vrijdag 2 september 2022

Van nul tot nu van woensdag 31 augustus 2022 - Venlose bankiers in opspraak (2)

 - door Albert Lamberts -

Een voetnoot in de vaderlandse bankgeschiedenis wellicht, maar een kapitaal hoofdstuk in de Venlose geschiedschrijving: het faillissement van de Firma Louis Wolters, de zogeheten  Woltersbank, op 22 juni 1882. In eerste instantie werd het faillissement door het Venloosch Weekblad van 1 juli nog met enkele regels afgedaan en besloot het korte berichtje met de opmerking dat Venlo deze catastrophe spoedig zal weten te boven komen. Volkomen misplaatst, zo bleek al spoedig.

Vooraf zij opgemerkt: de schuldeisers van de bank kregen uiteindelijk bijna een kwart van hun geld terug en beide bankiers Wolters stierven in de gevangenis. 

Het statige bankgebouw (rechts met balkon en grote poort) aan de Lomstraat (collectie Albert Lamberts)

Mei 1882: in Roermond, werd het faillissement uitgesproken van de papierfabriek Burghoff Magnée & Co. Die Co stond voor Pieter Proost, een Amsterdamse papierhandelaar, die veel orders kreeg van zijn protestantse geloofsbroeders voor bijbels, zangbundels en religieuze boekwerken. De Roermondse papierfabrikant, gevestigd in het gehucht Gebroek, hield vast aan zijn dure, houtvrij papier, gefabriceerd van textiel. Hij prees zich daarmee uit de markt; de Maastrichtse collega’s van Lhoëst, Weustenraad &C (later Koninklijke Nederlandse Papierfabriek), maakten het veel goedkopere papier van hout.

Al tientallen jaren genoot Burghoff de financiële hulp van de Venlose bankiers Wolters. Toen Proost zich terugtrok – hij zag de bui hangen – verdween ook een groot aantal orders uit de Roermondse portefeuille. Burghoff redde het niet. Ten tijde van de faillissementsverklaring stond Burghoff voor 850.000 gulden bij de Venlose bank in het krijt. Even ter verduidelijking: burgemeester Mulder van Venlo (getrouwd met een zus van de bankiers) verdiende 1100 gulden per jaar. De hele stadsbegroting bedroeg ruim 85.000 gulden en een werker verdiende tussen de vijf en tien cent per uur. Het hoofd der school mocht rekenen op een kleine driehonderd gulden per jaar. Het banktekort bedroeg ruim 1. 650.000 gulden.

 

Bankier Jean Wolters (collectie Albert Lamberts)

Had niemand de neergang van de bank zien aankomen? In de Zuidlimburgse Courier de la Meuse had wel al eens een artikel gestaan over betalingsmoeilijkheden bij de bank, maar een run op het spaargeld was uitgebleven. Slechts een enkeling, zoals  Stephanus Teeuwen van de gelijknamige steenbakkerij in Tegelen, kwam in actie. En ja, natuurlijk, de bankiers Wolters wisten ook, dat hun bank er slecht voorstond. Vele malen hadden zij bij Burghoff aangedrongen op aflossing. Vergeefs, sterker nog: de Venlose bankiers bleven geld overmaken naar de zieltogende papierfabrikant. De bij de bank gegroeide tekorten zuiverden de gebroeders Wolters aan met geld, dat niet van hun was. Bankier Jacques was onder andere voorzitter van het Rooms Katholiek Armbestuur en zijn oudere broer Jean bekleedde die functie bij de Weldadige Stichting van Heutz. Als zodanig hadden zij vrij eenvoudig toegang tot de gelden van deze liefdadigheidsorganisaties en daar maakten zij ook misbruik van. Bij beide deden zij een greep in de kluis, waarbij circa 40.000 gulden bij het Armenfonds en ongeveer 100.000 gulden bij de Stichting Heutz werd ‘geleend’. 

 

De moeilijkheden bij de bank waren bekend bij de bankiers. Bij niemand anders? Bijna niet voor te stellen, maar het kan net zo goed, dat de bekenden van de in de hoogste Venlose kringen verkerende bankiers geen behoefte gevoelden om te reppen van de benarde situatie. Twee regels bijvoorbeeld in de Venlose pers werden gewijd aan de aanhouding van de bankiers: De firmanten Louis Wolters hier ter stede zijn gisteren aangehouden. De berichtgeving bleef zeer summier, maar niet in Den Bosch, waar de zaak in hoger beroep diende. Daar werden complete pagina’s vol geschreven over de zaak, die niet alleen regionaal, maar zelfs landelijk zooveel opschudding had veroorzaakt. Verwijtbare zaakvoering, onregelmatige boekhouding en onrechtmatig gebruik van geld van anderen. Beide bankiers, ook persoonlijk failliet verklaard, moesten de cel in.

In 1898, op 30 mei, na een reeks van rechtszaken, werd het laatste Woltersboek gesloten. De bankiers waren toen al overleden.

Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten