- door Albert Lamberts -
De herdenking van tachtig
jaar bevrijding van Venlo is wat ondergesneeuwd door de vastelaovesconfetti en
overstemd door vastelaovesmuziek, maar er schijnt nog ‘ergens iets in het vat
te zitten’. Dat wachten we dan netjes af.
Tachtig jaar geleden werd Venlo op 1 en 2 maart bevrijd door een Amerikaanse eenheid, gekleurde soldaten onder bevel van de blanke kolonel Dahlia. De soldaten wisten niet wat hun overkwam dat de blanke bevolking hun als gelijkwaardig beschouwde, om nog maar te zwijgen van halfbloedkinderen, die enkele maanden na de bevrijding werden geboren, vooral in plaatsen waar de Amerikanen langdurig verbleven in hun oorlogskwartieren.
Verwoestingen aan de Grote Beekstraat in Venlo, gezien vanaf de Vleesstraat (foto collectie Albert Lamberts)
De bevrijding dus. Ondanks
een zwaar gehavende en geplunderde stad en ondanks de zware tol aan mensenlevens vierde Venlo zijn bevrijding. Natuurlijk
werd spontaan op straat gedanst en klonk al even spontaan het gezang. Misschien
wel het Wilhelmus of Venlo zô’n stad van Funs van Grinsven. Maar vieren in
lokaliteiten? Dat was nauwelijks mogelijk, want die waren er bijna niet meer.
De geallieerde bombardementen van oktober en november 1944 met het doel de
Maasbruggen te vernietigen, zodat de Duitsers geen nieuwe troepen en materieel
naar de bijkans bevrijde westelijke Maasoever konden brengen, hadden diepe
sporen nagelaten. Van de eertijds zo talrijk aanwezige etablissementen was
weinig meer over. Weliswaar had de bommenregen vooral langs de Maas zijn
destructief werk verricht, ook verder ‘landinwaarts’ was de nodige schade aangericht.
Een artikel in het Dagblad voor Noord-Limburg van september 1965 verhaalt: Iedereen was door het dolle heen omdat – eindelijk – het gehate juk van de vijand was afgeschud. Maar toch viel er na enige tijd een zwakke schaduw over die vreugde, immers waar was een lokaal waarin men eens gezellig over het wilde verleden kon klappen? De bommen hadden niets gespaard, zelfs niet de café’s en menigeen zal in die dagen wel eens over de Parade hebben gedwaald weemoedig kijkend naar de lege plekken waar vroeger de Venlonaren hun vertier zochten. Er moest iets aan deze noodsituatie gedaan worden.
Nu was het natuurlijk niet zo, dat Venlo compleet zonder horeca door het leven moest en uitgedroogd smachtte naar een pilsje, maar de mogelijkheden om gezellig aan een bar met elkaar van gedachten te wisselen waren toch beperkt. Daar moest iets aan worden gedaan en er werd ook iets aan gedaan. De hulp kwam uit Edam in de persoon van Netty Koenen, volijverig lid van de Rode Kruis Colonne, die direct na de oorlog in Venlo hulp kwam verlenen. Netty had weldra de pijn van de Venlonaren in kaart gebracht: een schrijnend manco aan horeca-gelegenheden. En al was het lenigen van die nood nou niet bepaald de eerste taak van een lid van de Rode Kruis Colonne, Netty liet er absoluut geen gras over groeien. Zij stapte kordaat naar majoor Boost, die namens het Commissariaat Noodvoorziening in Oorlogstijd wel het een en ander te zeggen had. Dat hier sprake was van noodvoorzieningen, was voor Netty evident.
Wordt vervolgd.
Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten