woensdag 23 februari 2022

Verslag Haij Schreurs (23 jaar) van de eerste dagen na de Bevrijding, van vrijdag 2 maart tot vrijdag 16 maart 1945

- met dank aan Peter Schreurs voor het beschikbaar stellen en de transcriptie van het originele dagboek - 

Woning familie Hanraths aan de Molenstraat 43 in het jaar 1942

Vrijdag 2 Maart

Tegen 3 uur haalde ik de koffergrammofoon tevoorschijn. We hadden ’n fles oude Italiaanse wijn tegelijk met wat andere dingen in de grond gestopt en zouden deze, wanneer  wij het gerei nog terugvonden, ledigen. Wij dronken op de bevrijding en draaide enkele plaatjes. Nu was het vrede, de lang verwachte vrede maar niet voor geheel Holland, doch wij hopen allen dat ons Holland spoedig geheel bevrijd is. 

Blije inwoners van Venlo begroeten juichend de vrachtauto's 

Om 6 uur stopten er acht Engelse vrachtwagens. De eerste wagen reed vlakbij het magazijn van de molen en we zagen tot onze grote verbazing, dat er levensmiddelen uitkwamen. De soldaten vroegen ons in ’t Hollands of we mee helpen wilden. Ze zeiden dat ze Hollanders waren in Engelse dienst. We waren blij onze volksgenoten te helpen en na 2 uren te hebben gesjouwd, was het magazijn vol met levensmiddelen. Suiker boter koffie beschuit chocolade en nog veel meer.


Aan de voorzijde van het magazijn van Peeters - van den Hombergh krijgen jongens en meisjes affiches aangereikt 

Aan de overkant van de straat wordt later (het is al avond) een poster met de vlaggen van de geallieerden bevestigd op de luiken (rechts naast de voordeur) van het huis op nr 43 (Familie Hanraths). 

Bij Peeters-van den Hombergh worden dozen of blikken voor verdere distributie weer op een kar geladen.

Toen ik weer naar binnen ging, zaten er een tiental Hollandse en Engelse soldaten van de wagens en ook twee meisjes welke in Engelse Rode Kruis dienst waren. Deze waren ook met een wagen gekomen, levensmiddelen brengen voor het rode kruis. Alles stond op tafel  thee melk sigaretten boter brood, kortom alles wat wij zeer lange tijd niet meer gezien hadden. We vermaakten ons een uurtje met de jongens. De soldaten en de Tommy’s bleven bij ons slapen. Het gezegde van gisteren kwam uit, vandaag Duitsers morgen Tommy’s. Toen we ’ns  lekker gegeten hadden gingen de twee dames maar, want ze waren al van half vier op. Er werd wijn voor de dag gehaald en met de Tommy’s  amuseerden wij ons tot vannacht half drie. 5 Lekkere sigaretten gerookt.  Het was als voor de oorlog!

Zaterdag 3 Maart

Vanmorgen kreeg ik ’t eerste te horen van Pater Herraeths, dat Jac door de Duitsers naar Drenthe  in ’n kamp was getransporteerd met het hele klooster. Dit was weer ’n gemene streek van de mof om de jongens van hun roeping weg te rukken. We zullen maar hopen en bidden dat hij ook spoedig bevrijd wordt. Na afscheid te hebben genomen van de Tommy’s ging ik naar het huis op de Oostsingel. Toen ik de deur open had zag ik tot mijn verbazing enkele Amerikanen. Ze waren bezig ’n matras weg te sjouwen naar ’n ander huis. Ze zeiden ze over enkele dagen terug te brengen wanneer ze verder gingen. Kreeg ’n paar sigaretten, en ging verder in het huis kijken. Er waren weer  burgers in geweest. De lege inmaakpotten waren zelfs uit de kelder gehaald en boven klaar gezet.

Daarna ging ik naar de Hoogeweg,  hier waren Tommy’s  binnen. De voorkamer was leeg gemaakt er stonden enkele tafels en stoelen, er was ’n kantoor gemaakt. Ze zeiden dat ik kon doen wat ik wilde in ’t huis, ze hadden alleen de voorkamer en ’n slaapkamer nodig. Ik ging even bij Bartels aan, daar vertelde ze dat Heinz en Muti? Coppus bij ons waren geweest. Ze hadden ze alles verteld. Op de terugweg kwam ik Hanssen uit Sevenum tegen. Hij vertelde mij het goede nieuws dat Sef (Ome Joep) en Schraar nog leefden, en ook de familie  Sijbers. Bestelde hem vele groeten en liet hem berichten overbrengen.

Tegen 4 uur heb ik een grote wagen beddengoed enz. op de Oostsingel gehaald en bij Jo thuis neergelegd. Dan kan ik wanneer het spergebied  vrij  is, naar huis brengen. Ik schreef een brief naar Sef en Schraar, en geef die aan ’n politie agent van Kessels mee. Ik hoop dat ik er spoedig ’n terug krijg. 

Burgemeester van Rijnsingel 1A (gele woning  links, naast Wilhelmina). 

Amerikanen bij Oostsingel 1 en 1A op bevrijdingsdag 3 Maart bij het uithangen van de Nederlandse vlag. 

** Oostsingel 1A = huidige Burgemeester van Rijnsingel 1A. Op 28 december 1944 werd de binnenstad, inclusief de Hoogeweg tot spergebied verklaard. Dat wil zeggen, dat alle bewoners hun woningen moesten verlaten en tijdelijk werden ondergebracht in door de Burgemeester Zanders daarvoor gevorderde panden. Zoals de woning Oostsingel 1A van Nicolaas Van der Veen.

Met het gevolg dat de familie Schreurs tijdelijk vanaf ca 28 december 1944 tot hun evacuatie op 16 januari 1945 in dit huis aan de Oostsingel (nu Burg. Van Rijnsingel 1A) gewoond heeft. De twee zonen Sef (Joep 15 jaar) en Schraar (Sjra 17 jaar) waren vanaf dat moment al in Sevenum bij familie Sijbers ondergebracht. Na de evacuatie van de familie Schreurs op 16 januari, bleef Haij als oudste (23 jaar) met zus  Truus (20 jaar, op 24 januari alsnog  geëvacueerd), alleen achter op de Oostsingel 1A tot aan de bevrijding. Hij kon zo ook hun daar opgeslagen spullen enigszins bewaken.

** v. d. Veen = Nicolaas J. van der Veen, was  sinds 1-11-1921 Ontvanger der Rijksbelastingen (Register/Domeinen) in Venlo en woonde met zijn gezin aan de Oostsingel 1A (nu Burgemeester van Rijnsingel 1A naast Hotel Wilhelmina), totdat Burgemeester Zanders deze woning gevorderd heeft i.v.m. andere bewoning voor de bewoners uit het spergebied, waar ook de Hoogeweg onderdeel van was. De spullen van Van der Veen lagen klaarblijkelijk na de bevrijding nog steeds in dit huis. 

Met zo’n wagen hebben Haij en Jo na de bevrijding de huisraad van de Oostsingel naar de Hoogeweg gesjouwd!

 ** Pater Haraths  = Pater J.K.T.A. (Sjeng) Herraets uit Horst, was een Pater Augustijn uit Horst, gestorven 23-10-1981 in hetzelfde Klooster Marienhage, alswaar ook Ome Jac begraven ligt. Hij was tijdelijk kapelaan,  leraar van Ome Jac aan het Thomascollege in Venlo en heeft ook de evacuees in januari 1945 geestelijk bijgestaan. Had mogelijk ook zijn contacten binnen het Noord Limburgse verzet.

** Bartels =  W.H.G Bartels, sinds 26-5-1928 buurman op Hoogeweg 11 (aan de kant van de stad), was waarschijnlijk een normaal betrouwbaar persoon. Hij is daar op de Hoogeweg komen wonen ca 14 dagen nadat de familie Schreurs van het Maasschriksel naar de Hoogeweg was verhuist. Hij was opzichter, waarschijnlijk bij de gemeente (en ook tijdens de oorlog). Hij was getrouwd met C.M.M. Hermans en had in 1944 een dochter van toen 15 jaar.

** Heinz en Muti Coppus =  Heinz Coppus uit Steijl/Tegelen, getrouwd met Mia (Muti?)Wilms en is op 27-8-2013 op 96 jarige leeftijd overleden in Steyl. Hij was een achterneef van Haij aan moederskant en was in 1945 28 jaar oud.

** Hansen = G.H. Hanssen was duikhoofd van het lokale verzet in Sevenum en was ook een belangrijk man bij de ondergrondse in Noord Limburg

** Sijbers = familie van de Schreursen in Sevenum,  Sef en Schraar verbleven toen bij Tante Anna Sijbers

**  Sef en Schraar = zijn de broers Joep en Sjra Schreurs

** Agent van Kessel = Politieagent van Kessels met mogelijke  connecties in Sevenum

Zondag 4 Maart

 Vanmorgen waren de missen weer in de zaal van het jeugdhuis. De pastoor hield ’n mooie preek over de bevrijding en de doorgemaakte tijden. We waren nu weer ‘ns vrij en liepen ’n straatje om en praten met de Tommy’s.  Er waren berichten binnen gekomen van de geëvacueerden, hierbij was het treurige bericht dat Thij Hunnekens door ’n bombardement gedood was en nog vele honderden. Wat zal er met mijn ouders gebeurd zijn? Die waren immers bij Thij. Op het ogenblik staat er ondergrondse bij het spergebied. We mochten toch even naar huis gaan. De Tommy’s  van gisteren waren weg. Ik was juist bezig planken voor de kapotte ruiten te maken, toen er Engelsen binnen kwamen. Ik wilde dat ik er weer ging wonen. Ze keken het huis na en zeiden dat ik 1 kamer mocht nemen.

** Thij en Marie = Thij Hunnekens (Theodorus Karel Marie Hubertus Hunnekens (Venlo 10-09-1885 / Sittard 15-11-1958) was de zoon van de bovenbuurman Henri Hunnekens op het Maasschriksel nr. 34. Hij had ene Marie uit Brunssum als partner en was in 1944 dus al 59 jaar oud. Is ook lid geweest van de Venlosche Gemeente raad en allerlei commissies. Hoogstwaarschijnlijk zijn de vader van Haij, Piet Schreurs (2 jaar jonger dan Thij) en Thij op het Maasschriksel 34, als buurmannen in hetzelfde huis, voor het leven met elkaar bevriend geraakt. Thij heeft met partner Marie aan de Hoogeschoorweg 31 gewoond, waar hun huis onherstelbaar is beschadigd bij de bombardementen op 15 Oktober 1944. Die dag was er een bombardement gepland, maar dat is uiteindelijk niet doorgegaan. Wel  zijn enkele bommen gekist en neergekomen op de Maaskade, Sint Urbanusweg, Hogeschoorweg en Hoogeweg. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat Thij en Marie tijdelijk onderdak hebben gevonden bij hun vrienden op de Hoogeweg. Ook blijkt dat Thij en Marie samen met de familie Schreurs op 16 januari op evacuatie is gegaan. Thij is niet omgekomen in de oorlog, zoals eerst gedacht werd, maar heeft nog tot 15-11-1958 in Sittard bij zijn broer geleefd, alwaar hij ook is begraven.

Maandag 5 Maart

De Amerikanen op de Oostsingel waren weg  en hadden de matrassen niet teruggebracht. Daarna ben ik naar huis gegaan op de Hoogeweg en heb de meubels aan de kant gezet, de spullen die uit de kasten waren getrokken, uitgezocht en de andere rommel bij elkaar geveegd. Na de middag ben ik teruggegaan met Jo en heb kachel haard en naaimachine meegenomen, bureau erin gezet, piano in elkaar gezet. Bij Bartels vertelden ze dat van Beurden was komen zeggen dat Sef en Schraar het goed maakten.

** Beurden = Peter Laurens van Beurden, wonende op de Veldenscheweg was waarschijnlijk een vriend van de familie Schreurs.

Dinsdag 6 Maart

Ik was er op tijd uit, want ik had me afgelopen nacht voorgenomen het linnengoed uit de grond te halen en te bergen. Na flink ploeteren had ik het eruit. De wanden waren nat, het was het grondwater dat zich door de muren perste. Ik was juist op tijd, want als het er nog een week gezeten had, was het bedorven geweest. Daarna hebben we Jo z’n porseleinen uitzet uit den grond gehaald. Er stond meer als ’n halve meter grondwater in, en toen wij de kisten eruit hadden, stroomde het water eruit. Alles werd goed afgewassen en in ’n nieuwe kist gedaan. En hiermede is onze porselein uit de handen van de moffen gebleven. Toen ik na de middag naar de Oostsingel ging naar het huis met Amerikanen. Ze zeiden dat ik een bewijs van de burgemeester moest hebben, dat in dit huis van ons goederen staan. Vader had het evacuatie bewijs meegenomen en de familie van der Veen was weg, dus had ik geen bewijzen van dit huis en zodoende kreeg ik geen bewijs op het evacuatie bureau. Ik ben om 4 uur naar de Hoogeweg gegaan. en heb buiten op de plaats lag ’n flinke hoop vuil van uit de kamers oude stof papier kapotte ruiten zand van moffen schoenen enz. ’t leek wel ’n puinhoop. We ruimden hier en daar nog een beetje op. Er waren nog geen nieuwe Engelsen. Het karpet van Marie lag nog op den grond, clubs en tafels, ’t leek wel ’n kantoor. Voordat naar huis ging vroeg, ik Bartels ’n bewijs van het huis op de Oostsingel. Hij zou mij morgen ’n verklaring laten bezorgen.

Woensdag 7 Maart

Na eerst de gaten van het verstopte gerei te hebben dicht gemaakt, maakte ik  ’n wagen vol met gereedschap, boeken motoren muziekinstrumenten enz. en daarmee naar de Hoogeweg. Er waren nog geen Tommy’s in. Na de middag kwam Jo met nog een wagen vol. We begonnen met de voorkamer helemaal klaar te maken. Na veel stof te hebben geveegd, werd de door de moffen bekraste vloer gedweild en flink geboend. We plaatste er een kacheltje in en maakte voor ’t eerst na enkele maanden vuur in ons ouderlijk huis. Tegen 3 uur  kwamen 4 Engelsen. Ze moesten boven 1 kamer hebben voor te slapen. We praten een beetje met hun en rookten ’n sigaret. Bureau, piano, dressoir enz.  werden in de was gezet. We hingen slingers met vlaggetjes op. Zodat wanneer mijn dierbaren terugkomen, het huis in zijn vroegere orde terugvinden al is door de moffen ook ’t een en ander meegenomen. We legden weer ’t karpet neer hetwelk de Tommy’s gebruikt hadden en zette alles op z’n plaats. Daar er Tommy’s in ’t huis waren en ik weer verschillende dingen naar huis had gebracht, kon ik het huis niet meer alleen laten. Er zat niets anders op, dan er maar weer voor goed in te gaan, helemaal alleen. Het begon er weer op z'n ouds uit te zien, de piano was weer bespeelbaar, hoewel 'n beetje vettig van het wegduwen. De boeken stonden weer in de kast boven het bureau, weer met benodigdheden gevuld. Daar ik de stoelen nog op de Oostsingel had, en deze van de Amerikanen niet mee mocht nemen, zette ik maar weer de clubs van Marie er in. Het begon er weer goed uit te zien. Ik ging thuis mijn evacuatie koffers halen en bracht ook beddengoed mee. De matrassen kon ik ook niet gaan halen, daar de Amerikanen deze in gebruik hebben. Jo maakte 'n bed op 'n kindermatrasje naast de piano. Tegen zeven uur kwamen de Tommy’s brachten brood, vlees en thee mee, en bleven enkele uurtjes praten en sigaretten roken. Op het ogenblik is het half elf, alles is stil om me, denk aan allen, die van mij weg zijn. Er gaan de laatste dagen geruchten rond, dat er vele mensen die evacueerden door bombardementen gedood zijn. Waren ze toch maar niet zo vlug gegaan, dan konden ze met mijn vreugde van de bevrijding delen En toch mag ik niet stil blijven zitten, want mijn zaak moet weer klaar gemaakt worden en op dezelfde voet vooruit. En wanneer ik de komende weken weer aan ’t werken ben, is er niemand die mij helpen kan als Jo en die moet thuis ook veel doen. Er moet huiswerk gedaan worden, gekookt, wassen, klanten moeten geholpen, kortom een heleboel werk, en dit allemaal alleen. Er moet iets anders gebeuren, zo kan ik niet beginnen, want arbeidskrachten heb ik ook nog geen. In gedachten wens ik mijn dierbaren wel te rusten en hoop dat er spoedig verandering komt.

Donderdag 8 Maart

‘t Was vanmorgen een vreemd ontwaken in ons oud huis, op de grond bij de piano. Met de drang weer te kunnen gaan bouwen, werd ik uit bed gedreven en ging in de kelder ‘ns alles nakijken. Beide kelders waren door moffen en burgers overhoop gehaald, maar er lag nog van alles. Schilderijen enz. heb ik alles geboend en opgehangen. De voorkamer was gereed en nu de achterkamer. Hier lag nog ’n grote hoop van ’t zoeken van de moffen. De linoleum is overal verscheurd om te kijken of er niets onder zat. Beide kasten heb ik leeggemaakt om morgen het linnengoed te bergen, waar mijn moeder altijd zo zuinig op was. Na de middag kwamen weer nieuwe Tommy’s  Ze zeiden dat ze alle lege kamers moesten hebben, daar ze in de keuken ’n militaire keuken wilde maken. De kleine kamer die als werkplaats heeft gediend, mocht ik houden voor de opslag van de meubels. Voorts stopte ik boven weer alles in de kasten wat de moffen eruit gesmeten hadden. In de lade van de kast van Marie vond ik nog een foto van Thij. Opeens dacht ik weer aan allen die weg waren, en dat Thij ervan was weggerukt. Zouden er nog meer iets hebben meegekregen van de bombardementen. Ik nam de foto mee en hing ze in de voorkamer.

Vrijdag 9 Maart

Na eerst de kamers opgeruimd te hebben, kwam Jo me het bewijs brengen van de Oostsingel, dat ze bij de Burgemeester had gehaald. Ik zette onder een kruk van de deur een stuk hout, opdat deze niet openging, daar er geen sleutel van was, en sloot de andere deur af. Na ’n wagen gehaald te hebben, ging ik naar de Oostsingel. De Amerikaanse officieren waren er nog. Ze lazen het bewijs, lieten ons op alle kamers kijken, en vertelde daarna, dat het bewijs niet goed was. Het moest er ’n zijn van de Engelse Commandant. Daar stonden we nu en konden onverricht weer teruggaan. Ik ging met de wagen naar Jo z’n huis en maakte de wagen vol met linnengoed, kleren, pick-up en derg. Intussen was ons huis in ’n grote keuken veranderd, zelfs de plaats was door ’n groot zeil overspannen. De keukenkast was leeggehaald en volgepropt met conserven, alles zat vol met levensmiddelen en stookgelegenheden. Ook boven was alles bezet, op het kleine kamertje na. Ik stapelde het linnengoed in de kasten in de huiskamer en er werd flink gewerkt, om ook deze kamer klaar te maken. De Tommy’s hadden eten in overvloed, en gaven me blikjes vis vlees etc. Na ongeveer ’n half jaar niets meer te hebben gehoord van Sef en Schraar, ontving in vandaag ’n brief via Rode Kruis. ’t Was de tweede brief die ze schreven. Beide maakten ‘t goed en hoopten spoedig naar huis te kunnen komen. Ze hadden de berichten welke ik Hanssen had medegegeven, ontvangen en waren dus ook op de hoogte van onze ouders en anderen.

Zaterdag 10 Maart

Vanmorgen kreeg ik van de keuken eten in overvloed, wit brood, boter gebraden spek zoals voor de oorlog. Toen ik mij gewassen had gooide ik het water in de WC. Hierin had per toeval twee mooie gouden ringen inlaten liggen. Ik heb alles in het werk gesteld om ze op te vangen, maar tot op heden is er nog niets op komen dagen. Ik ben er nog slecht van aan, daar er na de oorlog niet zo makkelijk goud te krijgen is. Na de middag zette ik de haard die de Tommy’s  boven gebruikt hadden en bij hun niet goed brandde in de huiskamer, daar het daar ontzettend tocht. Er zijn geen ruiten in. Vanavond kreeg ik van de kok weer heerlijk eten. Ik voel mij nu weer heel anders, en als het zo doorgaat zal ik best enkele ponden zwaarder worden.

Zondag 11 Maart

Tegen de middag kwam Dokter Jansen met het bericht dat Schraar in Blerick aan de Maasbrug stond, maar er niet over kon komen. Hij had tegen de Dokter gezegd, dat hij er zo gauw als het kon over zou komen. Na de middag liepen we een straatje om. ’n Ontzettende troepenverplaatsing, grote kolonnes kwamen terug uit Duitsland en hadden als souvenir ’n hakenkruisvlag bij zich.

Maandag 12 Maart

Vanmorgen heb een begin gemaakt met de kelder. U kunt zich gewoonweg niet voorstellen hoe het er hier uitzag, alles overhoop gehaald. Ik wist niet waar het eerste aan te beginnen. Tot 5 uur heb ik geploeterd, en de grote kelder begint al een beetje opgeruimd te lijken. Tegen zeven uur kwam ’n Engelse soldaat, die goed gitaar kon spelen, en bleef een paar uur bij ons.

Dinsdag 13 Maart

Daar het erg donker in de kelder was en de spullen, die er in stonden ’n weinig vochtig waren, begon ik vanmorgen met het uitbreken van de schotten enz. welke mijn vader voor het inslaan van granaten tegen de achtergevel van het huis had geplaatst. Dit was flink werken. Daarna kwam er ’n flinke laag zand tevoorschijn, die daar eens voor versterking was aangebracht. Deze heb ik in wagentjes geladen en weggereden. De vensters kwamen tevoorschijn, maar hier zaten van de 6 ruiten er nog maar 1 kleine in. Na de sponningen goed schoon te hebben gemaakt ging ik bij Selen 6 grote broeikasramen halen en haalde het glas eruit. Tegen de avond kwam Basten mij de ruiten voor de huiskamer snijden. Daar ik daar moet slapen. In 't geheel zijn er 24 grote en kleine ruiten stuk. Ik heb ze allen opgemeten, en zal ze deze dagen erin zetten.

** Selen = Overbuurman aan de Hoogeweg, tuinder

** Basten = Schilder ?

Woensdag 14 Maart

Vanmorgen heb ik Jo naar de Oostsingel gestuurd om te zien of de Amerikanen weg waren, opdat ik de restanten van meubels enz. naar huis kon halen. Toen Jo daar kwam, waren ze zich juist klaar aan het maken om te vertrekken. Na de middag ging ik met Jo naar de Oostsingel. De Amerikanen hadden alles aan de kant gegooid, en het gat in de vloer lag open, doordat ze het karpet, dat in de kamer lag buiten op de mesthoop hadden gesmeten. De matten van Marie lagen ook buiten door en door nat. De ketels en enz. welke ik in de voorkamer bij elkaar had gezet, lag op 'n hoop in de keuken waar het fornuis was weggehaald. Daar de andere Amerikanen de matras niet hadden teruggebracht, gingen we 'n paar huizen verder kijken, en vonden de matras. De soldaten waren weg. Ook stond er een haard bij van van der Veen. We namen de matras mee en gingen de spullen opnieuw bij elkaar zetten waar ze door ’n auto van de O.D. (Orde Dienst) vanavond zouden worden opgehaald. Op elke kamer stonden enkele stoelen en hier en daar ’n matras. Ook boven vonden we nog het een en ander terug. Daarna gingen we de vloer openen en haalden er nog ’t een en ander uit dat wij de vorige keer hadden laten liggen. De spullen van van der Veen waren al grijs. We maakten de gaten dicht en wilden naar huis gaan, toen er ’n Engelse  Sergeant kwam en zei dat hij de matras moest hebben, welke vooraan in de gang stond. Dit was die van Jac. Ik zei dat ik deze moest hebben om op te slapen. Maar alles wat ik ook deed was te vergeefs. Twee soldaten kwamen en namen ze mee, en gooiden ze op de wagen. Voorts namen ze nog een kachel mee, die in de huiskamer stond. Ze zeiden dat ze naar Walbeck gingen, dus van de matras zagen we niets meer. Tegen zeven uur gingen we alles opladen met de wagen en brachten het naar huis. 

** O.D. = Orde Dienst (Gemeentelijke Dienst / Gemeentewerken??)  een algemeen orgaan welk door de Duitsers was ingesteld, maar stiekem ook door het verzet werd gebruikt

** Walbeck = Hoofdkwartier van de Engelse geallieerden (Tommy’s) tijdens de bevrijding. Van hieruit stuurde Generaal en Veldmaarschalk Bernard Montgomery (Monty) zijn leger, de 21e Army Group aan tijdens de bevrijding van Nederland. Op 4 mei 1945, aan het einde van de Europese oorlog, accepteerde Montgomery de capitulatie van alle Duitse strijdkrachten in het westen. Drie dagen later capituleerde het volledige Duitse leger. Dit maakte een einde aan de Tweede Wereldoorlog in Europa.

Donderdag 15 Maart

Vanmorgen ging ik de twee kelders klaar maken, want de gang was volgestapeld met stoelen ketels enz. en de soldaten konden nauwelijks door en het was ook niet vertrouwd. Na de middag kwam Juff die goed bekend was met Marie. Ze zei dat er in de courant van gisteren ’n advertentie stond voor inlichtingen, omtrent Thij en Marie. Ze zei te hebben vernomen dat ze beiden dood waren. Ik vertelde hun dat ze met mijn ouders vertrokken waren en dat ik niet wist waar ze waren, daar hun trein gebombardeerd was. Ze zou het zoo aan de familie van Marie uit Brunssum mededelen. Tegen de avond ging ik naar het huis van Thij kijken.. Ontzettend ziet het eruit.  De achtergevel is geheel weg, doordat er verschillende voltreffers ingekomen zijn. Er kan niets meer mee gedaan worden, dan afbreken. Je kunt van buiten de bedden zien staan. In de voorkamer die niet zo heel veel heeft meegekregen staat nog een goeie kast en twee matrassen en ’n ijzeren bed. Ook boven lagen nog enkele kleinigheden. Ik werd er niet goed van zoiets te zien, alles vernield in enkele ogenblikken, waar zolang voor gespaard is. Dus ik dacht, zal ik alles met ’n wagen ophalen en naar huis brengen?  Dan hebben ze toch nog iets als ze misschien naar huis komen.

** Juff = onbekend persoon 

Vrijdag 16 Maart

Vanmorgen was de werkplaats aan de beurt. Er lag ’n rommel dat ik de deur nauwelijks open kon, alles was overhoop gehaald, oliebussen waren opengemaakt en omgegooid...

** Zou toevallig ook nog waar kunnen zijn! 

Pap (Haij Schreurs) op bevrijdingsdag 3 Maart 1945 de vlag aan het uithangen bij de buren op Oostsingel 1?

Volgens zijn dagboek was hij die dag op de Oostsingel 1A, toen de Amerikanen daar met de huisraad aan het slepen waren. Ook staat op de bewuste foto de voordeur bij 1A  open. Dus dit zou zeer goed kunnen dat hij daar toen een handje geholpen heeft bij de buren bij het uithangen van de vlag.

Deze persoon op de foto heeft dezelfde inhammen op het hoofd en draagt tevens een bril, zoals Haij op een foto enkele jaren eerder en op zijn trouwfoto in 1947, 2,5 jaar later. 

Haij en Jo tijdens hun trouwfeest op 8 Oktober 1947

 

Haij circa 22 / 23 jaar oud in 1943 /1944

Reageren? Stuur Peter Schreurs een e-mail:ptj.schreurs@planet.nl 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten