dinsdag 5 mei 2020

Van nul tot nu - Het licht kwam uit Venlo

(door Albert Lamberts)
Een kousjesfabriek? Jawel, een kousjesfabriek. Geen onderneming die kousjes voor kinderen fabriceerde, maar een fabriek, die kousjes voor gaslampjes maakte. Zo eentje was er begin twintigste eeuw gevestigd in Venlo, om precies te zijn aan de Hogeweg, nabij de noordelijke entree tot het in die jaren aangelegde Wilhelminapark. Kampeerders weten precies wat een gloeikousje is: in feite een netje in ronde vorm gemaakt van materiaal, dat een helder wit licht verspreidt als het wordt verwarmd. De nieuwe fabriek kwam op pakweg een halve kilometer van een echte lampenfabiek: Pope.

De fabriek van Pope aan de Mercatorstraat – Deken van Oppensingel (foto uit jubileumboek 60 jaar Pope)

De onderneming had zijn thuisbasis in Düsseldorf, zo’n zestig kilometer over de grens bij Venlo. Waarom deze firma in Venlo een fabriek wilde vestigen vermelden de papieren niet. In en aan de randen van het centrum van Venlo waren toen overigens de nodige ondernemingen gevestigd, zowel aan de noord- als aan de zuidkant. Denk bijvoorbeeld aan de elektriciteitscentrale aan het Nolensplein en de houthandel van Van Liebergen aan de noordkant van Venlo. En natuurlijk Pope, de gloeilampenfabrikant, waarvan de fabriek sinds 1889 aan de Mercatorstraat lag. In Venlo-Centrum-Noord, zouden we nu zeggen. Later officieel N.V. Pope’s Metaaldraadlampenfabriek genoemd. Tot ver in de twintigste eeuw werden er lampen geproduceerd. Ik vraag me trouwens wel eens af – dat even terzijde – wat er zou zijn gebeurd als Pope in 1896 de overname van Philips had gerealiseerd. Die overname ketste indertijd af op een bedrag van … 1000 gulden. Philips wilde 25.000 gulden en de eigenaren van Pope wilden niet verder gaan dan 24.000 gulden. Enfin, hoe dat verhaal is afgelopen is bekend: Philips nam bijna 40 jaar later Pope over - Pope was toen ook al gespecialiseerd in het trekken van het zo gewilde koperdraad, later geworden tot hoofdactiviteit – en begin deze eeuw verkocht Philips het bedrijf aan het Amerikaanse Belden. Trouwens: Belden Wire & Cable B.V. is - heel toepasselijk - gevestigd aan de Edisonstraat in Blerick.  En o, toevallig, dat afgelopen week bekend werd dat een Venlonaar, Roel Vestjens, topman is geworden van de kabelfabrikant.  
Goed, terug naar de gloeikousjesfabriek, die zich dus wilde vestigen in Venlo. Op 10 november 1908 gleed op het Venlose stadhuis een brief in de bus van de Gasglühlichtwerke UNIVERSUM uit Düsseldorf: de ondergeteekende firma “Gasglühlichtwerke Universum” te Düsseldorf heeft de eer onder overlegging der vereischte stukken, Uw college te verzoeken, haar vergunning te willen verleenen voor de oprichting eener gasgloeilichtkousjesfebriek met een gasmotor van 4 P.K. in de achterzaal op het perceel, kadastraal bekend gemeente VENLO, sectie A, No. 1344, plaatselijk gemerkt No. 6 en geleegen aan den Hoogeweg aldaar. Onder bemerking dat deze fabriek eene inrichting is in den zin der Veiligheidswet.

Het Duitse verzoek om een vergunning (foto Albert Lamberts)

Enkele dagen eerder had Venlo’s burgemeester Van Rijn ook al een dergelijk verzoek bereikt: … beabsichtigt in Venlo im Apollo-Saal eine Gas Glühstrumpf – Fabrik zu errichten. Apollo-zaal? Ja, de Apollo-zaal. Dat café had als adres Hogeweg 4. Herkennen we daar nog iets van? Jazeker wel. De Venlonazaal. Wat lezen we in het mooie jubileumboek van de Koninklijke Zangvereniging Venlona? In september 1921 deden geruchten de ronde over de verkoop van de voormalige zaal Apollo aan de Hoogeweg 10, toentertijd in gebruik als magazijn voor levensmidelen door de Limburgsche Coöperatieve Inkoopvereniging. De huisnummering wijzigde nogal eens door bijvoorbeeld nieuwbouw. 


De vroegere zaal Apollo aan de Hogeweg in Venlo (foto uit jubileumboek Koninklijke Zangvereniging Venlona)

Zaal Apollo had dus een andere bestemming gekregen en werd inderdaad in 1921 aan Venlona verkocht. En de Gas-Glühstrumpf-Fabrik? Het verzoek aan het college was Ingekoomen 10 November 1908. Zitting, 24 November 1908. Verleend, 8 December 1908. Precies vier weken na aanvraag was de vergunning verleend. De buren Derkx, Van Daelen, de weduwe Rauff-van Es, Jacobs en Boots   hadden geen bezwaar. Op een kleine steenworp van elkaar een gloeilampenfabriek en een gasgloeikousjesfabriek. Jawel, het licht kwam uit Venlo. 
Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl. 




maandag 4 mei 2020

Oorlog & Bevrijding - De foto's van Marcel Hogenhuis

4 en 5 mei 1945
4 en 5 mei 2020

Vijfenzeventig jaar zijn voorbijgegaan. De verhalen uit de oorlog gaan echter nooit voorbij, omdat het vaak verhalen met eeuwigheidswaarde zijn. Op onze Floddergatsblog hebben we vanaf het begin veel aandacht gegeven aan de Tweede Wereldoorlog in Venlo.  

In het kader van de herdenking van oorlog en bevrijding hebben we onze bloggers, beeldresearchers en lezers gevraagd hun favoriete oorlogsfoto’s uit de huidige gemeente Venlo te kiezen. De foto’s van hun keuze plaatsen wij vandaag en morgen op de Floddergatsblog. We vervolgen met Marcel Hogenhuis. Wie Tweede Wereldoorlog in Venlo zegt, zegt in één adem Marcel Hogenhuis. Hij is de expert.

De schok over de Duitse inval was groot in mei 1940. Toch kwam het openbare leven weer snel op gang, zoals deze foto symboliseert: abrupt beëindigd leven op de voorgrond, nieuw leven op de achtergrond.


Originele kleurenfoto’s van Venlo in oorlogstijd zijn zeldzaam. Deze opname uit maart 1941, is voor zover bekend de laatste opname op lage hoogte van het dan nog ongehavende Venlo. 


Er zijn veel beelden van de verwoestingen als gevolg van de bombardementen najaar 1944. Bij dit plukje hulpverleners in de enorme woestenij voel je bijna hun machteloosheid.



De bekende foto van Jocus-prins Funs van Grinsven tussen de puinhopen van zijn huis, blijft hét symbool van herwonnen levenslust en hoop. Deze foto toont de veerkracht en mentaliteit van de Venlonaren: men steekt zelf de handen uit de mouwen om de sporen van de oorlog weg te poetsen.



Gruwelijkheden van de Duitse bezetting: gefusilleerde verzetsstrijders bij de Toeperweg. Dit en de gezichten van hun beulen was het laatste wat zij zagen. Hoe eenzaam was hun einde.

Oorlog & Bevrijding - De foto's van Pieter Duijf

‘Hierbij mijn Top Vijf. De keuze was niet eenvoudig. Het zijn er dus zeven geworden, ‘schrijft Pieter Duijf, gelegenheids-Floddergatsblogger, free-lance journalist en hoofdredacteur van het periodiek De Kapper, Veldense Praatjes & Plaatjes. Pieter is zeer betrokken bij zijn geboorteplaats Velden, een dorp waar ook wij jeugdherinneringen hebben liggen en dan met name in Schandelo.

De zeer jonge Joodse meisje Mary en Annie - de Veldense 
equivalenten van Anne Frank- , die na verklikkerij door ' beul' Berendsen acht dagen in een politiecel werden opgesloten, alvorens ze naar Auschwitz werden afgevoerd in dezelfde trein wellicht als die van Anne Frank. Het gehuil en gekrijs van de meisjes vanuit de politiecel moet voor buren en voorbijgangers door merg en been zijn gegaan. Voor mij is het een raadsel dat andere politiemensen (bewakers) hen niet hebben vrijgelaten.


Het zwaar beschadigde Scholtishuis met op de achtergrond de verwoeste kerk. De dorpskern was voor een groot gedeelte weggevaagd.


De broers Geurts (Deeperhof Schandelo) in het Venlose ziekenhuis nadat in de nacht van 25 op 26 juli 1942 een Duitse nachtjager een Engelse bommenwerper boven Schandelo had neergehaald. Pierre Geurts(helemaal rechts op de foto) overleeft het drama uiteindelijk niet. Pierre was nog niet eens hersteld van het bombardement op 2 juni.

10 mei 1940 - Het Duitse leger trekt tussen Velden en Grubbenvorst de Maas over. Het waren jongens van net over de grens heb ik me ooit door Frits Berden (van de Koster) laten vertellen. Zij wisten de weg bijna blindelings te vinden.


De kinderen van de familie Kuijpers aan de Rijksweg bij de zelfgebouwde schuilbunker.


Door het oorlogsgeweld raakte Feestzaal Litjens ('t Centrum) zwaar beschadigd. Een jaar na de bevrijding was het lokaal alweer behoorlijk hersteld.


Hoe de naoorlogse zuivering in Venlo ontspoorde (2)

(door Gerrit van der Vorst)
Een kleine twee maanden later haalde verslaggever Jan Snellen nog eens van onder uit de zak over waarnemend korpschef Henk Wierks. Hij was daarbij wel zo wijs om diens beschermheer niet rechtstreeks aan te vallen. Burgemeester Berger duidde hij als ‘een zeer invloedrijk persoon’. Op 26 augustus 1945 schreef ‘De Waarheid voor Venlo en Omstreken’ niet te begrijpen dat Wierks nog steeds als korpschef mocht functioneren. Men moest de poorten van Kamp Steyl maar even openen, om bijvoorbeeld ex-burgemeester Jo Zanders aan het woord te laten. 
Fragment van De Waarheid voor Venlo en Omstreken van 18 augustus 1945.

Maar om bewijzen ging het volgens Jan Snellen niet. Eerder om bescherming van personen, onwil om goed te zuiveren in het algemeen, gemeenschappelijke belangen of lotsverbondenheid? Snellen suggereerde dus dat Wierks op zijn beurt mogelijk weer anderen beschermde. Feit was dat Wierks de steun genoot van een deel van de Venlose elite en ontegenzeggelijk veel macht had.

Voor Jan Snellen was de oorlog in 1945 niet gedaan. Vijftien jaar nadien schreef hij het boekje ‘De erfvijand’ over de relatie van Nederland met Duitsland.

Zo was Henk Wierks, in zijn hoedanigheid van waarnemend korpschef, inmiddels ook een invloedrijk lid van de Adviescommissie voor de politieke recherche. Hij was in staat om lastige getuigen weg te werken en te houden. Dat ondervond onder andere hoteleigenaar Jo Cantelberg. Die had Wierks tijdens de bezetting royaal voorzien van – bijvoorbeeld – rookwaar, rolhammetjes, zijden spek, een kistje met 12 literkruiken jenever en een kist met 25-30 kilo eieren. Wierks had Cantelberg ontzien en gewaarschuwd voor invallen. Cantelberg verdween nu echter op verdenking van zwarthandel in Kamp Steyl, terwijl Wierks leiding mocht geven aan de Venlose politie, ondanks dat hij – en dat was bij insiders bekend – flink van die zwarthandel had geprofiteerd. 


Jo Cantelberg zou na enkele maanden in Kamp Steyl zijn verklaring over Wierks enigszins afzwakken (privécollectie). Ook omdat hij zwaar ziek was, en er steunverklaringen kwamen, mocht hij zijn zaak thuis afwachten.

Al gauw wisten Wierks’ tegenstanders dat een getuigenis tegen Wierks een gang naar Kamp Steyl betekende. Weinigen waren 100 procent zuiver op de graat en er was vaak wel een verdachtmaking te vinden. Maar blijkbaar niet in het geval van Jan Snellen. Diens aanhoudende gestook moet burgemeester Berger en korpschef Wierks grote zorgen gebaard hebben.

Bedacht moet worden dat alles gebeurde in een stad waarvan de wederopbouw eigenlijk alle aandacht vroeg. De oorlogsschade was enorm. Meer dan 17 procent van alle woningen was verwoest of zwaar beschadigd.

Op 20 september publiceerde het blad Ick Waeck cijfers over de oorlogsschade (www.delpher.nl). Relatief had Venlo na Rotterdam de hoogste schadecijfers wat betreft verwoeste woningen (kolom 1 en 2), zwaar beschadigde woningen (kolom 3 en 4 – percentage moet 8,7% zijn), licht beschadigde woningen (kolom 5 en 6). In kolom 7 het totale aantal woningen eind 1945.

De Venlose zuiveringstoestanden trokken ook aandacht buiten Venlo. Op 28 september 1945 ging er een geheim rapport van de Politieke Recherche Mijnstreek naar de Limburgse commandant van het eind mei opgerichte Bureau Nationale Veiligheid (BNV). Volgens de rapporteur zou hoofdinspecteur Henk Wierks in Venlo als waarnemend commissaris van politie een vrij scherpe terreur uitoefenen op leidende figuren in Venlo, zoals de Militaire Commissaris, de chef van de Politieke Recherche Noord Limburg en de leiding van Kamp Steyl. 

De chef van de Politieke Recherche Noord Limburg was Harry Pollaert (collectie W. Pollaert). In augustus had het BNV al gerapporteerd dat deze belangrijke ex-verzetsman ten opzichte van Wierks een opmerkelijke draai gemaakt had.

De rapporteur had vernomen dat meerdere personen, die tegen Wierks hadden getuigd bij verhoren van de Politieke Recherche of bij getuigenverhoren voor zuiveringscommissies, enkele dagen later op last van Wierks waren gearresteerd en overgebracht naar Kamp Steyl. De rechercheur was er van overtuigd dat, zodra in het geval-Wierks ingegrepen zou zijn, bewijsmateriaal tegen alle vooraanstaande figuren van Venlo van alle kanten los zou komen.

Nu dreigden volgens hem excessen. Voormalige illegale werkers zouden plannen beramen om Wierks te ontvoeren of zelfs van kant te maken. De waarnemend korpschef zou op zijn beurt drie dagen eerder geprobeerd hebben om met een auto zijn tegenstander A. Hendrikx aan te rijden, die op de andere weghelft liep.

Bureau Nationale Veiligheid was de voorloper van de BVD (nu AIVD) en werd eind mei 1945 opgericht. Het BNV stond onder leiding van Louis Einthoven die later zelf omstreden zou raken (Wikipedia).

Hij besloot zijn rapport met:Nogmaals wil ik uitdrukkelijk onder Uw aandacht brengen, dat alléén door zéér snel ingrijpen, een dramatische wending in Venlo voorkomen kan worden.

Wordt vervolgd.
Reageren? Stuur een e-mail naar Gerrit van der Vorst: gp.vandervorst@xs4all.nl

Oorlog & Bevrijding - De foto 's van Piet Braem

‘Kom vanavond met verhalen 
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.’

uit Vrede van Leo Vroman

Vandaag vijfenzeventig jaar geleden, op vrijdag 4 mei 1945 accepteerde de Britse veldmaarschalk Bernard L. Montgomery de onvoorwaardelijke militaire overgave van groot-admiraal Hans-Georg von Friedeburg en van generaal Hans Kinzel voor alle Duitse strijdkrachten in onder meer het nog bezette deel van Nederland.

Een dag later om 16 uur gaf Johannes Blaskowitz, de Duitse hoofd-commandant in Nederland, zich over aan de Canadese generaal Charles Foulkes. Plaats van handeling was Hotel De Wereld in Wageningen. Erbij aanwezig was onder meer prins Bernhard, als vertegenwoordiger van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. De uitwerking van de capitulatie van de Duitse troepen in Nederland werd op hoofdlijnen besproken.

4 en 5 mei 1945
4 en 5 mei 2020

Vijfenzeventig jaar zijn voorbijgegaan. De verhalen uit de oorlog gaan echter nooit voorbij, omdat het vaak verhalen met eeuwigheidswaarde zijn. Op onze Floddergatsblog hebben we vanaf het begin veel aandacht gegeven aan de Tweede Wereldoorlog in Venlo.  

In het kader van de herdenking van oorlog en bevrijding hebben we onze bloggers en beeldresearchers gevraagd hun favoriete oorlogsfoto’s uit de huidige gemeente Venlo te kiezen. De foto’s van hun keuze plaatsen wij vandaag en morgen op de Floddergatsblog.

We beginnen met Piet Braem, die al jaren op het internet zoekt naar foto’s uit Venlo. Hij heeft een grote digitale collectie bijeengebracht. Wanneer je op zoek bent naar een foto van vroeger, neem even contact op met Piet. Hij heeft veel foto's, niet alleen op zijn computer maar ook in zijn hoofd, zitten en is zeer, zeer hulpvaardig. Zonder hem geen Floddergatsblog   

Piet Braem:
Moeilik, ik kan er waal vièftig aanlevere. De foto van de Havenkade rak mich emotioneel, want het baovehoes wao mien elders toen woeënde Havenkade 10, met onder ‘t  kefee van Mart Vissers,  haet eine voltreffer gehad.
De foto van de Duitsers op de Keulsepaort duit mich dinke aan mien vader, dae um den hook in de Spoorstraot, wao de SD gluif ik zoot, gestamp is door eine Pruus. Hae had twieë fietsebend gekoch, die emus geschoep had. Pap wis det neet. 
Het leuke van het verhaol is, pap waas vrachtwagenchauffeur en hae haet dae Pruus dae um gestamp had, as hae in Duitsland reej, jaore gezoch.

Groet, Piet








Oorlog & Bevrijding - De foto's van Albert Lamberts

4 en 5 mei 1945
4 en 5 mei 2020

Vijfenzeventig jaar zijn voorbijgegaan. De verhalen uit de oorlog gaan echter nooit voorbij, omdat het vaak verhalen met eeuwigheidswaarde zijn. Op onze Floddergatsblog hebben we vanaf het begin veel aandacht gegeven aan de Tweede Wereldoorlog in Venlo.  

In het kader van de herdenking van oorlog en bevrijding hebben we onze bloggers en beeldresearchers gevraagd hun favoriete oorlogsfoto’s uit de huidige gemeente Venlo te kiezen. De foto’s van hun keuze plaatsen wij vandaag en morgen op de Floddergatsblog
.


Albert Lamberts heeft een stapel boeken over de Venlose geschiedenis geschreven, die even hoog is als de toren van Nedinsco. Bij wijze van spreken. Hij verstaat de kunst om historie toegankelijk te maken voor een groot publiek. Die kwaliteit combineert hij met vasthoudendheid. Dossier naar dossier wordt door hem uitgeplozen, onverdroten gaat hij verder. Albert is een gewaardeerde co-blogger op de Floddergatsblog.


Albert Lamberts:
'Ai, een top-5. Daar wil ik me eigenlijk toch niet aan wagen. Wel aan het inzenden van enkele foto’s, die mij aanspreken. 

Wat mij opviel toen ik in mijn oorlogsarchief bladerde, hoe vrolijk vaak de gezichten van die jongemannen zijn, die gestoken in militair kloffie, bijvoorbeeld luchtafweergeschut bedienen, een sigaretje roken gedurende schietpauzes of op weg zijn naar het slagveld. Zie het groepje rond het luchtafweergeschut op de Groote Heide. Zijn zij zo zeker van hun zaak? Of is het camouflage?

Ik heb voor foto’s van de Fliegerhorst gekozen, omdat dit Duitse, militaire vliegveld een van de grootste, zo niet het grootste was van Nazi-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog. Van daaruit stegen bommenwerpers op naar Engeland om daar dood en verderf te zaaien. Van daaruit opereerde de belangrijkste verdedigingslinie van de Duitsers tegen geallieerde luchtaanvallen. En de Fliegerhorst was oorzaak van een hoop ellende in de stad Venlo, die leed onder de geallieerde bombardementen om dit vliegveld te vernietigen, zoals later de Maasbruggen de oorzaak zouden zijn van de geallieerde aanvallen eind 1944. De Fliegerhorst fungeerde later nog als vliegveld voor de geallieerde strijdkrachten.

Ik heb ook foto’s van Duitse propaganda bijgevoegd. Zonder die indoctrinerende propaganda hadden de Nazi’s geen strijd kunnen voeren. De waarheid deed er niet toe. Toen propaganda-minister Josef Goebbels in het laatste oorlogsjaar tijdens een massabijeenkomst de vraag schreeuwde Wolt Ihr den totalen Krieg? werd een bijna hysterisch Ja gebruld.

Propaganda, waarheid. We zijn gewaarschuwd. Toch?

En voor de aardigheid: de omslag van een boekje met satire, betrekking hebbend op het Nazi-bewind.






 




zaterdag 2 mei 2020

Venlonaer van de Twieëde Waereldoorlog

(door Gerrit van der Vorst)
Ieder jaar wordt de Venlonaer van ’t Jaor gekozen. De Dodenherdenking van 4 mei aanstaande was aanleiding om te mijmeren over kandidaat voor de titel Venlonaer van de Twieëde Waereldoorlog. Op basis van mijn oorlogsonderzoek kies ik Jan ‘Ambrosius’ Hendrikx voor de bezettingsjaren.


Jan Hendrikx in 1942 (particuliere collectie)


Jan Hendrikx (1917) groeide op in de Peperstraat, vlakbij het stadhuis. Hij verloor zijn vader toen hij drie jaar was en tobde in zijn jeugd met fysieke problemen. Een opleiding aan het seminarie brak hij af – het katholieke geloof bleef wel een inspiratiebron – waarna hij onderwijzer werd op de openbare Mostartschool in Venlo. Zijn leerlingen bewaarden later fijne herinneringen aan hem. Toen de joodse Eva Keizer (indertijd 9 jaar) verdrietig was over wat er in Duitsland gebeurde, probeerde Hendrikx haar wat op te beuren met een gedichtje, ‘voor een klein meisje dat niet aan sprookjes gelooft’ (februari 1938).


Vader Jean Hendrikx in de deuropening van zijn zaak op Peperstraat 12 (particuliere collectie)

Jan Hendrikx, klein van gestalte, had een licht depressieve aard en sprak zacht. Niet het prototype van een verzetsman. Toch werd hij in het voorjaar van 1943 op eigen verzoek betrokken bij het illegale werk in Venlo. Hendrikx ontpopte zich tot een creatieve ras-organisator en een geweldige ‘bruggenbouwer’ die verder keek dan zijn katholieke omgeving. Als leider van het Zuidelijke gewest – Limburg en Oost-Brabant – trad hij toe tot de top van de Landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers (LO), waar hij groot respect genoot. De voormalige onderwijzer regelde onder meer scheepsladingen aan goederen voor onderduikers, of ontwierp geheime procedures. Niets was hem te veel, maar hij verwaarloosde zichzelf daarbij ernstig. ‘Hij werd als het ware verteerd van ijver voor de goede zaak’, schreef historicus Loe de Jong later over hem.


De ouders van Jan Hendrikx waren beiden Venlonaren van origine (particuliere collectie)

Een dik jaar werkte Jan Hendrikx zo dag en nacht, totdat hij totaal ‘op’ was. Op 21 juni 1944 ging hij daarom voorlopig voor het laatst naar een gewestelijke vergadering in Weert. Daar viel ‘Ambrosius’ of ‘Chiel Gabriels’ door verraad in handen van de beruchte SS-Hauptscharführer Nitsch van de SD Maastricht. Tevergeefs werd geprobeerd Hendrikx vrij te krijgen. Hij werd via Kamp Vught naar Duitsland gebracht. Niemand weet hoe hij daar aan zijn einde kwam.


Jan Hendrikx betaalde met zijn leven voor zijn fenomenale inzet voor anderen en werd niet ouder dan 28 jaar. Na de bevrijding herdacht men hem op allerlei manieren. Met postume onderscheidingen, in het LO-gedenkboek ‘Het grote gebod’, met straatnamen in Best, Oss, Overloon en Venlo, met/op plaquettes of monumenten in Nijmegen, Weert, Valkenburg en Roermond. Zijn nagedachtenis kreeg in sommige publicaties haast mythische proporties. Auteur frater Roeland wijdde in 1948 met ‘Verzet in het Zuiden’ een heldenverhaal aan Jan Hendrikx. Het boekje kreeg vier jaar later een herziene herdruk, onder de titel ‘Een dapper onderwijzer’, maar het bleef één groot eerbetoon.



De man die ‘het verraad van Weert’ op zijn geweten had, werd van Weert naar Venlo vervoerd op de kap van een legerjeep. Bob Jesse alias ‘Peter Vos’ werd door de rechtbank later meteen op vrije voeten gesteld (particuliere collectie)



Een boekje over verzetsheld Jan Hendrikx (particuliere collectie)

Jan Hendrikx was een top-verzetsman, op wie Venlo trots mag blijven. Bij gebrek aan een serieuze biografie weten weinigen echter wat zijn werk inhield. Anders zou hij al lang de eer hebben gekregen die hem toekomt, de eer van Venlonaer van de Twieëde Waereldoorlog.


Reageren? Stuur Gerrit van der Vorst een e-mail:  gp.vandervorst@xs4all.nl

vrijdag 1 mei 2020

De Zwarte Dood in Venlo

(door Sef Derkx)

De dag na de sluiting van de horeca, een sluiting op stel en sprong nog wel, begonnen we met het lezen van De Pest van Albert Camus. De Literaire Reuzenpocket van de Bezige Bij stond al jaren onaangeroerd in de kast. De roman past helemaal in deze onzekere periode. Het is een meeslepende kroniek van een kuststad in de greep van een fatale ziekte. De pestlijders sterven een snelle en vreselijke dood. Als gevolg van de quarantaine worden de andere inwoners geplaagd door angst en claustrofobie. 


Cover Albert Camus, De Pest, 1963 (collectie Sef Derkx)

Onder het lezen van De Pest schoot ons iets te binnen. Een jaar of vijf geleden hebben we een dossier gevormd over besmettelijke ziekten in Venlo vanaf de middeleeuwen. Geen onderwerp om vrolijk van te worden, maar wel razend interessant. Zeker in dagen van corona.

Dus wat doen we, zullen we toch maar van wal steken? 

De pest - ook wel de Zwarte Dood genoemd, hoe macaber klinkt dit - dook in Europa  vanaf het midden van de veertiende eeuw ineens en op grote schaal op. Tot in de achttiende eeuw maakten epidemische uitbraken grote aantallen slachtoffers. Even raadselachtig als ze was opgedoken, verdween de ziekte in Europa. Pas tegen het einde van de negentiende eeuw werd de bacil aangetoond, die de ziekte veroorzaakt. Hoe de pest wordt overgedragen, is niet lang erna ontdekt. De pest is een ziekte die van dieren op mensen wordt overgedragen. Een zoönose dus, net als corona. 


Straat met stervende pestlijders, gravure Jan Luyken, circa 1700 (collectie Rijksmuseum)





Bij de pest gaat het in de meeste gevallen om de overdracht door rattenvlooien, die de bacil dragen. Ze bijten hun gastdieren, die aan de pest sterven. Vervolgens springen de vlooien over op mensen. Albert Camus beschrijft op beeldende wijze het sterven van de knaagdieren als vooraankondiging van een catastrofe. Lang tastte men in het duister wat de oorzaak was van de besmetting. Dit moet angstaanjagend geweest zijn.

De pest was verwoestend. De schatting is, dat door de Zwarte Dood tussen 1347 en 1352 een kwart tot een derde van alle Europeanen het leven liet. Het is slechts een schatting, betrouwbare cijfers zijn er niet. Aangenomen wordt echter, dat er nooit tevoren zoveel mensen gestorven waren aan een ziekte. 


Stadsgezicht Venlo, 1596 (collectie Gemeentearchief Venlo) 

We maken een hink-stap-sprong achterwaarts in de tijd en gaan naar het vestingstadje Venlo in de rampjaren van de Zwarte Dood. 


Aanhef pestverordening 1598 (Gemeentearchief Venlo)

Uit verschillende verordeningen die de stad uitvaardigde in tijden van pest, rijst het beeld op dat het als een straf van God gezien werd. Het wordt expliciet zo vermeld in 1598 also der Almachtige diese stadt mit der suechte der peste visiteert.  De aanhef van het plaatselijk pestreglement van 1616 is veelzeggend en klinkt als een donder, die onheilspellend komt aanrollen. We citeren:

Gelijck als de rechtveerdige Godt ons sondige menschen met de aenstekende afschuijwelicke pestilentiaele sieckte straeft, alsoe salft hij oock wederomme die boetveerdige door sijne goetheit, scickende hulp ende reddinge door de middelen van Hem daertoe gescapen.

Bent u er nog? Kort door de bocht: de vertoornde God straft zondige mensen met de afschuwelijke pest. Maar wie tot inkeer komt en wil boeten voor zijn zonden, vindt bij God hulp en wellicht zelfs redding. HeeI opmerkelijk. In de vele, vele uren televisie die aan corona zijn gewijd, kwam een dominee uit de Verenigde Staten aan het woord. In de kern zei hij precies hetzelfde als wat we lezen in de Venlose pestordonnantie van 1616. 


Plattegrond Venlo, 1641 (collectie Gemeentearchief Venlo)

Hoeveel zal er in Venlo gebeden ten tijde van de Zwarte Dood? We weten het bij benadering niet. In 1531 slaat de pest hier opnieuw toe en trekt driemaal een processie door de van angst verlamde vestingstad. In de stoet werd het beeld meegedragen van Sint-Willibrordus. Het moment suprême echter voor mensen langs de kant, zal het verschijnen in de processie van de pastoor van de Sint-Martinuskerk geweest zijn. Hij zegende de gelovigen met de monstrans met erin een geconsacreerde hostie. 


 
Detail plattegrond Venlo van Joan Blaeu, 1649: links naast de
Sint-Martinuskerk is de kapel van Onze Lieve Vrouw Inghen Dael (collectie Gemeentearchief Venlo)

Hulp uit de hemel werd zeker ook verwacht van Maria. Voor pestlijders en hun huisgenoten stond een speciale kapel open en wel die van Onze Lieve Vrouw Inghen Dael bij de Sint-Martinuskerk (wordt vervolgd).

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

Hoe de naoorlogse zuivering in Venlo ontspoorde (1)

(door Gerrit van der Vorst)
Half juni 1945 wijdde het Dagblad voor Noord-Limburg een redactioneel commentaar aan de alom heersende frustraties over de zuiveringen: ‘Men klaagt erover, dat brood-N.S.B.’ertjes en kleine zwarte Pieten vastzitten, maar de zwarthandelaren, collaborateurs en profiteurs van groot formaat rustig rond wandelen …’. Het probleem was dat mensen alleen in Kamp Steyl terecht kwamen na concrete beschuldigingen. De krant riep Noord-Limburgers op om gebruik te maken van het door velen verfoeide klik-systeem.


De zuiveringen moesten plaatsvinden in een stad die voorlopig nog voor een belangrijk deel verwoest was (Nationaal Archief).

In de eerste maanden na de bevrijding was het communistische dagblad De Waarheid met een oplage van circa 300.000 exemplaren de grootste krant van Nederland. 

De Waarheid van 5 mei 1945 (www.delpher.nl). De communisten verspeelden hun tijdens de bezetting opgebouwde goodwill in de naoorlogse jaren weer grotendeels.

Venlonaar Jan Snellen zou zich ontpoppen als een belangrijke verslaggever voor het dagblad. In de Venlose bijlage vond ook hij de zuivering belangrijk, maar: ‘Wij doelen hier vanzelfsprekend niet op de kleine armoedzaaier, die, omdat hij met z’n bekrompen hersentjes (en de vloek van onze tijd rust op de verantwoordelijken hiervoor!) in het fascisme een oplossing voor de internationale noodtoestand dacht te vinden of die zo naïef verlekkerd op een mussertpakje was en de verleiding niet kon weerstaan en “bij de N.S.B. ging”
Geboorteadvertentie in De Waarheid van 2 april 1947 (www.delpher.nl).

Europese privacywetgeving zou nog 75 jaar op zich laten wachten. Jan Snellen kon het zich permitteren om man en paard te noemen in ‘De Waarheid voor Venlo en Omgeving’. Op 25 juni publiceerde hij de namen van zes Venlose ‘groot-collaborateurs’, aannemers en houthandelaren die elk een vermogen verdiend zouden hebben met hun leveringen aan de nazi’s. Maar dan: ‘Het zevende en tevens het fraaiste lid van dit prominente gezelschap is de hoofdinspecteur van politie H. Wierks.

Fragment van de uitgave van ‘De Waarheid voor Venlo en Omstreken’ van zaterdag 25 juni 1945.

Meteen na de bevrijding van Venlo waren ernstige bezwaren gerezen tegen de voorgenomen benoeming van Henk Wierks tot waarnemend korpschef van de gemeentepolitie. Die bezwaren waren verwoord in een rapport van de Rijksrecherche, met corruptie als belangrijkste verdenking. Burgemeester Berger en Militair Commissaris Receveur voor Noord-Limburg veegden het rapport aan de kant en drongen bij het Militair Gezag sterk aan op benoeming van Wierks. Volgens Berger had de hoofdinspecteur binnen het korps niet aan prestige ingeboet. Dat was een onbegrijpelijke inschattingsfout. Als het lastige vraagstuk van de naoorlogse zuivering in Venlo ergens behoefte aan had, was het aan een politiechef die zelf niet ter discussie stond. Nu werd de stad opgezadeld met de zwaar aangeschoten Wierks.
Militair Commissaris Tijn Receveur voor Noord-Limburg stond in 1945 voor hete vuren, net als burgemeester Berger (www.parlement.com).

Daar kwam bij dat Henk Wierks, na het gedoe over zijn benoeming, stellig meende dat hij nu zelf definitief gezuiverd was. Voortvarend begon hij daarop naar eigen inzicht het Venlose politiekorps te zuiveren.

Hangende een onderzoek werd onder meer rechercheur Anton van Esch op non-actief gezet. Die kwam per omgaande met een gedocumenteerd verweerschrift, waarin hij meteen ook een boekje opendeed over Wierks’ gedragingen tijdens de bezetting. Voordat Van Esch goed en wel besefte wat er gebeurde, vond hij zichzelf terug in Kamp Steyl. Pas na zes maanden wist hij er weer uit te raken. Eind 1946 zou hij ontslagen worden van rechtsvervolging, met het oordeel dat straf niet gerechtvaardigd was. Van Esch was toen al geestelijk en lichamelijk gebroken. Hij zou de rest van zijn leven het stempel ‘fout’ met zich meedragen.

Waarnemend korpschef Henk Wierks (privécollectie).

De discutabele aanpak van een korpschef, die zelf uitbundig over de tong ging, leidde tot een heftige strijd tussen Henk Wierks – gesteund door een deel van de elite en de geestelijkheid in Venlo – en zijn vele tegenstanders, waaronder belangrijke ex-verzetsmensen. Getuigen tegen Wierks was linke soep gebleken en in plaats daarvan werd bij het leven gelekt naar Jan Snellen.

De beschuldigingen waar het Dagblad voor Noord-Limburg om had gevraagd, kwamen er zo volop, maar ze kregen bepaald niet het beoogde effect. Wel kwamen ze ter ore van de procureur-generaal in Den Bosch die ze serieus nam en ‘De Waarheid voor Venlo en Omstreken’ opnam in het dossier van Henk Wierks. Maar voorlopig was de direct verantwoordelijke voor de Venlose gemeentepolitie aan zet, burgemeester Berger.

Burgemeester Bernard Berger pakte daags na de bevrijding de wederopbouw van Venlo voortvarend op, maar maakte in de kwestie-Wierks een geweldige inschattingsfout (collectie W. Stroeken).

Berger zou Wierks echter tot het bittere einde blijven steunen. Met die rugdekking had de waarnemend korpschef voorlopig vrij spel.

Wordt vervolgd.

Reageren? Stuur Gerrit van der Vorst een e-mail: gp.vandervorst@xs4all.nl