vrijdag 16 december 2022

Van nul tot nu van woensdag 30 november 2022 - Van Steenen Huijs tot stadhuis (1)

 - door Albert Lamberts - 

Tho weten dat op date hieronder schreuen bij mijn Heere Burgemeester en Schepenen und Raedt deser Stadt Venlo ouverkomen (overeengekomen) is und accordiert is mit Mr. Wilhelm van Bommel Steijnhouwer ende Muyrer (metselaar), eijn stadhuys alhier van grondts op to maken, und alde aff te breeken, und dat hij daer mede bestaan (beginnen) sael den iersten dach toekomende May in desen jaer XVe souven und negentich sonder langer vertrach (vertraging). Actum opt achttenden dach februarij Ao 1597

Kortom met Mr. Willem van Bommel – uit het Duitse Emmerich – werd door burgemeester en schepenen van Venlo overeengekomen, dat hij het oude stadhuis zou afbreken en een nieuw zou bouwen. Het contract werd getekend op 18 februari 1597 

De voorgevel van het vroegere Steenen Huijs, die in 1932 bij werkzaamheden tevoorschijn kwam. In 1934 werd deze muur, thans inpandig in het huidige stadhuis, hersteld.

Had Venlo dan al een stadhuis voordat het huidige werd gebouwd? Jazeker wel. Begin veertiende eeuw woonden ridder Gerard van Bocholt en zijn vrouw Aleidt in een Steenen Huys aan de Lomstraat. Uit de stadsrekeningen blijkt, dat Gerard van Bocholt in 1371 een bedrag van 4 mark en 10 penning ontvangt en die transactie  heeft van doen met de verkoop van het steenen Huijs. Bij een overeenkomst op de naamdag van Sint Servaas (13 mei) in 1374 sloten de zoon en erfgenaam Heinrick van Bocholt en de stadsmagistraat een overeenkomst, waarbij Van Bocholt van de stad in erfkoop een broek kocht, groot 14½ morgen en 5 roeden, gelegen bij der holtmolen, grenzende aan zijn broek bij zijn huis to Wylre. Over en weer werden de financiële verplichtingen met deze verkoop vereffend. De zuinige stad had overigens mooi twee penningen verdiend…

Sinds 1343 had Venlo stadsrechten en vanzelfsprekend moesten burgemeester en schepenen een passend onderdak krijgen. Dat werd het Steenen Huijs. In die tijd waren huizen en gebouwen van steen nog niet algemeen. Het Steenen Huijs was geschikt  voor de stedelijke magistraat. Duidelijk is dat het Ssteenen Huijs al eerder ter beschikking stond van het stadsbestuur, zoals blijkt uit de overeenkomst van 1374, waarin staat dat de stad het Steenen Huijs (raadhuis) si hir vurtyds gekocht heeft. Eerder dus. Waarschijnlijk in 1371. Overigens werd in het Steenen Huijs ook een vleeshal ondergebracht.

Rond de verkoop van dat Steenen Huijs hangt nogal een waas van bedrog. Venlo zou namelijk al spoedig nadat stadsrechten waren verleend  op zoek zijn gegaan naar een representatief onderkomen voor de magistraat, waarbij het oog op het statige huis van Van Bocholt viel. Die vroeg aanvankelijk een te hoge prijs, die buiten het bereik van de financiële mogelijkheden van de toen nog armlastige stad lag. Of het een truc is geweest of niet, het stadsbestuur besloot pal tegen het Steenen Huijs een leprozenhuis te bouwen. Absoluut regen de bestaande gewoonte om leprozen juist buiten de stad onder te brengen. Het gevolg van deze weinig verheffende actie was, dat Van Bocholt , bang voor besmetting, zijn huis fluks aan de stad verkocht, mogelijk in 1370, wellicht in 1371. En wat deed de stad? Die verplaatste het leprozenhuis naar buiten de stad. Overigens: pas in 1377 wordt gesproken over het raadhuis.

Was het Steenen Huijs, vanaf nu dus raadhuis, eerst nog bijzonder tussen de vele houten gebouwen, stilaan werden meer huizen gebouwd van steen. Het raadhuis zou zich echter toch blijven onderscheiden. Niet alleen werd in 1389 de voorgevel van het raadhuis verrijkt met een toren, die plaats ging bieden aan het stadsuurwerk, vervaardigd door Maastrichtenaar Hendrik van Thoren, tevens werd, om toch wel de aparte status te onderstrepen Jan Goutsmeyt benoemd, permanent belast met het onderhoud. 

In 1396, in hetzelfde jaar dat op de hoek van de Begijnengang - Klaasstraat en grote kapel werd gebouwd door de Broederschap van Sint Nicolaas (Sinter Claesbroederschap) van het Schippersgilde, korte tijd later aan de Kruisheren overgedragen, kwam naast het raadhuis een zogeheten Dinghuys. Daarin werden ambtenaren ondergebracht, belast met bestuurlijke en juridische zaken.

Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten