dinsdag 10 februari 2026

Van nul tot nu van woensdag 21 januari 2026 - 1934: liever geen maskers dragen

 - door Albert Lamberts -

Nog pas juist de kerstboom en andere kerstprullaria opgeruimd of vastelaovend dient zich aan.

Prinsen, adjudanten, boerenparen en andere carnavals-hoogwaardigheidsbekleders worden weer en masse voorgesteld aan het grote publiek. Ook jeugdprinsen en –prinsessen (!) evenals jeugdboerenparen komen feestelijk al zwaaiend en hossend uit allerlei ‘tijdelijke onderkomens’.

Vastelaovend duurt vandaag de dag wat langer dan pakweg honderd jaar geleden.

 Naast de enkele Jocusevenementen was er toen, in het eerste kwart van de vorige eeuw, sprake van slechts enkele vastelaovestreffens. Na de oorlog waren er in aanloop naar de drie dagen diverse bals, zoals het verpleegstersbal, en er was natuurlijk de Leedjesaovend. En nog vroeger, veel vroeger? Zover bekend, vooral vieringen in de vele horecagelegenheden. Het was allemaal wat anders dan nu. Daar kwam nog bij, dat de Rooms Katholieke Kerk het carnavalsfeest aan de vooravond van de vasten bepaald niet gepast vond: drank, zedelijk verval en dat soort zaken, zoals ook toneel destijds bij de clerus uit den boze was.

Maskers waren vroeger met carnaval algemeen (Foto uit Gedenkboek Jocus elf maal elf, 1963)  

Maskers met vastelaovend, de normaalste zaak. Zou je denken. De echte wereld moest immers wijken voor een schijnwereld, maar de vastelaovesviering kwam vanaf 1934 toch in iets ander vaarwater.

In 1931 was in Nederland de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) opgericht en drie jaar later had bij de oosterburen Adolf Hitler zich de macht toegeëigend. Ergo: niet alles was nog zonder risico… Liever geen maskers, van waarachter men iemand anoniem kon toespreken, letterlijk ongezien zijn mening kon ventileren. Je kon immers niet weten.

Van ene Alloe (echte naam mij onbekend) was in een Vastelaovend-Blaedje in 1934 een artikel opgenomen onder de titel Van vruuger en now. Uiteraard in het Venloos geschreven, maar zonder de corrigerende pen van Veldeke. De inhoud echter is volkomen duidelijk. De inzender vond dat in vroegere jaren – dus ver voor 1934 – de mensen meer lol hadden: Waat hadde wej vruuger toch ein joeks; wej hele duk genoch den boek vas van ut lache. En verder in het artikel: Jao, jao, dae gooie alden tied, toen waas d’r nog joeks te make. En now?

Meneer Alloe (mevrouw lijkt mij onwaarschijnlijk) legt verder uit waarom hij het allemaal minder vond. Vooral het feit, dat maskers waren verboden deed volgens hem afbreuk aan het feest:

Now meuge wej gen maske mier veur höbbe op straot. Van eine kant maar good ouk, want as det now nog net zoë waas wie vruuger, waat zoel d’r dan geknok waere, dan makde ze dich veur van alles oet, gluif maar det dan de politiek op de veurgrond kwaam, ze makde dich oet veur enne roeie al waas te dan werkelek wit. Daoveur is ut ouk good det ze gen maskes miër meuge drage. Wej kinne oos toch waal amusere ouk zonder maske as ge maar wet wao ge zien mot. In Venlo in ’t stedje van plezeer, dao is met zon daag noch genoch te doon.

De schrijver besloot zijn inzending met een klip en klare oproep om vastelaovend niet buiten, maar in de stad te vieren.

Daarover volgende keer meer.

Reageren? Stuur Albert Lamberts een email: albertlamberts@home.nl.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten