donderdag 30 maart 2023

Géén 1 aprilgrap: talkshow ter gelegenheid van opening 'Museum De Locomotief'

 - door Sef Derkx - 

Een van de populairste horecagelegenheden in de Venlose binnenstad is café De Locomotief op de hoek van Parade en Begijnengang. Het zit er vaak mudvol. Gezelligheid en levensdrang stromen er naar buiten. Als je jong bent in Venlo, moet je in de Locomotief zijn. Jong in jaren of jong van hart of geest. De Loco bestaat veertig jaar. In dat kader is er op zaterdagmiddag 1 april (géén 1-aprilgrap) een talkshow met de kastelein uit de eerste periode Bert van den Bergh en de huidige exploitant Marc Hesselmans. Ook schuiven onder meer aan Mies Wevers en Remi Thomassen, die het pand nog kennen uit de periode dat er een gerenommeerde fietsenwinkel was gevestigd. In een nog verder verleden was op deze bijzondere plek in de binnenstad brouwerij ’t Reijpken. Ook daarover gaat het. De talkshow 'Museum De Locomotief' begint zaterdag om 14 uur, is gratis toegankelijk en wordt omlijst met live-muziek.  



















Café De Locomotief ontleent zijn naam aan een fietsenmerk. In het pand zat vroeger rijwielzaak W.A. Bedaux en die maakte frontgevel-breed reclame voor de befaamde Nederlandse tweewieler Locomotief. Als je de Begijnengang op loopt, zie je pas hoe diep het pand is. Oorspronkelijk was het geen winkel of café, maar een brouwerij. Tot 1917 was hier De Hoepel gevestigd. De brouwerij moest sluiten door tijdsomstandigheden. In die jaren kelderde de bierconsumptie drastisch. Aan de dorst van de Venlonaren lag het overigens niet. Omdat in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) de handel in Europa stil lag en Nederland zijn grenzen gesloten hield, was er geen invoer meer van hop en brouwgranen. Erbovenop kwam een schaarste aan brandstoffen. De ene na de andere brouwerij sloot. Zo ook De Hoepel. 
















De laatste brouwer was Antoon de Rijk (1868-1924), zoon van de burgemeester van Tegelen Karel de Rijk. De familie was vermogend en stak in het begin van de vorige eeuw een flink kapitaal in De Hoepel, waardoor een voorsprong werd genomen op de concurrenten. Zo was Antoon de Rijk de allereerste Venlose brouwer die bier op fles verkocht. Dat was nieuw in die tijd. Als particulier met dorst ging je met een kan naar de brouwerij. Wie een feestje had, bestelde een 'kièndje' bier, een vat met een inhoud van vijfentwintig liter. De Rijk was ook in ander opzicht een innoverend ondernemer. Rond 1910 schakelde hij over naar een moderne brouwtechniek. Met tromgeroffel in de lokale krant kondigde hij aan dat bij De Hoepel de dorst gelest kon worden met ondergistend Lagerbier, Pilsner en Münchner. Het waren bieren die grote populariteit genoten bij jonge consumenten. Pils overvleugelde in korte tijd alle traditionele bieren. 



Nog even iets over de naam De Hoepel. Zijn er nog mensen die zich het dialectwoord herinneren? Juist, de reip. Het verkleinwoord is ‘t reipke. Onder die benaming komen we de brouwerij tegen in 1783. In dat jaar leende Willem Theunissen een bedrag van tweeduizend gulden van het bestuur van het Armenhuis. Zijn onderpand was een huis en brouwerij gelegen tegenover de Grote Kerkstraat, genaamd 't Reipken. Het wordt De Hoepel als Jan Christian Verzijl de brouwerij in het begin van de negentiende eeuw overneemt. De familie Verzijl was gefortuneerd. Ze bezat bijvoorbeeld verschillende molens, waaronder die aan de huidige Molenstraat. De molen zelf staat er niet meer, de bijgebouwen wel. Dierenspeciaalzaak Poppo is er nu in gevestigd. Maar terug naar de binnenstad en de brouwerij. De Hoepel werd onder Verzijl in korte tijd de grootste brouwerij van Venlo met vijf knechten in loondienst.

 





Als de stad vastelaovend of kermis vierde, adverteerden de cafés. Heel vaak werd vermeld dat  ze bier van De Hoepel vertapten. Het was blijkbaar een aanbeveling. Toen Louis Stauch in 1892 aan de Bolwaterstraat café-restaurant International opende, liet hij niet na te vermelden dat hij zijn klanten kon gerieven met het puike bier uit de brouwerij van de heer A. Verzijl à zes cent per glas. Ja, ja jullie lezen het goed: zes cent per glas! De lever van een gewoontedrinker gaat er spontaan van applaudisseren. Stauch had nog een aardigheid in petto voor de opening. Hij had een 'reuzenkellner' geëngageerd. Die zorgde voor de bediening, maar door zijn imponerende gestalte ongetwijfeld ook voor veel gespreksstof in het bedaagde Venlo van die dagen. 

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten