donderdag 20 januari 2022

Jacky Cordang, meer dan een eeuwige reserve (2)

- door Gerrit van der Vorst - 

De voetbalsport won het bij Jacky Cordang van de wielersport. In 1943 meldde hij zich als 11-jarige aan bij SVB. Hij begon als veldspeler, maar werd omgeturnd tot keeper. In het seizoen 1951/1952 debuteerde Cordang (19) in het eerste elftal van SVB. Al gauw genoot hij de reputatie van de beste keeper van de Limburgse tweede klasse.

Op 28 oktober 1951 stopte Jacky Cordang in de wedstrijd in en tegen Waubach op ‘meesterlijke’ wijze een hard ingeschoten strafschop van Juup Papenborg (links achteraan op de foto van uow02.nl).

In dat SVB-elftal liep overigens nog een kanjer rond, in de persoon van de iets jongere midvoor Coy Koopal, de beste voetballer die ooit uit Blerick kwam. Koopal vertrok in 1954 naar de nieuwe fusieclub Sportclub VVV ’03.

Op de foto scoort Coy Koopal op 17 maart 1956 de enige treffer bij Eindhoven-VVV (foto Nationaal Archief). Koopal voetbalde later voor Willem II en Fortuna ’54. Hij speelde 6 keer voor het Nederlands elftal.

Privé was het voor het ouderlijke gezin van Jacky Cordang een beroerde tijd. Moeder Maria Cordang-van Tulden werd ernstig ziek en overleed na een langdurig lijden in juni 1954, pas 50 jaar oud. Jacky Cordang (22) was wees, maar werd goed opgevangen door zijn stiefvader die hij als zijn vader beschouwde.

Jacky Cordang ging werken in de gezinszaak (foto Boy Coehorst/collectie Sef Derkx).

Een jaar later werd Cordang gecontracteerd door Sportclub VVV’03, tegelijk met zijn clubgenoot ‘Juupke’ (Jozef) Thews en Pierre Janse van het Blerickse VCH.

Zittend links Juupke Thews en Jacky Cordang voor een wedstrijd in het Olympisch Stadion in Amsterdam.

Voor een keeper op het hoogste niveau was Jacky Cordang met zijn 1,72 meter klein. De vijf maanden oudere, vaste VVV-doelman Frans Swinkels was weliswaar met zijn 1,75 meter ook niet de langste, maar de ‘Swink’ had zich bewezen als een uitstekende keeper.

Tijden veranderen. De Griekse doelman Kostas Lamprou van PEC krijgt tegenwoordig vaak kritiek vanwege zijn lengte, maar hij is altijd nog een centimeter langer dan Swinkels.

Frans Swinkels in volle actie tijdens een VVV-Feyenoord-ontmoeting.

Jacky Cordang compenseerde zijn gebrek aan lengte met een grote sprongkracht. Hij had tot dan toe gevolleybald en kon er aardig op los smashen. Zijn Blerickse volleybalmaten zagen hem dan ook niet graag vertrekken.

Toch zou zijn lengte altijd een ‘dingetje’ blijven. Meteen al bij zijn eerste echte invalbeurt. Volgens de website VVV-historie was dat Limburgia - VVV (2-1), op 4 september 1955, maar dat ging om luttele minuten. Twee weken later kwam vroeg in de tweede helft van Fortuna ’54 - VVV (2-3) de eerste serieuze test voor Cordang. De 16.000 toeschouwers en de sportpers zagen dat hij met meesterlijk keeperswerk niet onderdeed voor Swinkels. Maar prompt had De Volkskrant het over ‘de kleine reservedoelman’.

Fragment uit het wedstrijdverslag in De Volkskrant van 19 september 1955 (www.delpher.nl).

In 1956 kwalificeerde VVV zich voor de nieuwe eredivisie. Ondanks dat zijn naam bovenaan op het herinneringsbord stond, had Jacky Cordang dat seizoen slechts in totaal 180 keepersminuten gekregen.

In het seizoen 1956/1957 werden Jacky Cordang nog maar circa 125 competitieminuten toebedeeld. Maar met zijn klasse en mentaliteit stond hij er meteen als hij in moest vallen. Bijvoorbeeld toen de Swink op 24 februari 1957 tijdens VVV - Feyenoord (2-2) bevangen werd door de zenuwen. In de tweede helft verdedigde invaller Cordang het VVV-doel uitstekend. Dat vond ook het Algemeen Dagblad, maar schreef wel over een ‘manneke’!

Fragment uit het wedstrijdverslag in het Algemeen Dagblad van 25 februari 1957 (www.delpher.nl).

Jacky Cordang mocht verder nog wel halve vriendschappelijke wedstrijden en anderhalve bekerwedstrijd keepen, maar of hij daar veel plezier aan beleefde? Op 8 mei 1957 wipte Feyenoord VVV met 6-0 uit het bekertoernooi!

Feyenoord-midvoor ‘zwarte’ Toon Meerman (zittend, tweede van links) scoorde 5x tegen Jacky Cordang.

Dan het seizoen 1957/1958: zegge en schrijve 2 invalbeurten in de competitie en 2 in vriendschappelijke wedstrijden. Tijdens een vriendschappelijke oefenwedstrijd VVV - Willem II op 26 januari 1958, die overigens weinig vriendschappelijk verliep, was sprake van een opmerkelijke gebeurtenis. Frans Swinkels raakte bij de stand 3-3 geblesseerd. Hij werd vervangen door Jacky Cordang, om even later terug te keren als linksbuiten. Zo stonden in de slotfase van die wedstrijd Cordang en Swinkels gelijktijdig in het veld. Maar Frans Swinkels bleef onomstreden VVV’s eerste keeper.

Pleister op de wonde waren voor Jacky Cordang de twee laatste competitiewedstrijden van VVV 2, waarmee het tweede dat seizoen kampioen werd.

Wordt vervolgd.

Reageren? Stuur Gerrit van der Vorst een e-mail: gp.vandervorst@xs4all.nl.

De Halte XXL van woensdag 19 januari 2022 - Geriffermeerd Kerkhaof

 - door Sef Derkx -

Het is een winterdag uit het boekje: fris en zonnig. Een verademing na een deprimerend etmaal met mist. We zijn uitgestapt bij bushalte Rooth op de grens met Maasbree. Doel van onze wandeling door het Dubbroek is het Gereformeerd Kerkhof. We hoorden verhalen dat op deze plek in voorbije eeuwen godloochenaars, zelfmoordenaars, landlopers en ongedoopte baby’s werden begraven. 

't Geriffemeerd Kerkhaof; datering onbekend, mogelijk kort na de Tweede Wereldoorlog (collectie Limburgs Landschap/met dank aan Edmond Staal)

Geschiedenissen met een donkere rand, waarvoor echter geen spoor van bewijs is. Ook de ‘voorbije eeuwen’  blijkt een fabel, zo oud is de dodenakker niet. Ze dateert van het jaar 1880, lezen we in de Blerickclopedie. In dat jaar nam de gemeente Maasbree, waartoe ook Blerick en Baarlo behoorden, het in gebruik als algemene begraafplaats voor de drie kernen. Het terrein werd afgebakend met hagen. Een gepland lijkenhuisje kwam er niet. Waarschijnlijk zijn niet-geïdentificeerde drenkelingen wel op deze verlaten plek ter aarde besteld. Zekerheid is er echter niet. Het begrafenisregister is spoorloos.

Op de website Oorlogsdoden Venlo 1940-1949, die is opgezet door Wiel Merkus en voortgezet door het Gemeentearchief Venlo, troffen we bij een vluchtig onderzoek het volgende gegeven aan over Richard Greife, gesneuveld bij de bevrijding van Blerick op 3 december 1944: Richard Greife, 18 jaar, op 6 september 1926 te Sprenge geboren, Pionier. Hij is eerst begraven geweest bij de kazerne in Blerick, vervolgens op het 'Gereformeerd kerkhof' te Maasbree. Laatste rustplaats op het Duitse oorlogskerkhof te Ysselsteyn, grafnummer O-8-190.

Interessant is de novelle De kapelaan van Bardelo van Emile Seipgens. Het verhaal werd in 1880 in afleveringen gepubliceerd is later herdrukt in de bundel Uit Limburg. Dit verhaal over een kapelaan die steeds meer twijfels krijgt over zijn roeping en op zijn sterfbed de laatste sacramenten weigert, bracht de schrijver in botsing met de kerk. Bardelo is Baarlo en over de laatste rustplaats van de afvallige dorpsgeestelijke zou ‘ergens op de hei’ zijn geweest. Om dan te denken aan het Geriffermeerd Kerkhaof is niet zo vreemd, toch?

Op deze januaridag in 2022 is het rustig in het Dubbroek, we horen in de verte alleen verkeersgedruis. We lopen door loofbos, dat af en toe onderbroken wordt door een rietveld of grasland. In het Dubbroek bevindt zich het brongebied van de Springbeek, die via Hout-Blerick naar de Maas stroomt. Het is jaren geleden dat we hier voor het laatst zijn geweest. Destijds op een broeierige zomerdag. We werden belaagd door zwermen bloeddorstige steekmuggen, die zich als kamikazepiloten op ons stortten. Het Dubbroek is voor een deel een oude Maasbedding. In de lagere gedeelten staat bijna altijd water. Een heerlijke biotoop voor een mug.  

Kruis op het Geriffermeerd Kerkhaof (collectie Limburgs Landschap/met dank aan Edmond Staal) 

We lopen naar het oosten, in de richting van Hout-Blerick. Een wandelaar met hond komt ons tegemoet. Natuurlijk kent hij ’t Geriffermeerd Kerkhaof, wat een vraag. Zijn vader heeft er vaak over verteld. Pap had met eigen ogen gezien, dat er in de Tweede Wereldoorlog Duitse soldaten werden begraven. Ook geallieerde militairen, die bij de bevrijding van Blerick waren gesneuveld, hadden er een graf gekregen. De verhalen over de plek waren zo akelig geweest, dat hij er als kind niet durfde te komen. Voor de zekerheid vragen we de weg. Het pad aflopen tot aan de verharde weg en je bent er. Vijf minuten later staan we er. Het Limburgs Landschap, beheerder van het Dubbroek, heeft de voormalige begraafplaats weer zichtbaar gemaakt door struikgewas te rooien en de hagen te snoeien en bij te planten. Een kruis en informatiebord herinneren aan de bijzondere geschiedenis van deze plek. 

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail; floddergats@xs4all.nl.    

zaterdag 15 januari 2022

Jacky Cordang, meer dan een eeuwige reserve (1)

- door Gerrit van der Vorst -  

Na de dood van de voormalige VVV-keeper Jacky Cordang in 2019 verschenen er korte necrologieën, waarin hij vooral werd herinnerd als reservekeeper van VVV. Daarmee werd Cordang tekort gedaan. Aan het einde van het seizoen 1959/1960 werd hij nog gerekend tot de betere keepers van de eredivisie. Merkwaardig genoeg eindigde zijn eredivisiecarrière op dat hoogtepunt. Hoe kon dat nu gebeuren? In een aantal afleveringen zal de bijzondere carrière van Jacky Cordang worden belicht.

Jacky Cordang (foto Boy Coehorst/collectie Sef Derkx)

Overgrootvader Gerardus Cordang kwam medio 19e eeuw vanuit Gennep naar Blerick. Op 6 december 1869 werd daar zijn zoon Mathieu (Joannes Matheus) geboren. Deze begon later zijn werkend leven als matroos op de grote vaart, maar ontpopte hij zich uiteindelijk tot een legendarische wielerpionier van wereldformaat.

Mathieu Cordang (foto simcad.nl).

In 1894 vestigde Mathieu Cordang een wereldrecord op de mijl op de tandem. Op zijn eentje – nou ja, achter een gangmaker – werd hij in 1895 wereldkampioen stayeren en in 1896 versloeg hij de sneltrein Maastricht-Roermond. Oké, treinen liepen toen aanzienlijk minder hard als tegenwoordig, maar Cordangs materiaal was natuurlijk evenmin van de huidige tijd. Als neo-prof verloor hij de wielerklassieker Parijs-Roubaix in 1897 ongelukkig, door een val vlak voor de finish. De Fransman Maurice Garin won met twee meter voorsprong de koers.

Maurice Garin in 1897 (foto Wikipedia). Zes jaar later won hij de eerste Tour de France.

In datzelfde 1897 beleefde Mathieu Cordang zijn hoogtepunt als wielerprof, door op de wielerbaan in Crystal Palace (Londen) maar liefst vijf wereldrecords te rijden. Zo vestigde hij het werelddagrecord op zijn naam, door achter een gangmaker in 24 uur tijd op 349 meter na de afstand van 1.000 kilometer te fietsen.

Cordang vestigde zich met een garagebedrijf in Swalmen.

Op 29 augustus 2018 is tegenover de voormalige garage van Mathieu Cordang in Swalmen een monument voor hem onthuld (foto Wikipedia). Ook draagt het park zijn naam.

Mathieu Cordang moet een speling van de natuur zijn geweest, want van een gezonde levenswijze moest hij het niet hebben. Zo placht hij pal na elke wedstrijd een fikse bolknak op te steken, wat hem de bijnaam ‘Mister Tabacco’ opleverde.

Zijn grote wielerfaam inspireerde zijn familie. Zijn broer Gerardus – de grootvader van Jacky Cordang – begon in 1908 in Blerick een fietsen- en motorenhandel.

Advertentie in de Nieuwe Venlosche courant van 28 november 1908 (www.delpher.nl).

De fiets was in opkomst. Maar tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) stopten de advertenties. Tot begin 1930. Aan de vooravond van de crisisjaren heropende Gerardus Cordang zijn fietsen- en motorenhandel. Het fietsklimaat in Blerick werd beter, vanaf 1934 was er zelfs een tweede wielerbaan (waar is die gebleven?). En dit keer was de zaak een blijvertje, letterlijk en figuurlijk. Het familiebedrijf zou tientallen jaren gevestigd blijven in wat toen de Broekstraat heette en later hernoemd werd tot de Pepijnstraat.

Advertentie in de Nieuwe Venlosche courant van 11 januari 1930 (www.delpher.nl).

Zoon Frans Cordang nam met zijn echtgenote Maria van Tulden de zaak over. Hen was echter weinig geluk beschoren. Van hun vijf kinderen overleden er al twee op jonge leeftijd. En op vrijdag 8 april 1932, zes weken na de geboorte van jongste zoon Jacobus (Sjaak, Jac of – in deze blog – Jacky), overleed vader Frans Cordang, pas 33 jaar oud. Jacky Cordang was dus meteen halfwees.

Zes dagen later liet weduwe Maria Cordang-van Tulden per advertentie weten dat zij de zaak zou voortzetten. Ze stond er trouwens niet lang alleen voor. Een jaar later hertrouwde ze met een broer van haar overleden echtgenoot.

Advertentie in de Nieuwe Venlosche courant van 26 mei 1932 1930 (www.delpher.nl).

Geboren als achterneef van zo’n geweldig wielerfenomeen en te midden van fietsen was het logisch dat Jacky Cordang aanvankelijk voor de wielersport leek te kiezen.

Wordt vervolgd.

Reageren? Stuur Gerrit van der Vorst een e-mail: gp.vandervorst@xs4all.nl.

 

Van nul tot nu van woensdag 12 januari 2022 - De fonteinen van Venlo (2)

- door Albert Lamberts -  

Eind juli 2016 werd het Venlose Julianapark, voor een belangrijk deel aangelegd op het daarheen getransporteerde oorlogspuin, verrijkt met een prachtige fontein van de Venlose kunstenaar Ger Janssen. Later dat jaar onthulde gedeputeerde Odile Wolfs de fontein officieel. De PvdA-politica kreeg daarbij stevige ondersteuning van schoolkinderen van de Sint-Martinusschool. 

Kunstenaar Ger Janssen bij de fontein in het Julianapark (foto Albert Lamberts).

Ger Janssen, ook bekend als de maker van de befaamde kopjes op het hekwerk naast Domani en van Ut Paeterke, die op zijn sokkel voor Domani tot enige stilte maant, herinnert zich de feestelijke onthulling nog goed. De kinderen van de school stonden in rij opgesteld vanaf de Deken van Oppensingel tot aan de fontein en gaven elkaar in een emmertje water door tot aan de fontein. Toen het water er arriveerde begon de fontein te spuiten.

Afgezet tegen het armzalige straaltje water, dat de schildpad onder Ut Schinkemenke op de Kwartelenmerkt in het stenen bekken laat neerkomen, is het waterspel van de fontein in het Julianapark van indrukwekkende proporties. Ger Janssen motiveert zijn creatie als volgt: Ik vond dat er iets moest komen dat een connectie had met het park en zocht zowel in flora als in fauna. Uit het boek Het dierenleven in de diepzee deed ik ideeën op om een ontwerp te maken. Dat resulteerde in de fantasie-vis. Door hem drie keer in deze opstelling te gebruiken vormde zich een uitgebalanceerd geheel, dat in zijn vormen helemaal werd gecomplementeerd door de waterstralen die de fontein nog sierlijker en mooier tot zijn recht laat komen. Ik ben gecharmeerd van de Jugendstil en dat is in deze vormen wel terug te vinden.

Het waterbassin, waarin achttien kleine vissen vanaf de rand ook hun water spuwen, heeft een doorsnede van tien meter en de vissen zijn 2,20 meter hoog, Bronsgieterij Butzon & Bercker in Kevelaer goot het ontwerp in brons. Geen watertoevoer meer van de Bovenste Molen, maar uit een gemeenteleiding in gesloten circuit.

Behalve de fontein in het Julianpark en die op het Koninginneplein - schreef ik verleden week al over - telt Venlo nog enkele, meer bescheiden fonteinen, Van de hand van kunstenaar Michiel de Klerk is het zogenoemde Van Rijn-monument. Deze fontein werd in 1922 in het Wilhelminapark -  in de volksmond Villapark genoemd - geplaatst als een hommage aan de een jaar eerder op 80-jarige leeftijd teruggetreden burgemeester Hermanus van Rijn. Van Rijn was apotheker, werd wethouder en was tussen 1900 en 1921 burgemeester van Venlo. Hij maakte vooral naam als hygiënist, die de leefomstandigheden in zijn stad aanzienlijk verbeterde. Toen hij in 1921 terugtrad werd als aandenken een nieuwe fontein in het Wilhelminapark geplaatst. De creatie van Michiel de Klerk verving een eerdere rotsfontein. Onderaan de nieuwe fontein: Aan burgemeester van Rijn, 1921, door de Venlosche Burgerij. De kleine beeldhouwwerkjes op de fontein zijn gemaakt door Hildo Krop. Van Rijn overleed in 1928.

De fontein ter ere van burgemeester Van Rijn in het Wilhelminapark (foto Albert Lamberts)

De huidige, bronzen versie van Ut Schinkemenke dateert uit 1953 en is van Jack van Rhijn. Het oorspronkelijke beeld werd begin zeventiende eeuw vervaardigd door Georg Schiessler. Zoals notaris Piet Müller schreef: het waterstraaltje dat uit het voetstuk van Ut Schinkemenke ontspruit mag men nauwelijks fontein noemen. De associaties die het wekt zijn zeker niet verwant met het sierlijke waterspel, dat men van een fontein verwacht.  Die situatie is sinds 1953 niet gewijzigd.

En verder is de fonteinspoeling in Venlo dun. Pakweg een meter boven het oppervlak van de vijver in het Venlose Rosarium bracht de Venlose kunstenaar, wijlen Har Scheffer, in 1983 een kunstwerk aan, een fonteinconstructie die de waterloop uitbeeldt.  En van nog meer bescheiden fonteinaard is het waterwerk in de Nieuwstraat, voor het voormalige klooster van de paters dominicanen. In vorstvrije maanden komt er uit acht ondergrondse waterfonteintjes om beurten water uit de grond omhoog. Voor kinderen niet te weerstaan, voor honden een verrassende drinkplaats en voor daklozen een plek om tanden te poetsen.

Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl.

 

Bankje op De Brink in Veendam

Tekst Hans van Noort [ hansvannoort@parkstadveendam.nl ]

Op de Brink – nabij de Ds. Sannestraat staat een bankje. Het staat er te staan, een beetje vergeten, lijkt het. Maar ja, wat wil je. Hoe lang staat het er al? Achteloos loop je eraan voorbij.

Het bankje heeft een aantal bijzonderheden/kenmerken. Er zijn 3 tegeltjes ingemetseld. Eén met het gemeentewapen van Veendam, één met die van Venlo en één met de tekst: Venlo dankt Veendam.”

_MG_6239.jpg

De tegeltjes én het bankje zijn door de tand des tijds wat aangetast, vandaar dat we de wapens nog even hebben opgezocht en opnieuw afgedrukt.

 

Naamloos-1.png
Foto’s Wikipedia

De wapenspreuk van Venlo is pas sinds 2004 onder het wapen geplaatst. Het betekent: “Haast je langzaam, doe alles met je verstand.” Een wijze les, maar voor onze zoektocht naar de oorsprong van het bankje van minder belang. Zal er iets geweest zijn tussen beide gemeentes?

We worden getipt door Jo Strijbosch uit Venlo. Hij doet graag archiefonderzoek. Bij zijn research komt hij Veendam én het desbetreffende bankje tegen. Wat blijkt, het bankje is in 1957 geplaatst, inmiddels 65 jaar geleden. Maar waarom eigenlijk?

Een stukje geschiedenis (heel globaal)
We zitten in de 2e wereldoorlog. Het is januari 1945. De geallieerde troepen zijn in het najaar van 1944 doorgedrongen tot in Brabant en Limburg. De slag om Arnhem, Operatie Market Garden van 17 - 24 september ’44, is op een fiasco uitgelopen. Nu moeten de troepen even halt op de plaats maken om de bevoorrading, nog steeds vanuit Normandië, niet in gevaar te brengen. Antwerpen is wel in geallieerde handen, maar de Schelde nog niet!

03.png
Foto Wikipedia

Dan volgt op 16 december Hitlers Ardennenoffensief met als doel Antwerpen weer in Duitse handen te krijgen. Het is alles of niets. Felle gevechten volgen in barre winterse omstandigheden. Omdat de bezetter vermoedt dat er zware strijd zal losbarsten rond de Maasbruggen in Venlo krijgen de inwoners rond 10 januari bevel van de Duitsers om te evacueren. Het gaat om een groot gebied in Midden-Limburg. Dat is sneller gezegd dan gedaan. Een paar dagen later, zondag 14 januari, vertrekken al de eersten van de maar liefst 70.000 Limburgers uit hun woonstee om niet in het oorlogsgeweld te worden vermorzeld. De evacuatie duurt ongeveer 5 dagen en stopt daarna. Het vervoer gaat per trein, de meesten moeten eerst kilometers lopen om bij een station te komen. Dat station is Kaldenkirchen, een paar kilometer Duitsland in. Reisdoel de provincies Groningen, Friesland en/of Drenthe. Per persoon mocht je maximaal 30 kg handbagage meenemen! Allerhande “voertuigen” worden hierbij ingezet - bolderkarren, kinderwagens, handkarren, kruiwagens en sleden. Dit laatste was nog niet zo gek, want er lag een pak sneeuw. Ook als je nog een fiets had of wat daarvan over was, werd deze gebruikt. De treinreis duurt een aantal dagen en is een hel. Het is koud en in de veewagons is eten noch verwarming. Een deel van de evacués komt aan op het station van Zuidbroek. Een citaat uit het dagboek van oud-burgemeester Buurma van Zuidbroek. Hij was daar burgemeester van 1931 – 1943. Het dagboek is in bezit van de Historische Kring Menterwolde. 
“19 january 1945. Op last van de Duitsche militairen moesten ze hun plaats verlaten en werden ze veelal in beestenwagons vervoerd. Ze waren 4 dagen onderweg zonder eten – gruwelijke toneelen speelden zich af.”

Circa 2100 evacués komen in Veendam (Veendam telde toen 14.000 inwoners!) terecht en worden, voor zover mogelijk, eerst opgevangen in een school. Daar wacht gelukkig een warme maaltijd en kunnen ze op stromatrassen zich te rusten leggen. De andere dag worden de evacués verdeeld over de opvangadressen hier in Veendam en nabije omgeving.

_MG_6223.jpg

Een reactie van een overlevende vanuit Venlo.
“Eventjes aan mijn moeder Tiny Gijsen-Camps (1936) e.e.a. gevraagd. Op zondag 14.01.1945 onder erbarmelijke omstandigheden (sneeuw/koud) vertrokken vanuit de Albertstraat 37 in Venlo, samen met mijn opa Sjraar (1906-1988), oma To (1905-1993) en zusje Truus (1938) te voet vertrokken naar Kaldenkerken. Aldaar verbleven in een grote zaal……. En toen het hun beurt was naar het station gegaan. Daar heeft opa Sjraar nog ruzie gehad met ene “Pruis” die hun verbood om een zelfgemaakte bolderwagen mee te nemen. Onderweg ergens een gedwongen stop gemaakt omdat op de trein geschoten was (of dreigde beschoten te worden). Plaats onbekend maar was in “Pruissen “. Bij die stop werd door iedereen sneeuw in meegenomen ketel e.d. gedaan om water te hebben voor drinken, verzorging etc. Op donderdag 17.1.1945 in Veendam aangekomen. Er werd veel gehuild en gejammerd onderweg door “arm en rijk“ Venlo.

Daar uiteindelijk bij de familie Edo en Tietske Wieringa (bakker in Veendam) en hun kinderen Harm-Jan en Wietie terecht gekomen op het adres Scholthuizen 19. Een aantal Venlose kinderen hebben daar de 1e Heilige Communie gedaan waaronder Truus. Op 4/5 maart 1945 zijn er een aantal Venlonaren (waaronder mijn opa) met de fiets naar Venlo gegaan. In juni 1945 is mijn moeder en de rest van het Venlose gezelschap weer in Venlo teruggekomen. Hoewel er veel in puin lag en alles leeggeplunderd was, was bij hun thuis de blijdschap en gevoel van thuiskomst onbeschrijfelijk. Veel Veendammers zijn in de jaren na de oorlog nog dikwijls in Venlo geweest. Zo ook de familie Wierenga. 

Was getekend Tiny Gijsen-Camps, Venlo op 23 oktober 2021.

_MG_6224.jpg

Tot op de dag van vandaag is zij/zijn wij Veendam dankbaar.”

Bekend is ook dat In de Meester J.R. Moddermanstraat verschillende Venlonaren zijn ondergebracht. Op nummer 11 bij de Stichting Mulder worden Bér Bouten en Sjaan Sparidaans gehuisvest. Hun kinderen vinden onderdak bij de fam. Schuit op nr. 5 - Paul (18 jaar) en zijn zus Annie, 14 jaar, wordt opgevangen bij de fam. Meisner op nummer 9. 

Nog een reactie vanuit Venlo op Facebook van Sonja-Leo van der Wielen-Heintges. Mijn moeder, Mientje (Heintges-)Scheeres, is indertijd ook liefdevol opgevangen in Veendam door de familie Weisbeek. Dat heeft geresulteerd in een jarenlange vriendschap tussen ons gezin en Pa en Moe Weisbeek. Indertijd woonden ze aan het Boven Westerdiep en later in de Vredenrustlaan (om de hoek van het parkje waar het Venlose bankje staat). En als ik in de buurt ben van Veendam breng ik steevast een bezoek aan het bankje.

Rond juli ’45 zijn alle evacués weer thuis.

04.jpg
Venlo na de gevechtshandelingen

Ondertussen wordt de strijd in het zuiden voortgezet. Venlo wordt op 1 maart bevrijd, maar ligt wel voor een groot gedeelte in puin.

05b.jpg
Foto Oorlogsbronnen

Bij thuiskomst wacht hen de volgende verschrikking. Huis en haard en stad verwoest. 
Eindelijk de bevrijding van Nederland op 5 mei 1945.
Dan volgt een tijd van terugkeer, puinruimen en wederopbouw.

Op 27 en 28 september 1947 wordt in Groningen en Leeuwarden een concert gegeven “Voor verleende gastvrijheid betoont aan de geëvacueerde Venlonaren in de barre oorlogswinter van 1945” onder het motto: Venlo dankt Groningen – Friesland – Drente. (ja, zo staat Drente op de convocatie).

Verschillende contacten tussen de bevolking van Veendam en evacués uit Venlo hebben tot een levenslange vriendschap geleid.

_MG_6228.jpg

Terug naar het bankje aan de Brink
In november 1945 ontvangst het gemeentebestuur van Veendam, samen met het vroegere evacuatie-comité een delegatie vanuit Venlo. Namens de evacués biedt de afvaardiging een herinneringscadeau aan aan de gemeente Veendam. Het cadeau, een plaquette is helaas verloren gegaan.

06.jpg
Limburgs Dagblad 07-11-1945.

In 1955 wordt het 300-jarig bestaan van Veendam feestelijk gevierd. Op 2e Pinksterdag, 30 mei 1955, is een delegatie (gemeentebestuur + een groep oud-evacués) vanuit Venlo hierbij aanwezig. Tijdens deze feestelijkheden heeft het gemeentebestuur van Venlo een ontwerptekening van het bankje aangeboden aan de burgemeester van Veendam. De gemeente Venlo wil de inwoners van Veendam op deze wijze bedanken voor de gastvrije opvang in januari 1945 van de evacués uit Venlo. Ze doet dit door een blijvend aandenken in de vorm van een “bedankbankje/gedachtenisbankje.” 

Het bankje wordt in 1957 gerealiseerd op de plek waar oud- en nieuw Veendam (plan Noord) elkaar ontmoeten.

_MG_6236.jpg

De tegeltjes in het muurtje zijn vervaardigd door de voormalige aardewerkfabriek Russel – Tiglia uit Tegelen.

Het bankje is dus niet zomaar een bankje. Gelukkig is de aanleiding hiertoe ook weer boven water. Die mag niet verloren gaan! Je loopt er nu niet meer achteloos voorbij, toch?

Deze reportage is mede mogelijk gemaakt dankzij
bereidwillige medewerking van:

  • Jo Strijbosch Venlo - research
  • Frans Hermans e.a. - Gemeentearchief Venlo
  • Anne-Ruth Koorn - Gemeentearchief Veendam
  • Willem van der Werf - fotografie/ www.parkstadveendam.nl
  • En vele anderen.

Hartelijk dank.


donderdag 13 januari 2022

De Halte XL van woensdag 12 januari 2022 - Goossenspoort

- door Sef Derkx - 

De bierwinkel is door het kabinet gelabeld als essentieel. Dus stappen we uit bij de halte Koninginnesingel om flesjes De Verfiende te kopen, bier uit Blerick met een bovenaardse smaak. We willen op deze bleke januaridag door de binnenstad lopen en de sfeer ondergaan van Venlo in lockdown. 



De cafés, winkels en de straten zijn stil. Onherbergzaam stil. Om aan de beklemming te ontkomen, lopen we Goossenspoort binnen, de steeg tussen de Parade en de parkeergarage. Het is een verrassende plek, weinig mensen weten wat er te zien is of kennen de geschiedenis ervan. Tegen de zijmuur van café De Galerie is een schildering met het gedicht Vergeten gezichten van Jaap Robben: Waar zijn de gezichten gebleven/Die niemand heeft onthouden/Van middeleeuwse mensen/Die niet op schilderijen staan? Het is een dichterlijke infiltratie in de binnenstad van de stichting Venlo Poëziet. 



De muurschildering is van kunstenaar Gies Backes. Hij heeft zich laten inspireren door historische portretfoto’s uit het Gemeentearchief. Ze zijn in Venlo gemaakt. Onbekend is wie erop staan. De kans is groot dat deze anonieme mensen,  wandelend over de Parade, voorbij zijn gekomen aan Goossenspoort. Die gedachte, de vervagende portretten en het gedicht vormen samen een monument voor de vergetelheid. Of juist ertegen, het een sluit het ander immers niet uit. Bovenin de hoek van de rechtermuur hangt een vitrinekastje met erin een replica van een beeld van Sint-Anna-te-drieën. Uit veiligheidsoverweging is het origineel uit de zeventiende eeuw in het Limburgs Museum geplaatst. 

    

De Goossens waren kapitaalkrachtige Venlose ondernemers. Laurent en August zaten in de koffiehandel. Emile verdiende zijn geld met de import van zuidvruchten. Henri had een florerende handel in onder meer steenkolen en natuursteen. Goossenspoort leidde vroeger naar Goossensplaats, waar de natuursteen werd opgeslagen en bewerkt. In een pakhuis op dit terrein brandde in 1889 voor het eerst In Nederland een elektrische gloeilamp. Verantwoordelijk voor deze onderbelichte primeur was de 24-jarige Engelsman Frederic Robert Pope. Via Parijs en Keulen was de technicus in Venlo verzeild geraakt. Pope was op zoek naar kapitaal om zijn droom van een eigen gloeilampenfabriek te verwezenlijken. Bij de welgestelde Venlose ondernemersfamilie Goossens vond hij gehoor. Na het geslaagde experiment met de eerste gloeilamp, legden de familieleden 55.000 mark in. Het was het startkapitaal voor gloeilampenfabriek De Pope, in de volksmond bekend als De Pit. 




Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

donderdag 6 januari 2022

Van nul tot nu van 5 januari 2022 - Wel, geen en weer wel fonteinen

- door Albert Lamberts -  

Drie enorme, bronzen vissen steken, bijna staande op hun staart, boven het bassin uit en spuwen water net als de achttien vissenkopjes op de rand. Midden tussen de drie grote vissen reikt een stevige waterstraal tot grote hoogte.  Het is de prachtige fontein van de Venlose kunstenaar Ger Janssen, die sinds 2006 in het Venlose Julianapark staat. Oh, Venlo heeft mooie fonteinen; eigenlijk moeten we schrijven heeft wéér mooie fonteinen, want eertijds telde de stad ook fraaie fonteinen. 

In 2006 werd het Julianapark een prachtige fontein rijker, gemaakt door de Venlose kunstenaar Ger Janssen.

De meest opvallende fontein in vroeger jaren was die op de Markt voor het stadhuis van architect Van Bommel, dat in 1598 door de magistratuur in gebruik was genomen. Bijna twintig jaar later kreeg het stadsbestuur het idee, dat een fontein voor het stadhuis wel passend zou zijn. De magistraat benaderde de uit Zuid-Tirol afkomstige Georg Schi(e)ssler (Schinkemenke en doopvont in de Martinusbasiliek), maar vooraleer deze kunstenaar zich aan zijn opdracht kon zetten moest er nog heel wat grondwerk worden verzet.

Net als de fontein voor het stadhuis moesten ook de andere twee toekomstige fonteinen binnen de stadsmuren van water worden voorzien, afkomstig van de bronnen bij de Bovenste Molen. Via een houten buizenstelsel werd het water naar de stad geleid. Over dat buizenstelsel zijn nauwkeurige gegevens beschikbaar, dankzij rekeningen die de bouwer, meester Adriaan Barbiers, bij het stadsbestuur indiende. Het hout voor de 9462 voet (Rijnlandse voet is 0,314 meter) was afkomstig uit het Duitse Dülken en kostte 510 gulden en negentien stuivers. Ook werden bomen gebruikt uit Blerick en Lobberich, die per stuk 35 stuivers kostten.  Nadat de bomen waren uitgeboord, werden er ijzeren banden omgelegd, werden zij met teer en pek bestreken en met lood aan elkaar gelast. De totale kosten van de werkzaamheden waren  159 gulden, 30 stuivers en 1 oort (oort is 0,125 cent). Het was een financiële aderlating voor de stad, maar toch werd het werk voortgezet. Burgemeester Peter Moeitz onderhandelde met de Waalse steenhouwer Pakué Maessen, rentmeester Dirk Inghenraey en anderen over verdere kosten, maar eind 1616, na de bijeenkomsten begeleid door negen quarten wijns, zoals de stadsrekeningen vermelden, kon de uitvoering worden gestart. Blerickenaar Maess haalde met tien karren in Leuven meester Adriaan Barbiers en de benodigde materialen op. Bij de Bovenste (hout)Molen, die bestond toen al, zette Henrich Michels zich aan het werk om de sprung op de berg te beteugelen  en waterkelders als reservoir te realiseren.

Toen alles in gereedheid was gebracht om de fontein op de Markt van water te voorzien kon Schiessler aan het werk.

Notaris Piet Müller, auteur van tal van artikelen over Venlo, schreef in 1964: Het waterwerk bestond uit een grote fonteinbak met trappen, piedestals, legger en schaal, daarboven een tweede schaal met vier vorssen op die kant sittende en dan het kroonstuk. Dit laatste was een beeld van Gregorius Schijssler, gehouwen uit zeven voet hoge en twee voet brede steen, die meester Hendrik Waals helemaal uit Wesel had gehaald en die twaalf gulden en  vijftien stuivers hadden gekost. Voor het overige steenwerk ontving meester Paqué Maessen de som van 1075 gulden.  

Het bleef niet bij deze ene fontein, want bij de Laarpoort, later Keulsepoort genoemd, en op de Oude Markt werden eveneens in 1616 fonteinen geplaatst. Alles bij mekaar betaalde de stad ruim 9000 gulden voor de drie fonteinen, die slechts anderhalve eeuw water spuwden. Toen de houten waterleiding in de achttiende eeuw moest worden opgeknapt stelden de Venlose vroede vaderen daar geen geld meer voor beschikbaar: einde fonteinen. Restanten van de houten waterleiding werden zichtbaar toen de Parade in 1962 werd gemoderniseerd.

De fontein aan de Keulsepoort in wintertooi in 2006.

En nu? Behalve de fontein in het Julianapark heeft Venlo onder andere sinds 1962 weer een fontein aan de Keulsepoort, ooit opeengestapelde dakgoten genoemd, en sinds 1922 de fontein ter ere van burgemeester Van Rijn in het Wilhelminapark.

Volgende week meer over Venlose fonteinen. 

Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl.

 



De Halte XL van woensdag 5 januari 2021 - Oude joodse begraafplaats

 - door Sef Derkx -

We wandelen zonder jas vanaf bushalte Albatrosstraat naar de joodse begraafplaats aan het Broekhofpad. Op deze een na laatste dag van 2021 is de thermometer in Arcen gestegen naar vijftien graden. Pal naast speeltuin Hagerweike ligt de dodenakker, die kort na 1820 in gebruik is genomen. 


Ze wordt beheerd door het Nederlands Israëlitsch Kerkgenootschap. De begraafplaats is afgesloten met een laag hekje. De sleutel ervan is verloren gegaan. De website van de beheerder meldt, dat het daarom wordt toegestaan om over het hekje heen te stappen. Laag is een rekbaar begrip. Eroverheen stappen is niet zo eenvoudig. Na instructie en met ondersteuning van een voormalig turntalent lukt het ons met moeite. 



Tegen de muur aan de achterzijde van de begraafplaats is een gedenkplaat gemetseld. De tekst luidt: ‘Geschenk van Mej. de Wed. S. Elekan-Wolff. Aan de Israël. Gemeente Venloo Poerim 5662.’ Poerim is een joods feest en viel in het joodse jaar 5662 op 23 maart 1902. Volgens de joodse religieuze wetten mogen begraafplaatsen niet geruimd worden. Doden hebben de eeuwige rust. In Nederland wordt dit sinds 1814 bij koninklijk besluit gerespecteerd. Er staan en liggen op deze bijzondere plek nog acht grafzerken. 


In het Hebreeuws worden de naam en familierelatie van de overledene vermeld. Enkele zijn tweetalig, naast Hebreeuws ook Nederlands of Duits. De grafzerken hebben de status van rijksmonument en zijn een tastbare herinnering aan de joodse geschiedenis van Venlo.


De oudste dateert van 1824. Op 7 januari van dat jaar overleed Aizak Segal. Volgens de joodse traditie werd de overledene door zijn nabestaanden bestrooid met zand afkomstig uit Israël. Het ritueel vond plaats op de begraafplaats door het deksel van de doodskist op te lichten. Een linnen zakje, gevuld met aarde afkomstig uit het gedolven graf, werd tot slot onder het hoofd van de dode geschoven. De jongste grafzerk dateert vermoedelijk van 1886. Tot dat jaar is de begraafplaats in gebruik geweest. Een eindje verderop, aan het einde van de Ganzenstraat, werd door de joodse gemeenschap van Venlo een nieuwe dodenakker in gebruik genomen.

Eind november van vorig jaar stelde het ministerie van cultuur 2,5 miljoen beschikbaar voor het herstel en de restauratie van joodse begraafplaatsen. Hopelijk gaat er uit deze welgevulde subsidiepot ook geld naar Venlo. Daarmee kan de verwaarloosde joodse begraafplaats aan het Broekhofpad in ere worden hersteld. Of op zijn minst het slot van het poortje in het hekwerk worden vervangen.   

De website van het Salomon Ludwig Steinheim-Institut für deutsch-jüdische Geschichte van de Universiteit Duisburg-Essen geeft een compleet overzicht van de grafstenen op de oude joodse begraafplaats, klik hier: Steinheim Iinstitut - Data grafzerken joodse begraafplaats Broekhofpad.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl. 


dinsdag 4 januari 2022

Een interessante, uitgebreide reactie op twee afleveringen van 'De Halte' over de kloostertuin van Bethanië

- door Heinz Vink - 

Met je columns over de kloostertuin van Bethanië bracht je me terug naar mijn vroege jeugd. Mijn eerste herinneringen zijn verbonden aan de tuin van klooster Bethanië aan de Beckersweg.


De broers George, Frans en Heinz Vink op de step. Het zwart dak links op de achtergrond is van ruimte die in de jaren vijftig in gebruik als wasserij en mangelkamer van klooster Bethanië én als slaapkamer van Heinz Vink (foto familie Vink)

Jouw omschrijving: ‘Een gedeelte van de grote tuin is bestemd voor gebed en meditatie. Slingerpaden, kunstmatige grotten, kruiswegstaties en grote heiligenbeelden maken het ommuurde terrein tot een uniek stukje Venlo,’ geldt vanuit spiritueel perspectief.  Maar rond 1950 herbergde dit terrein ook tal van voorzieningen die voor de dominicanessen van belang waren om zelfvoorzienend te zijn. Daardoor kon namelijk geld worden gespaard.


V.l.n.r.   Heinz, Frans en George Vink. De tractor is de eerste van klooster Bethanië. (collectie familie Vink)

Daartoe behoorde onder meer een U-vormige boerderij met koeien, varkens en kippen. Deze lag vanaf de Beckerweg gezien rechts van het klooster. Nabij het zogenaamde Kleine Huisje, het startpunt van het kloostercomplex. Van origine was dit de herberg De Rustplaats aan de Kaldenkerkerweg. Later zou het mijn ouderlijk huis worden. De boerderij werd aanvankelijk gerund door de zusters zelf. Naderhand samen met lekenpersoneel. Helaas is deze boerderij rond 1964 door brand volledig verwoest. 

Zuster Antoinette, 1934 (foto Wiel van der Randen)

Voor de brand waren de varkensstallen al voor een deel verplaatst naar de muur langs de Kaldenkerkerweg. De slachtvarkens kregen een vrije uitloop en modderwei. Tegenwoordig zou dit het Beter Leven-keurmerk krijgen. Na de brand en vervolgens sloop van de boerderij, werd de varkenshouderij verplaatst naar Beesel. De kloosterlingen hadden er een modelboerderij opgezet, waar meer vee kon worden gehouden. Op de voormalige modderwei kwam een overdekt en verwarmd zwembad met een dakdeel dat in de zomer open kon. Veel Venlonaren zullen een herinnering hebben aan dit zwembad, dat voor het publiek was opengesteld. Het zwembad is afgebroken en daarvoor in de plaats kwam een vijver. 

Bij het klooster waren bovendien uitgestrekte moestuinen, een bloementuin en een grote kas. De moestuinen lagen bij het huidige hertenpark. De opbrengsten waren voornamelijk voor eigen gebruik. Een deel ging ook naar kloosters van de dominicanessen in Stevensbeek, Horn en Mook. 

Nog even naar een ander deel van het kloosterterrein. In de hoek Kaldenkerkerweg en Beckersweg lag een moderne, goed geoutilleerde timmerwerkplaats met eigen droogplek en opslag voor hout. In deze werkplaats werd kloostermeubilair vervaardigd of gerepareerd. Er werden bovendien veilingkistjes gemaakt voor groente en fruit. Zelf heb ik hier ook menig kwartje verdiend met het timmeren van de kistjes. Later volgde een uitbreiding met een garage en een stalling voor de auto’s van de hoofdzusters, de zogenaamde soeurs. Nadien is het gebouw ook gebruikt als woonhuis voor lekenmedewerkers en als administratiekantoor voor de organisatie.

Zuster voert het pluimvee, 1934 (foto Wiel van der Randen)

Op het terrein, bij de begraafplaats, lag een wasserij. In de Tweede Wereldoorlog kreeg ze de status van officierscasino van Fliegerhorst Venlo. De wasserij verzorgde de was van het klooster en van huize Lataste, een internaat voor meisjes. Daarnaast werd gewassen voor verschillende horecagelegenheden en voor bemiddelde Venlose burgers. De was werd met paard en kar opgehaald en rondgebracht. Verder exploiteerden de zusters een eigen nertsenfokkerij voor bont. Bontjassen zouden ze zelf nooit zouden mogen dragen.

Begraafplaats klooster Bethanië, 1934 (foto Wiel van der Randen)

Tegenwoordig is het kloosterterrein verkaveld en in het bezit van particulieren. Het noordoostelijke heeft een parkachtige uitstraling met als bijzonderheid een hertenpark. Het gedeelte langs de Bethaniëweg bestaat uit bos thans overwoekerde slingerpaden. Vroeger werd er door een deel van de zusters gebrevierd oftewel gemediteerd. De meeste religieuzen hadden hun handen vol aan de dagelijkse werkzaamheden in het kloostercomplex, in de tuinen of op de boerderij.

Er is veel meer te vertellen, maar ik heb met deze reactie geprobeerd om - zonder ook maar iets af te doen aan je column De Halte - het andere verhaal over deze tuin voor een deel te belichten.

Venlo, 28 december 2021.

Reageren? Stuur Heinz Vink een e-mail: heinz.vink@planet.nl.