- door Gerrit van der Vorst -
Toon
Schrijnen was een legendarische Venlonaar. Na zijn dood, in 1967, bleef vooral
zijn betrokkenheid bij de vastelaovend in de collectieve herinnering. Prins Toën den
Twiede (1937) ging aansluitend tot 1959 verder als Vors Joeccius XI. Dat is een
aparte blog(serie) waard.
Prins Toën den Twiede (1937), met zijn adjudanten C. Receveur en Ph. Steeghs, en de prinsegarde
Vors Joeccius XI.
Ook de verdere
verdiensten van Toon Schrijnen voor Venlo zijn ‘blog-waardig’. Gaandeweg
breidde het curriculum vitae van de vrijgezelle apotheker zich uit tot een indrukwekkende
serie nevenfuncties, zoals commissaris van het Dagblad van Noord-Limburg, en
erelidmaatschappen. In het jaar dat hij stopte als Vors Joeccius XI – in 1959 –
was Toon Schrijnen bijvoorbeeld voorzitter van het comité dat de 80.000 gulden
voor het grote stadscarillon in de Martinuskerk op tafel bracht.
Vier van de 48 klokken van het
stadscarillon, in totaal bijna 10.000 kilo brons (De Volkskrant van 28 maart
1959, www.delpher.nl).
Toon
Schrijnen was een persoonlijkheid en dat kwam in 1933 overtuigend tot
uitdrukking, bij de confrontatie van Venlo met het nationaalsocialisme. Hitlers
aantreden wekte enthousiasme bij de grote Duitse gemeenschap. De fanatiekste volgeling
was wel de Ortsgruppenführer Martin Ridder van de afdeling Venlo van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP).
Als zoon van een Rijksduitser en een Venlose bezat Ridder (Venlo, 1905) ook de
Duitse nationaliteit.
Heinrich Christoph Ridder, de in 1923
overleden Duitse vader van Martin Ridder. Een van zijn drie dochters was
directrice van de RK Openbare leeszaal.
Ridder dreef
een rechtskundig bureau voor mensen die in Duitsland juridische problemen ondervonden,
bijvoorbeeld door deviezensmokkel. De zaak liep kennelijk goed en hij had lokaal
status verworven. Anders had hij geen lid kunnen worden van de sjieke sociëteit
Mariaweide in de Nieuwstraat. De lidmaatschapskosten bedroegen maar liefst 60
gulden per jaar en de ballotage was streng.
De bekende joodse zakenman Felix
Keizer, die tegenover de sociëteit woonde, werd bijvoorbeeld geweigerd omdat er
met Alexander Keijzer al een joods lid was.
Martin
Ridder begon zich in 1933 danig te misdragen. Samen met een andere fanatiekeling
begon hij in Venlo wonende Duitsers te intimideren. Als die zich niet aansloten
bij de lokale NSDAP-afdeling zou de verlenging van hun paspoort bijvoorbeeld wel
eens in gevaar kunnen komen. Het agressieve optreden van Ridder en consort
wekte veel ergernis. Zo bezochten ze het socialistische verenigingsgebouw ‘De
Toekomst’ aan de Maaskade, onder het mom dat ze SDP-aanhangers waren. In
werkelijkheid wilden ze nagaan of daar ook socialistische Rijksduitsers kwamen.
De kop in Het volk van 10 augustus
1933 (www.delpher.nl). Het socialistische dagblad riep om actie tegen de
fanatieke pleitbezorgers van het nationaalsocialisme in Venlo. De
Nieuwe Venlosche Courant hield zich afzijdig.
Ook
Mariaweide kreeg al gauw te maken met Ridders propaganda. Op zaterdagavond 24
juni 1933 vierde de sociëteit
Mariaweide het 5-jarig bestaan, met een borreluur en herendiner. Er speelde een
strijkje, de drank vloeide en de stemming zat er goed in. Rond 23 uur kwamen de
politieke ontwikkelingen aan de orde. Martin Ridder wilde de discussie een
impuls geven, door de Duitse dirigent Karl Fiethen het Horst-Wessellied te laten
spelen. Fiethen voelde daar niet voor, maar zwichtte toen Ridder bijstand
kreeg. De eerste strofe van het nazi-lied werd meegezongen, maar de
ceremoniemeester greep meteen in. ‘Geen politiek!’
Het gebouw van sociëteit Mariaweide.
Die ceremoniemeester was niet de eerste de beste. Petrus Antonius
Schrijnen (Venlo, 1902)
was een telg uit een gerenommeerd Limburgs geslacht van medici, apothekers en prominente
priesters. De 30-jarige Toon Schrijnen liet het strijkje meteen stoppen, maar een deel van het gezelschap
pikte dat niet. ‘Doorspelen!’
Prof.dr. Jos Schrijnen, mede-oprichter en
eerste rector-magnificus van de Katholieke Universiteit Nijmegen was een oom
van Toon Schrijnen. Een andere oom was Monseigneur Laurens Schrijnen, bisschop
van Roermond.
Toon Schrijnen stond echter pal.
Tegen Martin Ridder riep hij: ‘Jij d’r uit of ik!’ De woedende Ridder vertrok, maar
wel met in zijn kielzog prominente leden van Mariaweide. Volgens wethouder en
locoburgemeester mr. E. Janssen, luitenant Loomans en andere leden was de
ceremoniemeester te ver gegaan met zijn interventie. Voorzitter Karel Hermans wist
de boze leden terug de sociëteit in te praten.
Begin juni 1938 bezocht Prins Bernhard het
Venlose garnizoen. Bij die gelegenheid gebruikte hij de lunch in de sociëteit
Mariaweide en ging hij op de foto met het bestuur. Op de achterste rij tweede
van links kapitein Loomans en rechts Toon Schrijnen. Voor kolonel Rutgers van
der Loeff (garnizoenscommandant), burgemeester Berger, prins Bernhard en Karel
Hermans.
Maar binnen stonden Toon Schrijnen
en de teruggekeerden zo vijandig tegenover elkaar, dat een handgemeen dreigde. Het
bleef echter bij een heftige woordenwisseling, waarna de mantel der liefde er
overheen ging. Het was dat dagblad Het volk de affaire met een rellerig artikel
aan het licht bracht. Anders
had er vast geen haan meer naar gekraaid.
De kop boven het artikel in de
avondeditie van Het volk van 30 juni 1933 (www.delpher.nl).
Wie
gedacht had dat het voorval Martin Ridder zou temperen, vergiste zich. Hij
zette zijn nazi-propaganda zelfs zo fanatiek door, dat de minister van Justitie
hem in oktober van dat jaar Nederland uitwees, samen met twee andere
nazi-stokers.
Bericht in het Christelijk dagblad
voor Nederland De Amsterdammer van 25 september 1933.
De
populariteit van Toon Schrijnen had geen blijvende schade opgelopen door het
voorval. Die werd in de volgende jaren alleen maar groter en bereikte op 10
oktober 1955 de top voor zo’n 2.500 schoolkinderen. Op die dag werd het zilveren
apothekersjubileum van drs. A. Schrijnen groots gevierd. De kersverse ereburger
van Venlo was – uiteraard – ook de ziel van het Venlose Comité Kinderfeesten,
dat ieder jaar de St. Maartensfeesten, de St. Nicolaasfeesten, de
Allerkinderen- en Palmhoutjesoptocht organiseerde. Daarom liet men die schoolkinderen
‘s ochtends op de Markt voor het stadhuis een welverdiende aubade brengen aan
Schrijnen.
Toon Schrijnen in zijn apotheek De Gaper
op de Markt, tegenover het stadhuis.
Spontaan
dankte de ontroerde jubilaris de kinderen door ze voor de rest van de dag vrijaf
te geven. Zijn jeugdig gehoor leek te beseffen dat ‘ome Toën’ daar in het
geheel niet bevoegd toe was. Even spontaan stoven de kinderen meteen de
zijstraten in, voordat hun begeleiders in konden grijpen.
Het werd
Toon Schrijnen vergeven. Terecht.
Met dank
aan Piet Braem.
Reageren? Stuur Gerrit van der Vorst een e-mail: gp.vandervorst@xs4all.nl.