donderdag 12 mei 2022

Van nul tot nu van woensdag 11 mei 2022 - Retraitehuis Manresa landelijk vermaard

 - door Albert Lamberts - 

Manresa op de Leutherberg zegt de meeste inwoners van Venlo en omstreken nu niet zoveel meer.  Ja misschien wel, maar dan in relatie tot een park of tot een nieuwe woonwijk. De link met retraites zal niet of nauwelijks worden gelegd. Dat was vijftig, zestig jaar geleden wel anders en zeker voor de Tweede Wereldoorlog. Manresa in Venlo stond toen bekend als retraitehuis, landelijk zelfs.

Het retraitehuis Manresa op de Leutherberg in Venlo (collectie Albert Lamberts)

Dit jaar zestig jaar geleden werd de zesde klas van de Sint-Martinusschool ook ‘opgeroepen’ voor een retraite. Enkele dagen bezinning, voordat de pubers in de dop de plechtige communie zouden doen: een hernieuwing van de doopbeloften. Voor ons - want ik was een van die pubers - bleven de kloosterdeuren van Manresa gesloten, want de pater van het klooster kwam naar onze school om ons, ja eigenlijk om wat? Het enige wat ik me kan herinneren was de seksuele voorlichting door nota bene een pater. Nou ja, ‘het’ was ons thuis allemaal al uitgelegd. Maar goed, de retraite hoorde er nu eenmaal bij, was, zeg maar, vast onderdeel van de afscheidsweken van zesde-klassers van de lagere school.

Terug naar Manresa en zijn functie als vermaard retraitehuis. Het fenomeen retraite deed in Nederland relatief laat zijn intrede. Sinds het optreden van Ignatius van Loyola (1491-1556), de grondlegger van de jezuïten – de huidige paus is een Jezuiet – en vooral sinds diens publicatie Exercitia Spiritualis (Geestelijke Oefeningen) was de retraite al in vele landen gemeengoed. In deze contreien opende het Moederhuis van Het Goddelijk Woord in Steyl in 1884 zijn deuren voor een zestien heren tellend gezelschap, dat zich een aantal dagen wilde bezinnen verbonden met de beschouwing van de grote godsdienstige waarheden. Duizenden, tien-, zelfs honderduizenden zouden  in hun bezinnende voetsporen treden al dan niet in schoolverband. Want behalve de twaalfjarigen gingen nadien ook de middelbare scholieren op retraite en ook mensen van allerlei maatschappelijke organisaties. Tegenwoordig reppen we van sessies op de hei, yoga- en zenbijeenkomsten en van tal van op oosterse wijsheden gebaseerde meditatiemethoden. 

De patersingang van het klooster van de jezuïeten (collectie Albert Lamberts)

De retraite beleefde in Nederland en vooral in Venlo een ware hausse. Eerst bij de zusters in Steyl, maar vanaf 1908  in het kort daarvoor geopende retraitehuis Manresa, dat door de jezuïeten werd geleid, in het prachtig gelegen kloostercomplex zo tegen de Steilrand. Het imponerende complex, vernoemd naar de geboorteplaats van Ignatius van Loyola, was ontworpen door Eduard Cuypers. Paus Leo XIII, vooral bekend wegens zijn fameuze encycliek Rerum Novarum, waarin hij opkomt voor de rechten van  de arbeiders, stelde zich volledig achter het idee van de retraite, vooral voor werklieden, omdat de werkende stand in onzen tijd het meest is bloot gesteld aan de hinderlagen des boozen. In het overwegend katholieke zuiden gingen de adviezen van de paus in Rome er in als Gods woord in een ouderling, dus Manresa had het druk.  

In zijn Encyclopaedie van Katholiek Nederland geeft professor Nolet wat cijfers. In zo’n twintig jaar - Nolets uitgave is van 1930 – stroomden zeshonderdduizend katholieken door de tehuizen: meer dan één op de vijf katholieken. Duidelijke koploper was het door de Jezuïeten geleide Manresa in Venlo dat in 20 jaar maar liefst 90.000 retraitanten verwerkte. En op 3 juli 1958, aldus het toenmalige Dagblad voor Noord-Limburg, werd in Manresa in Venlo de 200.000ste retraitant verwelkomd. Het was Jo Maas uit Nijmegen, die behoorde tot een groep van 77 aankomende dienstplichtige militairen uit Nijmegen.

Jawel, tijden veranderen, of beter nog: mensen veranderen.  Hoewel? Niet alle retraitegangers waren onder de indruk van de donderpreken van de paters, vooral  tegen het grootste kwaad: onkuisheid. Menig scholier smokkelde voor de drie dagen durende retraite een fles cognac of andere sterke drank het huis binnen. Of dat ook bij de meisjes en vrouwen gebeurde vermelden de kronieken niet. Wel, dat zij strikt gescheiden van de jongens en mannen hun retraite beleefden.

Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl.

 

 

 

 

De Halte XXL van woensdag 11 mei 2022 - Houwdegen

- door Sef Derkx -

Zeker weten we het niet, maar we vermoeden dat lijn 83 slechts hoogstzelden stopt bij de bushalte Veer Lomm-Lottum. Daarmee zou het de eenzaamste halte zijn in de gemeente Venlo. 


We zijn er uitgestapt en eerst naar het veer gewandeld. Doel van onze expeditie vandaag is echter Barbara’s Weerd. Het natuurgebied in de uiterwaarden van Maas wordt beheerd door het Limburgs Landschap. De naam Barbara’s Weerd herinnert aan het klooster van franciscanen, dat hier tot 1586 lag. We zitten dan midden in Tachtigjarige Oorlog. De strijd tussen de Spanjaarden en de Nederlanders onder Oranje, de zogenaamde Staatsen. 

Op 25 januari 1586 vallen Staatse troepen, onder leiding van Maarten Schenk van Nydeggen, vanuit Venlo het klooster aan. Het wordt op dat moment bezet gehouden door de Spaanse legeroverste Pedro Corvera en zijn manschappen. Ze weten enkele aanvallen af te slaan. Dit zint de vechtjas Maarten Schenk van Nydeggen niet. 

Maarten Schenk van Nydeggen (website Biografisch Woordenboek Gelderland, klik: Biografie Maarten Schenk van Nydeggen)

Hij laat het klooster aan vier hoeken in brand steken. De troepen van Corvera doen ten einde raad een uitval en strijden bijna tot de laatste man. Slechts zes overleven het, onder wie de zwaargewonde Corvera. Ze worden als een soort van oorlogsbuit door de straten van Venlo gesleept. Bij de verbitterde man-tegen-mangevechten op deze dag sneuvelen ook veel Staatse soldaten. Zo’n 450 militairen verliezen het leven volgens contemporaine bronnen. Maar ja, levens tellen niet voor bevelvoerders ten tijde van oorlog. Toen niet en nu niet. In Blerick is een straat naar de brute houwdegen Schenk van Nydeggen vernoemd. In onze tijd zou hij als oorlogsmisdadiger worden berecht. 

Het klooster Barbara’s Weerd wordt bij de belegering van 1586 verwoest en nooit meer herbouwd. De overwoekerde resten zijn zichtbaar als je van het veer Lomm-Lottum naar de ingang van het natuurterrein loopt.



We gaan op een bank zitten om wat aantekeningen te maken. Het oog valt plots op twee ganzen die rustig dobberen op de Kloosters Poel aan de overzijde van de Rijksweg. Oorspronkelijk was het de vijver, die de kloosterlingen van vis voorzag. Het diffuse licht op deze grijze dag wordt gefilterd door de boombladeren en valt prachtig op de waterspiegel. Hitchcock zou ervan gesmuld hebben. We steken de straat over om met het mobieltje foto’s te maken. Tot ongenoegen van het ganzenpaar. Ze lijken zich af te vragen wat zo’n stadstype van zins is. Verontwaardigd snaterend omdat ze in hun rust gestoord zijn, vliegen ze weg. We steken weer over en openen het toegangshek van het natuurgebied Barbara’s Weerd.   

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

 

 

 

 

zaterdag 7 mei 2022

Muzikale gelukzaligheid uit de Gasthuisstraat

- door Gerrit van der Vorst - 

Altijd als ik door de Gasthuisstraat stiefel, gaat mijn blik onwillekeurig naar het voormalige muziekwinkeltje van de firma Quak. Het vloeroppervlak van muziekparadijs Sounds aan de Parade is minstens 40 keer zo groot, om over het verschil in assortiment maar niet te spreken. ‘Quak’, doorgaans met 2 dames achter de toonbank, was stampvol als er pakweg 5 klanten waren. Het winkeltje speelde een superbelangrijke rol voor mijn Venlose generatie.

De muziekwinkel Quak in de jaren zestig (met dank aan Will Soree).

De winkel in vol bedrijf (met dank aan Sef Derkx).

Het muziekaanbod voor schoolgaande jeugd was schraal in de jaren zestig, om maar een understatement te gebruiken. Niks muziekzenders, cd’s, dvd’s, Spotify enzovoorts. We waren lang aangewezen op de radio. De AVRO bracht de Arbeidsvitaminen voor – de naam zegt het al – de werkende klasse en dus tijdens de schooluren. Op vrijdagmiddag moest je naar huis racen, want Tijd voor teenagers van de VARA begon al om 17.00 uur. En op zondag zaten we vaak met klamme handen als de middagmaaltijd uitliep, want het muziekprogramma van Radio Luxemburg was wat ongelukkig geprogrammeerd. Dat was het wel en zulke programma’s duurden maar een uurtje. Nee, er zat weinig muziek in het puberleven van toen.

Vanaf 1961 presenteerde Herman Stok het programma Tijd voor teenagers (Wikipedia).

Ons geluk kon dan ook niet op, toen mijn vader met een platenspelertje aan kwam zetten. Zeker weten dat hij niet goed voor ogen had hoe die vernieuwing zou uitpakken. Het was in 1960. Dat weet ik omdat we ons meteen naar ‘Quak’ spoedden, om de nummer 1 van de hitparade van Tijd voor teenagers te scoren. Dat was ‘Kom van dat dak af’ van Peter Koelewijn en zijn Rockets. Dat nummer stond 25 weken op 1 en die periode werd in Huize-Van der Vorst met maanden verlengd.

Het grijsgedraaide 45 toeren-plaatjes van Peter Koelewijn.

In al onze vrije uren klonk het ‘Hee, hee, heeej, kom van dat dak af!’ Horendol werden ze ervan, mijn ouders. Maar er was niets meer aan te doen. De vooruitgang was niet te stoppen. Zelf kochten ze hele andere muziek, zoals ‘Langs de Rijn’ van het accordeonduo Schriebl en Hupperts. Dat vonden wij op onze beurt geen muziek. Gelukkig hadden Pa en Ma weinig tijd om zelf plaatjes te draaien.

Het 45 toeren-plaatje ‘Langs de Rijn’ kostte in 1964 toch nog 3 gulden en 95 cent (het is nu tegen elke aannemelijk bod te koop).

Later kregen we een platenwisselaar waar wel acht plaatjes in konden. Je moest een stukje plastic uit het hart van de plaatjes drukken, om ze te kunnen stapelen. Een singletje viel met een klapje op haar voorganger, als het aan de beurt was om gedraaid te worden. We hielden aanvankelijk ons hart vast voor beschadigingen, maar de plaatjes die ‘Quak’ leverde, bleken ertegen bestand. Ook tegen de tand des tijds trouwens. Ik heb onze collectie deels bewaard en meer dan 60 jaar later kan ik ‘Schlafe mein Princhen’ (Papa Bue’s Viking Jazzband; nummer 7 van onze collectie) nog steeds zonder al te veel gekraak spelen. Idem dito ‘Langs de Rijn’ van Schriebl en Hupperts (44), maar dat plaatje is dan ook nauwelijks gedraaid.

De complete collectie van huize-Van der Vorst.

Steeds vaker togen we naar ‘Quak’ om nieuwe plaatjes aan te schaffen. Bij al die plaatjes hoort nu een geschiedenis.

Runaway (26) kon je bijvoorbeeld zo lekker uit volle borst meebrullen – ‘I wa wa wa wa wonder!’ – niet vermoedend dat zo’n succes uiteindelijk de opmaat zou zijn naar de tragische zelfdoding van zanger Del Shannon.

Del Shannon (Wikipedia) was de artiestennaam van Charles Weedon Westover (1934-1990).

En neem het zeemanslied ‘Junge, komm bald wieder’ (37) van de Oostenrijker Freddy Quinn die minder vaak op zee was dan we dachten. Hij heet trouwens in werkelijkheid Franz Eugen Helmuth Manfred Nidl (nu 91 jaar) en had in 2019 nog een advies voor zijn bewonderaars: ‘Die drei Fans, die vielleicht noch leben, möchte ich zurufen: “Haltet euch tapfer – und nehmt rechtzeitig eure Pillen!”’ Dat zullen we dan maar doen.

Freddy Quinn in 1971 (Wikipedia). Jaren later ontstond er deining over teksten waarmee hij bijvoorbeeld de Vietnam-oorlog verdedigde.

Mijmeren boven een stapel oude 45 toerenplaatjes. Nog steeds vind ik die muziek van toen mooi, wat misschien ook wel wat zegt over mijn muzikale ontwikkeling. Vinyl is weer in opkomst. Dat brengt me tot een ode aan de dames Quak. Die overigens de achternaam Theelen droegen, leerde ik van de blog van Sef Derkx (klik hier: Muziekhuis K.G. Quak) over de geschiedenis van het winkeltje. Zo lang dat leeg staat, zou men het van mij weer mogen aankleden als het winkeltje van toen. Een soort kijkdoos naar het vinyle verleden van Venlo, als herdenking van al die muzikale gelukzaligheid die mijn generatie toen uit de Gasthuisstraat haalde.

Het leegstaande winkeltje anno 2022. 

Een raambiljet doet nog enig recht aan het verleden van het pand.

Reageren? Stuur Gerrit van der Vorst een e-mail: gp.vandervorst@xs4all.nl.

donderdag 5 mei 2022

Zusters in het Mutsaersoord

 - door Albert Lamberts - 

In het onderwijs en in de zorg hebben paters, broeders en zusters in Venlo onnoemelijk veel betekend. De eerste zusters kwamen in de vijftiende eeuw nar Venlo en stichtten een klooster op de plaats van het huidige hospice en Toon Hermanshuis. Later kwamen paters van diverse congregaties – dominicanen, franciscanen, augustijnen, kruisheren – en zij waren veelal actief in het onderwijs, evenals trouwens  veel zusters en broeders.

Behalve in het onderwijs verrichtten tientallen nonnen ook werk in bijvoorbeeld bejaardenhuizen,  ziekenhuizen en in verpleeghuizen, zoals in wat toen nog  het Mgr. Mutsaersoord heette. Slotzusters, zoals de Roze Zusters uit Steyl, bleven hun leven lang binnen de kloostermuren en hielden zich niet direct bezig met publieke taken.

Een foto – beetje onscherp – van een zuster met die typische kap in het Mutsaersoord ( collectie Albert Lamberts)

Het Mgr. Mutsaersoord werd als herstellingsoord voor personeel van spoor - en tramwegpersoneel in 1930 geopend. In datzelfde jaar, om precies te zijn op 15 mei, maakten de zusters van de Compagnie van de Dochters van Liefde, Zusters van de H. Vincentius hun opwachting in Venlo. Zij hadden al anderhalf jaar eerder van de bisschop van Roermond, Mgr. Laurentius Schrijnen (1861 – 1932), toestemming gekregen om het beheer van het op te richten herstellingsoord op zich te nemen en tevens de zorg voor de patiënten. In de overeenkomst met de Rooms Katholieke Herstellingsoordvereniging van Spoor- en tramwegpersoneel St. Raphaël werd bepaald, dat de zusters kost en inwoning zouden genieten en ook 400 gulden per jaar voor persoonlijk onderhoud zouden ontvangen.

(Een persoonlijke noot: behalve met twee zusters op mijn kleuterschool, zuster Eustasia en zuster Alexandrea, had ik in de jaren zestig als tiener van doen met nog een zuster: zuster Johanna van het Mutsaersoord. Zuster Johanna – hopelijk de naam goed onthouden – had op het terrein van het Mutsaersoord  een aantal volières en zij vond het leuk, dat twee jongens, die ook vogels hielden, mijn vriend Jan en ik dus, geregeld bij haar kwamen buurten. Op een nieuwjaarsdag troffen we de zuster in mineurstemming. De volières waren opengebroken. In onze zondagse pakken zijn Jan en ik op het terrein op jacht gegaan en gewapend met netten slaagden we erin een aantal vogels, waaronder enkele fazanten, te vangen.)

Terug naar de zusters. Tijdens de oorlog verhuisden zij mee naar kasteel Hillenraedt in Swalmen, toen de Duitsers het Mutsaersoord in beslag namen, maar toen de Herstellingsoordvereniging in 1942 werd opgeheven, omdat collaboratie met de Duitsers niet gewenst was, kwamen de zusters zonder werk. Mede dankzij niet aflatende inzet van de zusters konden in 1947 weer vrouwen en kinderen in Venlo worden opgenomen en ook voor de zusters zelf was er weer bewoning mogelijk.

Hoe zeer het werk van de nonnen op waarde werd geschat bleek toen de Herstellingsoordvereniging in 1967 haar 40-jarig jubileum vierde en in het kader daarvan actie voerde voor betere huisvesting voor de zusters. Er werd maar liefst bijna 63.000 gulden opgehaald. De ongebreidelde inzet van de zusters – soms zes tot zeven dagen per week werken – bleek niet vol te houden, ook al omdat het aantal in te zetten zusters daalde. In oktober 1982 kondigde de toenmalige directrice, zuster Wilhelmina, het afscheid aan en een half jaar later trokken de zusters na onvolprezen, gedane arbeid de deur achter zich dicht van wat toen Stichting Mutsaersoord Agnespaviljoen Kleuterhof (M.A.K.) heette. Niet met lege handen overigens: de Herstellingsoordvereniging overhandigde een bedrag van 100.000 gulden als startkapitaal voor de stichting  van een opvangcentrum voor alleenstaande vrouwen en moeders in Den Bosch.

Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl.

Foto's van Martinusbasiliek en kapel van Genooy van Dick Schoenmaker

Mijn oud-museumcollega Dick Schoenmakers exposeert volgende  maand een van zijn foto's op de prestigieuze Salone di Mobili in Milaan. 
Voor hem is het een internationale doorbraak, na jarenlange noeste en eenzame arbeid. Uiteraard is de interesse van de beurseigenaren ook een erkenning voor het bijzondere karakter van Schoenmaker's serie. Het zijn interieurfoto's van kerken en kapellen. 
Bijzonder? Ja, want de hemel boven de kerken is door het dak heen te zien. Schoenmakers heeft onder meer de gewelven geretoucheerd op de computer. 
Voor de Floddergatsblog stelt hij twee foto's beschikbaar. Van de Sint-Martinusbasiliek en van 't Kepelke van Genuuë. 
Dank daarvoor.
Tip: door de foto's aan te klikken, verschijnen ze in een apart scherm.


De Halte XXL van woensdag 4 mei 2022 - Veer Lomm-Lottum

- door Sef Derkx -

We zijn met lijn 83 onderweg naar de bushalte in de gemeente Venlo, waarvan het minst gebruik wordt gemaakt. De eenzaamste busstop is die bij het veer Lomm-Lottum. Waarom denken we dit? Er groeit opvallend veel gras rond het perronnetje. Bovendien hoorden we van een chauffeur die op de lijn Venlo-Nijmegen rijdt, dat hij er zelden stopt. Hij kon zich niet herinneren wanneer het voor het laatst was. 

De bus is een ideale plek om te lezen of te dagdromen. Je gedachten de vrije loop te laten. Om te mijmeren terwijl je naar het voorbij zoevende landschap kijkt. In de bus hoef je niets. Een comfortabele cabine op wielen om tot rust te komen. We worden vandaag echter spontaan aangesproken door een dame. Ze vraagt belangstellend of we onderweg zijn voor De Halte. Jazeker, maar de sauna van Lomm wordt het deze keer niet. 



De prachtige boerderij van het Limburgs Landschap komt in zicht. We drukken op de stopknop. De verbazing is van het gezicht van onze gesprekspartner af te lezen. Wie stapt er op deze plek uit? De bus zwenkt naar rechts en even later staan we bij de eenzaamste halte. Of is het die aan de overkant?


We gaan wandelen. De eerste bestemming is het veer Lomm-Lottum. In de berm bloeit het fluitenkruid. Hier en daar zijn spikkels geel van de stinkende gouwe en de dotterbloem. De struiken en bomen staan in het blad in veel variaties groen. Van licht naar donker. Langs de weg staan verschillende bordjes en symbolen van routes die je te voet, met de fiets of zelfs op je skateboard kunt afleggen. 


Ineens valt ons oog op een hardstenen kruis. Uit het inschrift wordt duidelijk dat dit een kruis is dat herinnert aan Gary Carey Creeslough uit Donegal in Ierland. Op 2 juli 1997 is hij in de Maas verdronken. Gary was tweeëntwintig jaar oud. Zijn moeder Margaret schreef een boek over dit vreselijke drama. We nemen ons voor om ter gelegenheid van de vijfentwintigste sterfdag terug te keren op deze plek. 

Links van het herdenkingskruis staat een kleiner gedenkteken. Van donkere, gepolijste steen. Met een inscriptie van het bekende Ban De Bom-teken en erboven het woord Planet. Wie heeft het neergezet? Ongetwijfeld was het een pacifistische geest. Iemand met een betrokkenheid met Moeder Aarde. 


Nu door Rusland gezinspeeld wordt op de inzet in Europa van kernwapens, krijgt het monumentje extra betekenis. We wandelen verder naar het natuurgebied Barbara’s Weerd van het Limburgs Landschap. In het landschapspark graast een kudde Galloway-runderen. We gaan naar ze op zoek.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

 

woensdag 4 mei 2022

Sobibor

 

 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft een Joods echtpaar enige tijd ondergedoken gezeten bij mijn ouders. Wonder boven wonder hebben zij de oorlog overleefd. De rest van hun familie is afgevoerd naar Sobibor en daar vergast. In 1990 heb ik het vernietigingskamp bezocht, dat op het eind van de oorlog helemaal vernield is. Wat rest zijn wat muurresten en een grote zandheuvel met menselijke verbrandingsresten. De indruk die dat op mij maakte heb ik jarenlang proberen te verwoorden. Pas jaren later is dit gedicht ontstaan:

 
Vergeefs
(Sobibor)
 
nee niets zegt meer
enkel de stilte
die onhoorbaar schreeuwt
maar nooit nooit
meer gehoord
elk gebaar wanhopig
overbodig maakt
 
Hay Swinkels
hay.swinkels@ziggo.nl





Familie Schreurs in de oorlogsjaren 1944-1945

 - door Peter Schreurs -  

Het waren woelige tijden voor de familie Schreurs op de Hoogeweg, zoals blijkt uit enkele verhalen, het dagboekje van Haij Schreurs, direct na de bevrijding en het Rode Kruis rapport.

De familie is de oorlog redelijk goed doorgekomen, maar op 6 juni 1944 (D-day), de dag dat de invasie aan de Franse kust is begonnen en het de hoop op het einde van de oorlog is toegenomen, beginnen voor de familie Schreurs echt slechte tijden.

Toon is die avond al D-day aan het vieren in de Klaasstraat bij IJssalon Battisstuzi, als hij door de Duitsers wordt opgepakt. Hij wordt opgesloten op het politiebureau tot 9 juni en wordt vervolgens met de trein naar Amersfoort vervoerd. Op een of andere manier is het mogelijk geweest dat zijn vriendin Tinie hem daarbij vergezeld heeft. In Amersfoort volgde een zeer zwaar afscheid!

Dat  er eventueel mogelijkheden (in ieder geval wel plannen) zijn geweest om Toon, toen hij in Venlo op het politie bureau zat, vrij te krijgen is onduidelijk. Maar de meningen onderling van Opa en enkele broers waren hierover wel verdeeld. Dit heeft voor wat spanning gezorgd, maar is gezien de situatie en de risico’s wel te begrijpen.

Dan wordt Venlo zwaar gebombardeerd door de geallieerden in oktober/november 1944 en er vallen honderden doden.

Op 28 december wordt de binnenstad, inclusief de Hoogeweg tot spergebied verklaart. Dat wil zeggen dat alle bewoners hun woningen moeten verlaten en tijdelijk ondergebracht worden in door de Burgemeester Zanders daarvoor gevorderde panden. Zoals Oostsingel 1A van de Familie van der Veen, sinds 1-11-1921 Ontvanger der Rijksbelastingen tot de oorlog.

Met het gevolg dat de familie Schreurs tijdelijk tot hun evacuatie op 16 januari in dit huis aan de Oostsingel (nu Burg. Van Rijnsingel) gewoond heeft. De twee zonen Sef (Joep 15 jaar) en Schraar (Sjra 17 jaar) waren vanaf dat moment al in Sevenum bij familie Sijbers ondergebracht.  Na de evacuatie van de familie op 16 januari, bleef Haij als oudste (23 jaar) met zus  Truus (20 jr, op 24 januari alsnog  geëvacueerd), daar alleen achter tot aan de bevrijding. Hij kon zo ook enigszins over hun daar opgeslagen spullen waken.

Op 10 januari 1945 vaardigt Burgemeester Zanders een evacuatiebevel uit.

Vader Piet, moeder Mia met de 4 jongste kinderen (Mientje, Jan, Mia en Pietje) moeten op 16 januari 1945 samen  met Thij Hunnekens en Marie 's nachts in een zeer koude vriesnacht door bossen en velden te voet naar Straelen. Het vroor niet alleen, maar het was ook pikkedonker, daarom moesten de kinderen regelmatig hun naam roepen, zodat niemand kwijt raakte.

De bedoeling was om in Straelen op het door de Duitsers georganiseerde evacuatie- transport naar Groningen te komen. Dinsdag 16 Januari: – Straelen 07.30 Appèl  - 09.00 uur opstelling om af te reizen. Plotseling komt het bericht, dat de algehele evacuatie voorlopig is uitgesteld. Vreugde is maar van korte duur, 's middags weer een bericht, dat er nog ca. 1000 mensen uit Venlo onderweg waren en dat allen gezamenlijk de eerste reis per trein zouden maken.

Tegen 17.00 uur moeten de eerste honderd man zich opstellen, om naar het station te vertrekken. Het wordt echter  21.00 voor ze vertrekken. De straat ziet zwart van de mensen, maar de trein vertrekt nog lang niet. Oorzaak  is driemaal luchtalarm in Geldern!

Om ca 23.00 vertrekt de trein uiteindelijk met de onverwarmde goederenwagons door de vrieskou richting Groningen, ongeveer  ieder half uur stoppend i.v.m. luchtalarm etc. De reis naar Groningen heeft zo al met al zo’n 3 dagen geduurd! Hier komen ze dus kort na middernacht op de 19e januari aan. 


Evacuatiebewijs Truus, 24 januari 1945

In Groningen worden ze uiteindelijk bij twee boerengezinnen ondergebracht. Deze boeren kregen een vergoeding voor de opvang van de evacuees. Ook komt Truus op 24 januari alsnog na naar Groningen.

Het grootste gedeelte van het gezin Schreurs is bij de familie van boer Bouwman in Winsum opgenomen.  Hierover zijn er goede verhalen en is er nog steeds contact met de familie Bouwman.

Het verblijf van twee meisjes bij de andere boer was volgens verhalen minder plezierig en wordt dus ook nagenoeg niet besproken!

Eerst in mei 1945 kunnen vader en moeder met de 5 kinderen pas weer terugkeren naar de puinhopen in Venlo, in de hoop dat de andere kinderen het overleeft hebben en hun huis niet al te beschadigd is!

 Persoonsbewijs met vingerafdruk van Jac Schreurs, 31 januari 1944
Intussen wordt het gehele Augustijnen Seminarie in Witmarsum, waar Sjaak sinds  31-1-1944 voor priester word opgeleid, opgepakt en naar een kamp in Rolde (Drenthe) getransporteerd.

Hier moesten de aankomend paters loopgraven graven. Jac hielp daarnaast ook nog bij het verzorgen van de gewonden. Hierbij heeft hij toen Tyfus opgelopen en is vervolgens met een boerenkar naar het ziekenhuis in Groningen gebracht. Hier is hij gebleven en heeft daar ook de bevrijding van Groningen tussen 13 en 18 april meegemaakt. Hij was waarschijnlijk eind april weer thuis op de Hoogeweg.

De hele familie zit dus verspreid over het hele land zonder contact met elkaar te hebben en zonder te weten hoe het de anderen vergaat. Vader Piet, moeder Mia, Mientje, Jantje, Mia, Pietje en Truus zitten in Winsum. Toon zit dan in Neuengamme, Jac ergens in een kamp in Drente, Sef en Schraar in Sevenum en Haij, als enige in Venlo ergens in een huis op de Oostsingel.

Een week na de bevrijding, weet Haij nog steeds niet of de rest van de familie nog leeft, omdat 1) de evacuatie trein volgens de verhalen was gebombardeerd en 2) dat hij nog steeds niets van iemand heeft vernomen. Ook wordt er in het Noorden van het land nog steeds gevochten. Het enige  signaal dat hij tot nu toe heeft opgevangen is dat van Sef en Schraar. (Schraar stond op 11 Maart in Blerick bij de Maasbrug, onderweg naar huis)

De Hoogeweg is door de Duitsers al  eerder tot Spergebied verklaart, met als gevolg dat nu ook de Engelse Tommy’s  tijdens en tot minstens nog 2 weken na de bevrijding op de Hoogeweg13 hun bivak gemaakt hebben, met kantoor, gaarkeuken en al.  Haij kon eerst de woning niet in, na een paar dagen kreeg hij een kamer en uiteindelijk na ca 2 weken was de woning weer helemaal vrij. Samen met zijn verloofde Jo Hanraths heeft hij in die 2 weken bij stukjes en beetjes de woning weer bewoonbaar gemaakt. Ze hebben alle rommel zo veel mogelijk opgeruimd en de diverse beschadigingen (ramen etc.) van vooral de Duitsers en ook een beetje van de Engelsen provisorisch gerepareerd.

Uiteindelijk blijkt dan ook uit het bijgaande Rode kruis rapport, dat opgemaakt moet zijn nadat Jac al is thuis gekomen (dus ergens eind april) en nadat Sef en Schraar ook inmiddels al weer thuis zijn, er met Jo Hanraths en ene Theodoris van Dijk erbij  er inderdaad  6 personen op de Hoogeweg wonen op het moment van opname. De evacuees zijn op dat moment nog niet terug maar die moeten medio mei 1945 teruggekomen zijn, na de bevrijding van het  Noord Oosten van Nederland (algehele bevrijding 5 mei 1945)

Langzaam begint het bij Haij Schreurs ook weer zakelijk te kriebelen.  Op 28 april heeft hij  echter de draad opgepakt en staat er zowaar weer een advertentie in de krant.

Rode Kruis bewonersreport van wijk H. Hart Hogeweg 13, opgenomen tussen eind april en voor de terugkomst van de Venlose evacuees in Mei 1945

Eigenlijke bewoners: Opa, Oma,  Toon, Haij, Sjaak, Truus, Sjra, Joep, Mien, Jan, Mia en Piet

Aanwezige bewoners mei 1945: Haij, Sjaak, Sjra, Joep

Medebewoners mei 1945: Theodoris van Dijk, geb Brunsum, ?, Johanna Hanraths

Geëvacueerd 16-1-1945: Vader, Moeder,  Mien, Jan, Mia en Piet naar Winsum in Groningen                        

24-1-1945: Truus ook naar Winsum in Groningen

Vermist: Toon, door de Duitsers opgepakt op 6-6-1944


Reageren? Stuur Peter Schreurs een e-mail: ptj.schreurs@planet.nl.

maandag 2 mei 2022

Van nul tot nu van woensdag 27 april 2022 - Het Venlose nieuws voor Indië-gangers (2)

- door Albert Lamberts - 

Drie weken geleden schreef ik over het Contactorgaan van het Limburgs Thuisfront Venlo met de naam Sintermertes Veugelke, dat wekelijks per luchtpost werd afgeleverd bij de Nederlandse militairen in Nederlands Indië van Venlose komaf. Het blaadje hield de overzeese manschappen op de hoogte van het reilen en zeilen in hun vaderstad. De Nederlandse militairen waren in de tweede helft van de jaren veertig van de vorige eeuw op een, zeker achteraf gezien, nutteloze missie om Nederlands Indië als kolonie van Nederland te behouden. Daarover wordt nu nog tot op de allerhoogste niveaus gesproken, gedebatteerd en geredetwist.


Maar goed, de Venlose ‘jongens’ hielden dus contact met het thuisfront. Het redactie-adres was Hendrikxstraat nummer 5 in Venlo.  Daar zetten schrijvers van velerlei pluimage en achtergrond, professionals en liefhebbers elke week een alleszins aardige, lezenswaardige aflevering in elkaar. Een enkele scribent ondertekende met zijn volledige naam, zoals Wim van Boxtel, die een ingezonden artikel schreef over zijn thuiskomst uit Indië, en Koos Timp, die de verhalen van Faldera over oud Venlo vertaalde, maar de meeste inzendingen waren niet ondertekend of hooguit met één of meerdere initialen. Mevr. N.H.W. te Venlo stuurde een gedicht Aan Sintermertes Veugelke. H. schreef over Venlo’s oudste kerkje, v.E. ontfermde zich over de rubriek Venlo in de afgelopen week en de geestelijke bijdrage werd afwisselend verzorgd door een r.k.-geestelijke of een predikant. Als de priester schreef stond boven de bijdrage Béj de Wiewatersbak. Onder andere kapelaan G. Lucassen van de Nicolaasparochie, de Zeer Eerw. Heer Kapl. Th. Timmermans en kapelaan Sluiters schreven een woord om de uitgezondenen te stichten en een hart onder de riem te steken. 

Voor de protestanten schreven predikant J.van der Poel namens de Nederlands Hervormden en dominee J.C. Everaars namens de Gereformeerde Kerk. Diens eerste bijdrage – in het nummer van 9 augustus 1949 – begon met een verklaring van de scribent: Misschien doet u net als ik: eerst even kijken naar de naam die onder een artikel staat. Wellicht verwondert u zich dan. Maar ik zal u gauw gerust stellen. Dankzij een gelukkige samenwerking tussen Limburgs Thuisfront en het Protestants Interkerkelijk Thuisfront (P.I.T.) zal, met enige regelmaat de laatste bladzijde van Sintermertes Veugelke vanwege het P.I.T. verzorgd worden.  

De protestantse bijdragen bleven overigens zeer beperkt in aantal.


Het Limburgs Thuisfront stuurde niet alleen elke week een blaadje met Venloos nieuws naar de militairen enkele duizenden kilometers verderop. Ook pakketjes van familie en vrienden voor hun naasten en ja, ook andere goederen. Zelfs Venlose augurkjes vonden hun weg naar het oorlogstoneel: Ze kômme wie gerope Veur Venlonaere in de trope. Kômkômmers (Venloos voor augurken) lekker zoor,

Het lijdt geen enkele twijfel: de mooiste berichten in het weekkrantje waren natuurlijk de felicitaties en de berichten onder het kopje Naar huis. In januari 1950 werd de terugkeer vermeld van een kleine twintig Venlose Indië-gangers: Onderstaande personen uit N.-Limburg zijn op 17 december jl. met de “Grote Beer” uit Tandjong Priok vertrokken en zullen vermoedelijk 8 Januari debarkeren.

Het duurde een halve eeuw, maar in 1999 kregen ook de in Nederlands Indië gesneuvelde, Venlose militairen een aandenken. Op 20 november van dat jaar werd bij ’t Kepelke van Genuë in Venlo-Noord een plaquette met de namen van de Nederlands Indië gevallenen onthuld.  De locatie was niet zomaar gekozen. Gedurende de oorlogsjaren trokken velen naar het bewuste kapelletje om een kaarsje aan te steken en te bidden voor een behouden terugkeer van hun dierbaren.

 Van de Indië-gangers uit Venlo is er nu mogelijk niemand meer in leven. In totaal dienden er 830 Blerickenaren en Venlonaren  (verplicht) in het toenmalige Nederlands Indië. Vijftien van hen keerden niet terug. Onder de namen staat: Gedenk in  uw gedachten dat zij hun leven gaven en ver van verwanten in den vreemde zijn begraven.

Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl. 


zondag 1 mei 2022

'Kwezelkes-kerk' viel helaas onder de slopershamer

Het gebeurde op een van de eerste warme lentedag dit jaar. We zaten op het terras Beej Benders aan het Mgr. Nolensplein. Het gesprek kwam op ’t Gaasplein vroeger, op het badhuis en kantongerecht. Twee parels van architectuur in Venlo die nooit, maar dan ook nooit hadden mogen worden gesloopt.

- door Sef Derkx/digitaal ingekleurde foto's particuliere collectie -  

Op de hoek van de Valuasstraat stond tot in de jaren zestig nog zo’n bouwkundig gaaf ensemble: de kerk en domineeswoning van de gereformeerden. De geriffermeerde kerk of kwezelkes-kerk werd ze in het dialect genoemd.

De laatste, zeker niet vleiend bedoelde benaming hing samen met de omstandigheid dat de gereformeerden een ingetogen en godvruchtig leven leidden en niet deelnamen aan de vastelaovend en andere openbare festiviteiten. 

De gereformeerde kerk was overigens niet het eerste bedehuis in Venlo voor protestanten. De Sint-Joriskerk werd al in 1702 toegewezen aan de hervormden. De kerk aan het Mgr. Nolensplein, een schepping van de Roermondse architect Pierre Cuypers, werd in 1911 in gebruik genomen. Bij de opening schitterde het Venlose college van burgemeester en wethouders door afwezigheid. De collegeleden hadden een persoonlijke uitnodiging ontvangen, maar niemand gaf acte de présence. Het stadsbestuur had zelfs geen bericht van verhindering gestuurd en vooral dat zette kwaad bloed. Niet helemaal onterecht welbeschouwd, maar de pijnlijke absentie is wel illustratief voor de verhoudingen in die tijd.

Het overwegend katholieke Venlo had weinig op met de gereformeerden. Dat was al in 1886 gebleken toen ze voor het eerst in Noord-Limburg kwamen om Bijbels te verkopen. In de lokale kranten van Venlo en Roermond verschenen waarschuwingen. De katholieke geestelijkheid adviseerde gelovigen die in onwetendheid een ‘kettersche Bijbel’ hadden gekocht om die terstond te verbranden!

Ondanks de tegenwerking zetten de gereformeerden door. In 1897 werd een huis gehuurd aan de Roermondsestraat. Helmerick Dekker uit Raamsdonk werd voorganger. Op de benedenverdieping hield hij godsdienstoefeningen, het gezin van de oredikant woonde in het bovenhuis. De zending in Limburg verliep moeizaam. In Venlo was welgeteld één gereformeerde vrouw, die ook nog eens getrouwd was met een katholiek. Dekker reisde stad en land af. Van het ochtendkrieken tot laat in de avond was hij onderweg met het openbaar vervoer, op de fiets of te voet. Zijn werkterrein was Limburg en de Duitse grensstreek. Hier en daar woonden plukjes gereformeerden, vaak ambtenaren en militairen. Een aantal Venlose hervormden, dat zich niet meer thuis voelde in de Sint-Joriskerk, had zich bij Dekker aangesloten. Maar op het totaal van de gelovigen in de provincie waren de gereformeerden sterk in de minderheid.

Toch zette Dekker en de zijnen door. In 1908 werd een fonds gesticht dat zich tot doel stelde in Venlo een kerk te bouwen voor alle Limburgse gereformeerden. Uit heel Nederland stroomden de giften toe. Het werd overigens tijd voor een eigen kerk, want de buren aan de Roermondsestraat klaagden steeds vaker over het gezang en het alles doordringende orgelspel.

In 1910 ging een van de ouderlingen naar de eigenaar van een braakliggend terrein bij de gasfabriek. Hij wilde polsen of de man genegen was de grond te verkopen. Voorzichtighheidshalve werd de ware reden van het voornemen om het perceel aan te kopen verzwegen. De overeenkomst werd op 1 juni 1910 gesloten. De ongeveer negentig gereformeerden die Venlo inmiddels telde, hadden dicht hij het centrum een terrein om een kerk te bouwen. De ambtelijke molens maalden razendsnel, Twee weken na de officiële aanvraag, verleende de gemeente toestemming tot bouw van een kerk. Op 7 november 1910 vond de eerste steenlegging plaats. Het was een historische dag, de kerk in Venlo zou het eerste gereformeerde bedehuis in Limburg worden.

Prentbriefkaart interieur (met dank aan Piet Maas)

Bij de plechtigheid kwam de zegen letterlijk van boven. Onder de toespraak van dominee Helmerick Dekker gingen de hemelsluizen open: “De Novemberregen viel met zulke stroomen neder, dat ieder der aanwezigen bedacht was om een goed heenkomen te zoeken. Sprekers, opzichter, architect en nog meerderen ijlden naar de keet van den opzichter. In nog geen twee minuten tijds waren alle menschen van het terrein verdwenen.”

Met de verwerving van het terrein en de bouw van de kerk en domineeswoning was in totaal een bedrag van 15 duizend gulden gemoeid. Op Tweede Paasdag 1911, de 17de april, vond de ingebruikneming plaats. Nadat enkele gasten het woord hadden gevoerd, sprak dominee Dekker. Hij schetste de grote verschillen tussen zijn eerste, moeizaam verlopen weken in Venlo en deze feestdag. De nieuwe kerk kreeg een doopvont geschonken en kon tegen geringe kosten een orgel overnemen van een kerk uit Viersen.

In de loop van de jaren nam het aantal gelovigen langzaam toe. De kerkgangers kwamen uit Venlo, Velden, Lomm en uit alle grotere plaatsen in Limburg. In 1915 veranderde de situatie toen in Heerlen een kerk werd geopend. Lange jaren heeft het karakteristieke kerkgebouwtje aan het Mgr. Nolensplein gestaan. In de jaren zestig vertoonde het zoveel gebreken, mede veroorzaakt door schade geleden in de oorlog, dat besloten werd er op termijn afstand van te doen. Op 28 juni 1968 werden kerk en pastorie verkocht aan Albert Heijn.

Terug naar de warme lentedag laatst. Mijmerend over het Mgr. Nolensplein nu kwamen we tot de trieste slotsom het fantasieloze betonblok, dat in plaats kwam van de gereformeerde kerk een wangedrocht is. Een voorbeeld van tirannenarchitectuur, dat niet misstaan zouden hebben in het Roemenië van de donkerste dagen van het Ceauşescu-regime.

Reageren? Mail Sef Derkx: floddergats@xs4all.nl