dinsdag 9 juni 2026

Van nul tot nu van woensdag 3 juni 2026 - Uwe Ed. Achtb.: een weg asjeblieft

 - door Albert Lamberts -

Edelachtbare Heeren. De aanhef van een brief, die op 7 maart 1873 op het stadhuis van Venlo in de brievenbus gleed. 1873; Venlo was druk met de ontmanteling van de vesting, waartoe koning Willen III in 1867 toestemming had gegeven, omdat de vestingwerken van ‘geenerlei’ nut meer waren. Zoals hier al eerder geschreven: de stedelijke overheid nam op een aantal plekken de sloop zeer voortvarend ter hand. Onder andere de vier fraaie stadspoorten werden – achteraf tot leedwezen van menigeen - neergehaald.  

Het slopen van de vestingwerken bood eindelijk kansen om de stad uit te breiden; uit te breken uit de beknellende stadsmuren, die tot dan vele inwoners gedwongen had hutjemutje op elkaar te leven met alle nadelige invloeden op de gezondheid van dien.

Muren weg, poorten gesloopt, maar hoe zat het met het in gebruik nemen van de vrijkomende gronden: bebouwing en nieuwe wegen? Dat ging vooral zo tergend langzaam, dat een commissie van Venlose notabelen naar Den Haag toog om voortgang te bewerkstelligen in aanpak en in geldelijke afwikkeling. 

In de Steenstraat attendeert een bord op apotheker Louis van der Grinten, grondlegger van Océ, thans Canon. Hij was een van de ondertekenaars (foto Albert Lamberts)

Hieronder een staaltje van Festina lente.

De bovenvermelde brief, zoals al vermeld, werd in maart 1873 ten stadhuize bezorgd, vier jaar na een eerste verzoek.

‘De ondergeteekende bewoners der Steenstraat, Maasstraat en Oude Markt dezer gemeente nemen andermaal de vrijheid zich tot Uwe Achtb. te wenden.

Aangezien tot heden nog geene gevolg ten uitvoer is gebracht op ons aan Uw Achtb. ingezonde rekwest van Mei 1869 en het daarop door Uwe Achtb. enigzins gerust stellend antwoord ontvangen te hebben, wegens het daarstellen van eenen weg van de Blauwe Trap (bij vroegere Maaspoort)  tot de Maasbrug en daar sedert dien tijd weder bijna vier jaren vreugdeloos (sic) verdwenen zijn, hetwelk ons bewoners van het geheele westelijke gedeelte dezer gemeente van dag tot dag eene onberekende schade in den handel en bedrijf veroorzaakt en waardoor deze bewoners een grievende schade te beurt valt en daar wij overtuigd zijn dat heden alle moeijelike hinderpalen tot het daarstellen van dien weg van de Blauwe Trap tot aan de Maasbrug ten heelemale uit den weg zijn geruimd en op heden het alleenlijk van onze EdelAchtb. stedelijke regering afhangt, waarom wij bewoners der Steenstraat, Maasstraat en Oude Markt dezer gemeente UEd.Achtb. nogmaals dringend te verzoeken deze nadeeligen toestand ten spoedigste te willen doen ophouden door maatregels te beramen  …. den bedoelden weg van de Blauwe Trap tot aan de Maasbrug daar te brengen om ons sedert eenen zoo langen drukkende nadeeligen tijd te doen wedervaren en niet wegens eenen persoon voor plan of begrooting, zulke eene hooge belangrijke zaak te willen doen verdagen’.

Een beetje omslachtig allemaal, maar de intentie was duidelijk: asjeblieft, leg nou eens eindelijk die weg tussen Blauwe Trap en Maasbrug aan.

Het schrijven was ondertekend door 45 belanghebbenden. Onder de ondertekenaars mensen als A. Schrijnen, L. van der Grinten, Schraven en De Gruyter. Toch geen kleine jongens.

Wordt vervolgd.

Reageren? Stuur Albert Lamberts een email: albertlamberts@home..nl.

Van nul tot nu - Badhuis eindelijk weer open (4)

 - door Albert Lamberts-

Het badhuis in Venlo. Uren en uren werden aan het voortbestaan ervan besteed. Wie nam de instelling over van de Venloosche Badhuis Maatschappij? Wie moest de exploitatie ter hand nemen?

Wie moest financieren en opdraaien voor eventuele exploitatietekorten? Allemaal vragen, die voor en na beantwoord werden, maar één vraag, vooralsnog wellicht de meest belangrijke: gingen de Heeren Gedeputeerde Staten akkoord met de overname van het badhuis door de gemeente Venlo?

Een mooie foto van het badhuis en van een deel van de witte huisjes aan de westzijde van het Nolensplein (foto collectie Gemeentearchief  Venlo)

De gemeenteraad van Venlo had op 20 september1916 ingestemd met aankoop van het badhuis voor 9000 gulden. De raad was ook akkoord gegaan met de financiering, ook voor de nodige renovaties in en aan het gebouw. Geregeld dus? Nee, de Heeren Gedeputeerde Staten, zeer spoedig voorzien van de nodige stukken, wensten niet ‘zomaar’ hun fiat te geven. Op 30 september 1916 hadden zij een verzoek daartoe ontvangen, maar behoudens bevestiging van de ‘eer het gemeentelijk schrijven (raadsbesluit) te hebben ontvangen’ werd Venlo bij schrijven van 12 oktober meegedeeld, ‘dat wij onze beslissing daaromtrent verdagen, in afwachting van de uitkomsten van het door ons ter zake in te stellen onderzoek.’

Enkele weken later, 27 oktober, ging in Maastricht de kogel bijna door de kerk en werd ‘de missive van 12 october, waarbij de beslissing op ’s raads voorliggend besluit is verdaagd’, herzien. Maar nog steeds geen groen licht. Op 29 december liet Gedeputeerde Staten weten nog altijd niet ontvangen te hebben het reeds gevraagde ‘bewijs van onbezwaardheid’. Dat werd alsnog geregeld. Het was 11 januari 1917, bijna dertien jaar, nadat de aandeelhouders het badhuis te koop hadden gezet…

En toen was het Groene Kruis als exploitant inmiddels van het toneel verdwenen. Uitgebreid onderzoek toonde aan dat de gemeente de exploitatie zonder financieel risico zelf ter hand kon nemen. Onder andere het bestuur van het Ondersteuningsfonds van het personeel der N.V. Pope’s Metaaldraad-Lampenfabriek riep de gemeente op coulante prijzen te hanteren. ‘Wij zullen Uwen Raad niet behoeven te wyzen op de noodzakelykheid tot bevordering van reinheid op het lichaam, wat toch voor den werkman eene eerste levensvereischte is en alleen mogelyk, indien de kosten hieraan verbonden billykerwyze door hem kunnen worden gedragen’. 

Maart 1917: de heer Garnizoenscommandant te Venlo kreeg bericht, dat het badhuis nog niet in gebruik kon worden genomen wegens ‘herstellingen’.

Juni 1917: een aantal raadsleden kondigde aan op de eerstvolgende raadsvergadering aan te dringen op ‘het in orde brengen en exploiteren van Gemeentewege van het door de Gemeente aangekochte Badhuis aan de Valuasstraat’.

Augustus 1917: Bericht aan de directeur van de Gemeente Gasfabriek, Waterleiding en Telefoon Venlo: ‘Firma Stokvis & Zonen Ltd. Kon geen radiatoren leveren i.v.m. niet-levering aan fabriek’.

Maart 1918: ‘140 Heerenbaden fl. 28; 50 Damesbaden fl.10; 127 Heerenbaden fl. 12,70 (badkaart 2e klasse) en 56 Damesbaden fl. 5,60 (badkaart 2e klasse)’.


Reageren? Stuur Albert Lamberts een email:

albertlamberts@home.nl