dinsdag 10 februari 2026

Van nul tot nu van woensdag 28 januari 2026 - ‘Zelfs de Jocusse konden zwemmen’

- door Albert Lamberts -

Zoals verleden week geschreven: meneer Alloe (naam nog steeds onbekend) deed aan het einde van zijn ingezonden artikel in Vastelaovend-Blaedje in 1934 een dringende oproep aan de vestelaovesvierders om toch vooral heej te blieve en joeks te make. Met dat heej bedoelde de geachte inzender – of was het de redacteur zelf, zijn naam is ook onbekend - het centrum, de binnenstad van Venlo. Overigens was, aldus een mededeling op de voorkant van het blaadje, het redactie-adres in ’t tramkeetje ponniewaeg (huidige Deken van Oppensingel).

De schrijver motiveerde zijn oproep om toch vooral in de binnenstad vastealovend te vieren: In Venlo in ’t stedje van plezeer, dao is met zon daag noch genoch te doon. As alle minse die met die daag boete de stad gaon en dao eur cente gaon opmake ens beej os bleeve in de stad en ze leete dan heej zich ens oet, en ginge heej ens joeks make, ik gluif waal det ze zich net zoë good amuseerde…

De auteur wees in zijn artikel ook op het gemis aan maskers, die op straat verboden waren. Dat zou de vastelaovesvreugde afbreuk doen, hoewel wej kunne oos toch waal amuseere ouk zonder maske as ge maar weit wao ge môt zien.

Zelfs in een liedje, Ode aan de Vastealovend 1934 (Wies: Die van de K.R.O.-Boys) werd in het refrein duidelijk gesteld; Wej make zonder maske ouk plezeer.

Daar is allemaal, afgezien van een abominabele spelling in het Venloos, geen woord Spaans bij. Die oproep van ruim negentig jaar geleden, om vastelaovend in de binnenstad te vieren, echoot de laatste jaren in Venlose stadskernen als Blerick en Tegelen, waar men zich inspant om de carnavalsvierders op eigen bodem vertier te bieden.

We hoeven er niet omheen te draaien: ook de horeca zou natuurlijk graag de carnavalisten in eigen lokalen zien. Daar is ook absoluut niets mis mee.

Dat was in 1934 niet anders. In voornoemd Vastelaovend-Blaedje staan enkele advertenties, zoals van Stakenborg, Café Spoorzicht, aan de Kaldenkerkerweg, van Hotel Suisse aan de Vleeschstraat (lang de residentie van Jocus), van Hotel-Café-Restaurant Prins Hendrik aan de Geldersepoort en van het in 1972 door brand getroffen Café-Restaurant-Hotel National (Keulsepoort) die inspeelden op vastelaovend. Bals, muziek, kortom gezelligheid. Later vond het Boerebroelofsbal op vastelaovesdinsdaag plaats in de (in 1985 gesloopte) Berlage-schepping het Concertgebouw De Prins van Oranje aan de Kaldenkerkerweg. Ook W. Cantelberg-Nijssen adverteerde. Aanbevelend Electrische Rund-, Kalfs- en Varkensslagerij met een eigen vriesinrichting…

 


De advertentie van het Sportfondsenbad: zelfs de Jocusse waren er klant (Voorpagina Venloos Leedjes Bukske 1937)

Juist in die jaren (in 1935) was het Sportfondsenbad aan de Walstraat in Venlo in gebruik genomen. De bouw ervan was bij menigeen in negatieve en positieve zin over de tong gegaan en dat kwam ook met vastelaovend tot uiting. Hoe dan ook, het bad ging open. Twee jaar later gaf Jocus een Venloos Leedjes Bukske uit. Wat prijkte pontificaal op de omslag? Juist, een grote advertentie van het Sportfondsenbad.

Carnaval podium voor commerciële boodschap; dat zou nooit meer veranderen. 

Van nul tot nu van woensdag 21 januari 2026 - 1934: liever geen maskers dragen

 - door Albert Lamberts -

Nog pas juist de kerstboom en andere kerstprullaria opgeruimd of vastelaovend dient zich aan.

Prinsen, adjudanten, boerenparen en andere carnavals-hoogwaardigheidsbekleders worden weer en masse voorgesteld aan het grote publiek. Ook jeugdprinsen en –prinsessen (!) evenals jeugdboerenparen komen feestelijk al zwaaiend en hossend uit allerlei ‘tijdelijke onderkomens’.

Vastelaovend duurt vandaag de dag wat langer dan pakweg honderd jaar geleden.

 Naast de enkele Jocusevenementen was er toen, in het eerste kwart van de vorige eeuw, sprake van slechts enkele vastelaovestreffens. Na de oorlog waren er in aanloop naar de drie dagen diverse bals, zoals het verpleegstersbal, en er was natuurlijk de Leedjesaovend. En nog vroeger, veel vroeger? Zover bekend, vooral vieringen in de vele horecagelegenheden. Het was allemaal wat anders dan nu. Daar kwam nog bij, dat de Rooms Katholieke Kerk het carnavalsfeest aan de vooravond van de vasten bepaald niet gepast vond: drank, zedelijk verval en dat soort zaken, zoals ook toneel destijds bij de clerus uit den boze was.

Maskers waren vroeger met carnaval algemeen (Foto uit Gedenkboek Jocus elf maal elf, 1963)  

Maskers met vastelaovend, de normaalste zaak. Zou je denken. De echte wereld moest immers wijken voor een schijnwereld, maar de vastelaovesviering kwam vanaf 1934 toch in iets ander vaarwater.

In 1931 was in Nederland de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) opgericht en drie jaar later had bij de oosterburen Adolf Hitler zich de macht toegeëigend. Ergo: niet alles was nog zonder risico… Liever geen maskers, van waarachter men iemand anoniem kon toespreken, letterlijk ongezien zijn mening kon ventileren. Je kon immers niet weten.

Van ene Alloe (echte naam mij onbekend) was in een Vastelaovend-Blaedje in 1934 een artikel opgenomen onder de titel Van vruuger en now. Uiteraard in het Venloos geschreven, maar zonder de corrigerende pen van Veldeke. De inhoud echter is volkomen duidelijk. De inzender vond dat in vroegere jaren – dus ver voor 1934 – de mensen meer lol hadden: Waat hadde wej vruuger toch ein joeks; wej hele duk genoch den boek vas van ut lache. En verder in het artikel: Jao, jao, dae gooie alden tied, toen waas d’r nog joeks te make. En now?

Meneer Alloe (mevrouw lijkt mij onwaarschijnlijk) legt verder uit waarom hij het allemaal minder vond. Vooral het feit, dat maskers waren verboden deed volgens hem afbreuk aan het feest:

Now meuge wej gen maske mier veur höbbe op straot. Van eine kant maar good ouk, want as det now nog net zoë waas wie vruuger, waat zoel d’r dan geknok waere, dan makde ze dich veur van alles oet, gluif maar det dan de politiek op de veurgrond kwaam, ze makde dich oet veur enne roeie al waas te dan werkelek wit. Daoveur is ut ouk good det ze gen maskes miër meuge drage. Wej kinne oos toch waal amusere ouk zonder maske as ge maar wet wao ge zien mot. In Venlo in ’t stedje van plezeer, dao is met zon daag noch genoch te doon.

De schrijver besloot zijn inzending met een klip en klare oproep om vastelaovend niet buiten, maar in de stad te vieren.

Daarover volgende keer meer.

Reageren? Stuur Albert Lamberts een email: albertlamberts@home.nl.