donderdag 30 juli 2020

Jan Verbong, mijn plaatselijke voetbalheld


- door Pieter Duijf - 

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw kende VVV tal van regionale voetbalhelden. Stadion De Kraal was een waarachtig Mekka. Jan Klaassens, Harrie ‘Mandje’ Heijnen, Jan van ’t Hek, Don Burhenne, Huub ‘de Koes van’ Vercoulen en natuurlijk Jan Verbong. Ja, Jan Verbong, hij woonde nog geen anderhalf voetbalveld van ons af. Je kon hem echt aanraken, zo aaibaar was hij. Zijn zusje Tiny werkte bij ons zelfs een poos als hulp in de hulphouding. Zij werd volgens mij betaald uit een soort sociaal potje bij Van der Grinten, waar mijn vader als bibliothecaris/documentalist in dienst was. Mijn moeder was een chronisch longpatiënte, vandaar die financiële tegemoetkoming. De moeder van Jan, een goedlachse vrouw, werkte in het plukseizoen bij tuinder Twan Verbeek. Vader Piet was een bescheiden lange magere man.  Hij hield onder andere de koorpartituren van de begin dit jaar opgeheven gemengde zangvereniging Animo up-to-date. Toen Jan Verbong als 17-jarige de overstap maakte van het Veldense IVO naar het ‘grote’ VVV was ik bij nagenoeg elke thuiswedstrijd te vinden in De Kraal en daarna in De Koel. Maar Jan had niet het eeuwige voetballeven, waardoor mijn interesse in Venlo’s voetbaltrots ook tanende werd.

Jan Verbong in zijn IVo-tijd met rechts Wiel Heger

Het was voor mij als klein jongetje met die korte knakworstbeentjes een echte helletocht om vanuit Velden naar de Kraal, het stadionnetje van VVV, te fietsen. Meestal reed ik naast mijn vader dwars door de stad. De laatste meters gingen steil naar boven. De Kaldenkerkerberg was de Venlose variant van de Mont Ventoux. Met de tong op mijn kin plaatste ik mijn fiets tegen betaling van een dubbeltje in de bewaakte stalling achter de boerderij, die net voor het krakkemikkige stadionnetje lag. De arena was deels afgezet met een al even aftands hekwerk, dat zo lek was als een mandje, waardoor veel supporters gratis naar binnen konden glippen. De monumentale kassa lag naast Café de Kraal. 

De Kraal met het kassahuis (met dank aan Gerrit van der Vorst)

De kaartjesverkopers aan de andere kant van het loket waren nauwelijks zichtbaar. De kaartjes met controlestrook werden van een grote rol gescheurd. Mijn kaartje gaf toegang tot de jongensrang. 75 cent kostte zo’n zitplaats, die rechts van de kleine overdekte eretribune lag. Onder de uit hout opgetrokken eretribune, in de catacomben, waren de sober ingerichte kleedhokken. Pap stond altijd enkele rijen achter mij. Wie ook steeds op die jongensrang zat was de oude Mans de Wilde, die toen –denk ik- net zo oud was als ik nu ben. Mans ging naar het stadion voor zijn idool. 

'De verbolgen Venloër' uit het veld gestuurd, 1967

Dat was Jan Verbong uit de Scholtisstraat. Jan, op zijn 17e weggeplukt bij IVO, was ook mijn idool. Hij was technisch misschien wel de beste voetballer die ooit bij VVV heeft gespeeld. Met zijn sierlijke stijl wist hij welhaast iedere tackle van bonkige niets ontziende backs te ontwijken. Als hij een Amsterdammer zou zijn geweest, dan had hij ongetwijfeld met Cruijff, Keizer en Swart de voorhoede van Ajax gevormd en furore tot ver over de landsgrenzen gemaakt. ‘Juffrouw Verbong’ werd Jan vaker op de tribunes genoemd. Dat kwam niet alleen door zijn frêle gestalte, maar ook door zijn ‘Schwalbe’, die hij tot in de puntjes beheerste.

Elftalfoto VVV aan De Kraal, staande vijfde van rechts Jan Verbong

Zogenaamd krimpend van pijn plofte hij dan neer op het gras, bij voorkeur in het strafschopgebied van de tegenstander. Jan was vooral een mooie voetballer, een rechtsbuiten die met achteloos vloeiende bewegingen zijn directe tegenstanders tot wanhoop bracht. Een echte publiekslieveling is hij echter nooit geweest. Dat was wel Jan van ’t Hek, de gedrongen achterhoedespeler uit Arcen. Van ’t Hek, niet moeders mooiste, liep op iedere bal, ook als die onhaalbaar bleek. Hij kon bij wijze van spreken zeven keer per wedstrijd in eigen doel schieten of koppen, dan nog verliet hij met opgeheven hoofd onder luid applaus het veld. Jan van ’t Hek was altijd de held. 



Het zoekprogramma Delpher op internet is een Fundgrube voor wie geïnteresseerd is in VVV. Hier enkele van de vele krantenknipsels over Jan Verbong (www.delpher.nl - met dank aan Maaike Napolitano)

Na een lange carrière bij VVV, dat De Kraal inmiddels had verruild de eveneens legendarische Koel, stapte Jan Verbong in 1977 samen met ploegmakker Huub Vercoulen over naar Helmond Sport. Een klaplong maakte in datzelfde jaar een definitief einde aan zijn actieve loopbaan als voetballer. Naast voetballer was Jan ook ambtenaar bij de gemeente Arcen & Velden. Na kantooruren bezorgde hij dikwijls paspoorten en andere documenten bij de mensen thuis in Velden. Dus mijn idool van toen kwam daardoor geregeld bij ons thuis over de vloer. Ik kon hem dan gewoon aanraken en waste daarna twee of drie dagen mijn handen niet, totdat mam het welletjes vond. ‘Zoë kumpse neet aan taofel!’ zei ze dan en schrobde tenslotte met licht geweld mijn nagels schoon…

Ps. ‘Kraal’ betekent trouwens in het Zuid-Afrikaans ‘nederzetting’ of ‘vesting’. Stadion de Kraal was jarenlang een bijna onneembare veste voor de tegenstanders, die vaak met knikkende knieën naar Venlo afreisden.

(Uit St.Andreasklokje, jaargang 2015)

Jan Verbong:
“In het begin speelde ik  voor een habbekrats bij VVV. Ik kon er amper het voer voor de kanarie van betalen!”

Met 67 doelpunten in 340 duels staat hij nog steeds op de vijfde plek van de topscorerslijst aller tijden bij VVV.  Toch omschrijft Jan Verbong zichzelf meer als een aangever dan als een goaltjesdief. Bij VVV veroverde hij op 18-jarige leeftijd al in het eerste seizoen een basisplaats. Hij speelde er 13 seizoenen onafgebroken in het eerste elftal en is daarmee de ongetwijfeld succesvolste betaald voetballer uit de gelederen van IVO. 15 jaar oud was hij toen hij bij de roodzwarten zijn debuut maakte in het standaardelftal.

Jan Verbong stond bekend als een begenadigd technicus, een dribbelaar met fantastische passeerbewegingen. Hij speelde er met de overijverige back Jan van ’t Hek uit Arcen. De roodharige van ’t Hek was klein van stuk, had kromme benen en liep op iedere bal. De Arcenaar schoot menig reclamebord aan gort, maar zijn populariteit was immens. Al maakte hij bij van spreken drie eigen doelpunten in een verloren wedstrijd, dan nog verliet hij met opgeheven hoofd onder luid applaus het veld.
Jan Verbong daarentegen werd altijd kritisch door het publiek op de waagschaal gelegd. Hem werd vaak een tekort aan inzet verweten en werd hij, als hij op sierlijke wijze een tackle ontweek, door de fanatieke aanhang gekscherend ‘Juffrouw Verbong’ genoemd. “Ik liep niet op ballen, waarvan ik wist dat ik die niet zou kunnen halen. Ik was een economische voetballer.” is de uitleg van Jan Verbong.

De naam van Jan Verbong komt voor het eerst voor in de wedstrijdverslagen van IVO in het seizoen 1961-’62.  In het seizoen 1963-’64 maakte hij 12 goals, waarvan 4 in het thuisduel met Hoensbroek. Jacques Kort werd dat jaar topscorer met 13 doelpunten.

Hij werd op zijn twaalfde lid van IVO, waar zijn talent al snel tot ontplooiing kwam. Binnen de vereniging kwam de discussie op gang of men zo’n jonge speler wel in de selectie kon opnemen. Maar het gebeurde gewoon. Jan was de benjamin van het gezelschap met Wiel Heger als een soort beschermengel op het middenveld. Als de tegenstander ‘Jantje’ iets aandeed, dan loste Wiel dat op zijn eigen manier wel op.
“Het was een mooi stel. Wim Lucassen was de motor op het middenveld, die verschrikkelijk veel meters maakte. Er werd toen gespeeld met het 3-2-5 systeem, dus met een midvoor en 2 binnen- en 2 buitenspelers. Nee, we liepen elkaar niet in de weg. Het veld was groot genoeg. En er werd volop gefeest op zijn tijd. Ik weet nog dat Joep Houben op een feest bij Frans Janssen een levende kip in de koelkast stopte.”


In die tijd kreeg Jan ook verkering met Mariette, met wie hij nog steeds gelukkig getrouwd is. “We zaten allebei nog in de donsveertjes.” glimlacht hij met een guitige blik.
Aanvankelijk leek zijn carrière in het betaald voetbal bij EVV Eindhoven te beginnen. De voorzitter van deze toen succesvolle club was Piet Holthuzien die in Velden woonde op de Krosselt. “Hij sprak me een keer aan in de Blokhut. Het werd erg ingewikkeld allemaal. Met de fiets en met de bus naar het station in Venlo, daarna met de trein naar Eindhoven om daar weer de bus naar de Aalsterweg te pakken." 

Het werd dus VVV.  De toenmalige voorzitter Jo van Daalen was er als de kippen bij om het jonge talent uit Velden in te lijven. Met de sporttas onder de snelbinders fietste hij enkele malen per week naar de Kraal, het oude bouwvallige stadionnetje aan de Kaldenkerkerweg.  “Daar had iedereen zijn eigen ingang.” Doelend op het grote aantal zwartkijkers. Hij maakte ook de verhuizing naar de Koel mee. In de beginjaren speelde hij er voor een habbekrats, waar hij naar eigen zeggen amper het voer voor de kanarie van kon betalen. “Als hij doodging, dan had je pech.”

Een archief van krantenknipsels en foto’s heeft hij nooit bijgehouden. “Dat deed mijn moeder wel, die altijd een fanatiek toeschouwer is geweest. Van mijn vader kan ik me niet herinneren dat hij weleens een wedstrijd bezocht.”

Jan Verbong was een echte semiprof en trainde bijvoorbeeld ook mee bij MSV Duisburg.  MVV en Groningen hadden destijds interesse.  Hij draaide weken van soms wel 70 uur. Tweeënveertig jaar werkte hij als gemeenteambtenaar voor Arcen en Velden. De fusie met Venlo maakte hij net niet meer mee.

Bij VVV maakte hij coryfeeën mee als Harrie Heijnen, Mikan Jovanovic, Stefan Kurcinac en niet te vergeten recordinternational Jan Klaassens, iemand die leefde voor de sport. “Hij dronk geen druppel alcohol, rookte niet. Bij VVV kregen we na iedere wedstrijd wat consumptiebonnen om iets te drinken. Jan Klaassens wisselde deze in voor pakjes kauwgum. Die verkocht hij dan weer in zijn eigen sigarettenwinkeltje op de Parade.”

In de nadagen van zijn loopbaan maakte Jan na dertien jaar samen met Huub Vercoulen de overstap naar Helmond Sport. Op 11 december 1977 sloeg het noodlot toe. Op die dag liep hij in de uitwedstrijd tegen Cambuur een klaplong op en verbleef enkele dagen in het ziekenhuis van Leeuwarden. Vanuit Velden liet hij een Limburgse vlaai aanrukken voor het verplegend personeel.  “Een paar dagen eerder had, na een tackle op de training, zijn zwevende rib zijn long geraakt en beschadigd.   Verband eromheen en toch voetballen. Een sprintje tijdens de wedstrijd en ik verging van de pijn in de rug en kreeg nauwelijks adem. Dat was einde oefening.” 32 jaar was hij toen.

Jan Verbong in Venlose ziekenhuisbed met zoontje Paul, zijn vrouw Mariëtte kijkt toe

Daarna werd Jan Verbong een verdienstelijk trainer bij de amateurs van onder andere DEV in Arcen, Meterik, Tiglieja, Swalmen  en Venlose Boys. Heel even trainde hij nog het tweede elftal van IVO. “Dat elftal moest op een gegeven moment worden teruggetrokken uit de competitie. Er was veel gedoe met het afstaan van spelers voor het eerste. In dorpen heb je nu eenmaal te maken met goede en slechte lichtingen.  Als trainer is het belangrijk dat je je spelers vertrouwen geeft, zeker bij jonge spelers. Ik geloof ook niet altijd in kortlopende trainerscontracten. Kijk eens naar Wenger bij Arsenal, Ferguson bij Manchester United en Foppe de Haan bij Heerenveen. Die hebben inzicht in de hele club en weten wat er gebeurt. Geldtrainers kijken alleen naar de eigen selectie. Rob Baan bij VVV was de beste trainer die ik heb meegemaakt, omdat hij keek naar de hele organisatie.”

Sinds begin seizoen 2015-2016 doet hij niets meer voor VVV. Lange tijd fungeerde hij als coördinator van het scoutingteam en bezocht hij veel amateurwedstrijden in de buurt. “Bij de F-jes sta je ervan te kijken wat sommigen al kunnen met een bal, maar het belangrijkste is toch het enthousiasme en de mentaliteit, misschien wel belangrijker dan techniek. De weg is namelijk lang voordat je 16 of 17 jaar bent.”

Jan Verbong is kritisch over de toekomst en de ambities van VVV. “De club is kampioen geworden van de Jupiler League. Dan zijn 3500 toeschouwers gemiddeld te weinig. De concurrentie vanuit het achterland is erg groot. Mönchengladbach, Schalke, Dortmund en PSV. Dan ga je toch niet naar VVV-Emmen kijken. Bij NAC zitten iedere keer 14000 mensen op de tribune. Misschien is het voetbal ook wel saaier geworden. Het gaat te veel om geen balverlies te lijden. Tijdens het laatste EK heb ik vooral genoten van het enthousiasme bij de underdogs, zoals Ierland en IJsland.”
Zoon Paul tenslotte volgde de jeugdopleiding bij VVV. “Hij had last van slechte knieën. Als hij een wedstrijd had gespeeld, dan kon hij drie dagen niet lopen.  Hij was sterk aan de bal. Een echte verdeler op het middenveld. Ook vond hij andere dingen belangrijker. Jammer…”

(Uit jubileumboek ‘IVO 100 jaar; de geest van IVO gaat nooit verloren’, Velden 2017, tekst: Pieter Duijf)
.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten