- door Albert Lamberts-
Het badhuis in Venlo. Uren en uren werden aan het voortbestaan ervan besteed. Wie nam de instelling over van de Venloosche Badhuis Maatschappij? Wie moest de exploitatie ter hand nemen?
Wie moest financieren en opdraaien voor eventuele exploitatietekorten? Allemaal vragen, die voor en na beantwoord werden, maar één vraag, vooralsnog wellicht de meest belangrijke: gingen de Heeren Gedeputeerde Staten akkoord met de overname van het badhuis door de gemeente Venlo?
Een mooie foto van het badhuis en van een deel van de witte huisjes aan de westzijde van het Nolensplein (foto collectie Gemeentearchief Venlo)
De gemeenteraad van Venlo had op 20 september1916 ingestemd met aankoop van het badhuis voor 9000 gulden. De raad was ook akkoord gegaan met de financiering, ook voor de nodige renovaties in en aan het gebouw. Geregeld dus? Nee, de Heeren Gedeputeerde Staten, zeer spoedig voorzien van de nodige stukken, wensten niet ‘zomaar’ hun fiat te geven. Op 30 september 1916 hadden zij een verzoek daartoe ontvangen, maar behoudens bevestiging van de ‘eer het gemeentelijk schrijven (raadsbesluit) te hebben ontvangen’ werd Venlo bij schrijven van 12 oktober meegedeeld, ‘dat wij onze beslissing daaromtrent verdagen, in afwachting van de uitkomsten van het door ons ter zake in te stellen onderzoek.’
Enkele weken later, 27 oktober, ging in Maastricht de kogel bijna door de kerk en werd ‘de missive van 12 october, waarbij de beslissing op ’s raads voorliggend besluit is verdaagd’, herzien. Maar nog steeds geen groen licht. Op 29 december liet Gedeputeerde Staten weten nog altijd niet ontvangen te hebben het reeds gevraagde ‘bewijs van onbezwaardheid’. Dat werd alsnog geregeld. Het was 11 januari 1917, bijna dertien jaar, nadat de aandeelhouders het badhuis te koop hadden gezet…
En toen was het Groene Kruis als exploitant inmiddels van het toneel verdwenen. Uitgebreid onderzoek toonde aan dat de gemeente de exploitatie zonder financieel risico zelf ter hand kon nemen. Onder andere het bestuur van het Ondersteuningsfonds van het personeel der N.V. Pope’s Metaaldraad-Lampenfabriek riep de gemeente op coulante prijzen te hanteren. ‘Wij zullen Uwen Raad niet behoeven te wyzen op de noodzakelykheid tot bevordering van reinheid op het lichaam, wat toch voor den werkman eene eerste levensvereischte is en alleen mogelyk, indien de kosten hieraan verbonden billykerwyze door hem kunnen worden gedragen’.
Maart 1917: de heer Garnizoenscommandant te Venlo kreeg bericht, dat het badhuis nog niet in gebruik kon worden genomen wegens ‘herstellingen’.
Juni 1917: een aantal raadsleden kondigde aan op de eerstvolgende raadsvergadering aan te dringen op ‘het in orde brengen en exploiteren van Gemeentewege van het door de Gemeente aangekochte Badhuis aan de Valuasstraat’.
Augustus 1917: Bericht aan de directeur van de Gemeente Gasfabriek, Waterleiding en Telefoon Venlo: ‘Firma Stokvis & Zonen Ltd. Kon geen radiatoren leveren i.v.m. niet-levering aan fabriek’.
Maart 1918: ‘140 Heerenbaden fl. 28; 50 Damesbaden fl.10; 127 Heerenbaden fl. 12,70 (badkaart 2e klasse) en 56 Damesbaden fl. 5,60 (badkaart 2e klasse)’.
Reageren? Stuur Albert Lamberts een email:
albertlamberts@home.nl
Geen opmerkingen:
Een reactie posten