- door Sef Derkx -
Vanaf oktober 1940 breidde de Duitse bezetter een van oorsprong Nederlands hulpvliegveldje op de Groote Heide uit tot een belangrijke basis van de Luftwaffe. Fliegerhorst Venlo-Herongen was naar verluidt de grootste Duitse luchtmachtbasis in bezet Europa. Begin jaren zestig gingen we op de fiets naar de Groote Heide. Niet alleen om hagedissen te vangen voor het terrarium, ook om kogels te zoeken. Achtergebleven munitie uit de oorlog. Aan het pad langs het zweefvliegveld stonden twee tanks. Dichtgelast, zodat je er niet in kon. Maar er bovenop kruipen, ging wel.
De aanleg van Fliegerhorst Venlo-Herongen is mede uitgevoerd
door lokale en regionale bedrijven. Duizenden Nederlandse arbeiders werden in
Venlo en omgeving ingekwartierd. Er was na de moeilijke crisisjaren veel animo
om het werk te verrichten. De lonen waren relatief hoog. De Duitsers plaatsten
grote orders. De leiding van de Luftwaffe had haast. Geld speelde daarbij geen
rol. Er kon geput worden uit de Nederlandse schatkist. Volgende maand is de
voormalige basis decor van de theatervoorstelling
… Eindelijk vrij! Grensstreek in de oorlogstijd.
Iemand die levendige herinnering bewaard aan het ‘vleegveld van de Pruuse’, zoals het in het Venloos wordt genoemd, is de 92-jarige Jan Gubbels. Al bijna zijn hele leven woont hij aan de Stalbergweg. Naast het café ’t Gildehoès. We zijn erheen gewandeld vanaf halte Karel van Egmondstraat. Vroeger heette het etablissement Bos en Berg, achter het café stond de schietboom van het Akkermansgilde. In de Tweede Wereldoorlog werd dit stukje Stalberg een met prikkeldraad omgeven Venlose enclave op het terrein van de Fliegerhorst. Een eerste toegangspoort tot de telefooncentrale van de basis van de Luftwaffe lag meer richting stad, ter hoogte van de Wijnbergstraat.
In de enclave, vertelt Jan Gubbels, woonden ingekwartierde Duitse militairen samen met de oorspronkelijke families. Pal achter het café was een schuilplaats voor onderduikers. Jan was een jongen van elf, twaalf en speelde altijd buiten. Met smaak dist hij de verhalen op, die hij hier als kind heeft beleefd. Bijvoorbeeld over de Luftnachrichtenhelferinnen. Jonge, ongetrouwde Duitse vrouwen die als telegrafistes en telefonistes op de Fliegerhorst werkzaam waren. Ze werden Blitzmädels genoemd. Deze bijnaam refereerde aan het bliksemsymbool op de mouw van hun grijze uniform. Op mooie dagen lagen de Blitzmädels te zonnebaden. Deels zonder uniform wel te verstaan. Leergierig als hij was, gaf Jan natuurlijk zijn ogen de kost (wordt vervolgd).
Reageren Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.
Van de bovenkant kon inderdaad niet in die tanks komen. Maar via de onderkant ben ik er als kind wel degelijk ingekropen!
BeantwoordenVerwijderen