vrijdag 5 maart 2021

O.Z.O.

 door Sef Derkx.


Vijftien of zestien waren ze en ze kenden elkaar van de verkenners. Paul Ex (1925-2016) woonde aan de Goltziusstraat, zijn vriend Lambèr Meijers (1924-1997) ‘op de Baek’, de Kleine Beekstraat. 

Aversie tegen de Duitse bezetter hadden de jongens van thuis meegekregen. Die werd manifest toen de nazi’s in april 1941 van de ene op de andere dag de padvinderij tot verboden vereniging verklaarden. Op een avond gingen beide vrienden naar het hoofdkwartier van de verkenners aan het Maasschriksel. Ze verbraken de zegels aan de deur en namen spullen mee. 

Een kwajongensstreek, maar toch als de Duitsers hen hadden gepakt, hadden ze een pak rammel gekregen.

Maasschriksel1950     Maasschriksel

Maasschriksel in de jaren vijftig (collectie Sef Derkx)

Lambert Meijers

Lambèr Meijers als verkenner (met dank aan Mariane Meijers)

En… van het een kwam het ander. Wanneer een plakploeg van de NSB in de stad actief was, ging Paul Ex er achteraan om de nog natte posters van de muur te trekken. Op 31 augustus 1941 vierde koningin Wilhelmina in Engeland haar verjaardag. In Venlo waren op Koninginnedag geen feestelijkheden. Maar het weerhield beide vrienden er niet van om de dag toch een oranje tintje te geven. De buurman van Paul Ex, huisschilder Jacobs, stelde voor het doel een blik oranje menieverf ter beschikking. Gewapend met kwast en blik gingen de jongens op weg om op het trottoir en tegen gevels van huizen van Duitsers en NSB’ers de letters O.Z.O. te schilderen. 

De afkorting stond voor ‘Oranje Zal Overwinnen’. Ze werd vanaf het begin van de bezetting door velen als een soort van groet of yell gebruikt. Je kwam elkaar tegen op straat en riep: ‘O zo!’

v_actie_ozo_1024OZO

Spotprent uit het jaar 1941 (bron: www.pinterest.com) en affiche uit hetzelfde jaar (bron: www.hetgeheugenvannederland.nl)

IMG_5671

De bezetter ontketende een tegencampagne en gebruikte eveneens de afkorting O.Z.O. (bron: www.wo2forum.nl)

De letters, gescheiden door punten, werden bovendien overal in Nederland op muren en schuttingen gekalkt. Het was een speldenprik tegen de bezetter en er werd trouw mee betoond aan koningin Wilhelmina. Een vorm van protest dus. 

Maar terug naar de avond van Koninginnedag 1941. Paul en Lambèr begonnen aan de Parade. Daar stond een Duits militair voertuig met open dak. De jongens zagen hun kans schoon en verfden de zittingen met de menie. Vervolgens kleurde een deel van de Kaldenkerkerweg, Burgemeester van Rijnsingel, Hamburgersingel (nu Deken van Oppensingel), Goltziusstraat en Julianastraat oranje. Via de Lohofstraat kwamen de tieners uit bij het voormalige belastingkantoor op de hoek van de Parade. Daar werden de natuurstenen vensterdorpels versierd met O.Z.O.

Omdat het al laat geworden was, vond Paul het welletjes en nam hij afscheid van Lambèr. Onderweg naar huis liet de laatste nog hier en daar O.Z.O.’s achter. Ter hoogte van de Floddergats werd hij staande gehouden door een lokaal leider van de NSB. De man in kwestie kwam van het National waar een partijavond was geweest en was daarom gestoken in een gala-uniform. De NSB’er sprak Lambert Meijers aan op het verband tussen de graffiti alom, het blik met menie en de druipende verfkwast. De jongen bedacht zich geen moment, kieperde de rest van de menie over het gala-uniform en maakte zich uit de voeten.

Helaas was hij herkend, dus stond niet veel later de politie bij zijn ouders voor de deur en werd Lambèr meegenomen naar het bureau. Zijn jeugd, de belofte van beterschap en het betalen van de kosten voor het verwijderen van de graffiti en het reinigen van het NSB-uniform spaarden Lambert Meijers voor erger. De zaak werd geschikt. 

De beloofde 'beterschap' resulteerde erin dat Lambert Meijers, Paul Ex en andere leeftijdgenoten weldra diep in de illegaliteit zaten. Ze hielpen met het vervaardigen en verspreiden van het blad ‘Oranje Hagel’ en zorgden voor vervalste persoonsbewijzen die werden gegeven aan Joden en onderduikers. Bovendien ontfermden de jeugdige Venlonaren zich over ontsnapte Franse krijgsgevangen.

kleinebeekstraatverbeterd

Kleine Beekstraat, links ingang klooster dominicanen Trans Cedron, aan dezelfde straatzijde waar naambordje uitsteekt was waarschijnlijk de winkel van de ouders van Lambèr Meijers.

NVC10011935MeijersPollux

Nieuwe Venlosche Courant 10 januari 1935

NVC07021935MeijersPolluxadv

Nieuwe Venlosche Courant 7 februari 1935

NVC16061938MeijersPollux

Advertentie in Nieuwe Venlosche Courant van 16 juni 1938; let op de prijzen!

Printje van Lambèr, veur beej ut baeje

Gedachtenisprentje van Lambèr Meijers (met dank aan Marianne Meijers)

Reageren? Stuur een e-mail nar Sef Derkx: floddergats@xs4all.nl.

 

donderdag 4 maart 2021

De Halte XL van woensdag 3 maart 2021 - Naar de walletjes

 - door Sef Derkx -

De heer in de bus naar Arcen die ons aanspreekt, uit zijn zorgen over het contrast in de temperatuur van afgelopen tijd. Het hangt samen met de klimaatveranderingen, waaraan wij als mensen debet zijn. Schrijf daar maar eens over, zegt hij gebiedend. Bij dezen. Edmond Staal van Het Limburgs Landschap wacht op ons bij de halte Koestraat. 

De twee doolhoven op landgoed kasteel Arcen (uitsnede van de website www.ahn.nl)

Doel van onze expeditie is een bijzonder landschapsmonument. Het is een van de oudst bewaard gebleven doolhoven van Europa, bovendien een van de grootste. In 2014 werd het vanuit een vliegtuig met laserlicht gevonden. Met die opsporingsmethode kan door een bladerdek heen de bodem worden afgetast, waarmee kleine reliëfverschillen in het bos zichtbaar worden. 

Hoogteverschillen van enkele decimeters zijn al te zien. Een computer bewerkt de gegevens en het resultaat is een verbluffend gedetailleerde laserfoto in verschillende tinten groen, geel en rood. Uit nadere bestudering bleek dat er vermoedelijk zelfs sprake is van twee dwaaltuinen. Het menselijke oog of een gewone fotocamera kunnen dit niet registreren. 

Landgoed kasteel Arcen (foto Henk Heijligers/Het Limburgs Landschap)

Historici en archeologen, vertelt Edmond Staal, vermoedden al dat er in deze omgeving een doolhof geweest zou zijn. Op de beroemde Tranchotkaart, waarvoor de opmeting in het begin van de negentiende eeuw geschiedde, staat namelijk de vermelding den Dalgert. Doolgaard, zeggen wij dan.

Detail Tranchotkaart met de aanduiding 'den Dalgert' (repro van kaart in collectie auteur) 

We zijn de Rijksstraatweg overgestoken en via een pad tegenover het infopaneel het bos ingelopen. Plots staan we bij de doolhof. Wanneer we onze gids niet bij ons zouden hebben gehad, waren we eraan voorbijgegaan. 

Infopaneel bij het landschapsmonument (foto Will Alblas/Het Limburgs Landschap) 

De doolhof is aangelegd door de heren van het kasteel Arcen. Wanneer precies is onbekend, waarschijnlijk in de achttiende eeuw. Maar het zou ook eerder geweest kunnen zijn. Doolhoven waren vanaf de renaissance bij de adel populair als statusobject. Ze dienden bovendien als vermakelijk tijdverdrijf. Dat het landschapsmonument hier in het bos generaties onopgemerkt bleef, is zijn redding geweest, leren we van Edmond Staal. 

Edmond Staal in de doolhof, 2015 (foto website Omroep Venlo)

Ooit is er een bospad dwars door het complex aangelegd, maar dat is de enige ingreep en die is inmiddels ongedaan gemaakt. Doolhoven bestaan tegenwoordig meestal uit haagbeuk of taxus. Deze van Arcen bestaat uit walletjes van zo’n halve meter hoog en beslaat ongeveer drie voetbalvelden. De totale lengte van de paden is 2,5 kilometer. Het Limburgs Landschap heeft de begroeiing op de historische paden verwijderd. De doolhof is daardoor na enkele eeuwen gelukkig weer zichtbaar.  

De walletjes op landgoed kasteel Arcen (foto Will Alblas/Het Limburgs Landschap) 

Volgende week brengt Edmond Staal ons naar een ander onopvallend monument op het landgoed.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

woensdag 3 maart 2021

Ton van den Hurk 88 jaar

 - door Gerrit van der Vorst -

Vandaag wordt Ton van den Hurk 88 jaar. Ton is de laatste der Mohikanen, de langstlevende van de voetballers die in 1954 het ongewisse avontuur als betaald voetballer bij Sportclub Venlo ’54 begonnen. De semiprofclub fuseerde na enkele maanden met VVV. Ton van den Hurk maakte op 28 november 1954 in de eerste competitiewedstrijd van Sportclub VVV ’03 in het betaalde KNVB-voetbal de eerste goal voor de fusieclub. Op die dag versloeg VVV in een bomvol De Meer Ajax met 2-3. 

Ton van den Hurk rond 1960.

Stopperspil Ton van den Hurk was een prachtvoetballer. Zeker weten dat met mij veel oude VVV-supporters de mooiste herinneringen bewaren aan deze elegante en sportieve gentleman-voetballer.

Ton van den Hurk in duel met de legendarische DOS-voetballer Ton van der Linden.

Ton van den Hurk werd geboren op 3.3.1933 in Stratum, waar hij voetballen leerde met een tennisbal, vooral op straat. Maar thuis werd er ook geoefend, met het kolenhok als doel en de hond als keeper. In 1945 werd hij lid van het roemruchte EVV Eindhoven – toen veel groter dan PSV – en al op zijn 16e mocht hij als A1-speler invallen in het eerste en kwam hij meteen in beeld voor het Nederlands jeugdelftal. Dat was in het voorjaar van 1950.

In het Nederlands jeugdelftal werd Ton een vaste waarde – hij kwam tot 12 wedstrijden – maar bij EVV kwam hij niet verder dan invalbeurten als rechtsback. Op de stopperspilpositie stond nou eenmaal clubicoon lange Frans van Tuijl (1,94 meter). En feit was dat EVV een ijzersterk collectief had, waarmee de club in 1954 landskampioen werd.

Frans van Tuijl (tweede van links) in een kopduel tijdens ADO - Eindhoven in 1951. Rechts een jonge Ton van den Hurk.

De spelers van het kampioenselftal kregen allemaal een fiets en een fototoestel, maar reserves konden daar naar fluiten. De Venlose bonthandelaar Graadje Smeets was in die tijd met biljartvrienden de semiprofclub Sportclub Venlo ’54 aan het opzetten en werd getipt op Ton van den Hurk. Ton kreeg een mooi aanbod, en de slimme Smeets deed er meteen ook geld voor een fiets en fototoestel bij. Ton, die een jaar eerder met buurtgenootje Annie was getrouwd, hapte toe en datzelfde jaar nog begon hij met de fusieclub (Sportclub) VVV (’03) aan uiterst succesvolle jaren.

Het elftal van Sportclub VVV ’03 dat op 28 november 1954 in de Meer met 2-3 van Ajax won. Zittend links Ton van den Hurk die de eerste VVV-goal in het betaalde voetbal scoorde.

Eindhoven betreurde het vertrek van Ton diep. De club bekocht te late verjonging met degradatie in 1957, terwijl VVV toen juist successen ging boeken. Voor Ton persoonlijk waren er selecties voor het Zuidelijke elftal en het Nederlands B-elftal (‘Reiskosten trein derde klas zullen worden vergoed.’) . Hij nam ook deel aan de centrale trainingen voor het Nederlands elftal. ‘Maar Cor van der Hart, hè.’ Er liepen in die tijd geweldige midvoors op de Nederlandse velden, zoals Cor van der Gijp, Leo Canjels en Dick Tol, maar de fors gebouwde Ton ging voor niemand aan de kant. Als hij nu gevraagd wordt naar zijn lastigste tegenstanders, dan zegt hij: ‘Spelers die net zo lang waren als ik.

Ton van den Hurk in duel met Elinkwijk-speler Charly Marbach.

Met zijn soepele tred, gave trap- en koptechniek, reactiesnelheid en positiegevoel was de geboren voetballer een fijne speler om naar te kijken. En sportief, een sieraad voor de sport. Vuile overtredingen had gentleman Ton niet nodig, maar hij moet wat dat betreft wel lachen als hij terugdenkt aan Herman Teeuwen: ‘Herman kon mensen door zijn manier van aankijken al bang maken.

Herman Teeuwen en Ton van den Hurk op 5 juni 1955 tijdens Sportclub VVV ‘03 - VSV (2-0).

Vetpot was het leven van een goede semiprof in die jaren niet. Ton werkte bij DAF als elektricien, maar Graadje Smeets regelde een groentezaak op de Herungerweg voor Ton en Annie van den Hurk: ‘En dan waren die gasten wezen stappen en kwamen ze midden in de nacht aanbellen voor wat uien of zo.

Graadje Smeets, een van de grondleggers van het betaalde voetbal in Venlo.

De groentezaak bleek niet te combineren met het leven van een betaald voetballer. Ton ging werken als bode-incasseerder bij ziekenfonds ZNL, dat later is opgegaan in het VGZ. Jan Schatorjé en Frans Swinkels volgden hem. VVV had inmiddels een bovenverdieping in de Klaasstraat beschikbaar gesteld. Even daagde een maatschappelijke verbetering, maar een transfer naar Feyenoord ging niet door. Zonder morren bleef Ton naar De Kraal fietsen. VVV had weinig te makken, maar Ton maakte prachtige successen mee met dat gouden elftal.

VVV in het glorieuze seizoen 1958/1959, waarin de club het nationale bekertoernooi zal winnen.

Spijt van hun komst naar Limburg hebben Ton en Annie van den Hurk nooit gehad. Ze pasten zich uitstekend aan in Venlo. Al spraken ze het dialect niet, ze voelden zich helemaal thuis in Limburg, waar ze nooit meer weg zouden gaan. En in huize Van den Hurk werden vooral Duitstalige schlagers gedraaid.

Ton van den Hurk zet in 1959 een schlager op. Zoon Anton van den Hurk: ‘Ik weet nog wat hij daar opzette: Bianca Rosa van Freddy Breck. Naar die schlager werd mijn zuster Bianca later vernoemd.’ (foto Boy Coehorst/collectie Sef Derkx).

In het seizoen 1961/1962 begon de neergang van VVV, na en door de verkoop van Herman Teeuwen naar Eindhoven. De club degradeerde.


Voorlopig de laatste VVV - Feyenoord, op 5 mei 1962. Hay Lamberts (liggend) en Ton van den Hurk in duel met Coen Moulijn (Nationaal Archief).

Na de degradatie verkocht een eigenzinnige Graadje Smeets Ton van den Hurk met zijn ploeggenoten Cor de Meulemeester en Willy Erkens aan Sittardia. Ton: ‘Sportief gezien, was dat seizoen bij Sittardia een teleurstelling, maar ik heb er goed verdiend.

Ton van den Hurk (rechts) ziet op 5 mei 1963, tijdens DWS - Sittardia (1-0), hoe DWS-midvoor Arie de Oude een kopduel wint van Sittardia-keeper Jo Peersman (Nationaal Archief).

Ton speelde vervolgens een seizoen bij SV Panningen dat onder leiding van de geroutineerde aanvoerder prompt naar de derde klasse promoveerde. Annie beviel in die tijd van dochter Bianca – ze hadden al drie zoons – en dat was de eerste keer dat Ton zelf zijn tas moest inpakken. Prompt stond hij met twee linkerschoenen in de kleedkamer.

VVV vroeg hem nog terug voor een seizoen, maar vervolgens besloot hij zijn voetbalcarrière bij SV Panningen.

Ton van den Hurk in zijn tweede periode bij SV Panningen.

Aansluitend trainde hij clubs als Belfeldia, SV Blerick, Wittenhorst en Swalmen. Tot hij het trainen beu werd. Het was mooi geweest. Als voetballer bouwde hij af in Belfeldia 3, als veertiger.

Ton van den Hurk verhuisde meerdere malen. ‘Hij had makelaar moeten worden’, zeggen zijn kinderen, want hij werd er telkens beter van. Nu woont hij in Ittervoort. Zijn gezondheid en korte termijngeheugen laten te wensen over, maar Annie en hij wonen nog zelfstandig in hun mooie huis. Ze zijn al bijna 68 jaar getrouwd. Wijzend op een foto in een van zijn plakboeken zei Ton twee jaar geleden nog tegen me: ‘Een heel mooi meisje’. En gelijk heeft ie.

De terugkomst van VVV uit IJmuiden, op 3 juni 1956. VVV mag door een 2-2 gelijkspel uit tegen Stormvogels deelnemen aan de nieuw ingestelde eredivisie. Links Annie en Ton van den Hurk. 

Wat ik vooral maar wil zeggen: Ton, mede namens andere supporters bedankt voor al die grandioze voetbalherinneringen! 

Ton van den Hurk op 3 maart 2021.

Deze blog is grotendeels ontleend aan een eerder artikel in de Koelkrant, dat vandaag in haar geheel op historie.vvv-venlo.nl is geplaatst.

Reageren? Stuur Gerrit van der Vorst een e-mail: gp.vandervorst@xs4all.nl.


 

 

 

 

 

 

dinsdag 2 maart 2021

Maart 1945 - Venlo danst op de maat van de bevrijding

 - tekst Sef Derkx/foto’s collectie Arno van Heijster, tenzij anders vermeld; beeldbewerking en research Will Janssen -

We staan ook vandaag stil bij de bevrijding van de delen van de huidige gemeente Venlo op de oostelijke Maasoever. Die lang verbeide gebeurtenis voltrok zich tussen 1 en 3 maart 1945.


Blerick was al bevrijd op 3 december 1944. De Venlonaren, die niet onder dwang geëvacueerd waren door de bezetter, moesten tot 1 maart 1945 wachten voordat het uur van de bevrijding aanbrak. Tot die tijd bleef er om de frontstad gevochten worden tussen de Britten en de Duitsers. 

De bevrijders kwamen niet uit westelijke richting, maar uit het oosten. Rond vier uur in de middag trok het 784e tankbataljon, onderdeel van de 35e infanteriedivisie van het 9e Amerikaanse leger (Santa Fé) Venlo binnen via de Kaldenkerkerweg, in de veronderstelling dat het een Duitse stad was. Op 23 februari waren de Amerikanen al over de Roer Duitsland ingetrokken met de operatie Grenade en luitenant-kolonel George Dalia merkte pas later dat hij een Nederlandse stad binnenreed. Tegelen en Steyl volgden dezelfde dag. De achtergebleven Duitse soldaten gaven zich vrijwel direct over. Een dag later, op 2 maart 1945 dus, werd het Venlose Sint-Josephziekenhuis en de buurtschap 't Ven bevrijd. 

Limburg was bijna helemaal bevrijd. Alleen in de smalle strook ten noorden van Venlo tot en met Afferden waren de bevrijders nog niet verschenen. Op 2 maart gingen de Britten vanuit Siebengewald naar Bergen en Ayen. De Amerikanen trokken vanuit Venlo naar Velden op. De Veldense priesterstudent Lei Brueren woonde destijds in Venlo. Hij keerde als een van de eersten terug naar zijn geboortedorp. Arcen, ten slotte werd op 3 maart 1945 bevrijd.

Die gedenkwaardige dag was heel Limburg bevrijd. We schrijven gedenkwaardige en dat is onomstotelijk zo, maar of morgen deze historische gebeurtenis herdacht wordt door de provincie Limburg of de gemeente Venlo?


Wij doen dit met twee foto’s die de feestvreugde in het bevrijde Venlo illustreren  In de straten werd spontaan gedanst, wisten we uit de verhalen. De opnames die het laten zien, hebben in het bevrijdingsjaar een plekje gekregen in een fotoalbum van Jos van Heijster, eigenaar van een schoenenzaak op de hoek van Kleine Kerkstraat en Sint-Martinusstraat. Ze zijn momenteel in het bezit van zijn zoon Arno van Heijster.

Beeldreseacher Will Janssen scande ze en wist de juiste locatie te achterhalen. De mooie houten poort op de achtergrond staat op een vooroorlogse prentbriefkaart van de Grote Kerkstraat.

Om de situatie nog exacter te bepalen, voegen we een foto toe van na de Tweede Wereldoorlog. Het pand met de poort is gemarkeerd met de rode pijl en de ingang van de Gasthuisstraat met de groene pijl. De van oorlogsgeweld gespaard gebleven panden zijn gesloopt voor de nieuwe Sint-Jorisstraat. We weten nu precies waar de dolgelukkige Venlonaren dansten.
















Wat ons ontroerde waren de blije gezichten van de ‘generatie van de gebombardeerden’. Zie hoe ze lachen en genieten. Mooi is ook de opmerking die bij de foto’s in het album staat: ‘In ein oetgelaote stumming.’ De mensen dansen als het ware op de maat van de vrijheid. 


We vroegen ons af, wie zijn toch de oetgelaote mensen? Twee zijn er herkend. Via Facebook kregen we een reactie van Bertie Smeets: ‘Mijn beide schoonouders staan erop. Voor de poort de man met hoed, dat is Graadje Smeets en aan de arm Anneke zijn vrouw.’ 

Graadje Smeets was van bontwinkel Smeets aan de Lomstraat. Hij was ook een van de belangrijke steunpilaren van VVV, onze plaatselijke voetbaltrots. 

Maar we zijn natuurlijk nog op zoek naar de andere feestvierders. Wie helpt? 

Naschrift: 4 en 5 maart 2021.
De winkel van Van Heijster lag tegenover de Sint-Martinuskerk, op de hoek van de Kleine Kerkstraat en huidige Sint-Martinusstraat. Op prentbriefkaarten uit het begin van de twintigste eeuw wordt de Sint-Martinusstraat als Moerdijkstraat vermeld. 

Links schoenenwinkel Van Heijster, de zonneschermen zijn naar beneden, circa 1905-1910 (collectie Jos Symons)

Links schoenenwinkel Van Heijster vanuit een net iets ander standpunt circa, 1905-1910 (collectie Jos Symons)

Winkel Van Heijster, uitsnede van prentbriefkaart van RK Weeshuis, waarschijnlijk jaren '30 (met dank aan Will Janssen)

Via Delpher vonden we een groot aantal advertenties in de Nieuwe Venlosche Courant van Van Heijster, waarvan we er hieronder enkele plaatsen. Ze zijn uit de jaren 1939, 1940 en 1941:

 




De fotograaf, die de op de maat van de bevrijding dansende mensen heeft vastgelegd, is waarschijnlijk Joep van Heijster; op deze foto is hij vereeuwigd met zijn vrouw Truus van Heijster-Broekmans, circa 1949, het jaar waarin het echtpaar een schoenenwinkel opende aan de Sint-Antoniuslaan in Blerick

Een jeugdfoto van Joep van Heijster, in verkennersuniform; hij poseert voor de winkel, circa 1930 

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

maandag 1 maart 2021

Een foto op vaders nachtkastje

- door Sef Derkx -

Paul Ex (1925-2016) was een bijzondere man. Ik heb hem enkele malen ontmoet in het Limburgs Museum, bij de vertoning van de Puinfilm die we ieder jaar op 1 maart draaiden. Bovendien had ik het voorrecht om hem twee maal te mogen interviewen. Rechtschapen, dat woord karakteriseert Paul Ex. Onderstaand interview verscheen in de rubriek Anno Venlo in Zondagsnieuws van 6 juni 2010. We publiceren het in iets gewijzigde vorm nogmaals op deze Bevrijdingsdag van Venlo. Als eerbetoon. 

GoltzstrJaren30Verbeterd

Prentbriefkaart Goltziusstraat jaren dertig 

Het is zaterdagavond 14 april 1945, half negen, als op de Goltziusstraat in Venlo een Ford vrachtauto met open laadbak stopt. Een jongeman stapt uit, neemt afscheid van zijn medereizigers en loopt naar het pand met huisnummer 39. Als de vrachtauto weer wordt gestart, draait hij zich om en wuift lachend naar de inzittenden. De jongeman laat zijn blik glijden over het huis waar hij moet zijn en klopt aan. Venlonaar Paul Ex (1925) is na een lange afwezigheid eindelijk weer thuis. 

Paul Ex: ‘Ik had zestien maanden ondergedoken gezeten. Het was dus een bijzondere thuiskomst, kun je wel zeggen. De hereniging met mijn vader, broers en zussen die aanwezig waren en onze huishoudster juffrouw Pröpper - die de zorg over ons gezin had overgenomen van moeder die in 1939 was overleden - was heel hartelijk. Toch was het ook vreemd om weer in Venlo te zijn. Het voelde onwennig. De volgende dag, een zondag, waren mijnwerkers puin aan het ruimen bij ons op de straat. Het zuiden van de provincie was Venlo te hulp geschoten. We gingen naar de mis. De enige kerk in de binnenstad die niet beschadigd was, was de ‘Mummerskerk’, de Minderbroederskerk aan de Lohofstraat. De Jongerenkerk van tegenwoordig. Ik schrok toen ik de Venlonaren zag. Ze waren mager, zagen bleek en hadden een spits gezicht. De mensen die in Venlo waren achtergebleven in de laatste oorlogsmaanden, hadden weken in de kelder gezeten en honger geleden. Dat zag je. Die zondag ben ik even naar de binnenstad geweest. Er was bijna geen doorkomen aan. De puin lag er metershoog. Onze winkel, Modehuis Ex aan de Vleesstraat, had een voltreffer gehad.’

Oorlog achtergrond minderbroederskerk waarschijnlijk arsenaa

Voorjaar 1945: puinruimen aan de Picardie, op de achtergrond de Minderbroederskerk

Vleesstraat ex nu Etam panden weg na oorlog is in feite plaats achter Vleesstraat

Noodwinkel Modehuis Ex aan de Vleesstraat, na 1945

In januari 1944 had Paul Ex te horen gekregen dat de bezetter naar hem op zoek was. Er was maar één oplossing: terstond onderduiken. Hals over kop verliet de Venlonaar zijn ouderlijk huis. Al vanaf het begin van de bezetting waren Paul en zijn tienervrienden in de contramine geweest. Verzet, zegt hijzelf, is een groot woord: ‘Enkele weken na de inval kwamen treinen met Franse krijgsgevangenen langs Venlo. Bij de Vierpaardjes ging het bergop, de treinen reden langzaam. Je kon de jongens in de trein wat te eten en te drinken aanreiken. Dat was een aparte belevenis. Ik zat bij de verkennerij. Die werd in 1941 door de Duitsers verboden. Ons clubhuis aan het Maasschriksel was verzegeld. Lambert Meijers - een vriend en medeverkenner - en ik hebben het opengebroken en spullen weggehaald. We saboteerden Duitse goederentreinen door zand in de smeerpotten van de assen te doen, trokken NSB affiches van de muur, kalkten oranjeleuzen of verspreidden foto’s van Wilhelmina en illegale bladen.

Franse krijgsgevangen in treinwagon2 331

Franse krijgsgevangen op het station van Venlo

Lambert Meijers

Lambert Meijers als verkenner (met dank aan Marianne Meijers)

Later in de oorlog raakte Paul Ex serieus betrokken bij de organisatie van het verzet. Hij hielp geallieerde piloten, regelde onderduikadressen voor joodse Venlonaren en was actief met persoonsbewijzen en distributiebonnen. In januari 1944 werd zijn naam genoemd in relatie tot een liquidatie in Blerick door de illegaliteit.

De Venlonaar dook onder in Beesel: ‘Ik hielp daar met het doorsluizen van ontsnapte Franse krijgsgevangen naar België. Maar ik wilde meer en ben toen naar Nijmegen gegaan om in een falsificatiecentrale te werken. Ik zat er van maart tot mei 1944. Ik heette Wijnhoven. Tevoren was ik Lodewijk Zanddijk uit Kesteren, een plaatsje dat ik helemaal niet kende. Van Nijmegen ben ik naar Goor gegaan in Overijssel, waar onze familie vandaan kwam. Broer Ruud was er al ondergedoken en in de periode dat ik er verbleef, kwamen er nog meer familieleden die in kamp Vught hadden gezeten.’

Vervalst persoonsbewijs van Paul Ex op naam van Lodewijk Zanddijk 498

Vervalst persoonsbewijs op naam van Lodewijk Zanddijk (collectie familie Ex) 

In het najaar van 1944 werden door de Duitsers in Goor grote voedselvoorraden aangelegd. Dat trok de aandacht van Paul en andere ondergedoken familieleden, die via een raam aan de achterzijde van het pakhuis binnen wisten te komen en hun slag sloegen: “We zijn vele malen binnen geweest. Uit de koelcel namen we zestien halve diepvriesvarkens mee. We hadden een grote familie, maar de spullen gingen ook naar mensen uit het westen die met de fiets tot in Overijssel op voedseltocht waren. Het ging goed tot de bewaking de plek ontdekte waar we binnenkwamen. Toen was het afgelopen. Later in 1944 zijn een neef en ik nog gearresteerd. In Groningen. We waren erheen gegaan om bekenden te bezoeken. Net daar, stormden de Duitsers binnen die ons meenamen. Ik dacht dat het iets te maken had met het pakhuis in Goor. Maar we bleken vast te zitten op verdenking van betrokkenheid bij een geplande overval op het Huis van Bewaring in Groningen. Op een gegeven moment zijn we vrijgelaten.’

Op 8 april 1945 trokken de Duitsers zich terug uit Goor. Enkele dagen later kon Paul Ex terug naar Venlo met een vrachtauto van jamfabriek De Betuwe uit Tiel. Ex: ‘We waren de eerste burgers die over de Engelse pontonbrug bij Pannerden gingen. Bij de Waalbrug in Nijmegen werden we door de Nederlandse bewakers aangehouden. Ze vonden ons zeer verdacht. Ze dachten dat er nog geen verbindingen waren met Twente. Toen hun dienst erop zat, mochten we toch verder. De rijksweg in Noord-Limburg zat vol bomkraters en alles was overwoekerd, maar we kwamen in Venlo aan. Op dat moment was voor mij de oorlog afgelopen.’

Paul ex in het midden van groep repatrianten vlak voor vertrek uit Goor 497

Vierde van links Paul Ex, foto genomen in Goor na de bevrijding (collectie familie Ex)

Terug thuis ontdekte Paul dat zijn vader op het nachtkastje een foto van hem had staan. Niet veel later was die weg. De blik was niet meer achterwaarts gericht, maar voorwaarts - op de toekomst.

Goltziusstraat1950vanaf DekenOppensingel

Goltziusstraat in de jaren vijftig

HuisEx

Huis van de familie Ex aan de Goltziusstraat, huidige toestand

pdf

Reageren? Mail Sef Derkx: floddergats@xs4all.nl