donderdag 4 februari 2021

Koud tot op het bot - Oorlogswinter 1942

 - door Sef Derkx -

Er heerst vandaag opwinding onder meteorologen. Een dik pak sneeuw is in aantocht. Bovendien gaat het flink vriezen. De ruime aandacht voor het naderend koufront, is veelzeggend. We hebben blijkbaar behoefte aan een ouderwetse winter. Handschoenen, sjaal en muts worden tevoorschijn gehaald.

Niets is toeval. Op zoek naar een mapje met aantekeningen en documenten over filmfragmenten vervaardigd in 1945, kwam ik een envelop tegen met foto's van de winter van 1942. Zekerheid omtrent het jaartal, was gauw gekregen: het staat achterop de foto's. Geen reden tot twijfel dus. Wie de fotograaf is, weet ik niet. 

Koud tot op het bot, hebben de mensen het in het oorlogsjaar 1942. Van10 tot en 27 januari vriest het alsmaar strenger. Het kwik daalt tot - 20 graden. Omdat brandstof schaars is, kruipt men met de jas aan in bed. Er wordt op 21 januari een Elfstedentocht verreden, met als winnaar Sietze de Groot uit Weidum. Eind januari valt er plaatselijk meer dan veertig centimeter sneeuw. Ondertussen gaat het beleg van Leningrad onverminderd door. Duizenden jonge mannen, aan beide zijde van het front, sneuvelen.

De eerste weken van februari zijn ijsje-piep koud, pas in maart loopt de winter ten einde.


Twee foto 's van het Keizerstraatje, c.q. de Floddergats. De kar van de gemeente is op weg naar de dichtgevroren haven, waar de sneeuw op het ijs wordt gestort.

Het Arsenaal in winterse sfeer



Twee maal Grote Kerkstraat 

Tot slot twee berichten uit de Nieuwe Venlosche Courant van respectievelijk 5 januari en 25 februari 1942: 




Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: flodergats@xs4all.nl.






Baer en Cielke Hovens-Linders van De Hazewind

George van Dam (1940) woont bijna zijn hele leven tegenover De Hazewind. Het café is een ankerpunt in zijn leven: hij dronk er als jongeling zijn eerste glas bier.  Over Baer en Cielke Hovens-Linders kan hij veel vertellen. Voor de familie Hovens, heeft hij het een en ander op papier gezet over het kasteleins- en tuindersechtpaar.

- door George van Dam -

Baer Hovens gaat als kleuter vaak `s middags na het eten altijd even naar grootmoeder, die op De Hazewind woont. Om er te toète, zoals hij dat zelf noemde. Oma neemt hem op haar schoot en nadat Baer zijn nieuws heeft verteld gaat hij dan weer braaf naar huis.

Op een wat latere leeftijd leert Baer het meisje Cielke Linders uit de stad kennen. Cielkes vader beheert het café  De Keulse Kar aan de Parade. Dit is een bekend  en druk bezocht etablissement. Reeds vanaf haar veertiende jaar helpt Cielke in het café. Het is hard werken. Zeker als er na een begrafenis in de Keulse Kar koffietafel wordt gehouden. De families in die tijd zijn groot met als gevolg dat het dan altijd een drukte van jewelste is.

De Keulse Kar, begin van de vorige eeuw

Aan het begin van zo`n koffietafel wordt er vaak veel gehuild om de overledene. Naarmate de tijd vordert en er steeds meer alcohol wordt genuttigd dan koffie, slaat de stemming om. De droefheid wordt verdreven door vrolijkheid. Uiteindelijk gaat het leven verder niet waar?  Halfweg de middag wordt Cielke dan ook gevraagd nog eens een flap (een muntstuk ter waarde van twee en halve cent) in het elektrisch orgel te gooien. Dit orgel is de voorloper van de latere jukebox. Na inworp van het muntstuk begint het orgel dansmuziek te spelen. Het gevolg hiervan is dat aan het eind van de middag sommige deelnemers aan de begrafenis niet meer weten wie ze begraven hebben. De Keulse Kar wordt ook vaak bezocht door mensen die aangifte hebben gedaan van de geboorte van hun kind. Ook dat moet uiteraard gevierd worden.

Dat de ouders van Baer en van Cielke voor hun tijd moderne mensen waren, moge blijken uit het feit dat Baer bij slecht weer na een vrijersavond bij de familie Linders mocht blijven slapen. In die tijd iets ongehoords. Voor het huwelijk slaapt namelijk de jongen niet onder het dak van zijn meisje. Anderzijds is het gewoonte dat een dochter die trouwde, zes weken niet naar haar ouderlijk huis mocht. Ze moest dan van de moeder af, werd gezegd.

Op het terras bij De Hazewind, v.l.n.r: De Dikke van Schreurs, Baer Hovens, Leentje Hovens,  kasteleinse Cielke Hovens en Frans Hovens. Op de rug gezien Jan Delsing, het onderstel links is van Frans Hovens

Baer is tuinder en heeft zijn land aan de Koelderstraat tegen de berg aan liggen. Later is dit verkocht aan de jongens van De Bruin. Die hebben er een grote tuinderskas op gebouwd. Helaas hadden deze jongens geen echte tuindersknechten in dienst. Bovendien voerden de Bruins als eerste tuinders in Venlo de vijfenveertig-urige werkweek in. Dat ging dus niet goed. Hun bedrijf werd overgenomen door de gebroeders Van Rijn.

De Hazewind, vóór de Tweede Wereldoorlog

Volgens de halfbroer van de moeder van de bruidegom, de Boer van Ebus, had Baer met Cielke geen goeie gerdeneersvrouw getrouwd. Wat moest een stadsmeisje nu op het land doen? Op deze uitspraak moest hij echter al spoedig terug komen. Voor een gerdeneer begon in die tijd de dag vroeg. Zodra het licht was zat hij al op het land. Zo ook Baer. Echter Cielke stond ook elke morgen voor zes uur  op. Nadat ze voor Baer de boterhammen heeft gesmeerd, brengt ze deze om zeven uur met een grote tuit koffie naar het land. Eenmaal daar helpt ze Baer mee op het land om bijvoorbeeld  de bonen af te doen. Cielke had het nooit over bonen plukken.

Ouderdom en de gezondheid van Baer dwongen de echtelieden eind jaren zestig De Hazewind te verlaten. Ze kregen een flat aan de Straelseweg. Nadat Baer in 1976 is gestorven, verhuisde Cielke naar het Bejaardenoord De Beerendonck. Doordat ze langzaam maar zeker dement raakte, verhuisde Cielke naar het verzorgingstehuis Maria Auxiliatrix. Op 5 september 1987 overleed Cielke, zij werd ruim 88 jaar.

Reageren? Stuur een e-mail naar George van Dam:  gmvandam@versatel.nl.

De Halte XL van woensdag 3 februari 2021 - De Hazewind ten tijde van kasteleinse Cielke

 - door Sef Derkx - 

Rondom café De Hazewind aan de Herungerweg zweven herinneringen. De beelden zijn onscherp en deels opgelost in de mistflarden die de tijd je geheugen injaagt. Reden om terug te gaan, we stappen uit bij halte Jean Laudystraat.


Café De Hazewind interieur en exterieur. Een virtueel bezoek aan het café is ook in coronatijd mogelijk. Ga naar Streetview en laat u meenemen aan de hand van fotograaf Theo Peters.

In de jaren vijftig kwamen we regelmatig in het café. Kasteleinse Cielke Hovens-Linders was een volle nicht van mijn vader. De Hazewind lag onder het straatniveau. Als je naar binnen wilde, ging je eerst twee hardstenen treden af. Boven de toegangsdeur hangt nog steeds het bord met een afbeelding van een hazewind. Je kwam niet meteen in het café maar eerst in een halletje met een terrazzovloer met mooie geometrische patronen. Alsof je in een caleidoscoop keek. Links in het halletje stond de porseleinen biertap. De tengere Cielke vlinderde heen en weer tussen tap en café, dat rechts van het halletje lag. 

Het terras van De Hazewind, eind jaren vijftig/begin jaren zestig. De corpulente heer links is Joep Schreurs, die door zijn omvang ontzag afdwong bij mij als kind. Joep had een extra verstevigde fiets met dubbele stang en een het grootste zadel dat ik ooit heb gezien. Hij ging ermee naar Kevelaer waar hij overnachtte om de volgende dag weer naar Venlo terug te peddelen. Misschien dat hij net terugkwam van de pelgrimage toen deze opname werd gemaakt. De dame met het dienblad is tante Cielke (foto collectie familie Hovens) 

Haar man Baer was tuinder, De Hazewind liet hij over aan zijn vrouw. Van haar kreeg ik voor het eerst van mijn leven een reep Mekka. De wikkel kan ik zo uittekenen. Blauw, rood en goud met een zonnemotief en in reliëf de tekst: Van Dungen Mekka  Het was melkchocolade met hazelnoten en rozijnen. 

Frontgevel en achterzijde café De Hazewind, jaren twintig/dertig (foto F. Linders jr./collectie George van Dam)

In het café stonden het biljart, de kachel en enkele tafels en stoelen. Verder herinner ik me nog een prijzenkast met bekers en medailles. Het waren trofeeën van de Venlose Ruiter Club, die in 1932 in De Hazewind was opgericht. De wc’s waren buiten op de plaats. Op de ‘Cour’, zoals het stond aangegeven op een bordje in het café. 

Prentbriefkaart met de beugelbaan, waarschijnlijk eind jaren dertig (collectie George van Dam)

Daar was ooit ook een beugelbaan geweest. Het zoekprogramma Delpher dolf krantenadvertenties op uit 1907, waarin beugelaars lekker worden gemaakt voor een partij beugelen met als prijs een ham. 

Venloosche Courant van 8 augustus 1907

Venloosch Nieuwsblad van 2 oktober 1907

In hetzelfde jaar is er groot feest in De Hazewind. Het Venloosch Nieuwsblad schrijft er uitvoerig over. Kasteleinszoon Sander Ebus wordt op zondag 29 september 1907 tot priester gewijd. Na zijn eerste mis in de Sint-Martinuskerk wandelt de neomist met zijn familie in triomf naar het café, onder de erebogen door die de buurt heeft geplaatst. Het feest dat erop volgt, duurt drie dagen. 

George van Dam (1940) woont al zijn hele leven tegenover De Hazewind: 'Wanneer het zomers warm was, stuurde mijn moeder mij met een waterkan naar De Hazewind. De kan was geëmailleerd, liep spits toe, had een groot handvat en er kon een liter of vijf water in. Cielke vulde de kan met drie liter donker bier,  dat werd gebruikt voor de bekende bierpap.'

De kleine George heeft dus het bierdrinken met de paplepel in gegeven gekregen: ‘Mijn eerste echte glas bier heb ik ook gedronken bij Cielke. Dat blijft je natuurlijk je bij. We hebben er zoveel plezierige avonden beleefd. Café De Hazewind had een telefoon, ik weet het nummer nog K4700-2915. Veel mensen uit de buurt maakten er gebruik van. Toen ons eerste kind op komst was, heb ik ’s nachts Cielke wakker gemaakt om de vroedvrouw te kunnen bellen.’  

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

woensdag 3 februari 2021

Toon Schrijnen en de nazi-rel in sociëteit Mariaweide

- door Gerrit van der Vorst - 

Toon Schrijnen was een legendarische Venlonaar. Na zijn dood, in 1967, bleef vooral zijn betrokkenheid bij de vastelaovend in de collectieve herinnering. Prins Toën den Twiede (1937) ging aansluitend tot 1959 verder als Vors Joeccius XI. Dat is een aparte blog(serie) waard.

Prins Toën den Twiede (1937), met zijn adjudanten C. Receveur en Ph. Steeghs, en de prinsegarde 

Vors Joeccius XI.

Ook de verdere verdiensten van Toon Schrijnen voor Venlo zijn ‘blog-waardig’. Gaandeweg breidde het curriculum vitae van de vrijgezelle apotheker zich uit tot een indrukwekkende serie nevenfuncties, zoals commissaris van het Dagblad van Noord-Limburg, en erelidmaatschappen. In het jaar dat hij stopte als Vors Joeccius XI – in 1959 – was Toon Schrijnen bijvoorbeeld voorzitter van het comité dat de 80.000 gulden voor het grote stadscarillon in de Martinuskerk op tafel bracht.

Vier van de 48 klokken van het stadscarillon, in totaal bijna 10.000 kilo brons (De Volkskrant van 28 maart 1959, www.delpher.nl).

Toon Schrijnen was een persoonlijkheid en dat kwam in 1933 overtuigend tot uitdrukking, bij de confrontatie van Venlo met het nationaalsocialisme. Hitlers aantreden wekte enthousiasme bij de grote Duitse gemeenschap. De fanatiekste volgeling was wel de Ortsgruppenführer Martin Ridder van de afdeling Venlo van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP). Als zoon van een Rijksduitser en een Venlose bezat Ridder (Venlo, 1905) ook de Duitse nationaliteit.

Heinrich Christoph Ridder, de in 1923 overleden Duitse vader van Martin Ridder. Een van zijn drie dochters was directrice van de RK Openbare leeszaal.

Ridder dreef een rechtskundig bureau voor mensen die in Duitsland juridische problemen ondervonden, bijvoorbeeld door deviezensmokkel. De zaak liep kennelijk goed en hij had lokaal status verworven. Anders had hij geen lid kunnen worden van de sjieke sociëteit Mariaweide in de Nieuwstraat. De lidmaatschapskosten bedroegen maar liefst 60 gulden per jaar en de ballotage was streng.

De bekende joodse zakenman Felix Keizer, die tegenover de sociëteit woonde, werd bijvoorbeeld geweigerd omdat er met Alexander Keijzer al een joods lid was.

Martin Ridder begon zich in 1933 danig te misdragen. Samen met een andere fanatiekeling begon hij in Venlo wonende Duitsers te intimideren. Als die zich niet aansloten bij de lokale NSDAP-afdeling zou de verlenging van hun paspoort bijvoorbeeld wel eens in gevaar kunnen komen. Het agressieve optreden van Ridder en consort wekte veel ergernis. Zo bezochten ze het socialistische verenigingsgebouw ‘De Toekomst’ aan de Maaskade, onder het mom dat ze SDP-aanhangers waren. In werkelijkheid wilden ze nagaan of daar ook socialistische Rijksduitsers kwamen.


De kop in Het volk van 10 augustus 1933 (www.delpher.nl). Het socialistische dagblad riep om actie tegen de fanatieke pleitbezorgers van het nationaalsocialisme in Venlo. De Nieuwe Venlosche Courant hield zich afzijdig.

Ook Mariaweide kreeg al gauw te maken met Ridders propaganda. Op zaterdagavond 24 juni 1933 vierde de sociëteit Mariaweide het 5-jarig bestaan, met een borreluur en herendiner. Er speelde een strijkje, de drank vloeide en de stemming zat er goed in. Rond 23 uur kwamen de politieke ontwikkelingen aan de orde. Martin Ridder wilde de discussie een impuls geven, door de Duitse dirigent Karl Fiethen het Horst-Wessellied te laten spelen. Fiethen voelde daar niet voor, maar zwichtte toen Ridder bijstand kreeg. De eerste strofe van het nazi-lied werd meegezongen, maar de ceremoniemeester greep meteen in. ‘Geen politiek!’

Het gebouw van sociëteit Mariaweide.

Die ceremoniemeester was niet de eerste de beste. Petrus Antonius Schrijnen (Venlo, 1902) was een telg uit een gerenommeerd Limburgs geslacht van medici, apothekers en prominente priesters. De 30-jarige Toon Schrijnen liet het strijkje meteen stoppen, maar een deel van het gezelschap pikte dat niet. ‘Doorspelen!’

Prof.dr. Jos Schrijnen, mede-oprichter en eerste rector-magnificus van de Katholieke Universiteit Nijmegen was een oom van Toon Schrijnen. Een andere oom was Monseigneur Laurens Schrijnen, bisschop van Roermond.

Toon Schrijnen stond echter pal. Tegen Martin Ridder riep hij: ‘Jij d’r uit of ik!’ De woedende Ridder vertrok, maar wel met in zijn kielzog prominente leden van Mariaweide. Volgens wethouder en locoburgemeester mr. E. Janssen, luitenant Loomans en andere leden was de ceremoniemeester te ver gegaan met zijn interventie. Voorzitter Karel Hermans wist de boze leden terug de sociëteit in te praten.

Begin juni 1938 bezocht Prins Bernhard het Venlose garnizoen. Bij die gelegenheid gebruikte hij de lunch in de sociëteit Mariaweide en ging hij op de foto met het bestuur. Op de achterste rij tweede van links kapitein Loomans en rechts Toon Schrijnen. Voor kolonel Rutgers van der Loeff (garnizoenscommandant), burgemeester Berger, prins Bernhard en Karel Hermans.

Maar binnen stonden Toon Schrijnen en de teruggekeerden zo vijandig tegenover elkaar, dat een handgemeen dreigde. Het bleef echter bij een heftige woordenwisseling, waarna de mantel der liefde er overheen ging. Het was dat dagblad Het volk de affaire met een rellerig artikel aan het licht bracht. Anders had er vast geen haan meer naar gekraaid.

De kop boven het artikel in de avondeditie van Het volk van 30 juni 1933 (www.delpher.nl).

Wie gedacht had dat het voorval Martin Ridder zou temperen, vergiste zich. Hij zette zijn nazi-propaganda zelfs zo fanatiek door, dat de minister van Justitie hem in oktober van dat jaar Nederland uitwees, samen met twee andere nazi-stokers.

Bericht in het Christelijk dagblad voor Nederland De Amsterdammer van 25 september 1933.

De populariteit van Toon Schrijnen had geen blijvende schade opgelopen door het voorval. Die werd in de volgende jaren alleen maar groter en bereikte op 10 oktober 1955 de top voor zo’n 2.500 schoolkinderen. Op die dag werd het zilveren apothekersjubileum van drs. A. Schrijnen groots gevierd. De kersverse ereburger van Venlo was – uiteraard – ook de ziel van het Venlose Comité Kinderfeesten, dat ieder jaar de St. Maartensfeesten, de St. Nicolaasfeesten, de Allerkinderen- en Palmhoutjesoptocht organiseerde. Daarom liet men die schoolkinderen ‘s ochtends op de Markt voor het stadhuis een welverdiende aubade brengen aan Schrijnen.

Toon Schrijnen in zijn apotheek De Gaper op de Markt, tegenover het stadhuis.

Spontaan dankte de ontroerde jubilaris de kinderen door ze voor de rest van de dag vrijaf te geven. Zijn jeugdig gehoor leek te beseffen dat ‘ome Toën’ daar in het geheel niet bevoegd toe was. Even spontaan stoven de kinderen meteen de zijstraten in, voordat hun begeleiders in konden grijpen.

Het werd Toon Schrijnen vergeven. Terecht.

Met dank aan Piet Braem.

Reageren? Stuur Gerrit van der Vorst een e-mail: gp.vandervorst@xs4all.nl.

 

 

 

maandag 1 februari 2021

Kantoor Wezelsche Barrière - Nogmaals

Joep Haffmans heeft de aquarel uit de lijst genomen en opnieuw gefotografeerd. Zie hieronder het fraaie resultaat: 



Aquarel Wezelsche Barrière, totaal en details (van website www.haffmansantiek.nl) 

We kregen een interessante reactie over de precieze locatie van het voormalige grenskantoor Wezelsche Barrière, waarvoor hartelijk dank. De inzender heeft het bij het rechte einde. Het is bij nadere beschouwing logisch dat het Nederlandse grenskantoor aan de rechterkant van de weg ligt, als je richting Duitsland gaat.

" Geachte heer Derkx, Beste Sef,
Het pand op de aquarel is naar mijn mening niet het woonhuis dat jij aangeeft. Het woonhuis dat jij aangeeft is Weselseweg 131/133. Op de aquarel is het pand afgebeeld met adres Weselseweg 134/134A, schuin tegenover huisnummer 131/133. Het staat er dus nog steeds! 

Het is nu weliswaar wit maar als je goed kijkt naar de plaats van de vensters en vooral de bogen boven de kozijnen dan is dit onmiskenbaar het pand op de aquarel. De positie van de aquarellist is het Zoutpad. De aquarellist kijkt van Duitsland richting Nederland; van noordoost naar zuidwest. 

Er staat nu een ander pand (Weselseweg 138) tussen maar dat is gezien de bouwstijl een jaren dertig woning en stond 1917 nog niet tussen de aquarellist en het grenskantoor in.

De aquarel wekt de indruk, door de positie van waaruit het gemaakt is, dat het pand veel groter lijkt dan het in werkelijkheid is.
 
Met vriendelijke groet, Victor." 
 

Ik schreef hierboven dat het logisch is, dat het grenskantoor aan de rechterkant van de weg ligt als je van Nederland komt. Daarop kreeg ik een reactie van Jos Wolbertus uit Tegelen: 

"Niet noodzakelijk en dus niet altijd logisch dat een Nederlands grenskantoor aan de rechterkant ligt. In Tegelen lag het ook links als je naar Duitsland reed. Bij de Welsche Barrière, waar ik als 'kemmies' nog dienst heb gedaan, lag het Duitse kantoor weer links als je vanaf Duitsland kwam. Is dus geheel afhankelijk van de plaatselijke situatie."

Delpher is een zeer bijzondere zoekmachine. We vonden een bericht over het veertigjarig jubileum van K. Westerterp.

Leeuwarder Courant, 31 augustus 1939 (gevonden via ww.delpher.nl)

Ter gelegenheid van dit jubileum werd foto gemaakt van hem, die we terugvonden in de beeldbank van het Historisch Centrum Leeuwarden. K. Westerterp is dus Klaas Westendorp (Oldeboorn 1879-Leeuwarden 1946).


Klaas was een bevlogen kalligraaf, deed mee aan wedstrijden en won prijzen.

Leeuwarder Courant, 6 november 1938 (gevonden via www.delpher.nl)

Wat een dag speuren in coronatijd niet kan opleveren!

Laatste nieuws van dinsdag 2 februari 2021:
We tipten het Gemeentearchief Venlo over de aquarel Grenskantoor Wezelsche Barrière van Klaas Westerterp. 

Frans Hermans nam contact op met de verkoper en zie: de bijzondere aquarel is verworven en maakt nu deel uit van het collectieve erfgoed van Venlo. Zodra het Gemeentearchief de coronabeperkingen opheft en toegankelijk is, gaan we de creatie van Klaas Westerterp met eigen ogen bekijken. 

We zijn er nog niet.

Wederom een aanvulling en wederom is het Victor, die de aquarel nog eens goed heeft bekeken:

"Volgens mij staat er niet  'Nu zorgt voor U’! Ik denk dat er 'Hij zorgt voor U' staat. Wie bedoeld wordt met 'Hij' is natuurlijk speculeren. Maar het feit dat de maker Klaas Westerterp afkomstig was uit Leeuwarden en waarschijnlijk protestant-christelijk is geweest, zou die 'Hij' niemand minder dan de Here Jezus kunnen zijn. 

Op zich niet vreemd als je in een tijdsbestek van veertig jaar op meer dan tien verschillende plaatsen werkt. Dan kun je wel een steuntje in de rug gebruiken als Fries in het verre katholieke zuiden van een eeuw geleden bij een eenzame grenspost.

Daarmee krijgt deze aquarel een godsdienstig karakter in plaats van een landschap met grenskantoor. Zou hij van die andere tien standplaatsen een vergelijkbare 'Hij zorgt voor U' aquarel gemaakt hebben?
 
Groet, Victor."
 
Ook reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

Schilderijtje Wezelsche Barrière ten tijde van de Eerste Wereldoorlog

 - door Sef Derkx -

Van Joep Haffmans uit Utrecht kregen we vraag over een foto van een Venlose steeg, gemaakt door Paul Pellens. Het was zonneklaar Op de Miste. 

Op de website van zijn kunst- en antiekhandel troffen we een interessante aquarel aan van het landelijk gelegen grenskantoor Wezelsche Barrière. In fraai gekalligrafeerde letters lezen we: 'Nu zorgt voor U Kantoor' en in cursief onderin de voorstelling: 'Kantoor Wezelsche Barrière'. 



Aquarel Wezelsche Barrière (totaal en details) van K. Westerterp (bron www.haffmansantiek.nl)

De aquarel  meet 64x49 cm en is rechtsonder gesigneerd en gedateerd: 27-7-1917.


Kaartje (totaal en detail) van de gemeente Venlo van Jacob Kuijper, 1867. In rood ovaal het Grenskantoor Wezelsche Barrière.

De Wezelsche Barrière was het grenskantoor aan de weg tussen Venlo en Straelen. De weg is in de Napoleontische tijd aangelegd, waarbij de kerktorens van beide plaatsen richtpunten waren. Momenteel is het de Weselseweg. Via Google Maps en Streetview kijken we naar de huidige situatie.



Op basis van de foto's krijgen we de indruk dat het voormalige douanekantoor is verbouwd tot woonhuis. Maar corrigeer ons wanneer we het bij het verkeerde eind hebben.

De zondagsschilder die de aquarel vervaardigde in 1917 was K. Westerterp. We vonden hem terug via Delpher en volgen de periode van zijn stationering aan de Wezelsche Barrière:

Nieuwe Venlosche Courant, 29 mei 1915

De Maasbode, 5 juni 1915

Nieuwe Venlosche Courant, 9 september 1915

Nieuwe Venlosche Courant, 1 december 1917

In de relatief korte periode dat Westerterp werkzaam was in het grenskantoor Wezelsche Barrière, was waakzaamheid geboden.

De Duitse collega's van Westerterp in grenskantoor Dammerbruch (foto uit Venlose Katernen 28)

Duitsland stortte zich in 1914 in de Eerste Wereldoorlog, Nederland bleef neutraal. De oorlog werd weliswaar niet op Duits grondgebied uitgevochten, maar Straelen betaalde een hoge tol: 220 jonge mannen uit Straelen en 31 uit Herongen lieten het leven aan het front in Frankrijk.

De grens tussen Nederland en Duitsland was gesloten. Vanaf eind 1914 was grensverkeer beperkt mogelijk. Men moest over een paspoort en speciale vergunning beschikken. Het ging de inwoners aan deze zijde van de grens economisch beter. De situatie leidde tot een levendige smokkel van Nederland naar Duitsland. Westerterp zal de handen er vol aan hebben gehad.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.


Brood bakken in een verlaten dorp

(Overname uit De Kapper Veldense praatjes & plaatjes - Zesde jaargang, nummer 1, januari 2021 - Met dank aan Pieter Duijf)

Onlangs kregen we van Coen van den Hombergh (van Melk Sef) een uitgebreide aantekening van wijlen Lau Fleuren (1924-2010) aangereikt, waarin bakkerszoon Lau vertelt over de laatste oorlogsmaanden in Velden toen de meeste inwoners van het dorp al waren geëvacueerd naar met name Schandelo. De huizen bleven lange tijd verstoken van elektriciteit. Lees hieronder het enigszins aangepaste persoonlijke verhaal van Lau Fleuren over hoe de Veldenaren destijds van brood werden voorzien. Lau was getrouwd met Truus Schreurs. Truus dreef een winkeltje in rookwaren en snoepgoed op de hoek Wilhelminastraat/Scholtisstraat. Aan de gevel hing een sigarettenautomaat, waar je alleen harde guldens in kon werpen. Het wisselgeld (kwartjes, stuivers en dubbeltjes) zat dan met cellotape vastgeplakt op het pakje.

Prentbriefkaart Velden met de molen van Rub van den Hombergh

BROOD BAKKEN IN EEN VERLATEN DORP

Door Lau Fleuren

Toen de Veldenaren het dorp van de Duitsers moesten verlaten en in Schandelo en bij de Ossenberg onderdak vonden bij familie of bekenden moest er toch voor deze mensen brood gebakken worden.

Mijn vader had een bespreking met de heer Franken, de veldwachter van de Duitsers, die reeds sinds 1938 in Velden woonde. Bij dit gesprek waren ook enkele andere inwoners aanwezig, waaronder Rieter-Langen of Lenders. Hij bood aan voor de verdeling van het brood te zorgen. Het brood kon worden opgeslagen in een koelruimte voor de melk. Hij zou ook zorgen voor benzine. Hij verbouwde namelijk koolzaad en deze kon hij dan ruilen voor benzine. Het begin was gemaakt.

Mijn vader en ik togen daarop naar bakker Gerard (Sraar van Adolf, redactie) van den Hombergh om te vragen of hij ons wilde helpen bij dit karwei. Hij wilde best meehelpen aan de voedselvoorziening. Wij moesten dan wel zorgen voor meel om mee te bakken. Ook kreeg hij benzine om de machines te laten draaien en voor het stoken van de branders die zijn ovens op temperatuur moesten houden. Dit alles werd bij deze bespreking toegezegd, waarbij ook Gerard Geurts, de Lange van Geurts Bert, aanwezig was. Zo konden we thuis aan de slag om alles in goede banen te leiden.

Eenmaal thuis kwam het vervoer van brood in beeld. Wij hadden namelijk geen paard (‘ozze zwarte’, redactie) meer en moest er dus voor een alternatief gezorgd worden. Hay en Toon van Benders Piet (Vosbeek) boden soelaas. Er was echter een nadeel, namelijk of het paard door het granaatvuur en andere beschietingen in bedwang kon worden gehouden. De eerste heenreis naar Schandelo ging goed, maar op de terugtocht naar huis was het raak en sloeg het paard op hol. Uit voorzorg hadden Hay en Toon al een lijn aan een kant van het hoofdstel vastgemaakt, zodat het paard niet weg kon, en alleen in de rondte kon lopen. Hay en Toon hielden de lijn stevig in de hand. Het was maar goed dat dit op de terugweg gebeurde, want anders was er geen brood meer op de kar blijven liggen. Dit was niet goed en moesten wij op zoek naar een nieuwe voerman. Die vonden we in de persoon van Jeu Peeters (Conenhof) in Hasselt. Jeu was bereid paard en wagen beschikbaar te stellen. Zijn paard was niet zo schrikachtig. Sjeng Lommen (Notermans) werd uiteindelijk de nieuwe voerman. Bij hem werd met een granaataanval het brood van de kar afgeschoten, maar verder werd er onderweg niets verloren. Het is geen lolletje als die witgloeiende scherven je om de oren vliegen. Je was steeds weer blij als het goed was gegaan. Mijn vader en ik hebben elkaar dikwijls genoeg aangekeken als het vervoer naar Schandelo goed was gegaan.

Lau zittend op de bakkersfiets en Karel Fleuren

Het volgende wat geregeld moest worden was om voor voldoende rogge en tarwe te zorgen. Hiervoor vonden we gelukkig verschillende landbouwers bereid. Als de voorraad meel bijna op was, dan kregen zij op terugweg naar het dorp een seintje van ons. Wij haalden het graan dan op en brachten het naar de molen van Rub van de Mulder (van den Hombergh) aan de Rijksweg. De molen lag vijftig meter van onze bakkerij. De volgende dag na thuiskomst van Schandelo moest er gemalen worden. Het was soms een hele opgave om de motor op gang te krijgen en namen we dankbaar gebruik van de hulp van Ties Lei. Een keer hoorden wij bij de molen een granaatwerper schieten. Deze was daar door de Duitsers opgesteld. Wij besloten daarop meteen te stoppen met malen, bang als we waren dat de Engelsen dit vuur zouden beantwoorden. Maar toen de molen amper stillag, klonk er een enorme knal en zagen wij toen wij naar buiten liepen een Duitse soldaat voor ons weg strompelen en lagen er twee dood naast de granaatwerper. We maakten ons snel uit de voeten richting thuis. Voor de rest van de tijd dat er gemalen werd verliep gelukkig alles goed.

In het begin moest de bakoven gestookt worden met briketten. Dat waren een soort steenkolen. Toen deze verbruikt waren, moest er hout gezaagd worden. Sraar van den Hombergh bakte alleen roggebrood. Wij bakten witbrood en tarwebrood. Toen het meel voor witbrood opgebruikt was, werd er nog alleen tarwebrood gebakken, ook omdat wij dit meel zelf konden malen. Als dit tarwebrood dan klaar was, werd er nog een oven roggebrood gebakken. De oven was hiervoor namelijk nog heet genoeg. De warmte werd daardoor goed gebruikt. Een keer gebeurde het dat Sjaak en Karel (broers Lau, redactie) in de bakkerij aan het werken waren toen de kerktoren door de Engelsen vanaf de overkant van de Maas aan het beschieten werd. Een granaat miste de toren en ontplofte op een halve meter afstand van het raam van de bakkerij in de muur. Het glas vloog ze om de oren. Het deeg, dat juist klaar was, was gelukkig door dekens goed afgedekt en kon er gewoon roggebrood worden gebakken. Brood met glasscherven is namelijk niet zo gezond…

Lau Fleuren (Wuilus), 1953

In 2023 bestaat Bakkerij Fleuren honderd jaar. In 1923 startten Joep (Jos) en Anna Fleuren hun bakkerij met kruidenierswinkel aan de Wilhelminastraat. In 1936 verhuist de zaak naar de Rijksweg in een nieuw gebouwd pand om de hoek. De lastige oorlogsjaren staan vooral in het teken van ‘het hoofd boven water houden’. In 1964 neemt zoon Jan met zijn vrouw Mia de zaak over. Mia maakt er dan en passant een VIVO-winkel van. Sinds 1991 zwaaien Luuk en Gerrie Fleuren de scepter in hun ambachtelijke bakkerij met winkels in Velden en Venlo. Hun brood en gebak vinden inmiddels gretig aftrek bij onder andere vele horecagelegenheden in de regio…

Nieuwe Venlosche Courant, 13 juli 1936 (gevonden via www.delpher.nl)

In 1964 wordt de bakkerij overgedragen aan hun zoon Jan Fleuren die er met zijn vrouw Mia een Vivo-winkel van maakt. In 1991 nemen neef Luuk Fleuren en zijn vrouw Gerrie de zaak over. Vele verbouwingen volgen en zeker de laatste verbouwing is hun trots: de geheel vernieuwde bakkerij met de ovens in het zicht van de klant. Want hun motto is: “Wij zijn trots op elk product uit onze bakkerij en dat mag gezien worden!” In september 2015 zijn Luuk en Gerrie Fleuren met de tweede winkel gestart op de Geldersepoort in Venlo.

Reageren? Stuur Pieter Duijf een e-mail: piedu12@yahoo.com.