zondag 13 februari 2022

Vandaag 75 jaar geleden - Een verslag van het Prinsenbal

 - door Sef Derkx -

Vandaag 75 jaar geleden verscheen in De Waarheid, het dagblad van de Communistische Partij Nederland, een interessant artikel over de Venlose vastelaovend. 

Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is het geschreven door Jan Snellen, de plaatselijke correspondent van de krant. Het gezin Snellen woonde aan de Van Bommelstraat. Ze waren de buren van mijn ouders. Mijn vader en Jan konden goed met elkaar overweg, heb ik altijd begrepen uit de verhalen. Een aantal jaren geleden werd het bevestigd door een zus van Jan. 

Vier karakteristieke fragmenten uit het artikel in De Waarheid





Het is opmerkelijk dat een zo serieuze krant als De Waarheid überhaupt aandacht schenkt aan vastelaovend. Humor was de redactie vreemd. Maar goed, Jan Snellen was Venlonaar dus mocht hij erover publiceren. Met zelfs een foto van het Prinsebal van 1947, dat Hans I Franssen als eerste naoorlogse Jocus-Hoeëgheid bracht.


Het bijzondere vastelaovesjaor 1947 is een van de onderwerpen in de voorstelling Heimwee nao Venlo in vastelaovestièd in City Cinema op 24, 25 en 26 februari (klik hier: Heimwee nao Venlo in vastelaovestièd). 

Door de coronamaatregelen mag slechts een beperkt aantal mensen in de zaal worden toegelaten. De voorstellingen zijn allang uitverkocht, er is een groeiende wachtlijst.

Aevel...

Met wederom aan zekerheid grenzende waarschijnlijk wordt dinsdag bekend gemaakt, dat bioscopen weer op volle capaciteit mogen draaien. Het betekent dat er dus plaatsen vrijkomen. Goed nieuws, dat op het goede moment komt voor de ze voorstellingen.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.




vrijdag 11 februari 2022

Van nul tot nu van woensdag 9 februari 2022 - De leerkracht moest bijklussen

 - door Albert Lamberts -

Eeuwen geleden zwaaide de magistraat de scepter over het onderwijs op de stadsschool. Hij bepaalde wie er als leerkracht werd aangesteld, wie er naar zijn goeddunken werd ontslagen en hij bepaalde het salaris van de leerkrachten. Hij was verantwoordelijk voor de bouw van de school en het onderhoud daarvan en hij voorzag de school van de benodigde leermiddelen en lesboeken. De katholieke leer kwam niet in het gedrang, want de scheiding der religieuze geesten kwam pas vanaf 1517 op gang. In dat jaar presenteerde de augustijner monnik Maarten Luther zijn 95 stellingen, onder andere gericht tegen de verfoeilijke aflatenpraktijk en tegen het decadente gedrag van Rome en van vele andere geestelijken.

 In 1586 herstelde Parma het Spaanse, katholieke gezag in Venlo. (Uit: Een liefde voor Venlo in kaart, Frans Wolters, 2005, uitgave Gemeentearchief Venlo)  

De burgemeester en de leerkrachten overlegden vaker samen onder het genot van een glas wijn. In 1466 bestond het schoolteam uit drie onderwijskrachten. Burgemeester -  dat was Johan van Vogelsanck -, schepenen en raad maakten de verordening dat de drie schoolmeesters Roloff, Arndt en Johan de school semtlich ende gelijc mit malcanderen regieren sollten. In de voorheen al vaker geciteerde stadsrekeningen treffen we aan in 1466 dat burgemeester , schepenen en raad naar het plaatselijk wijnhuis trokken voor een vergadering waar zij dronken op de gezamenlijke broederschap en er schoolvergadering hielden. De kinderen, staat uitdrukkelijk vermeld, hadden die middag vrijaf. Een driemanschap met gelijke bevoegdheden was opmerkelijk, want elders in de regio was een schoolmeester, die het commando in school had en de anderen maar zijn assistenten waren. Behalve dat de onderwijzers de jeugd in het gareel hielden door veelvuldig gebruik te maken van roede en plak zorgden zij ook voor vermaak voor de kinderen. Zoo speelde men hier in 1405 op Paaschmaandag een mysterie en ontving de schoolmeester tot belooning twee quart wijn. Verder had dit plaats in  1411. In 1461, zo lezen we, voerde de schoolmeester met zijn gezelschap op de Oude Markt de verrijzenis van Christus op en ontving daarvoor 3 goudgulden. Ook de Dag der Onnozele Kinderen werd gevierd en trokken dan de kinderen door de stad en werden door de burgerij op lekkernijen onthaald. 

Bisschop Lindanus haalde de katholieke teugels aan.(foto van internet)

Zo rond 1531 deed de reformatie haar intrede in Venlo, maar zij kreeg niet zoveel voet aan de grond, ook al omdat de landsheer Karel V fel tegen de nieuwe leer ageerde en bijvoorbeeld in 1551 in Venlo inquisiteur Frans Sonnius opdroeg verdachte boeken in beslag te nemen.

In de Tachtigjarige Oorlog (1568 – 1648) waaide de religieuze wind al naar gelang de staatkundige leiding: Spaans was katholiek en Staats protestants. Ondanks dat Venlo zich in 1579 aansloot bij de Unie van Utrecht en koos voor Willem van Oranje – staats en dus protestants – bleef de Venlose bevolking overwegend de katholieke religie trouw. Natuurlijk hadden het nieuw opgerichte bisdom Roermond en zijn ijverige bisschop Lindanus invloed op deze gang van zaken. Sterker nog, de katholieke, kerkelijke overheid  versterkte haar positie. De bisschoppelijke stoel kreeg een stevig woordje mee te spreken bij de benoeming der meesters, want in 1608 verklaarde de bisschop van Roermond bij een geschil tussen gemeente en de pastoor in Venlo, dat de wereldsche overheid het recht heeft de schoolmeesters in- en af te zetten, maar de pastoor mag de school visiteeren en de meesters ten opzichte van het geloof controleeren.  Het handelt hier om het lager onderwijs. Over bevoegdheden in het voortgezet onderwijs is op deze plek al eerder geschreven.

Iets heel anders: in Venlo kregen de leerkrachten van stadswege al vanaf 1421 een soort van salaris: vijf en een kwart goudgulden (een vat wijn kostte zes goudgulden en een vette os ongeveer drie keer zoveel). In vergelijking met veel anderen was het een alleszins redelijke vergoeding, maar veel schoolmeesters klusten bij. Zij waren bijvoorbeeld organist (jaarwedde één goudgulden), lijkenbidder of doodgraver, klokkenluider of lantaarnaansteker, hielden er een kleine kroeg of zelfs een heuse wijnkroeg op na.

Wordt vervolgd.

Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl.

donderdag 10 februari 2022

De Halte XL van woensdag 9 februari 2022 - Een Venloos icoon wordt 50: De Koel

 - door Sef Derkx -

Storm Corrie is na twee dagen uitgewoed, dus kunnen we zonder gevaar van vallend geboomte op expeditie. Doel is een bijna vijftigjarig Venloos icoon. Stadion De Koel werd op 19 maart 1972 in gebruik genomen. De openingswedstrijd tegen Heracles eindigde in een gelijkspel. De Venlose eer werd gered door invaller Don Burhenne, die de eindstand 1-1 liet aantekenen.


We zijn uitgestapt bij bushalte Spechtstraat, steken de Kaldenkerkerweg over en gaan het laatste stukje d’n berg op, zoals supporters zeggen. Op de sportzender ESPN wordt altijd gezegd dat de stadionnaam dialect is voor kuil. Je zou denken, dat inmiddels heel Nederland dit moet weten. Steevast zijn er ook beelden van de trap. Oprechte excuses. Van de Trap Aller Trappen. Het is de beroemdste trap uit het betaald voetbal. Achttien meter lang, een stijgingspercentage van 54 percent en 64 betonnen treden. Met dank aan VVV-volger Wim Moorman voor deze essentiële informatie. De trap was aanvankelijk nog zonder leuningen. Op zekere dag kwamen er drie kale buizen aan weerszijden en in het midden. Naar verluidt weten de spelers van VVV dat het afdalen in 45 seconden moet gebeuren. Het schijnt het beste tempo te zijn. Naar beneden lopen, zonder aarzeling. Tegenstanders, die nog geen ervaring hebben met de Trap Aller Trappen, doen het begrijpelijkerwijze voorzichtiger.


De Koel is van oorsprong een zandafgraving op het hoogterras van de Maas. De steilrand is een kwart miljoen jaar geleden gevormd. De Nederlandse Spoorwegen bouwden in de jaren vijftig een nieuw station en emplacement. Daarvoor was zand nodig, heel veel zand. De winning ervan aan de Kaldenkerkerweg werd uitbesteed aan de aannemersfirma Jan de Later. Begin jaren zestig was er een groot gat gegraven, dat in de gemeentelijke plannen werd bestemd voor een nieuw stadion voor VVV. In 1960 presenteerde de Heidemij een schets van een stadion met atletiekbanen met plaats voor 24.000 bezoekers. Het plan verdween in een gemeentelijke bureaulade. In 1968 werd een stichting in het leven geroepen, die vaart zette achter een nieuw stadion. De uitvoering zou soberder moeten worden dan in de oorspronkelijke plannen. Die founding fathers waren Gerard Beusker van de Nedinsco, Herman ‘De Frietspecialist’ Megens en aannemer De Later. De bomen en struiken in de zandafgraving werden gerooid. Het illegaal gestorte puin en de autowrakken werden afgevoerd. Er moest natuurlijk ook een naam komen. VVV-trainer Jean Janssen stelde De Koel voor. Een voorzet die natuurlijk werd ingekopt.


Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

Jacky Cordang, meer dan een eeuwige reserve (6)

- door Gerrit van der Vorst -  

In de voorbeschouwingen op het seizoen 1959/1960 werd door sportjournalisten gespeculeerd over de vraag wie het VVV-doel zou verdedigen, Swinkels of Cordang. Bij de Nieuwe Tilburgse Courant dacht men Cordang en die krant kreeg gelijk.

Jacky Cordang stond er weer alsof hij niet een tijdje op de reservebank had gezeten. Dat hij uit bij Ajax vijf keer moest vissen, deed niets af aan zijn prima keeperswerk.

Ajax-midvoor Cees Groot scoorde een van de doelpunten tijdens Ajax - VVV (5-2), op 2 november 1959 (De Telegraaf, www.delpher.nl).

Op 10 januari 1960 raakten Jacky Cordang en Cor van der Gijp tijdens Feyenoord - VVV (2-2) even buiten gevecht. Spil Ton van den Hurk zorgde natuurlijk eerst voor zijn elftalgenoot (Algemeen Dagblad, www.delpher.nl).

Op 1 maart 1960 kwam er een trainerswisseling bij VVV. Willy Kment, die VVV vier seizoenen had getraind, werd bondstrainer in Noorwegen. Hij attendeerde de club op Josef ‘Pepi’ Horesj, eveneens uit Oostenrijk, en het kwam tot een verbintenis.

Josef ‘Pepi’ Horesj (collectie Gijs Nass).

Ook Horesj koos voor Jacky Cordang. Op 13 maart 1960 zag hij Cordang uit bij Fortuna ’54 - VVV meteen al geweldig keepen, ondanks de 4-1-nederlaag. VVV speelde een prima seizoen en verloor pas een week later het ongeslagen thuisrecord, na een onverdiende 1-2 nederlaag tegen Ajax.

Jacky Cordang wordt op zondag 13 maart 1960 belaagd door Fortuna ’54-midvoor Spitz Kohn (Limburgsch dagblad, www.delpher.nl).

Het streekelftal presteerde prima, al kreeg VVV tijdens de Engelse trip van 1 tot en met 8 april 1960 ongenadig klop. Op dinsdagavond 5 april kreeg Jacky Cordang er tijdens Blackburn Rovers - VVV zes om zijn oren (6-2). Maar Frans Swinkels verging het twee dagen later niet veel beter tijdens Blackpool - VVV  (7-1). Toch bleef de stemming er in. Jacky Cordang was op zulke trips een gezellige kameraad in het vriendenelftal, dat op de boot terug zijn 28e verjaardag vierde.

Jacky Cordang tijdens een buitenlandse trip van VVV (collectie Gijs Nass).

Meteen na de terugkeer bleek VVV ongebroken. En Jacky Cordang bleef geweldig keepen. Dat vond erkenning. Toen Nederland B op 18 mei 1960 tegen Zwitserland B moest spelen, werd een ijzersterk elftal samengesteld, met onder andere Sjaak Swart, Cees Groot en Co Prins van Ajax. Drie dagen voor de wedstrijd raakte Jan Jongbloed geblesseerd. Het zal niemand verbaasd hebben dat zijn vervanger Pim Bekkering (PSV) op diens beurt als reservedoelman vervangen werd door Jacky Cordang van VVV.

Pim Bekkering in actie tegen VVV (collectie Gijs Nass).

Daarmee werd Jacky Cordang gerekend tot de betere keepers van Nederland. Hij stond op het hoogtepunt van zijn keeperscarrière, was 28 jaar en zou dus nog jaren mee kunnen op topniveau. Maar dat zou totaal anders uitpakken.

Wordt vervolgd.

Reageren? Stuur Gerrit van der Vorst een e-mail: gp.vandervorst@xs4all.nl.

zondag 6 februari 2022

Museum van de Melancholie (2) - Instuif Copacabana

Rio de Janeiro en Venlo kennen opmerkelijke overeenkomsten. Beide steden zijn carnavalsmetropolen. Wanneer corona geen roet in het eten gooit, wordt het feest der feesten zowel in Rio als in Venlo uitbundig gevierd. Het enige verschil is het benodigde aantal meters stof voor de vastelaoves-pèkskes. Maar goed, we hebben het over overeenkomsten. Zowel in Rio als in Venlo kun je een voorbijganger op straat de weg naar Copacabana vragen. Hier ter stede word je verwezen naar de Leutherweg. De zaal van de Don Boscoparochie draagt deze zwoele, subtropische naam.

Tekst: Sef Derkx| foto's met dank aan Piet Braem (de opnames van de instuifavond zijn verschenen in Dagblad voor Noord-Limburg van 25 september 1962)

Het is een herinnering aan de bekende R.K. Instuif Copacabana die er in de jaren vijftig en zestig zijn thuishonk had. De vereniging van en voor jongvolwassenen organiseerde uiteenlopende activiteiten. De matinees en dansavonden werden het drukst bezocht. Begrijpelijk, het waren dé gelegenheden voor tieners om amoureuze contacten te leggen. In de tweede helft van de jaren zestig organiseerde de instuif beat-avonden, waar muziekgroepen uit Venlo en omgeving optraden. Als bestuur van het Zomerparkfeest herontdekten we de prachtige accommodatie vijftien jaar geleden. Aan Copacabana was nauwelijks iets veranderd, inrichting en sfeer waren nog hetzelfde. We hebben er onvergetelijke feesten gehad met de vrijwilligers en relaties van het Zomerparkfeest.

Eerst maar eens de voorgeschiedenis. In 1908 openden de paters jezuïeten op de top van de Galgenberg hun retraitehuis Manresa. Twee jaar later gaf bisschop Drehmanns van Roermond toestemming om er tegenover, aan de Leutherweg, een hulpkerkje te bouwen. De gelovigen uit de buurt hoefden niet langer de lange wandeling naar de Sint-Martinuskerk te maken. Het bedehuisje werd in 1911 in gebruik genomen en was toegewijd aan Onze Lieve Vrouw van Lourdes. De minderbroeders, die plannen hadden om in Venlo een klooster te stichten, verzorgden er de missen. Hun klooster kwam er in 1921. Het stond aan de voet van de Maagdenberg, dichter bij de stad dus. Ernaast verrees in hetzelfde jaar de Sint-Josephkerk.


Het hulpkerkje kreeg in de jaren die volgden steeds nieuwe bestemmingen, zoals bibliotheek en schoollokaal. In de oorlog functioneerde het als magazijn en paardenstal. Na de bevrijding, in de kinderrijke periode van de babyboomers, werd de Sint-Josephkerk te klein voor de groeiende schare gelovigen. Vandaar dat men in 1948 het hulpkerkje weer in gebruik nam. Er tegenaan werd een parochiehuis gebouwd. De wijk in Venlo Oost groeide snel. Het katholieke geloof kende een glorieperiode. In 1950 werd een tweede parochie gesticht: de Don Boscoparochie. Na veel tegenslagen en vertragingen vond zeven jaar later, op zondag 8 december 1957, de inwijding plaats van de Don Boscokerk. Voor het hulpkerkje en parochiehuis moest een andere functie worden gezocht. Daarover is door een speciale commissie vanaf december 1957 veel gesproken. In de notulen van de vergaderingen is echter nog geen sprake van Copacabana.

De heren, onder voorzitterschap van Jacq. Guns van de Zandstraat, hebben het wisselend over het patronaatsgebouw of gemeenschapshuis. In februari 1959 wordt de naam notarieel vastgelegd als Parochiehuis Don Bosco. De eerste jaren kenmerken zich vooral door grote zorgen over de staat van onderhoud. Het gebouw is verzakt, de muren zijn gescheurd en het interieur verkeert in een deplorabele staat. Architect Ben Hendrikx wordt in de arm genomen en onder zijn leiding ondergaat het pand een metamorfose. Er komen een buffet met bierkelder en koelinstallatie, toneelvoorzieningen, kleedkamers, toiletgroepen, nieuwe vloeren en een heteluchtverwarming. Het schilderwerk binnen en buiten wordt door vrijwilligers verricht. Parochiehuis Don Bosco ziet er na verloop van tijd tiptop uit en de inspectie voor het lager onderwijs geeft toestemming om er gymnastieklessen te geven. Velen die in hun jeugd in deze wijk naar de lagere school gingen, hebben hieraan nog herinneringen.

Terug naar de notulen van de commissie en wel die van het voorjaar van 1959. Op 11 maart van dat jaar doet kapelaan Scheepers verslag van een expeditie naar Baarlo. De eerwaarde is op onderzoek gegaan naar een dansvloer. Daaraan is behoefte in het parochiehuis. Waarom blijft ongewis. Het wordt pas duidelijk in de volgende vergadering, waarin we lezen dat op zondag 19 april 1959 Instuif Copacabana in het parochiehuis van start zal gaan. De vereniging voor en door jongvolwassenen heeft in het oprichtingsjaar 169 leden, maar dat zullen er spoedig meer worden. Vooral de dansavonden zijn ongekend populair in Venlo en omgeving en dragen ertoe bij dat het parochiehuis waar ze worden gehouden in de volksmond de naam krijgt van de organiserende instuif. Over de gloriejaren van Copacabana meer in de volgende aflevering van het Museum van de Melancholie.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

vrijdag 4 februari 2022

Voorstelling in CityCinema: 'Heimwee nao Venlo in vastelaovestièd'

We hebben behoefte aan vastelaovend. Na het een jaar niet gevierd te hebben, is de Heimwee nao Venlo in vastelaovestièd groot. Dit gemis is ook de titel een bijzondere voorstelling in CityCinema op 24 en 25 februari (aanvang 16 uur). Martin Peters en Sef Derkx laten zingend en vertellend en ondersteund met mooi filmmateriaal de dagen herleven van vastelaovend vruùger. 


In 2021 ging de vastelaovend niet door vanwege corona. Het was niet de eerste keer dat de overheid het feest verbood. In 1940 ging het in de ban vanwege de mobilisatie en het dreigend oorlogsgevaar. Onder de bezetting was er een verbod op alle feestelijkheden. In 1946 herleefde de vastelaovend, maar nog zonder Dreejspan. Dat werd een jaar later voor het eerst weer uitgeroepen. Vijf jaar geen vastelaovend, zes jaar geen hoeëgheid.

 

Vastelaovend werd in de puinstad en later wederopbouwstad Venlo met ongekende intensiteit gevierd. De foto’s en filmbeelden uit die periode laten het zien. Het kwam uit de tenen van een generatie die door de Tweede Wereldoorlog was getraumatiseerd. Vastelaovend was als balsem op de wonden. 

In het televisieloze tijdperk werd je geïnformeerd door het wekelijks bioscoopjournaal van Polygoon. Iedere bioscoopbezoeker van toen herkent onmiddellijk de karakteristieke commentaarstem van Philip Bloemendaal. Polygoon heeft in samenwerking  met de City Bioscoop van de familie Caubo in verschillende jaren verslag gedaan van carnavalsactiviteiten in Venlo en Blerick. We brengen ze bijeen in een aantrekkelijk programma. De Polygooncamera's draaiden in onder meer 1947, 1951, 1954, 1955 en 1959.



Dré Brenneker was de eerste cineast die de vastelaovend in kleur filmde. In 1955  legde hij de Boèrebroelòf vast. Hetzelfde onderwerp was te zien in 1977 bij het inmiddels ter ziele gegane programma Van Gewest tot Gewest. Het item werd vervaardigd door Huub Mans, Venlonaar van origine. 

De Polygoontijd was ook de periode van de vastelaovend op vinyl. Wie kent de liedjes nog die verschenen op single, EP en LP? Vaak is het horen van één regel al genoeg om het geheugen te activeren. Martin Peters zal gouden vastelaovesleedjes ten gehore brengen. Iedereen is uitgenodigd om mee te zingen, want same is de kern van vastelaovend. 


Heimwee nao Venlo in vastelaovestièd op 24 en 25 februari om 16.00 uur in  CityCinema, Picardie 33, 5911 BW Venlo. Kaarten kunnen worden gereserveerd via de website van CityCinema: https://citycinema.nl/nieuws/heimwee-nao-venlo-in-vastelaovenstied-2

 

  

 

Toch nog eine nieje Jocus Prins

- Beejdrage van 't Jocus Museum, waoveur hertelikke dank - 

In dit biezôndere vastelaovesjaor kint Venloosch Vastelaoves Gezelschap Jocus toch eine niejen Hoëgheid bekindmake. Al zulle d'r dit jaor gen georganiseerde Jocusactiviteite plaats vinde en zal d'r gen niej Jocus Dreejspan 2022 waere oétgerope, toch meug d'r eine niejen Hoëgheid aan de Prinsegalerie waere toegevoog…

 

Op de achterste optoch-wage steit de Prins van 1898 (collectie Gemeentearchief Venlo)

Veur de nieje editie van De Träöt heel 't Jocus Museum in samewerking mit 't Jocus Archief ein onderzeuk nao de Venlose vastelaovend in de 19e iëuw. Renier Linders, veurzitter van ’t Jocus Museum: “ ’t Is Biezonder det weej op dees wiés de historie tot laeve kinne bringe. Dees periode is belangriék gewaes veur Jocus en de vastelaovend in Venlo. Mit de digitale meugelikhede van noow kinse steeds miër informasie samebringe en ein gebeurtenis inkleure. En tot ôs groëte verrassing wuurt de galerie van ald Prinse auk nog ens oétgebreid.

Want al snel neemp 't onderzeuk ein opmerkelikke wending. De vastelaovend van 1898 haet ein prominente plaats in de Jocushistorie. Aevel vuuël is euver dae'n tiéd neet bekind. Via ‘t gedigitaliseerde Jocus Archief en de Keuninklikke Bibliotheek in Den Haag woort informasie ôntdek det zelfs inkele historische ôntdekkinge opleverde. 


Jaap Stroeken, haufredacteur van De Träöt leech einen tip van de sluier op: "Idder jaor haet De Träöt auk aandach veur ein historische gebeurtenis. Dit jaor waas ôs ideej um truuk te gaon nao de 19e iëuw, nao 't jaor 1898 wie in Venlo op groëtste wiés vastelaovend woort gevierd. Jocus bestônd det sezoen 5x11 jaor en aan de hand van inkele unieke foto's woele weej as 't waore ein stadswandeling door 't Venlo van dae'n tiéd make.”

Ein deil van ‘t vereinigingsarchief is in broékliën beej 't Gemeintearchief en bevat inkele foto's die nog neet dök gepubliceerd zien. Same mit krantepublicaties oét dae'n tiéd is ein chronologisch verslaag gemak. Tot groëte verrassing duik ein artikel op oét de Limburger Koerier van 11 fibberwari 1898: "de kleurrijke opgetuigde Venetiaansche gondel waarin Prins Carnaval, de heer Paul Thywissen, en Venlona, de heer Ger. Engels, benevens de leden van het Jocus-comité in matrozenkostuum plaats zullen nemen (...)  zal niet nalaten een overweldigend effect te maken.” 

Op de achtergrond Paul Thywissen, met muts en baard (foto archief Jocus)

Jaap Stroeken: “Zoë kwaam tiédes ’t onderzeuk d’n Hoëgheid van det jaor baove: Paul Thywissen (oétgespraoke as Tie-wissen) ging Venlo veur as Prins Paul I.  Eigelik beej toeval, maar toen woele weej neteurlik miër weite. Veur Jocus waas deze naam auk ônbekind. Weej wiste waal det hae as Marquis van Stempelnowski lid van de Raod van Elf waas. Taegeswaordigs is de niejen Hoëgheid haos ein staatsgeheim, aevel toen stond hae gewoën in de krant. In ’t Träöt-artikel gaon weej wiejer opzeuk nao zien roots en waere andere leuke ônthöllinge euver vastelaovend 1898 ônthöld."

Renier Linders vertelt: “Det doon weej auk in ’t Jocus Museum neteurlik. D’r löp al de tentoënstelling ‘Waas geteikend’ ein hommage aan ôzze Hofteikenaer Piet Camps. Dao is noow ein mini exposisie aan toegevoog wao-in weej dit verhaol en de niejen Hoëgheid oét de deuk kinne doon. Wies vastelaovend zien weej iddere zondaag geäöpend en neteurlik is ’t auk meugelik um ein rondleiding op aafspraok te kriége.”  

't Volledige verhaol euver de vastelaovend 1898 wuurt gepubliceerd in de nieje editie van De Träöt en is vanaaf donderdaag 10  fibberwari verkriégbaar op de bekinde verkauppunte en www.jocus.nl.

Euver ’t Jocus Museum:

Wiés vastelaovend is ‘t Jocus Museum iddere zondaag geäöpend van 13.00 oor wies 16.30 oor. Auk is ’t meugelik um op aafspraok ’t museum te bezeuke en ein rondleiding te kriége. Miër informasie, auk euver de geldende maotregele: www.jocus.nl/museum.


 

Van nul tot nu van woensdag 2 februari 2022 - 645 jaar geleden eerste stadsschool

- door Albert Lamberts -  

Het onderwijs komt er in deze tijd van corona hier en daar toch wat schamel vanaf. Geen onwil natuurlijk, maar digitaal les geven en les krijgen is toch heel wat anders dan in een leslokaal met een onderwijskracht. De interactie is totaal verschillend en vooral … het sociale aspect ontbreekt. Er gloort echter een zwak licht aan het einde van de tunnel. Dat is anno 2021. Hoe was dat vroeger? Sinds wanneer bijvoorbeeld is er in Venlo klassikaal onderwijs gegeven?

De leerplicht geldt vanaf 1900. In de eeuwen daarvoor kende Venlo natuurlijk ook al onderwijsinstellingen, maar tot 1900 waren er in deze contreien toch ontelbaar veel kinderen geheel verstoken van onderwijs. Toen bijvoorbeeld in 1886, 1888 en in 1897 schuldeisers van de in 1882 failliet gegane Woltersbank moesten tekenen voor ontvangst van het hun nog toekomende geld – in totaal ontvingen ze nog geen kwart van hun ingelegde som – tekenden velen nog met een kruisje, of lieten door een gemachtigd familielid tekenen. Nee, lezen en schrijven waren rond 1900 nog geen gemeengoed.

Het voormalige Ald Weishoës deed vanaf  het begin van de zeventiende eeuw dienst als stadsschool. (foto collectie Albert Lamberts)

En dat, terwijl Venlo toch al in de eerste helft van  de veertiende eeuw ‘iets van een school’  had. In de stadsrekeningen van 1349 – 1350 staat een post vermeld: item a gerardo ter scolen  vi sd viij dn De achternaam van deze man duidt op een relatie met een school en dat zou zeer wel een particulier schooltje kunnen zijn geweest. Want Gerard was stadsschrijver. Niet alleen was hij een van de weinigen die kon schrijven en lezen, maar bovendien was zijn handschrift goed leesbaar. Een goed leesbaar en als het even kon fraai handschrift strekte zeer tot aanbeveling om die belangrijke functie van stadschrijver te vervullen. Gerard ter Scolen, aldus wijlen Harry de Groot in zijn prachtig werk over de stadsrekeningen, was zo iemand en zou ook als onderwijzer aangemerkt mogen worden. (De letters vi sd viij dn achter zijn naam geven het uitbetaalde bedrag aan: 6 schelling en 8 penning.)

Mogelijk werd nog eerder onderwijs gegeven in Venlo. Het mag zeker niet worden uitgesloten, dat met de komst van het christendom in deze streken door predikers als Sint Servatius en later Sint Plechelmus en de Heilige Amandus, ook een vorm van onderwijs zijn intrede deed. Het was immers zaak goede christenen te vormen. Eeuwenlang was het onderwijs in Venlo en verre omstreken ook voornamelijk  een katholieke aangelegenheid.

Tegelijk met het optrekken van de stadsmuur – Venlo was in 1343 begiftigd met stadsrechten – werd ook een schoolgebouw noodzakelijk geacht zodat de jonge poorters en poorteressen onderwezen kunnen worden in de edele konsten schrijven en lezen. Vanaf 1376 is er sprake van een stadsschool.  Dat jaartal mag worden afgeleid wederom uit de stadsrekeningen, in dit geval dus die van 1376: scabini propotaverunt dum Jo(hannes) obe tradidit scolam ad usum opidi (toen Johannes Obe de school aan de stad overdroeg). In dat jaar werd er aan het kennelijk danig onderkomen  schoolgebouw gewerkt wat eveneens valt af te leiden uit tal van posten in de bewuste stadsrekeningen van dat jaar.  

De rekeningen vermelden uitgaven voor vervoer van 4000 stenen naar de school en later nog eens van 23000 stenen. Voorts werd genoteerd: 3 planken aan de schooldeur en voor (vervanging) een kapotte plank op de muur; Gerard Bondt voor het dakdekkerswerk aan de school en voor het vastzetten van het restant van de omheining; Goerswijn Beschoren voor het slopen van het schooldak; dakdekker voor de school; Thomas Schellen voor zijn werk aan de school en ga zo maar verder.

In 1386, nog voordat de stadsmuren helemaal waren opgetrokken, aldus een artikel in de Nieuwe Venlosche Courant van augustus 1916, werd een nieuwe school geopend. Het betrof een.… gemengde school.  Hoe vooruitstrevend was dat wel niet. Maar die situatie werd toch niet lang als gewenst beschouwd. Al in 1457 werd op de plaats van de oude school een nieuw schoolgebouw in gebruik genomen, waar jongens en meisjes gescheiden onderwijs volgen: een jongens- en meisjesschool.

Wordt vervolgd.

Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl. 


donderdag 3 februari 2022

De Halte XL van woensdag 2 februari 2022 - Op zoek naar Veldens Zwartbroeëd

- door Sef Derkx/foto's familie Vanden Hombergh en Pieter Duijf - 

We zien het pas als we na ons bezoek aan Velden bij bushalte Markt staan. Het is de Week van het Brood meldt een bord bij bakkerij Fleuren. Laat dat nou net het doel geweest zijn van onze tocht vandaag. Niet zo maar brood trouwens, maar Veldens Zwartbrood. Het stevige, vaste roggebrood dat een beetje zuur smaakte, werd tot zo’n veertig jaar geleden gebakken door Antoon van den Hombergh. 

De laatste dag brood bezorgen: Antoon van den Hombergh, 1983

Drie generaties Van den Hombergh in 1960
 

De voormalige bakkerswinkel anno nu.

Hij had zijn bedrijf aan de Dorpsstraat, tegenover het meer dan levensgroot beeld van een zegenende Christus. De bakkerij is al bijna vier decennia dicht. De winkel is door de kinderen Gerdi en Frans van den Hombergh intact gelaten. De naam van bakker Antoon en de roem van zijn Veldens Zwartbrood reiken overigens tot in onze dagen. De eerste de beste heer die we ernaar vragen, glimlacht terstond en verwijst ons naar het pand.

Wie de bakkerswinkel binnengaat, betreedt de vroege jaren zestig. De epoque van de wederopbouw en het economisch herstel. Er staat een lage toonbank en erachter een wandmeubel van plint tot vloer, van waaruit de broden de klanten toelachten. Waar het oog meteen op valt, is de prachtige tegelvloer met geometrische motieven. Zus en broer gaan ons voor naar de voormalige gelagkamer, nu woonkamer. 

Groepsportret van de familie Van den Hombergh in 1920. Frans, d'n Alden Bekker, is de heer achter de twee meisjes met strikken in het haar.

Opa Frans van den Hombergh was bakker én herbergier. Zijn bijnaam D’n Ontvénger duidt op een derde bezigheid, die van Gemeenteontvanger. Hij was als ambtenaar in deeltijd belast met de invordering van alle inkomsten en ontvangsten van de voormalige gemeente Arcen-Lomm-Velden. Van het café worden nog mooie parafernalia bewaard, waaronder twee Morenbeelden. Maar dat mag je heden ten dage niet meer zeggen. Bijzonder is de houten tap, die vroeger rechtstreeks in het vat werd geslagen. De bierkraan is afkomstig van de legendarische Veldense brouwer Scholsens Ties, Johannes Matthias van Lipzig voor de burgerlijke stand.  

Brouwer Scholsens Ties.

Vijf generaties Van den Hombergh hebben in Velden broodgebakken. Het begon met Leonard, die tegen het einde van de achttiende eeuw vanuit Lottum met een Veldens meisje trouwde en zich in het dorp van de schoonfamilie vestigde. Hij werd D’n Dieke genoemd. Zijn zoon Leonard junior, eveneens bakker, stond bekend als D’n Magere.

Antoon van den Hombergh heeft net het fameuze Veldens Zwartbroeëd uit de oven gehaald.

De ongetrouwde dochter Nelly van d'n Alden Bekker (rechts) was een begrip in Velden en stond in de winkel. Naast haar Irmgard, de vrouw van Antoon van den Hombergh die dagelijks brood rondbracht, 

Begin jaren tachtig van de vorige eeuw doofde het vuur definitief in de broodovens. De winkel is er dus nog en hetzelfde geldt voor de ovens, die schuilgaan achter een dun wandje. Na wat sloopwerk, zou je zo weer aan de slag kunnen met het fameuze Veldens Zwartbrood. De liefhebbers missen het immers nog altijd.          

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.


woensdag 2 februari 2022

Jacky Cordang, meer dan een eeuwige reserve (5)

 - door Gerrit van der Vorst - 

Jacky Cordang droeg de bijnaam ‘de nikker’. Een acceptabele verklaring voor die bijnaam zou zijn keepersbroek zijn. Een zwarte knickerbocker, een soort pofbroek tot net boven de knie. Of het onder de knie volgens de necrologie in De Volkskrant? ‘Dat vond-ie fijn, dat vond-ie prettig’, volgens oud-ploegmaat Wiel Teeuwen. ‘Nou ja, hij moest het dragen, dus waarom niet?’

Voorbeelden van de uitgestorven (?) knickerbocker (foto van eerstkoken.blogspot.com).

Op foto’s valt de keepersbroek van Cordang niet zo op, en ik heb toch de stellige indruk dat de bijnaam vooral te maken met zijn donkere uiterlijk, zwarte haar en dito wenkbrauwen. Het enige exemplaar van de knickerbocker schijnt overigens bij een verhuizing kwijt te zijn geraakt, zodat we de waarheid maar in het midden moeten laten.

Tijdens Feyenoord - VVV (2-0), op 17 november 1958, droeg Jacky Cordang bijvoorbeeld duidelijk geen knickerbocker (www.delpher.nl).

Met of zonder knickerbocker leek er een mooie tijd in het verschiet te liggen voor Jacky Cordang.

En toch was daar opeens een keerpunt. Frans Swinkels was al weer geruime tijd hersteld en goed getraind. VVV had dus weer de luxe van twee eredivisiewaardige keepers. En laat Jacky Cordang na al die lovende kritieken nou opeens wat mindere wedstrijden keepen, zoals MVV - VVV (6-2) op 5 april 1959.

Het eerste doelpunt tijdens Ajax - VVV (3-0), op 15 maart 1959 (Nationaal Archief).

Jacky Cordang in actie tijdens de bewuste uitwedstrijd tegen MVV, op 5 april 1959 (Limburgsch dagblad, www.delpher.nl).

Een week later was het tijdens VVV - Feyenoord (4-2) opeens Frans Swinkels die voor de eerste keer in het seizoen 1958/1959 weer in het VVV-doel stond. ‘Als vervanger van Jackie Cordang, die zijn betrouwbaarheid totaal verloren heeft.’, zoals De Tijd de Maasbode in haar wedstrijdverslag schreef.

Frans Swinkels op 31 mei 1959 tijdens Rapid JC - VVV (2-1) (collectie Herman Teeuwen).

Merkwaardig genoeg werd Jacky Cordang nog wel geselecteerd voor het Limburgs elftal, als reservedoelman achter Peersman van Sittardia, maar de VVV’ers moesten zich voor de wedstrijd tegen Belgisch Limburg op 6 juni 1959 terugtrekken. De bekerwedstrijd VVV-Zwartemeer was namelijk door de KNVB naar die dag verzet.

Herman Teeuwen kopt op 7 juni 1959 tijdens de bekerwedstrijd VVV-Zwartemeer 5-1 op het doel van de tegenstanders (collectie Herman Teeuwen).

Jacky Cordang had tot dan toe 28 competitiewedstrijden achter elkaar in de eredivisie gekeept. Op een enkele bekerwedstrijd en invalbeurt na zou het seizoen 1958/1959 er voor hem opzitten. En dat was zuur, heel zuur, want juist in die laatste wedstrijden behaalde VVV het grootste succes aller tijden, door op 17 juni 1959 de bekerfinale tegen ADO te winnen. Vanuit keepersoogpunt overigens een sensationele ervaring. Na een door Frans Swinkels veroorzaakte strafschop eiste Herman Teeuwen de keeperstrui op, om de strafschop hoogstpersoonlijk – na een hoop intimidaties jegens strafschopnemer Roel Timmer van ADO – te stoppen en daarmee zijn kans op de extra winstpremie te behouden.

Herman Teeuwen wringt zich met de hulp van Frans Swinkels in de keeperstrui tijdens de bekerfinale (Nationaal Archief).

Het moet een van de grootste teleurstellingen zijn geweest in de keeperscarrière van Jacky Cordang dat hij er op het moment suprême naast stond, maar het lag niet in zijn aard om daar moeilijk over te doen.

De VVV-selectie op de dag na de bekerwinst in de Kraal (collectie Herman Teeuwen).

Wordt vervolgd.

Reageren? Stuur Gerrit van der Vorst een e-mail: gp.vandervorst@xs4all.nl.