zondag 28 december 2025

De Halte XXL van woensdag 24 december 2025 - Struikelstenen

- door Sef Derkx/foto's Renier Linders -  

Lijn 83 zou pas over twintig minuten bij de halte aan de Bisschop Schrijnenstraat zijn, dus hadden we tijd om terug te gaan naar een bijzondere locatie. Een eindje verderop aan de Straelseweg, richting binnenstad. 

Voor het pand met huisnummer 132 zijn in april van dit jaar  struikelstenen onthuld ter nagedachtenis aan twee Joodse slachtoffers van de Holocaust: het echtpaar Moritz Levis en Lieselotte Levis-Oster. Voor de plechtigheid was dochter Inge vanuit Israël naar haar geboortestad gekomen. Het interview op straat, omringd en geborgen door een grote groep belangstellenden, was ontroerend.

Inge Meents-Levis (1938) vertelde liefdevol over haar ouders. Beiden waren doofstom, er werd gecommuniceerd in gebarentaal en mimiek. Ze begrepen elkaar perfect. Na de ceremonie knielde Inge bij de struikelstenen en legde haar handen erop. Ze fluisterde dat zij nu oud was en gauw bij hun zou terugkomen: ‘Dan zijn we weer samen, pappie en mammie.’  

Er zijn verhalen die nooit verloren mogen gaan. Omdat ze betekenisvol zijn en doorverteld moeten worden. Dit is zo’n verhaal.

Inge’s vader Moritz Levis was in 1934 uit nazi-Duitsland gevlucht. Hij had zich in Venlo gevestigd, zijn verloofde Lieselotte kwam een jaar later. Ze trouwden en kregen een kind dat kort na de geboorte overleed. In 1938 zag Inge het levenslicht. Het gezin betrok een woning aan de Straelseweg. Na de Kristallnacht voegde oma Berta Oster zich in de zomer van 1939 bij het gezin.

In het oorlogsjaar 1942 inventariseerde de dienst Gemeentewerken de huizen van joodse inwoners. De woning van Inge’s ouders werd gevorderd door een Rijksduitser. Het gezin Levis verhuisde met oma naar een huisje aan de Veldenseweg. Inge die vier jaar was, koestert mooie herinneringen aan de maanden daar.

Op 25 augustus 1942 sloeg het noodlot echter toe. Ouders, oma en Inge werden tot ontzetting van de buurt met een bus weggevoerd naar  Maastricht. Oma Berta werd door een Duitse vrouwelijke arts afgekeurd voor zogenaamde ‘dwangarbeid in het Oosten’. Ze mocht terug naar Venlo. Tegen alle instructies in gaf de arts even later door het raam de kleine Inge aan oma. Beiden overleefden gescheiden van elkaar in onderduik de oorlog. Ze werden herenigd in 1945 en woonden later samen in een flat aan de Craneveldstraat. Moritz en Lieselotte Levis zijn zes dagen na hun gedwongen vertrek uit Venlo bij aankomst in het vernietigingskamp Auschwitz vermoord.  

Dochter Inge heeft pas afscheid kunnen nemen van haar ouders op de dag dat hier hun struikelstenen werden onthuld. 

Reageren? Stuur Sef Derkx een email: floddergats@xs4all.nl.  

dinsdag 23 december 2025

1 januari 1926: 'Mooder Maas' kwam Nieuwjaar wensen

 - door Sef Derkx/foto's met dank aan Facebookgroep Groot Venlo van Arcen tot Belfeld -

Naast de deur van café De Witte aan de Parade zijn vier gevelstenen ingemetseld, die herinneren aan de wateroverlast in vervlogen jaren. Bovenin torent de steen die het waterpeil aangeeft dat in 1926 werd bereikt. In de vroege ochtend van nieuwjaarsdag 1926 sloeg Mooder Maas toe. In enkele uren tijd kwam het grootste gedeelte van de binnenstad blank te staan. Wie na een uitbundige viering van oud op nieuw nog met droge voeten was thuisgekomen, moet na het ontwaken aan zijn waarnemingsvermogen zijn gaan twijfelen. Toch was het geen zinsbegoocheling, maar werkelijkheid. Drievierde van de binnenstad stond onder water. ‘De Maas kwaam Niejaor winse’ werd een gevleugelde uitdrukking een eeuw geleden geleden. 

Gasthuisstraat

Niets wees er voor Kerstmis 1925 op dat weldra een ramp Venlo zou treffen. De Maas stond wel hoog door de aanhoudende regen, maar och dat stond de nog niet gekanaliseerde rivier ieder jaar. Wateroverlast in de lagere gedeelten van de binnenstad was ook niets bijzonders. Eigenlijk was het een soort van attractie. Er waren drie punten waar mensen gingen kijken naar het schouwspel van opkomend water uit rioolputten: aan de Geldersepoort, op de Parade ter hoogte van de Lohofstraat en bij het Romerhuis aan de Jodenstraat. Daags voor Kerstmis 1925 kwam de geruststellende melding dat het peil van de Maas spoedig zou zakken. Vijf dagen later echter zagen bewoners van de Maasstraat dat hun straat onder water liep. De regen hield aan, het kwam er met bakken uit. De riolen konden het hemelwater niet afvoeren, waardoor het alsmaar natter werd op de Maaskade, ‘t Hetje, de Geldersepoort en Lomstraat. 

Peperstraat

Oudejaarsdag 1925 bracht opnieuw regen en verontrustende verhalen van de Parade, waar in allerijl kelders waren ontruimd. Met het waterpeil, steeg de spanning. De sfeer van die avond is inlevend weergegeven in een artikel dat de op de laatste dag van het jaar in de Nieuwe Venlose Courant stond: “… Terwijl we dit schrijven gutst de regen voortgezweept door huilende stormvlagen tegen de ruiten, flikkert de bliksem en rolt een geweldige donderslag door ’t luchtruim. ’t Lijkt of alle elementen samenspannen om de hoog-water-periode die we thans doormaken, zoo vreeselijk mogelijk te maken …” Op oudejaarsdag bleef de situatie stabiel. Brandweer en politie stonden paraat. In de volle cafés die vergunning hadden om tot twee uur open te mogen blijven, werd feest gevierd en om middernacht zalig nieuwjaar gewenst. 

Valuasstraat

Tussen vier en vijf uur in de ochtend, Venlo lag op een oor, sloeg de Maas toe. In korte tijd stroomde het centrum en Venlo-zuid vol. Hetzelfde lot trof de andere kernen van het huidige Venlo. In de stad waren de mensen veroordeeld om op de eerste etage te bivakkeren. Vooral de bewoners van de Jodenstraat en Havenkade en de tussenliggende steegjes zaten in een precaire situatie. In de woonkamers stond het water tot aan het plafond. Toiletten waren onbereikbaar. Men huisde in de kou op piepkleine slaapkamers. Alle overheidsdiensten waren in touw om de nood te lenigen. In de Mostardschoeël, het tegenwoordige Kunstencentrum, was een noodopvang ingericht voor de zwaarst getroffen gezinnen. De zusters van de Vakschool voor Meisjes - de hoèshaldschoeël in de volksmond - bereidden aan de lopende band warme maaltijden. Tegen de gevels van de huizen plaatste de gemeente schragen en bokken, waarop planken werden gelegd. Vanaf deze noodbruggetjes werden planken geleid door de gangen naar de trappen, zodat  bewoners van ondergelopen huizen zonder natte voeten in en uit konden gaan. Met bootjes en geïmproviseerde vlotten werden de geïsoleerde bewoners voorzien van het hoogstnodige. Tussen Vleesstraat en brug was geïmproviseerd openbaar vervoer in de vorm van paard en platte wagen.

 

Picardie

Tot overmaat van ramp liep op deze nieuwjaarsdag de stokerij van de gasfabriek onder, waardoor de gasvoorziening moest worden gestaakt. Gekookt werd er op petroleumstelletjes. Wie nog kaarsen over had van het kerstfeest, mocht zich gelukkig prijzen want de volgende dag viel ook de elektriciteit uit. Venlo was gehuld in het donker. Een noodkabel, getrokken vanaf Echt, zorgde ervoor dat de straatlantaarns weer gingen branden. Zonder drinkwater zat men gelukkig niet. In het gebouw van de waterleiding stond een oude stoommachine die terstond in bedrijf werd genomen nadat de stroom was uitgevallen. Het hoogste peil werd bereikt in de nacht van 2 op 3 januari 1926 tussen twee en vier uur. De peilschaal bij de brug wees 18,84 meter boven NAP aan. Het zou de hoogste stand van de Maas in de twintigste eeuw worden. De Nieuwe Venlosche Courant kwam ondanks alles toch uit en daarin stond te lezen: “… Nog nooit bij mensen heugenis heeft het water in de stad zoodanig huisgehouden als thans. Men kan gerust stellen dat Venlo voor vier-vijfde overstroomd is. Zulk een ramp heeft Venlo de laatste eeuw niet getroffen. Het verkeer in de stad is bijna geheel onmogelijk geworden. Hele stadsdeelen zijn onbereikbaar. Maasschriksel, Helschriksel enzovoorts, die zeer hoog liggen en dus droog zijn, zijn geheel van diep water omgeven. Men kan er niet in of uit …” In dezelfde krant waarschuwde de burgemeester winkeliers, bakkers en slagers om niet van de nood misbruik te maken door de prijzen te verhogen. Het politiepersoneel liep op zijn tandvlees. Het korps kreeg daarom versterking van militairen en rijksveldwachters.

 

Roermondsestraat

Op zondagmorgen 2 januari om half negen kwamen koningin Wilhelmina en prins Hendrik zich op de hoogte stellen van de omvang van de watersnood. In de Spoorstraat was een aanlegsteiger waar het gezelschap plaatsnam in boten bemand met mariniers. Het eerste gedeelte van de tocht bracht de koninklijke gasten naar de Roermondsestraat en Tegelseweg. Door de sterke stroming botste de boot met het koninklijk paar tegen de boot waar de wethouders in zaten. Ter hoogte van de Mariastraat werd rechtsomkeer gemaakt. Na een bezoek aan de Vleesstraat en de Grote Beekstraat werd terug geroeid naar de aanlegsteiger. Op dat moment kwam de Venlose sigarenmaker en kastelein Sjeng Schreurs op een vlot aanpeddelen. Plots sprong hij in het water, nam zijn hoed af en vroeg op luide toon gratie aan de koningin voor een straf die hem was opgelegd vanwege een schietpartij. Wilhelmina vroeg burgemeester Berger naar de achtergrond. Schreurs kreeg te horen dat hij de officiële weg diende te bewandelen. De kastelein deed dat en zijn verzoek werd inderdaad in 1927 ingewilligd. 


Op 6 januari 1926 begon het water te vallen en enkele dagen later waren de straten droog. Wat achterbleef was een enorme ravage. Veel huisraad was onherstelbaar beschadigd. Maandenlang hing in de getroffen woningen een muffe geur. In de zomer volgend op de watersnood waren overal huisschilders bezig met verven en behangen. De directe schade voor Venlo bedroeg een miljoen gulden. Uit landelijke fondsen werd geld aan de gedupeerden uitgekeerd. Het Plaatselijk Watersnoodcomité bracht met uiteenlopende acties meer dan twintigduizend gulden bijeen.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

vrijdag 19 december 2025

De Halte XXL van woensdag 17 december 2025 - Deken Schrijnen en 't Kerkepäörtje

-  door Sef Derkx -

Nooit geweten. Het idyllische Kerkepäörtje heeft geen eigen huisnummers. De kadastrale kaart leert dat het postcodes zijn aan de Grote Kerkstraat. De onderhorigheid van het straatje met de mooie dialectnaam gaat aan het hart. Op weg naar bushalte Nolensplein lopen we meestal door het Kerkepäörtje. Het is een oase van weldadige rust in de binnenstad.

Over rust gesproken, een soort overtreffende trap is de eeuwige rust. Generaties Venlonaren hebben hun dierbare en minder dierbare overledenen hier begraven. Het deel van het kerkhof dat aan de noordzijde van de kerk lag, werd ‘Duustere Kerkhaof’ genoemd. Het lag in de schaduw, vandaar de benaming. Op het schaduwrijke deel woonde de doodgraver en stond het knekelhuis. Het kerkhof in hartje stad is tot in het eerste kwart van de negentiende eeuw in gebruik geweest. In 1820 kwam er een begraafplaats buiten de Roermondsepooort, aan de Broekestraat-Ganzestraat. De huidige begraafplaats aan de Wylrestraat dateert van 1903. Terug naar ’t Kerkepäörtje. In 1910 werd de pastorie van de kerk vergroot. Bij de graafwerkzaamheden stootte men op fragmenten van zeventiende-eeuwse grafkruisen. Ze zijn gemetseld in de zijgevel van de kerk. Twee exemplaren die nog redelijk gaaf waren, werden tegen de muur geplaatst. 



Enkele jaren geleden is op initiatief van de gemeente de grafstèle van Carolus Schrijnen (1797-1870) geplaatst op ‘t Kerkepäörtje. Het grafmonument stond oorspronkelijk op de begraafplaats aan de Broekestraat-Ganzestraat.



Schrijnen werd in 1829 bevorderd van onderpastoor tot pastoor van Sint-Martinusparochie. Vier jaar later werd hij de eerste deken van Venlo. Hij was een energieke, gedreven man die in no time al jaren slepende financiële kwesties oploste. Het aantal kapelaans kon door hem worden uitgebreid tot vijf, wat neerkwam op één kapelaan op duizend gelovigen. Na jarenlang soebatten om middelen kon hij in 1826 het startschot geven voor het herstel van het dak en de vloer van de Sint-Martinuskerk. Maar geheel onomstreden was de pastoor-deken niet. Hij was rechtlijnig in de katholieke geloofsleer. Atheïsten, vrijmetselaars, inwoners die onverschillig stonden tegenover het geloof én vastelaovesvierders werden door hem vanaf de preekstoel verketterd. Met de liberale burgemeester Karel Bontamps kon hij niet door één deur. De burgervader had een zaal ter beschikking gesteld voor een benefiet-toneelvoorstelling ten behoeve van de armen. Schandelijk in de visie van Schrijnen, een ‘regelrechte aansporing tot zonde’.

Reageren? Stuur Sef Derkx een email: floddergats@xs4all.nl.

dinsdag 16 december 2025

De Halte XXL van woensdag 10 december 2025 - Kristallnacht in Kaldenkerken

- door Sef Derkx -

De bus naar Kaldenkirchen am Schwimmbad is bijna leeg voordat we grens overgaan. Met één medepassagier rijden we Duitsland in. Hij bezoekt Kaldenkerken vanuit zijn passie voor Duitse kwaliteitswijnen. Die zijn in het land van herkomst goedkoper. We krijgen enkele tips voor kerstwijnen. Onze interesse gaat echter uit naar historisch beladen plekken in het grensstadje. Kaldenkerken werd op 12 mei 1940, twee dagen nadat Duitsland buurland Nederland was binnengevallen, als vergelding gebombardeerd door de Britten. ‘Met verschrikkelijke directheid kwam de oorlog volledig onverwacht naar de grensstad’, schrijft Leo Peters in zijn Geschichte der Stadt Kaldenkirchen


Het is opvallend hoe weinig aan onze kant van de grens bekend is over de Tweede Wereldoorlog in buurgemeente Nettetal. Een voorbeeld.  Weinigen weten wat zich in Kaldenkerken daags na 9 november 1938 heeft afgespeeld.

Wanneer het begrip Kristallnacht valt, gaan bellen rinkelen. In de Kristallnacht werden overal in Duitsland Joden en hun bezittingen aangevallen. Tijdens deze pogrom zijn bijna honderd joodse inwoners op straat vermoord. Zo’n 7500 winkels en bedrijven en 1400 synagogen werden in brand gestoken, gesloopt of vernield. De door de nazi’s georkestreerde volkswoede kwam ook in Kaldenkerken tot uitbarsting. We zijn vandaag naar de Synagogestrasse gelopen. We gaan een steentje leggen op de plek waar tot november 1938 het joodse gebedshuis stond. Een informatiebord herinnert aan de synagoge en gebeurtenissen tijdens de Kristallnacht. 

De synagoge werd in de zomer van 1873 ingewijd, in aanwezigheid van katholieke en protestantse inwoners van Kaldenkerken. Uit Venlo waren joodse families voor de plechtigheid overgekomen. Joden waren in Kaldenkerken goed geïntegreerd, van antisemitisme was nauwelijks sprake. 

Daags na de Kristallnacht, op 10 november 1938, wordt het gebedshuis goeddeels verwoest. Een dag later bericht De Nieuwe Venlosche Courant over de schokkende gebeurtenissen in Duitsland. In Straelen en Kaldenkerken waren de vandalen met auto’s gearriveerd. Niemand durfde ze tegen te houden, meldt de krant. Joden proberen na de Kristallnacht Duitsland massaal te ontvluchten. In 1939 wonen in Kaldenkerken nog negen Joodse families. De restanten van de synagoge zijn begin jaren zestig verwijderd. De plattegrond van het gebouw is gemarkeerd met grafietstenen. 

Een bronzen gedenkplaat tegenover het bedehuis toont een menora, een gestileerd beeld van de synagoge en de tekst: ‘Von 1873-1938 hat gegenüber die Synagoge der jüdischen Gemeinde gestanden.’

Van nul tot nu van woensdag 10 december 2025 - Een angstige Kerstmis en jaarwisseling (1)

- door Albert Lamberts - 

Tussen december 1944 en maart 1945 moesten velen uit Tegelen, Venlo en de meer noordelijk gelegen dorpen ten oosten van de Maas op last van de Duitse bezetter evacueren. De binnenstad van Venlo, Sperrgebiet, lag onder vuur van de geallieerden, die Blerick al op 3 december 1944 na de ‘Perfect Battle’ hadden bevrijd. Een brede zone op de oostelijke Maasoever kreeg het in de winter van ’44-’45 opnieuw zwaar te verduren. De buitenwijken kwamen er relatief gezien vrij genadig van af al was de angst om het zo dichtbij zijnde oorlogsgeweld vaak niet te harden.

Zes jaar geleden schreef ik over de evacuatie zelf, nu vooral over de ángst om geëvacueerd te worden.

In kelders, afgelegen boerderijen, inmiddels verlaten fabriekspanden, en ja, ook in het klooster van de Dominicanessen, gelegen aan de Hakkesstraat, een zijstraat van de weg van Venlo naar Nijmegen, werden vele mensen voor kortere of langere duur opgevangen. De zusters hadden permissie van de Duitse bezetter hun klooster open te houden.

Een aantal van de ‘overblijvers’ in Venlo heeft de ervaringen van die laatste maanden Duitse bezetting in dagboeken vastgelegd en uit hun verhalen wordt de angst welhaast lijfelijk voelbaar. En niet alleen de spanning, maar ook de honger, die zij leden, de angst om naar buiten te moeten om ergens een brood, wat eieren en mogelijk wat melk te bemachtigen. En telkens de vrees om alsnog te moeten vertrekken, weg te moeten naar onbekende oorden in een van de noordelijke provincies.

Uit het boek Van duisternis tot licht: vertrekken onder dwang van geweld door de Grünen.

Leest u even mee: Zaterdagavond (13 januari 1945) … Wat zal de Zondag brengen? Wat de eerstvolgende dagen? We weten dat er nog steeds stappen worden gedaan om de evacuatie, althans de voet-evacuatie af te lassen (sic). Ook dat de meningen in het Duitse kamp over de evacuatie verdeeld blijven en ’t Internationale Rode Kruis en ’t Zweedse gezantschap in Berlijn alle pogingen in het werk stellen om de evacuatie te keren. Dat staat te lezen in het dagboek Van Duisternis tot Licht van J.J.A. van den Burgt. Hoe hij aan de wetenschap van Rode Kruis en Zweeds gezantschap komt laat zich raden.

De angst was terecht, want op 9 januari 1945 bijvoorbeeld moest een deel van de bevolking uit Arcen evacueren.  De rust wil maar niet weerkeren, de spanning niet luwen. De vrees van 13 januari werd weldra bewaarheid; op 14 januari moesten maar liefst 172 mensen huis en haard verlaten. Bewoners van de Rummerstraat, Schutroe- en Van Postelstraat werden door de Grünen voortgedreven door sneeuw en kou naar het Pope-complex aan de rand van de stad. Vandaar naar Kaldenkirchen en vervolgens op transport, vaak opeen gepakt in veewagons.

De achterblijvers waren weliswaar deze keer de dans ontsprongen, maar bleven in verhevigde angst achter. Op 10 januari ’45 schreef Eugenie van der Grinten in haar dagboek: Het spook van de evacuatie waart rond. Een dag later: Wederom algemeene evacuatie afgekondigd. Geweldig onder den indruk. Vrijwillig gaan we niet. Alleen als ze ons dwingen! Alleen met het pistool op de borst.

Wordt vervolgd.

donderdag 4 december 2025

De Halte XXL van woensdag 3 december 2025 - Alte Fabrik

- door Sef Derkx/foto's collectie Alte Fabrik -

Een monument als eerbetoon aan de tabaksnijverheid? Gezondheidsdiscipelen zouden geheid bezwaar aantekenen. In Kaldenkerken echter vind je er een. Een bronzen beeld van een sigarenmaker van kunstenares Loni Kreuder. De oorsprong van de plaatselijke tabaksnijverheid gaat terug naar de tweede helft van de achttiende eeuw.

We zijn vandaag met lijn 1 van Arriva naar Kaldenkerken gegaan. We  worden verwacht in een voormalige tabaksfabriek uit 1890. Thans cultureel centrum Alte Fabrik. Het indrukwekkende complex stond in de jaren dertig van de vorige eeuw leeg en kwam in het vizier van Hans Terstappen. 

Hij ging er matrassen  produceren onder de firmanaam  Kaldenkirchener Matratzenfabrik Terstappen, kortweg KMT. In de Tweede Wereldoorlog werd het bedrijf gedwongen om te schakelen naar lazaretbedden voor de vele gewonde Duitse militairen. De tweede generatie Terstappen, in de persoon van zoon Elmar, nam het bedrijf over. Hij was geïnteresseerd in mooie stoffen. Chique gestoffeerd meubilair was zijn passie. Naar de smaak in de kleurhongerige jaren van het Wirtschaftswunder werden oranje en olijfgroene fluwelen banken met bloemmotieven geproduceerd. Na verhuizing naar Bracht werd de fabriek in Kaldenkerken verhuurd.

We maken een sprongetje in de tijd naar 1994, het jaar waarin Nicole Terstappen - kleindochter van de matrassenfabrikant Hans en onze gastvrouw vandaag - zich ontfermde over het gebouw: ‘Ik voelde meteen de sfeer en de aantrekkingskracht die van de oude muren uitging. Het rook naar stof, beton en koude steen. Overal waren sporen uit het verleden. Oude borden met prachtige teksten, balen stof, brokaatlinten, beursrekwisieten, houten deuren en kabels,’ vertelt Nicole Terstappen enthousiast. ‘In de enorme kelders waren de ruiten donkerblauw geschilderd, verduistering uit de Tweede Wereldoorlog. De lege ruimtes inspireerden me om tentoonstellingen te organiseren.’


De exposities van hedendaagse kunstenaars in het onalledaagse decor van een verlaten fabriek werden een doorslaand succes. Ze waren de opmaat naar een nieuwe bestemming voor de Alte Fabrik. Heden ten dage herbergt het gebouw een theaterzaal, lokalen waar tekenlessen worden gegeven, tentoonstellingszalen en een gezellig café. 

Nicole Terstappen ziet het als haar missie om ‘kunst uit de elitaire niche te halen’. Om cultuur onderdeel te laten zijn van het dagelijks leven. Er heerst een ongedwongen sfeer in de Alte Fabrik. Het is een verrijking voor de grensregio en écht een plek om vaak terug te komen. 

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.