uitdrukkelijke wens. De landelijke overheid zag Venlo als schakel in het internationale verkeer over de weg en het spoor. De stad moest worden ontsloten, was het devies. 

 Verbreding van het viaduct in het kader van het Brugplan (met dank aan Piet Braem)
Stedenbouwkundige Jos Klijnen was de supervisor van het ambitieuze Brugplan (bron: Wikipedia) 

Met het zogenaamde Brugplan, een verbinding tussen de stations van Venlo en Blerick, werd dit gerealiseerd. Het ambitieuze, moderne stedenbouwkundige plan voorzag onder meer in een modern station, nieuwe Maasbruggen, een verbreed viaduct, rotondes, brede singels en een ruime toegang naar de stad aan de zuidzijde van de Vleesstraat. Bij de wederopbouw is stedenbouwkundig dus zowel achterom als vooruit gekeken. 


Portiekflats van Ben Hendrix aan de Nassaustraat (foto Sef Derkx)


Wederopbouwpand met winkels en appartementen van Baer Sorée aan de Parade (foto Sef Derkx)

Hoewel de naoorlogse architectuur tot het DNA van de stad hoort, wordt er weinig betekenis aan gehecht. Ten onrechte. Landelijk gezien is Venlo een interessante wederopbouwgemeente. Twee voorbeelden van monumenten uit deze belangrijke periode zijn de portiekflats van architect Ben Hendrix aan de Nassaustraat en het winkelpand met bovenwoningen van Baer Sorée aan de Parade, dat momenteel wordt verbouwd. Waarom lichten we juist deze twee eruit? Het complex van Sorée en de flats van Hendrix verrezen op de plek, waar tot in het najaar van 1944 het Rembrandttheater had gestaan. 

Hulpverleners op de nog rokende puinhopen van het Rembrandt
theater (uit: Oorlog en Herstel in Noord-Limburg)

Op vrijdag 13 (!) oktober 1944 vindt een geallieerde luchtaanval plaats op de Maasbruggen. Die blijven gespaard, de bommen vagen een deel van de binnenstad weg. In totaal zijn er 59 dodelijk slachtoffers, veel mensen raken gewond of  zijn dakloos. Bij het eerste bombardement krijgt het Rembrandttheater de volle laag. De schouwburg en bioscoop worden in luttele minuten tijd tot een puinhoop. De plek aan de toegang tot de Venlo binnenstad is een lieu de memoire, een plaats van herinnering. Herinneringen die als de slinger van een uurwerk uitslaan, van vrolijk naar triest.

Venlosche Courant, 27 juli 1895 (gevonden via www.delpher.nl. met dank aan Maaike Napolitano)


Venlosche Courant, 18 januari 1896 (gevonden via www.delpher.nl. met dank aan Maaike Napolitano)

We gaan naar de zomer van 1895. Op 27 juli van dat jaar meldt de Venlose Courant dat Stoombierbrouwerij De Zwarte Ruiter uit Maastricht start met de bouw van een café met kasteleinswoning aan de Keulsepoort. Destijds werd dit gedeelte van de huidige Parade gerekend tot de Keulse Poort. ‘Het zal een prachtig gebouw worden en reeds den 1 Dec. e.k. moet het gereed zijn.’, meldt de krant. Ruim een maand later dan gepland, op zaterdag 18 januari 1896, opent het etablissement zijn deuren.

Prentbriefkaart 'Groet uit Venlo Keulsche Poort' (collectie Sef Derkx)

De  in 1874 door vier Maastrichtse broers Rutten gestichte brouwerij De Zwarte Ruiter is een bedrijf, dat van meet af aan grote ambities heeft. De brouwerij brouwt ondergistende bier: münchener en pilsener. Aanvankelijk wordt het gelagerd in de Sint-Pietersberg. Na enige jaren investeren de broers in kunstmatige koeling, waarmee De Zwarte Ruiter opnieuw een voortrekkersrol speelt.

Reclame-uitingen De Zwarte Ruiter (particuliere collectie)  


Prentbriefkaart met Maastrichts Bierhuis, circa 1905 (particuliere collectie)


Bier brouwen is één, je moet er natuurlijk ook zorgen dat het gedronken wordt. Om dit te bewerkstelligen voert De Zwarte Ruiter een sterk expansiebeleid. In veel Nederlandse steden komt een Maastrichts Bierhuis, zo ook in Venlo. Liefhebbers van  ondergistend bier, overwegend jonge consumenten, kunnen in een originele ambiance genieten van een koel glas. Ouderen zullen het Venloos bier trouw gebleven zijn uit de brouwerij La Belle Alliance, De Liefde of De Hoepel. Op zomerdagen liep men even de brug over naar De Staay, een brouwerij en herberg op de westelijke Maasoever. De Zwarte Ruiter overtreft echter qua productie alle Venlose brouwerijen. Voor de Eerste Wereldoorlog wordt  jaarlijks 23.000 hectoliter gebrouwen, waarvan ongeveer driekwart buiten Maastricht in door dorst gekwelde keelgaten verdwijnt. In de oorlogsjaren 1914-1918 ontstaat een gebrek aan grondstoffen, het bedrijf komt in financiële problemen en leent grote sommen geld. Een debacle is onafwendbaar.

In 1923 wordt De Zwarte Ruiter overgenomen door Heineken. De naam Maastrichts Bierhuis verdwijnt in Venlo, voortaan heet het etablissement Monopole. 

Een echo van de naam Maastrichts Bierhuis blijft, blijkt uit een anekdote van Rob Bucholz: 'Mien vader had 't vruuger dökker euver Pietje Bekäök van ’t Alt Mestreechs Beerhoes. Det  krege we te huure as we iets vraoge euver emus, wao hae gen antwoord op woel gaeve. In de zin van: 'Pap, wae is det?' Hae zei dan: 'Jao, Pietje Bekäök van ’t Alt Mestreechs Beerhoes.'

Nieuwe Venlosche Courant, 9 februari 1925 (gevonden via www.delpher.nl. met dank aan Maaike Napolitano)

Prentbriefkaart Keulschepoort, circa 1925, met zicht op zijgevel Pollak Theater in de Nassaustraat ( collectie Sef Derkx)

Acht jaar na zijn komst naar Venlo opent in 1925 de uit Servië afkomstige Jean Pollak een theater aan Nassaustraat. ‘De ingang heeft plaats,’ lezen we in de Nieuwe Venlosche Courant van 9 februari 1925, ‘door het tegenwoordige café Monopole, eertijds de Zwarte Ruiter.’ Het bestaande café en de nieuwe theaterzaal vormen een geheel. Naar verluidt zou Pollak een grote erfenis hebben gekregen. Die investeert hij in de verwezenlijking van een lang gekoesterde droom: een eigen schouwburg. Eind augustus 1925 bezoekt een gunstig gestemde redacteur van de Nieuwe Venlosche Courant het gebouw. Hij is vol lof: ‘We waren dezer dagen in de gelegenheid eens een kijkje te nemen in het nieuwe schouwburggebouw aan de Nassaustraat hoek Keulsche Poort. We hebben verbaasd gestaan over deze grootsche inrichting, waardoor Venlo een gebouw rijker wordt, waarin de beste vertooningen, zelfs opera's, tooneeluitvoeringen, concerten enz. onder de meest gunstige omstandigheden kunnen plaats hebben.’


Het gebouw - naar een ontwerp van de architect Albert Otten - is strak, zakelijk en functioneel. De akoestiek is perfect door de trechtervorm van de zaal en de verlichting kan vanuit één paneel worden bediend. Het is mogelijk om het toneel in een handomdraai om te bouwen tot een podium met orkestbak. De zaalstoelen kunnen onder het podium worden geschoven, waardoor ruime balzaal of vergaderruimte ontstaat. Het verwarmingssysteem is ook nieuw voor Venlo: in de zomer blaast het koele lucht het theater in. Een voorloper van de airco dus. Het is de bedoeling van Pollak: ‘te zullen zorg dragen, dat in het gebouw geregeld zullen worden gegeven goede tooneelvoorstellingen, variété's, operettes, cabaret, concerten enz., terwijl eveneens geregeld bioscoopvoorstellingen zullen plaats hebben’



Nieuwe Venlosche Courant, 4 en 5 oktober 1925 (gevonden via www.delpher.nl met dank aan Maaike Napolitana) 
De opening vindt plaats op zondag 4 oktober 1925. Eerst is er een receptie voor genodigden, vervolgens een optreden van het vocaal gezelschap Sixtijnse Kapel uit Rome. Kapelmeester Carl Lenders heeft een speciale openingsmars gecomponeerd, getiteld 'Vivat Pollak-Theater'. De toeloop van belangstellenden is zo groot, dat de politie de menigte in bedwang moet houden. Pollak is zo kien om op de openingsdag te laten filmen. De beelden zijn bewaard gebleven in de collectie van Beeld & Geluid: https://www.youtube.com/watch?v=bbsnRuaLEo4.


Stills uit filmverslag opening, 1925:



Zijgevel Nassaustraat in de stijl van de architectuur van De Amsterdamse School
Eigenaar J. Pollak
Zoon van eigenaar Pollak
Artistiek directeur Sef Cornet

(wordt vervolgd).
Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

Don Camillo in ‘t Kerkepäörtje - De Halte XL van woensdag 27 mei 2020


(door Sef Derkx)

Drukte in de 'Duitse hook', 17 mei 2020 (bron venlonieuws.nl)

De zondag, waarop iedereen in rep en roer raakte door de overvolle winkelstraten, waren wij ook in de Venlose binnenstad. Op korte afstand van de kooptoeristen. In ’t Kerkepäörtje was het paradijselijk rustig. De anderhalve meter was geen enkel probleem, een enkele passant liep groetend op gepaste afstand voorbij. ‘t Kerkepäörtje is de autoluwe verbinding tussen de Grote Kerkstraat en de Prinses Beatrixstraat. 


Paradijselijke rust in 't Kerkepäörtje, 17 mei 2020 (foto Sef Derkx)

Wanneer er een Top Tien gekozen wordt van aantrekkelijke plekken in hartje stad, gooit het binnenstraatje langs de Martinusbasiliek hoge ogen. Het lijkt wel een filmdecor, je zou er zo Don Camillo tegen het lijf kunnen lopen. ’t Kerkepäörtje was tot in de jaren zestig een enclave, het had een status aparte. De kapelaans en koster woonden er in statige panden, die rond 1900 waren gebouwd in een traditionele stijl. Antares heeft de woningen gekocht, opgeknapt en gesplitst in appartementen. Een beetje weggedrukt in een hoek en terugspringend uit de rooilijn ligt een architectonisch pareltje. Het voormalige repetitielokaal van het kerkkoor, is in 1923 gebouwd naar een ontwerp van architect Jules Kayser in de stijl van de Amsterdamse School. Nu dient het tot woning.




Het voormalig oefenlokaal van het zangkoor (foto Sef Derkx)\

Stadsarchitect Jules Kayser (particuliere collectie)

’t Kerkepäörtje is eeuwenlang het kerkhof geweest van Venlo, in 1635 werden er op kosten van de stad roosters gelegd zodat varkens die vrijelijk rondliepen door de straten, er de grond niet konden omwoelen. 
Detail kaart Cornelis Lowijs, 1677. Sint-Martinuskerk met stadstoren, ten zuiden ervan het kerkhof met het lijkenhuisje (uit: Duizend jaar Sint-Martinusparochie)

Eind juli 1796, Venlo was inmiddels een Franse stad geworden, werden op bevel van de bezettende overheid alle grafmonumenten platgelegd. De consternatie zal groot geweest zijn. In de dagen die volgden werd zand aangevoerd en uitgespreid over het kerkhof. Zo ontstond een kraal voor ossen en runderen, bestemd voor de vleespotten van de Franse troepen aan de Rijn. Knarsetandend volgden Venlonaren de ontheiliging van hun kerkhof. 




Grafmonumenten in 't Kerkepäörtje (foto's Sef Derkx)

Bij grondwerkzaamheden in 1910 werden enkele beschadigde grafkruisen van hardsteen teruggevonden. Ze dateren uit de zeventiende eeuw, een is mogelijk zelfs vijftiende-eeuws. De kruisen zijn gelukkig niet hergebruikt of nog erger, weggegooid. Ze werden ingemetseld of tegen de kerkmuur geplaatst. 

Grafzuil van pastoor-deken Karel Schrijnen (foto Sef Derkx)

Onlangs is er een grafmonument bijgeplaatst en wel dat van Karel Schrijnen (1797-1870). Vanaf 1854 tot aan zijn dood was hij pastoor-deken van Venlo. De conservatieve Schrijnen vervolgde te vuur en te zwaard de vrijmetselaars in Venlo. Ook de in 1842 opgerichte Sociëteit Jocus was de katholieke leidsman een doorn in het oog. Als dam tegen de poel des verderfs die de vastelaovend was, organiseerde Schrijnen in een soort van estafette onafgebroken gebedsdiensten van veertig uur. 

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.   

woensdag 27 mei 2020

Sacrale schuilplek tegen rampspoed

(door Pieter Duijf)

Het is stil op straat op deze doodgewone doordeweekse middag. Het lijkt wel op een vroege zondagochtend. Onderweg zien we slechts een enkele fietser, een groepje wandelaars en wat hardlopers onder een strakblauwe lucht zonder vliegtuigstrepen. We komen voorbij het dal van de kalm, welhaast meditatief voortkabbelende Aalsbeek in buurtschap Nabben. Het landweggetje langs het spoor leidt ons naar het Kapelletje van Gelöe, het einddoel van onze fietstocht. Het is een bekende sacrale plek aan de noordgrens van Belfeld. Op de bank in het plantsoentje zit een man in gedachten te prevelen. Zijn hond dartelt om hem heen.



Al in de zeventiende eeuw stond er al een kapel van O.L. Vrouw in Alle Nood in buurtschap Gelöe (‘Ghen Loee’). In 1866 moest het gebouwtje wijken voor de spoorlijn. Machinisten lieten volgens de overlevering de trein soms stoppen omdat ze rondom de plek van het afgebroken kapelletje een merkwaardig licht ontwaarden. Nadat het nieuwe Mariahuisje in 1868 was voltooid zijn de lichten nooit meer gezien. In 1938 kwam er een nieuw en groter bakstenen gebouwtje. Een bombardement vaagde het kapelletje weg, alleen het Mariabeeldje bleef vrijwel ongedeerd. Dat laatste werd door gelovigen als een wonder opgevat. “Maar hout kan in tegenstelling tot gips wel tegen een stootje,” zegt Wim van Diepen van de Werkgroep Kruisen en Kapellen Belfeld. In juli 1977 het eikenhouten beeld ontvreemd. Het werd vervangen door een in Kevelaer gekocht beeld. In 1980 werd het originele genadebeeld teruggevonden in de buurt van Thorn en is tegenwoordig veilig opgeborgen in de plaatselijke Urbanuskerk.


In het bidhuisje straalt het beeld van Maria in een feeëriek glanzende gloed van kaarslicht. Ook liggen er doorgaans bloemstukken en -kransen, daar neergelegd na een uitvaart. Achter in de kapel flonkeren de dikkere noveenkaarsen, ofwel de negendagenbranders. “We hebben er een extra standaard bij moeten zetten, zo veel worden er de laatste tijd opgestoken. De mensen willen Maria kennelijk toch omkopen,” glimlacht Luus Kurstjens. Luus is dagelijks enkele malen aanwezig op de bedevaartplek en zorgt dat het interieur er steeds pico bello uitziet. De maand mei is aangebroken en dan is de aanloop sowieso groter dan gewoonlijk. 



Luus Kurstjens (foto Lé Giesen)

Door het ronddolende en vooralsnog ongrijpbare COVD-19 spook zal de toevlucht naar verwachting de komende tijd alleen maar toenemen. Er is zelfs een dikker boek voor intenties aangeschaft, waarin bezoekers strofen of zelfs hele brieven van hoop, troost en dank kunnen optekenen. Teksten als “Sta ons gezin bij in deze moeilijke tijd!”, “Breng mijn oudste zoon weer thuis!” en “Dat het virus maar snel weg mag gaan!” spreken boekdelen.  Het bedehuis, een schuilplek als het ware tegen rampspoed, gaat iedere dag bij zonsopgang open en gaat tegen zonsondergang weer op slot. Tot en met het einde van deze maand wordt er iedere dinsdagavond vanaf 19 uur de rozenkrans gebeden…

Eelt op de knieën van het bidden

(met dank aan: 4 Maaie Komitee Blauhûs/Sicco Rypma en aan Herm Roebbers)

Op 18 januari 1945 kwamen ruim zeventig evacués uit Venlo in het Friesje plaatsje Blauwhuis aan. Ze bleven er tot in mei van het bevrijdingsjaar.  Via deken Jos Spee contact kreeg ik eind 2019 contact met Sicco Rypma van het 4 Maaie Komitee Blauhûs. Hij beschikte over een doorslag van een overzicht met de namen van de gastgevers en van de evacué(e)s. Het is een getypt document met correcties in handschrift, dat de geboortedata of leeftijden vermeldt, soms de burgerlijke staat en tot slot een nummer waaronder ze zijn opgetekend in het register van evacué(e)s. 


De plaatsnaam Venlo is zes keer genoteerd in 1945, heeft de ambtenaar het daar maar bij gelaten? Achter Blauwhuis staan de vluchtelingen die in het nabijgelegen dorpje Wolsum zijn opgenomen. Via Floddergats en de Floddergatsblog en later Nedinscoplein van Omroep Venlo, is en poging ondernomen Venlonaren te traceren, die op de lijst staan.

De gedachte was om rond 4 en 5 mei 2020 een samenkomst in Blauwhuis te organiseren van families van de evacués en van de gastgevers. Maar toen kwam corona en dus ging de reünie in het hoge, gastvrije noorden niet door. Als alternatief werd een boekje samengesteld over de Tweede Wereldoorlog in Blauwhuis, met aandacht voor verhalen van evacués. Hierbij het wedervaren van het gezin Roebbers. Dank vanuit Venlo naar Blauwhuis, dank aan Sicco Rypma 

Gezicht op Blauwhuis, foto Jaap Tiedema

De Tweede Wereldoorlog? Nee, daar werd bij de familie Roebbers thuis nauwelijks over gesproken. Tot zoon Herm in 2019 op vakantie in Friesland Blauwhuis op een bord zag staan. Het is de naam van het dorp waar zijn ouders en zus het einde van de oorlog doorbrachten.

“Mijn vrouw en ik waren met kennissen uit Leeuwarden onderweg naar het skûtsjesilen”, vertelt Herm Roebbers. “Onderweg zag ik Blauwhuis op een bordje staan, er ging meteen een lampje branden. Dit is het dorp waar mijn ouders en oudste zus Yvonne de hongerwinter hebben doorgebracht. We reden door, maar de volgende dag kwamen we opnieuw voorbij die afslag. Toen besloot ik op onderzoek uit te gaan naar mijn familieverleden. Wat ik weet over die tijd is dat mijn moeder altijd zei dat ze eelt op de knieën had van het bidden. Daarom begonnen we bij de kerk, maar bij het gietijzeren hek konden we niet verder. Ik vind het heel bijzonder: ik was nu heel dichtbij de plek waar mijn ouders ooit waren. Nu wilde ik er meer van weten ook! Onze kennissen waren ondertussen op straat aan de praat geraakt en kregen het advies: ga naar Sicco Rypma, hij weet vast meer.”

Reim en Fried Roebbers-Vervoort op hun trouwdag, 21 april 1941

Zeventig evacués uit Venlo
“Daar stonden we dan als vier wildvreemden op de stoep van meneer Rypma. Hij nodigde ons uit binnen te komen en vertelde dat er in januari 1945 ruim zeventig mensen uit Venlo op de vlucht voor het oorlogsgeweld naar Blauwhuis waren gekomen. Hij legde grote klappers op tafel en even later zag ik op een dun geel velletje papier allerlei bekende namen uit Venlo staan. Ik draaide het blaadje om en daar stonden de namen van mijn ouders. Even schoot ik vol… Mijn ouders bleken bij de familie Landman in Wolsum te hebben doorgebracht. De naam Landman kwam me inderdaad bekend voor. Mijn ouders en zus leven niet meer, maar mijn zus had een speciale band met de zoon van Landman, die ongeveer van dezelfde leeftijd was als zij. Ook mijn ouders zijn na de oorlog nog een keer terug geweest. Sicco gaf ons het adres van de boerderij en zo stonden we even later in Wolsum. De huidige eigenaar vertelde dat het pand er aan de buitenkant nog nagenoeg hetzelfde uitziet als toen. Hij verwees ons naar het dorpscafé waar op dat moment toevallig een expositie over oude gebouwen en boerderijen was te zien.”
Boerderij familie Landman in Wolsum, schilderij van Gerben Rypma (1878-1963)


Evacuéetje in Friesland Yvonne Roebbers was twee jaar. Tot groot verdriet van haar ouders moest haar lange haar er af vanwege luizen

Klem tussen Schotten, Engelsen en Duitsers
“In het café vielen de puzzelstukjes steeds meer op hun plek. Een kwieke 94-jarige Blauwhuister bevestigt het verhaal van mijn moeder en haar knieën: boer Landman was inderdaad zeer vroom. Gelukkig vertelde mijn moeder er ook altijd achteraan dat ze het ontzettend goed hadden in Friesland en niets te kort gekomen zijn. Aan het eind van die middag was ik zo overweldigd door alle verhalen dat ik de auto niet meer kon besturen. In maart werd in Venlo een indrukwekkend toneelspel opgevoerd in het kader van vijfenzeventig jaar vrijheid, waardoor ik letterlijk een beeld kreeg van wat er gebeurd is. Venlo kwam klem te zitten tussen het leger van de Schotten en de Engelsen aan de ene kant en de Duitsers aan de andere kant. Mijn vader zat tijdens de oorlog bij de vrijwillige brandweer en moet gruwelijke dingen meegemaakt hebben. Bij het laatste bombardement wilden de Engelsen een spoorbrug raken, omdat deze van strategisch belang voor de Duitsers was. Door het slechte weer kwamen de bommen terecht op het centrum van Venlo en stierven negentien burgers, waaronder de ouders van mijn vader. Hij heeft hier nooit over gesproken.”


Reageren? Stuur een e-mail naar Sef Derkx; floddergats@xs4all.nl.



De Sloopkogel - Waar zijn de glas-in-lood ramen van Jac.Vonk gebleven?


Dag Sef,

Bij deze weer een bijdrage. Ik verwonder me al jaren waar de glas-in-lood ramen van de bekende glazenier Jacques Vonk zijn gebleven. Ik vrees dat ze naar de puinplaats zijn gereden. 

Fijne dag.

Pieter Duijf 


De sloopwoede in Velden kent warempel geen einde. In 2016 en 2017 moest een handvol nog niet eens zo oude gebouwen eraan geloven. Beide basisscholen aan respectievelijk de Veerweg en de Schandeloseweg, sporthal De Visgraaf, de bibliotheek met leeszaal aan de Veerweg, kinderdagverblijf De Blokkendoos aan de Jan Verschurensingel en de kantine van voetbalclub IVO kregen te maken met de onverbiddelijke sloopkogel. Het is niet voor niets dat de lokale architect Frits Berden zich liet ontvallen, dat er bij zijn leven en welzijn al heel wat ontwerpen van zijn hand de tand des tijds niet hebben doorstaan.


Andreasschool Schandeloseweg, gesloopt. Op deze plek ligt nu het Voedselbos Velden


Bibliotheek met leeszaal, gesloopt


Kantine voetbalclub IVO, gesloopt


Miniatuur molen hoek Molendijk/Hasselderheidelaan, herinnering aan de molen van weleer


Sebastianusschool Veerweg, gesloopt


Sporthal De Visgraaf, gesloopt

Steeds minder herinnert in het dorp aan het verleden, ja enkele straatnamen verwijzen nog naar vroeger. In de Kloosterstraat is geen klooster meer te bekennen, aan de Molendijk staat nog een miniatuurmolen en dan hebben we nog de Schoolstraat zonder school.

De Schoolstraat loopt vanaf de Markt naar beneden richting het oude kerkhof aan de Kloosterstraat en loopt parellel aan de hoger gelegen Hogeweg. Officieel kende Velden tot 1955 geen officiële straatnamen. De huidige Schoolstraat heette voor die tijd Koestraat, maar er lag ook al een Koestraat in Arcen. Vandaar dat de Veldense variant geschrapt werd. De Koestraat werd dus de Schoolstraat en de toenmalige Schoolstraat werd omgedoopt tot Kloosterstraat, omdat aan die straat het in 1985 gesloopte St.Jozefklooster stond. In 1956 werd in de tegenwoordige Schoolstraat een nieuwe jongensschool in gebruik genomen. Met name pastoor Rob Linssen had zich sterk gemaakt voor de komst van een modern schoolcomplex.


Pastoor Rob Linssen


Hal Jongensschool met glas-in-lood-ramen van Jacques Vonk

De babyboomgeneratie was op stoom gekomen. Aannemer was de firma Stappers uit Arcen. Deze St.Andreasschool, de 166e nieuwe naoorlogse school in Limburg, was een ontwerp van de Maastrichtse architect Harry Koene(1908-1995), die aanvankelijk sterk was beïnvloed door de Bauhaus-architectuur. Opvallend zijn de grote hoge hal met daaromheen de 8 klaslokalen en de voorgevel, die iets kasteelachtigs heeft. De kelder wordt ingericht als schuilmogelijkheid tegen oorlogsgeweld.

De oude jongensschool aan de Kloosterstraat ging voortaan dienst doen als kleuterschool. Daar werden enkele lokalen bij elkaar getrokken om er een gymzaal van te maken. Deze kleuterschool is inmiddels ook niets meer over. Daar staat sinds een aantal jaren woonzorgcomplex De Vier Torens voor mensen met een beperking.


Oude jongensschool aan de Kloosterstraat werd in de jaren vijftig ingericht als kleuterschool met een gymzaal, rechts de onderwijzerswoning, op de voorgrond is nog net het dak van het Jozefklooster zichtbaar. Overbodig te vertellen dat deze panden ook zijn gesloopt


Kloosterstraat anno 2020 met links de Vier Torens

Na de oorlog is Koene vooral actief als kerkenbouwer en gaat hij samen met de beroemde Charles Eyck moderne godshuizen bouwen. In de oorlogsjaren kreeg Koene de opdracht tot het inrichten van een evacuatieplan onder en nabij de St. Pietersberg. Dit plan, een stad onder de grond met alle basale voorzieningen, bood een schuilplek voor ruim 47.000 mensen. In september 1944 maakten 8000 inwoners van Maastricht 10 dagen daadwerkelijk gebruik van deze onderduikmogelijkheid.

Buitengewoon interessant in de nieuwe jongensschool in Velden was het indrukwekkende ensemble van glas-in-loodramen in de al genoemde hal. Het grote raam in het midden stelde het leven van St. Andreas voor, terwijl de kleinere ramen de vier jaargetijden uitbeeldden. De ramen waren naar een ontwerp van glazenier Jacques Vonk(1923-2000), eveneens uit Maastricht. Vonk was ook verantwoordelijk voor de renovatie van de glas-in-loodramen van de kloosterkapel Mariaweide in Venlo. Het gehele complex werd in 1955-1956 onder leiding van architect Jules Kayser gerestaureerd.


Hoofdonderwijzer Jan Kroonenberghs
Een sportieve Meister Siem Kort


Meester Jan Koppers


Het onderwijsteam van de nieuwe jongensschool in 1955. V.l.n.r. Jan Kroonenberghs, Siem Kort, Piet van den Heuvel en Jan Koppers. Zittend: Bep Kroonenberghs)

Jacques Vonk werd opgeleid tot glazenier door Jos ten Horn aan de Jan van Eyck Academie te Maastricht. In totaal heeft Vonk circa tachtig glas-in-loodramen voor kerken/kapellen gemaakt, naast vele kleinere ramen voor particulieren. Bij de inventarisatie van monumentale glaskunst in Nederland is Vonk  opgenomen bij de tweehonderd meest gewaardeerde glazeniers uit de periode 1817-1968. Hij heeft een geheel eigen stijl, die het best tot uiting komt in kleine oppervlakten. Net als in zijn vrije werk is er sprake van een bijna naïeve, kinderlijke wijze van voorstellen. Zijn heiligen hebben een menselijk uiterlijk.

“Vonks werk spreekt vooral aan in de middeleeuwse, gerestaureerde kerken van Schinnen, Hoensbroek en Venlo. Hij is uniek in de wijze waarop hij op zijn eigen, schijnbaar eenvoudige manier, zeer complexe thema’s weergeeft. Ook spreken handgebaren een grote rol. De soms maniëristische wijze, namelijk uitgerekte lijven en ledematen waarop hij de figuren heeft weergegeven, ziet men in de Byzantijnse kunst terug,” stelt drs. M. Paris- van Kan in het boek 'Verstilde schoonheid van Limburg'.


Jacques Vonk met een aantal van zijn schilderijen

Fanmail kreeg Jacques Vonk o.m. van Bertus Aafjes, die in 1969 een kaart schreef nadat hij het kerkje in Hoensbroek had bezocht:

“Beste Jacques,

Met de dichter A. Roland Holst bezocht ik het kerkje in Hoensbroek en wij bekeken de ramen. Zijn mening…

“In geen jaren zag ik glas-in-lood ramen die ik met zoo diepe ontroering bewonderde en die mij tot in mijn hart zóó boeiden. Een volgende keer hoop ik u persoonlijk te ontmoeten. get. A. Roland Holst”

(Bron: Stichting Jacques Vonk)

In 1984-1985 werd de St. Andreasschool omgevormd tot gemeenschapshuis de Kiêsstolp. De naam is bedacht door Mia Hermkens-Billekens en Herman in ’t Zandt. Dat betekende ook het einde van de ramen van Jacques Vonk, die hoogstwaarschijnlijk hun weg vonden naar de puinplaats of zou er iemand van ht sloopbedrijf ermee vandoor zijn gegaan. Dan zouden we het nog onder de noemer kunstroof kunnen plaatsen. Er flikkert dus nog een sprankje hoop. Navraag bij de Stichting Jacques Vonk, die de nalatenschap van deze kunstenaar bewaakt, leert ons dat daar niets bekend is over diens Veldense schepsels, laat staan wat er na de verbouwing mee is gebeurd. 


Voorgevel Gemeenschapshuis De Kiesstolp, inmiddels ook gesloopt

Nadat het verenigingsleven in 2016 definitief zijn intrek had genomen in BMV de Vilgaard, werd het gebouw rigoureus met de grond gelijk gemaakt.

De Schoolstraat wordt gekenmerkt door een niet altijd op elkaar afgestemde bebouwing. Het is een afwisseling van rijtjeshuizen, laagbouw, enkele herenhuizen, boerderijen en bedrijven. In 2010 werd de uit 1847 stammende boerderij op Schoolstraat 11 afgebroken. Hier is onlangs een appartementencomplex verrezen. De boerderij op nummer 16(bouwjaar 1856) staat er nog wel. Ook verdwenen is het woonhuis met winkel en werkplaats van de legendarische fietsenmaker Aar Vermazeren, net als de bakkerij van Sraar van Adolf van den Hombergh(echtgenoot Dora) en de betonfabriek van Litjens op de plek waar sinds de jaren zeventig een woonerf is gelegen.


Betonfabriek Litjens. Boven is de Rijksweg zichtbaar. Op dit terrein zijn woningen gebouwd. Foto beschikbaar gesteld door Joep Litjens

Wie kan mij vertellen wat er met de mooie ramen van Jacques Vonk is gebeurd?

Reacties? Schrijf naar piedu12@yahoo.com.