woensdag 18 februari 2026

Van nul tot nu van woensdag 11 februari 2026 - Jocus was niet altijd klaarwakker

- door Albert Lamberts - 

Er was eens… Zo beginnen vaak sprookjes: er was eens.

Er was eens een tijd, dat het Venloos Vastelaovesgezelschap Jocus vast in slaap was, zoals Doornroosje. Nog maar kort daarvoor, in 1842, was Jocus tot leven gewekt door een aantal welgestelde inwoners van Venlo, die enkele dagen in het jaar de echte wereld wilden doen vergeten.

Tijdens die dagen met onder andere een feestelijke optocht, waarin de mensen muziek maakten, dansten en sprongen, moesten de zorgen aan de kant. Het ging allemaal goed; de mensen waren vrolijk, blij en enthousiast, maar helaas, het sprookje hield niet lang stand. Al in 1845 moest Jocus het laten afweten. De hofhouding bleek te duur: gepaste kleding en mutsen kostten (te) veel geld en minder contributie-inkomsten zorgden voor financiële problemen. Daarnaast waren de Jocus-dignitarissen het vaker niet eens met mekaar. Een stilte daalde neer over Jocus.

Liefst 31 jaar was het wachten op de prins, die Jocus wakker zou kussen. In al die jaren bleven ook de vierders binnen, dat wil zeggen in de vele etablissementen. Zalen als Sjaekske, de Poort van Cleve en Suisse aan de Vleeschstraat, Offergelt en Van der Valk aan de Bolwaterstraat, Pius aan de Maaskade, Flora in de Parkstraat, enzovoorts. Daar vloeiden bier en wijn, daar werd gezongen en gedanst. De legendarische Sjang Cornet schreef ruim honderd jaar later een prachtig verslag van de festiviteiten, die buiten het slapende Jocushof om plaatsvonden. Het hof sliep, geen prins, maar wel feest.

 

Toën Schrijnen (helemaal rechts) als prins en Vors Joeccius leider van de Jocushofhouding. (Foto: archief Jocus)

Waar bleef de prins? Hij diende zich aan in meervoud. Nazaten van het eerste hofpersoneel en enkele dappere medestanders kusten Jocus wakker. Ruim dertig jaar functioneerde het Jocushof weer. Feest alom. Een prachtige optocht door de stad, mede dankzij een bijdrage van de gemeente, maar wederom sloeg de slaap toe.

In 1908, na een grootse viering van het 5x11 jarig jubileum, dook Jocus weer onder de wol, voor maar liefst 28 jaar in diepe slaap. De vierders lieten zich ook nu niet tegenhouden. Zoals al eeuwen het geval was geweest werd het feest aan de vooravond van de christelijke vasten uitbundig gevierd, nu dus zonder Jocus. Maar gelukkig kroop het Jocusbloed waar het niet gaan kon, of juist wel, want de haan meldde zich, kraaide een aantal malen en wel zo luid, dat het Jocushof opnieuw ontwaakte. Een echte prins had zich aangediend: prins Toën I (Zumdick). Een jaar later, in 1937, wederom een Toën als prins: Toën II (Schrijnen). En deze Toën werd de nieuwe grootmeester, die de scepter ging zwaaien aan het Jocushof. Bekwaam gaf hij maar liefst twintig jaar leiding aan de Jocushofhouding, die het weliswaar in de oorlogsjaren zeer moeilijk had, maar die wakker bleef, klaarwakker zelfs. Hij droeg in 1958 zijn functie als grootmeester, in vastelaoveskringen bekend onder de titel Vorst Joeccius, over aan Sef Hendrikx.

Nog een dipje van 1940 tot en met 1946 wegens de oorlog en een hazenslaapje in 1953, wegens de vreselijke watersnood in zuidwest Nederland.

En nu? Jocus leeft nog lang en gelukkig.

Reageren? Stuur Albert Lamberts een email: albertlamberts@home.nl

Geen opmerkingen:

Een reactie posten