woensdag 4 januari 2023

Requiem voor een moestuinmakker

- door Willem Kurstjens - 



Ruim een jaar geleden overleed geheel onverwacht Koos van den Kerkhof.  Zijn oude schrijfvriend Ton van Reen eerde hem met een In Memoriam op Facebook, twee vrienden met de samenstelling en presentatie van een bundel Nagelaten gedichten van zijn hand en ik met het gedicht dat aan het einde van dit stuk is opgenomen. Intussen overleed ook even onverwacht zijn vrouw Hanny, van wie enkele illustraties in de onlangs verschenen bundel zijn opgenomen.

VOORDRACHTEN

Ik leerde Koos kennen op een voordrachtsavond in 1978 in het Open Jongerencentrum, OOC, in Venlo. Hij droeg daar sociaal geëngageerde gedichten voor uit zijn bundel Huis van Bewaring en Een vuurmond Liefde. Nu eens mitrailleerde hij ze de zaal in, dan weer was de toon heel gedragen, plechtstatig, alsof het de laatste woorden waren die er op aarde gesproken zouden worden.

Daarna kwamen we elkaar weer tegen bij een voordrachtsavond in café Symphonion in het begin van de jaren tachtig. Zijn stijl was veranderd. Hij maakte gedichten die veel taliger waren, meer ritmisch-muzikaal, in de stijl van de late Paul van Ostayen, de Douchegedichten, en liet zich op saxofoon begeleiden door Willem Odenthal.

Niet lang daarna werkten we voor het eerst samen. Voor de Culturele Activiteitencommissie van De Haandert in Tegelen stelden we drie jaar op rij een expositie samen met werk van Limburgse kunstenaars die zich hadden laten inspireren door gedichten van Kemp, Hanlo en Van Ostayen. De stroom inzendingen was verbijsterend en de organisatie een heksentoer, maar toen alles eenmaal - goed uitgelicht - stond en hing, waren we maar wat trots. Als twee herenboeren die in het voorjaar met de handen op de rug door de velden kuieren, liepen we door onze expositie.

In de jaren negentig werden we allebei docent aan de schrijversvakschool ’t Colofon in Maastricht, Koos voor poëzie en ik voor scenarioschrijven. Toen ’t Colofon enkele jaren later failliet ging, besloot Koos zelf schrijfcursussen te gaan geven, terwijl ik me op andere zaken richtte.  

STEYL POËZIE

In 2001 verzorgden we samen de openingsact voor de manifestatie Steyl Poëzie van de Culturele Raad Tegelen. Vanaf een hooggelegen punt op de oever droegen we samen het gedicht Een dronken schip van de Franse dichter Arthur Rimbaud voor, dat door een geluidsinstallatie versterkt over de Maas schalde, terwijl de genodigden met het veer naar de overkant voeren. Halverwege de Maas hield het veer stil en verklaarde de voorzitter van de Culturele Raad de expositie voor geopend. Tot de objecten van deze expositie behoorde een kunstwerk van Tineke Vermeer dat was geïnspireerd op een gedicht van Koos over zijn overleden vader, een grote tafel van Cortenstaal waarin de tekst was uitgespaard. Deze tafel staat nu in de tuin tegenover de Tiendschuur in Tegelen. Ook bij openingsact van de tweede editie in 2002 speelde Koos een belangrijke rol. Hij droeg een gedicht van Ingmar Heytze voor, dat beeldend kunstenaar Pii Daenen had aangegrepen om de stelling van de Griekse filosoof Heraclitus te logenstraffen dat je nooit twee keer in dezelfde rivier kunt stappen: tegelijkertijd ging aan de Steylerse en Baarlose kant ogenschijnlijk dezelfde persoon te water, de eeneiige tweeling Extra. Ditmaal sierde de tekst van een gedicht van Koos een houten badhokje, dat was neergezet op de plaats waar in 1966 een oeverstrand was geweest. Niet zomaar een strand, maar een waar jongens en meisjes voor het eerst gemengd konden zwemmen. Tot dan toe was dat steeds vanwege het katholieke geloof steeds verboden geweest. Koos was erbij en zwom van hartenlust mee, zoals blijkt uit het gedicht:

Zouden de meisjes?

Uit en in de Maas sloegen wij de armen

Kliefde ons hoofd, ‘speedboot’, het water.

Zouden de meisjes in de strandwei weten

hoe we tegen de stroom proesten en blazen?

 

Van een kolenaak tilde een boeggolf ons op

Brekers sleurden ons, pluisjes, langszij.

Zouden de meisjes onze sproeten en puiten vergeten

Als we ons vastgrijpen, aan de rand van het schip?

 

VERHAALKEUKEN

Daarna was het weer een paar jaar stil tussen ons, totdat wij in 2005 of daaromtrent werden aangezocht als voorlezers voor de Verhaalkeuken in café De Herberg in Belfeld. Dankzij hem begreep ik wat voor een geweldig het verhaal Autobiografie van een sardien van Luigi Malherba is, dat ik later heb omgewerkt tot een theateract. We zagen elkaar toen jaren achtereen een keer per maand, steeds met een ander verhaal, totdat Koos er de brui aan gaf. Hij had het te druk met zijn schrijflessen, waarvoor hij enkele keren per week naar Eindhoven en Amsterdam moest. De zaken liepen goed, voor zover ze in de kunst ooit goed kunnen lopen, het was geen vetpot, maar hij was tevreden. Zo’n zes jaar geleden kwamen we elkaar aan de kassa van een supermarkt weer tegen en raakten in gesprek met elkaar. Ik was inmiddels uitgever geworden en hij vroeg of ik geen bloemlezing met verhalen van zijn cursisten wilde publiceren. Nog voordat we de uitgang bereikt hadden, waren we het eens over de opzet. Dat resulteerde in vier edities Verhalen uit het Schrijflab. 


MOESTUIN

 In de roes van onze hernieuwde samenwerking nodigde ik hem uit toe te treden tot de club van amateurtuinders, die tussen Venlo en Tegelen samen een volkstuin bestiert. Koos verbaasde me daar door het hem toebedeelde land twee voren diep om te spitten om elk vermoeden van onkruid de kop in te drukken. Ook vertelde hij me hoe hij als jongetje in de moestuin van zijn vader coloradokevers had leren uitroeien, namelijk door ze met zijn vingertoppen in het blad te pletten, een techniek die ik van hem heb overgenomen. Hij leerde me ook het woord ‘gaeje’, wieden met je vingers, waarin hij een meester was. In onze moestuin ontmoetten we elkaar regelmatig en hadden we gezellige, ongedwongen gesprekken.


REQUIEM

Toen hij stierf, hielden we een herdenkingsbijeenkomst. Het was november, koud en nat, maar van binnen gloeiden we. Omdat ik bang was door emotie overmand te worden, las een van de andere moestuinmakker het onderstaand gedicht voor, dat ik even daarvoor had geschreven. Het is geen poëtisch hoogstandje, maar het geeft goed de geest weer waarin we samenwerken.

 


Moestuinmakker

 

Jij was er een van onze grond

en net als wij had je de mooiste gewassen,

de grootste kolen, de lekkerste spruiten.

 

Jij was er een van onze grond,

je haalde het water uit dezelfde ton

en goot het uit met dezelfde gieters.

 

Jij was er een van onze grond

en net als wij vocht je tegen dezelfde plagen,

de bladluis en de coloradokever.

 

Jij was er een van onze grond

en net als wij hield je van een praatje

en van een grapje, je lachte graag en veel.

 

En ook al ben je er nu niet meer,

in onze verhalen houden we je hier wakker,

jij was, bent en zult er altijd zijn:

Koos de moestuinmakker.

 

De bundel Nagelaten gedichten is vormgegeven door Jolanda van de Rotten met enkele illustraties van Hanny, Koos' vrouw. De prijs bedraag € 19,95. ISBN 9789491032592  

1 opmerking: