vrijdag 31 januari 2025

De Halte XXL van woensdag 29 januari 2025 - 't Ketske

- door Sef Derkx -

Het café aller cafés is voor mij lange tijd De Witte geweest aan de Parade. De oer-Witte welteverstaan, het café van voor de onfortuinlijk uitgepakte verbouwing. Mijn vader ging er ‘s zaterdags toepen met onder meer ‘Meister Zanders’ en de ‘De Kop van Canjels’. 



Café De Witte (collectie Sef Derkx)

Allen al jaren geleden opgestegen naar het eeuwige café, dat uiteraard geen sluitingstijd kent. Soms mocht ik mee naar De Witte. Je kreeg een glas Riedellimonade en een dubbeltje voor pinda’s uit de bolvormige glazen automaat met schuif. De pinda’s werden opgevangen in bakje gevouwen van een bierviltje. 

De kaarters dronken dröpkes, borreltjes. Af en toe werd een ketske besteld, een jonge jenever met enkele druppels Underberg. Het dialectwoord ketske is een afleiding van een merknaam. Vanaf de achttiende eeuw werd in Nieuwe Pekela door Heiman Cohen Catz een kruidenelixer bereid, dat zeer populair zou worden. Het drankje won de ene prijs na de andere en werd overladen met gouden en ongetwijfeld ook vetleren medailles. In de negentiende eeuw had de firma Catz en Zoon vestigingen in Amsterdam, Rotterdam, Batavia en in Californië. Bescheidenheid was de distillateur vreemd, het elixer werd aangeprezen als het zuiverste en gezondste ter wereld. Het zou een probaat middel zijn tegen een reeks van kwalen. Driemaal daags een glaasje Catz-Elixer was een garantie voor een goede spijsvertering en vlotte stoelgang. Het drankje heette ‘onontbeerlijk’ voor wie een lange zeereis wilde ondernemen. Wanneer het ging stormen en je groen zag van misselijkheid, was één glaasje voldoende om een zeezieke er weer bovenop te helpen. Ketske is een afgeleide in het dialect van de naam van dit wondermiddel. Het elixer is eind jaren tachtig van de vorige eeuw van de markt genomen.



In de bus vanuit Velden moest ik ineens aan mijn vader en aan zijn ketskes denken. Waarom die herinneringen die zich opdrongen? Geen idee. Het geheugen is wonderlijk. Een voorbeeld. Soms probeer je je uit alle macht een naam te herinneren. Maar lukt het niet. Dagen later schiet de naam je te binnen. Plotsklaps en zonder directe aanleiding, wonderlijk eigenlijk. Denkend aan het archaïsche ketske, vroeg ik me af in welk Venloos café je het nog zou kunnen bestellen zonder vreemd aangekeken te worden. Eigenlijk kwam alleen De Gaaspiep aan de Kleine Kerkstraat in aanmerking, een café van een teruggespoelde tijd. Wie over een onderzoekende geest beschikt, stelt niets uit. Zeker niet wanneer het over cafés gaat. Dus stapten we uit bij de bushalte aan de Goltziusstraat (wordt vervolgd). 

Reageren? Stuur Sef Derkx een email: floddergats@xs4all.nl. 

donderdag 23 januari 2025

De Halte XXL van woensdag 22 januari 2025 - Schuilen aan de Leutherweg

 - door Sef Derkx -

Wandelen is altijd goed als je last heb van je benen, had de specialist gezegd. Goede raad sla je niet in de wind. Dus wandelen we vanaf bushalte Loyolastraat naar het Manresapark. Wanneer de bomen kaal zijn, hebben bewoners aan de westzijde van het appartementencomplex een prachtig uitzicht over Venlo. In het park zijn cultuurhistorische waarden behouden gebleven. Er is een markering van de Archeo Route Limburg, waar het verhaal verteld wordt van Hulster Heinke. 

Galgenberg ( website Archeo Route Limburg)

Na zijn terechtstelling in 1754 voor het stadhuis werd zijn stoffelijk overschot hier op de Galgenberg opgehangen. Als waarschuwing aan eenieder om niet het criminele pad in te slaan. Aan de slingerweg naar de Leutherweg ligt een schuilkelder die voor de Tweede Wereldoorlog werd gebouwd. Alleen de zware ijzeren toegangsdeur is zichtbaar. Tijdens bombardementen op de Fliegerhorst konden buurtbewoners hier schuilen.

In het boek Op blote voeten van de bekende Amsterdamse fotograaf Cor Jaring (1936-2013) is aandacht voor de schuilkelder. Het is een indrukwekkende, bij tijd en wijle huiveringwekkende geschiedenis. De kleine Cor wordt aan het begin van de Hongerwinter door zijn ouders op de trein gezet richting Venlo, waar een tante woont. De reis in een ijskoude coupé duurt uren. Op het perron wacht tante, voor het station staat paard en kar klaar met op de bok zijn oom. Ze rijden naar de Leutherweg waar de familie een groentehandel heeft. Al de eerste nacht in Venlo loeit het luchtalarm. Buurtbewoners vluchten naar de openbare schuilkelder. Na een half uur klinkt het alarm ten teken dat het veilig is. De tweede avond is er weer een luchtalarm en nu is het wel raak. Na vijf minuten slaan de bommen op zo’n honderd meter afstand in: ‘Iedereen begon te gillen of te huilen. Vooral de vrouwen en kinderen waren echt in paniek.’ Plots worden twee zwaargewonde Duitsers naar binnen gedragen. De uniformjas van een van hen wordt opengetrokken om een buikwond te kunnen verzorgen: ‘Hij bloedde niet eens zo erg, maar z’n darmen puilden eruit. Het was een scheur van zeker twintig centimeter. Bij het zien ervan begonnen vrouwen en kinderen hysterisch te gillen.’ Er volgt een tweede bombardement: ‘De bunkermuren waren wel dik, maar je hoorde de bomscherven gewoon tegen de buitenmuur afketsen. Gillen en schreeuwen. En die Limburgers maar bidden van Oh, lieve Heer.’ Na een kwartier is het bombardement afgelopen en als ze weer buiten staan, voelt Cor een vuurgloed op zijn gezicht van een felle brand verderop op de Fliegerhorst.

Reageren? Stuur e-mail naar Sef Derkx: floddergats@xs4all.nl.

woensdag 15 januari 2025

De Halte XXL van woensdag 15 januari 2025 - Dwangarbeid

- door Sef Derkx -

Voordat we met de bus bij het station vertrekken, gaan we kijken naar een gedenkzuil die door bijna iedereen over het hoofd wordt gezien. Toch staat hij er al sinds 2015. De sculptuur van Franck Sonnemans bestaat uit een kolom van rvs met bovenin een glasplaat. Het monument herinnert aan een donkere episode uit de Tweede Wereldoorlog: de Arbeidsinzet.



In het najaar van 1944 zijn meer dan 7.000 jongens en mannen uit Noord- en Midden-Limburg bij razzia’s opgepakt. Ze worden als dwangarbeiders in Duitsland tewerkgesteld onder deplorabele omstandigheden. Een traumatische ervaring. Enkele honderden sterven. Zij die thuis zijn achtergebleven, verkeren maandenlang in onzekerheid over het lot van hun dierbaren. Meer dan de helft van de gedeporteerden vertrok vanaf station Venlo. Vandaar deze plek, een perk voor de   zijvleugel aan de oostzijde. Historisch is er wat af te dingen op de locatie, maar dat is muggenzifterij.


Theo Schouenberg (1914-1990) was een van arbeidslaven van de nazi’s; hij is een oom langs moederskant. In een schriftje dat is overgeleverd, heeft hij in steekwoorden notities gemaakt tijdens deze periode. Op donderdagmiddag 12 oktober 1944 wordt hij op transport gezet met bestemming Wuppertal-Varresbeek. Theo wordt aan het werk gezet in het nabijgelegen Elberfeld en Remscheid, waar hij puin moet ruimen. Hij ontmoet stadsgenoten, onder wie ene bakker Gerards en Sjraar Munten die vaak met het weinige eten in de weer zijn. Hij mist zijn vrouw en kinderen. 


Op 23 november 1944 krijgt hij de eerste brief van thuis. Het stelt hem ietwat gerust; hij schrijft meteen een brief terug. Theo lijdt onder de verschrikkelijke omstandigheden, het gemis van zijn geliefden valt hem zwaar. Op 6 december 1944 schrijft hij: ‘De slechtste Sint-Nicolaas van mijn leven.’ Het nieuws van thuis, maakt het toch al moeilijke leven nog zwaarder: ‘Venlo nog steeds in Duitse handen. Honger en ellende. Hoop met vrouw en kinderen goed.’ Eerste Kerstdag celebreert een Limburgse priester de mis. Een dagje later is er een verzetje. Hij gaat naar de bioscoop in Lennep. Wat volgt is  maandenlange wachten. Wachten op de capitulatie van de nazi’s en het einde van de oorlog, maar vooral wachten op een terugkeer. Via Düsseldorf en Luik arriveert hij op 10 mei 1945 in Oudenbosch. Twee dagen later loopt hij naar Deurne, waar auto’s klaar staan. Om vier uur die middag is hij terug in Venlo, ‘in de ruïnes van ons mooie stadje. Zo zijn dan 7 maanden vol ellende in Duitsland ten einde gekomen.’            

Met dank aan Nelly Schouenberg.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

donderdag 9 januari 2025

de Halte XXL van woensdag 8 januari 2025 - Parodie op kerkelijk huwelijk

- door Sef Derkx -

Vandaag is het rustig rond de Hulsterhof. Hoe anders moet het geweest zijn op vrijdag 30 november 1753. Als een lopend vuurtje ging het nieuws rond, dat Hulster Heinke op de Hulsterhof gevangen was genomen. Hij stond in de nacht voor zijn arrestatie bloedend bij de pachter van de hoeve voor de deur. ‘Uit vrese’ hadden ze hem binnengelaten. 


Detail manuscriptkaart, 1570, met eerste vermelding van de Hulsterhof , hier aangegeven als 'Hulsert' (collectie Gemeentearchief Venlo)

De bewoners van de Hulsterhof werden door de bendeleider al geruime tijd regelrecht bedreigd. Korte tijd na zijn arrestatie meldde zich stadschirurgijn Lambertus van Elswick om de kogel te verwijderen, die Heinke had verwond. De patiënt knapte op. Om een uitbrak te voorkomen werd hij in zijn cel geboeid. Voor de gesloten deur stonden zes wachten. Nog nooit had in Venlo een gevangene zo’n strenge bewaking gehad. In het tweede verhoor onthulde Hulster Heinke zijn echte naam, Hendrick Corts. Veel processtukken ontbreken, maar duidelijk is dat de schepenbank Venlo hem schuldig achtte aan halsmisdrijven. Het vonnis stond eigenlijk al bij voorbaat vast.

Tijdens het proces was een bijzonder voorval aan het licht gekomen. Een van de getuigen was Hannes Gerards. De knecht van de Hulsterhof verklaarde onder ede dat hij een poos tevoren iets bijzonders had meegemaakt. Op de dag van de Ganzenkermis, de najaarskermis, had hij iets nodig dat in de schuur lag. Binnen trof hij Hulster Heinke aan in gezelschap van een groep mannen en vrouwen. Ze waren feest aan het vieren. Wat was er aan de hand? Bendelid Henricus en de zus van de vriendin van Hulster Heinke werden in een parodie op een kerkelijke huwelijksinzegening in de echt verbonden. 

Heinke die blijkbaar niet gesteld was op pottenkijkers had Hannes toegesnauwd: ‘Ick zal hem de spraeck ontnemen off kraeij sal geen vogel sijn.” De schertsbruidegom had de zaak weten sussen. Steven en Christina Dings, de pachters van de Hulsterhof, verklaarden dat een van de bendeleden, de Kwakzalver genaamd, over zijn kleding een wit hemd droeg. Over de arm had hij een handdoek geslagen en een bezem fungeerde als wijwaterkwast. Misschien was de Kwakzalver een en dezelfde persoon als de Venlose burger Jacobus, die de bende met raad en daad bijstond. In  een verklaring wordt over hem gezegd dat hij een ‘duyvelbander’ was, een exorcist. 

Detail met Sint-Martinuskerk en omgeving van de kaart van Venlo van C. Lowijs, 1677 (collectie archief Norbertijnen Averbode)

Hij woonde in een straatje tegenover de Sint-Martinuskerk. Een interessant figuur, kortom. Hoe het ook zij, het belachelijk maken van het heilig sacrament van het huwelijk, zal de bendeleider zwaar zijn aangerekend. Op zaterdag 26 januari 1754 werd Hulster Heinke geradbraakt.

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

woensdag 8 januari 2025

Al vier generaties Verhoeckx maken speculaas

 Met grote belangstelling heb ik het speculaasverhaal gelezen (Floddergatsblog: De Halte XXL van woensdag 27 november 2024 - Speculaas naar oud recept uit Venlo).

Al vier generaties (Willem Verhoeckx 1880-1959, Tilla Verhoeckx-Köhlen 1914-1982, Dries 1944 en Peter Verhoeckx 1948, Eef 1976 en Marc 1981 Verhoeckx) lang  is de sinterklaastijd de tijd waarin we zelf speculaas bakken. Het gaat dan om een deeg van circa achttien pond.

Wij maken dit inderdaad als een blanke speculaas naar voorouderlijk recept (in gebruik sinds ongeveer 1900). De Verhoeckx-en komen uit een bakkersfamilie.

Het unieke eraan is waarschijnlijk, dat we niet alleen een blanke speculaas maken, maar daarbij ook nog altijd de oude materialen gebruiken (mengbak, opzetbak, speculaasmes, oude speculaasplanken), naast meer recentere.

Het is puur handwerk, waarmee we een dag bezig zijn. Hard werken, maar met ongekende lol.

Speculaasjes die niet volmaakt uit de plank komen, worden met een scherp mesje bij gewerkt. Als de eerste speculaasjes gesneden zijn, begint ook al het bakken.

Vorige week hebben we de familietraditie weer voortgezet, alleen zonder de twee oude knarren Dries en ik. Ter aanvulling heeft mijn dochter Joke meegewerkt.

De toekomst van deze familietraditie lijkt dus gewaarborgd.

Ik heb een aantal foto’s die afgelopen jaar en dit jaar gemaakt zijn geprobeerd in volgorde gezet, zodat je een globale manier kunt zien hoe een en ander in zijn werk gaat. 

Een Engels spreekwoord zegt: The proof of the pudding is in the eating, je bent dus van harte uitgenodigd om de speculaas te komen proeven.

Groetjes, Peter Verhoeckx.







 











 

dinsdag 7 januari 2025

Van Nul tot Nu van donderdag 2 januari 2025 - Het bisdom wilde alles weten (2)

- door Albert Lamberts -

Nu tachtig jaar geleden vreesden velen in Noord-Limburg dat aan evacuatie niet viel te ontkomen. Hun angst werd bewaarheid, want in januari 1945 – grote delen van zuidelijk Nederland waren al bevrijd – werd de evacuatie van deze contreien een feit. Geestelijken vergezelden gevraagd en ongevraagd de evacués naar met name Drenthe, Groningen en Friesland. 


Achteraf wenste het bisdom het naadje van de kous te weten of en hoe het katholieke leven doorgang had kunnen vinden. Een uitgebreid vragenformulier werd de teruggekeerde geestelijken voorgelegd.   

Bijvoorbeeld vraag 4: Kerkdienst.

1. Waar en wanneer Kerkdienst (nauwkeurig opgeven aard van het gebouw, aan wien het toebehoort, waar gelegen: als het een kerkgebouw is: van welke belijdenis, naam van den resp. dienaar; dagen en uren, waarop Katholieke Kerkdienst pleegt gehouden te worden enz.);

2. Hoe en onder welke voorwaarden werd de beschikking over dat gebouw verkregen (gratis? – Aangeboden? – Gehuurd? – Met of zonder moeilijkheden? – enz.).

De Dominicaner pater Raphaël beantwoordde de vragen keurig. Kort en bondig komen zijn antwoorden neer op soepele regelingen in de dorpen rond Ulrum (Groningen), waar hij werkzaam was.

3. Is het gebouw geschikt? Kan het enigszins religieus worden aangekleed? (Ook foto’s als er gemaakt zijn).

Het bisdom wilde voorts weten of de kerk nog voor andere doeleinden werd gebruikt (4) en hoe werd voorzien in benodigdheden voor de kerkdienst (kelk, missaal, paramenten, enz.). (5)

Vraag 5 Kwartiergevers en geëvacueerden.

Eenig omschrijving van de inheemsche bewoners der plaatsen (aard - aantal – godsdienstige gezindte, enz. Hoeveel geëvacueerden (specificeren volgens diverse plaatsen of plaatsjes en volgens godsdienst.

Uit pater Raphaëls antwoord blijkt dat Ulrum 4008 inwoners telde, dat er 350 evacuées waren, waaronder 320 r.k.

Op de vraag (3) waarvandaan de evacuées waren was het antwoord: Well, Wellerlooi, Velden, Heijen, Bergen, Afferden, Tiel en Den Haag en op de vraag (4) of zij bij katholieken of andersdenkenden waren ondergebracht luidde het antwoord: bij andersdenkenden. 5. Hoe was in ’t algemeen de verhouding (beneden volgen vragen, die meer in ’t bijzonder de verhouding nagaan)? Kort en krachtig antwoord: bevredigend.

Pater Raphaël moest onder hoofdvraag 6 Bedienaren van den Godsdienst aangeven (vraag 6,1) of er nog andere zielzorgers waren, graag met naam, adres, van welke richting, enz. ? En dan vervolgens ook graag invullen of en zo ja bij wie de pater inwoonde. Er waren in de buurt werkzaam Ds. Nieuwkoop (gereformeerd, bezwaard, doch niet losgemaakt), Ds. V.d. Zaal (gereformeerd predikant) en Ds. Snoep (hervormd predikant). Adressen niet ingevuld. Vraag van het bisdom: woonde de geëvacueerde priester wellicht bij hen in? Pater Raphaël woonde tussen 26 januari (1945) tot 15 mei bij Ds. Nieuwkoop. Vraag van bisdom: Hoe was zijn (hun) houding tegenover de geëvacueerden, meer bijzonder tegenover de katholieken en hun godsdienstige behoeften en eredienst?

Wordt vervolgd.

Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl.

vrijdag 3 januari 2025

De Halte XXL van donderdag 2 januari 2025 - Een eilandje van rust en van voorbije tijd

- door Sef Derkx -

Het is een loodgrijze dag eind december en we zijn van de bushalte bij de Drie Koningen in Tegelen naar de Hulsterhof gelopen. 

Hulsterhof, circa 1935 (website Heemkundige kring Tegelen)

Luchtfoto Hulsterhof, 1960 (website Heemkundige kring Tegelen)

Anno nu ligt de karakteristieke boerderij uit de achttiende eeuw ingeklemd tussen nieuwbouw. Licht deprimerend voor romantische zielen is een hoogbouw met gekleurde panelen van glas. De tien verdiepingen tellende kantoorkolos draagt de ondoorgrondelijke naam Trencadis. De website ronkt over een ‘fantastisch uitzicht over Venlo en omgeving’. Staande bij de Hulsterhof is het uitzicht op Trencadis niet zo fantastisch.

Luchtfoto Trencadis (website Trencadis)

Op een meter of vijftien afstand zoeven zonder ophouden auto’s en vrachtauto’s over de snelweg A73. Een geluidsscherm beperkt de overlast. De Hulsterhof is een eilandje van rust en van voorbije tijd. Aan de hoeve is onlosmakelijk de naam verbonden van Hulster Heinke, leider van een roverbende die rond het midden van de achttiende eeuw in Venlo en verre omgeving actief was. Het gezelschap hield zich regelmatig op bij de Hulsterhof, vandaar ‘s mans naam. We draaien de klok terug naar zaterdag 30 november 1753.

Detail manuscriptkaart, 1570, met eerste vermelding van de Hulsterhof , hier aangegeven als 'Hulsert'
(collectie Gemeentearchief Venlo)

Tussen een en twee uur ’s nachts schrikken de pachters van de Hulsterhof, het gezin van Steven en Christina Dings, op uit hun slaap door een roffel op het raam. Aan de deur staat Hulster Heinke, hevig bloedend. Zijn gezicht vol met kruitsporen. Om het bloed te stelpen is een vrouwenkleed gebonden om zijn hals. Hij vertelt dat hij beschoten is, mogelijk door een concurrent in de criminaliteit. Heinke wil onderdak in de Hulsterhof en vraagt naar de pastoor van Tegelen. De geestelijke arriveert kort na drie uur om het heilig oliesel toe te dienen. Het nieuws dat de bendeleider zwaargewond onderdak heeft gevonden in de Hulsterhof, gaat rond als een lopend vuurtje. Om negen uur komt een militaire arrestatie-eenheid bij de boerderij. Ze gaat naar binnen en treft de zwaargewonde Heinke aan in de keuken. Een officier informeert naar zijn wapens. De rover ontkent die te hebben. Maar de vrouw des huizes haalt het pistool dat Heinke in voorbije nacht heeft verborgen tevoorschijn. De bendeleider verweert zich niet en wordt geboeid afgevoerd naar Venlo. 

Hulsterhof in de sneeuw , 1966  (website Heemkundige kring Tegelen)

Heinke onthult zijn ware naam: Hendrick Corts. Hij is 21 jaar en geboren in Geldern.  Hij besluit schoon schip te maken en bekent een hele trits misdaden. De afloop van de procesgang staat eigenlijk vanaf het begin vast. Het wordt de doodstraf. Voor de rechters verschijnt op zekere dag getuige Hannes Gerards, knecht op de Hulsterhof. Hij vertelt een zeer opmerkelijk verhaal (wordt vervolgd).  


Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

maandag 30 december 2024

Van Nul tot Nu van dinsdag 24 december 2024 - Bisdom wilde echt alles weten

 - door Albert Lamberts -

Begin 1945, zowat half Noord-Limburg was in de winter ’44 –’45 naar het noorden van het land geëvacueerd, wilde het bisdom Roermond weten hoe het de begeleidende zielzorgers was vergaan. Vooral wilde het bisdom weten hoe de andersgelovigen zich hadden gedragen ten aanzien van de katholieke, Limburgse evacuees.

17 januari '45: evacuatie. Weinig kon er mee. (foto uit Oorlog en herstel in Noord-Limburg. Uitgeverij Dagblad voor Noord-Limburg, tweede druk, 1950)

Niet een paar vragen, o nee, het bisdom vroeg de geestelijke dienaren werkelijk het hemd van het lijf. De vragen waren niet enkel gericht aan mede-geëvacueerde priesters, maar ook priesters, die niet geëvacueerd zijn, en toch zielzorg voor geëvacueerden uitoefenen, gelieve deze vragen ook te beantwoorden, mutatis mutandis.

Een van degenen, die het vragenformulier werd geacht in te vullen was pater Raphaël van de paters dominicanen aan de Kleine Beekstraat in Venlo.

Voor het antwoord op de voorlaatste vraag, vraag 13, was de meeste ruimte vrijgelaten. De vraag luidde: Korte beschrijving van heelen gang van zaken. En dan komt de toelichting op de vraag: Klein historisch relaas: hoe alles verliep, waarbij verwezen kan worden naar de antwoorden op bovenstaande vragen, (o.a. vanwaar en op welken datum bent Uzelf vertrokken; reisroute, kamp, stopplaatsen van langere duur, ongelukken, waar, wanneer aangekomen? Was U bij Uwe parochie? Is die geheel of gedeeltelijk geëvacueerd? Hoeveel procent? Waar werden Uw parochianen ingekwartierd? Welke kloosters of gestichten werden uit Uw parochie geheel of gedeeltelijk geëvacueerd?

Nou, ga er maar aan staan. Pater Raphaël was nog niet teruggekeerd naar Venlo. Hij woonde nog, zo kunnen we opmaken uit zijn antwoord op 1 Personalia, sub 4: Tegenwoordig adres: 26 Januari – 15 Mei p/a Ds. J. Nieuwkoop, Noorderstr. Ulrum

Na 15 mei tot …. p/a R. Oostshuis. Garage, Noorderstr. Ulrum (klein dorp ten oosten van de Lauwerszee in het noordwesten van de provincie Groningen).

Na de vraag over personalia barst het los: 2. Plaats. 1. Nauwkeurige naam van plaats(en) en plaatsjes waar U werkt. Plichtsgetrouw vult pater Raphaël in: Gemeente Ulrum, onvattend de volgende dorpen: Ulrum, Zoutkamp, Vishuizen, Hornhuizen, Niekerk. 2. Onder welke Parochie en Dekenaat ligt dit terrein (met naam en adres van den betreffende pastoor. 3. In welke Provincie en onder welke Gemeente(n): Zoo enigszins mogelijk, make men of late men maken een klein kaartje, waarop bedoeld gebied gedetailleerd wordt aangegeven met aanduiding van afstanden en hoe dit gebied aan dat van andere geestelijken, die voor geëvacueerden zorgen, grenst en daarin overgaat. Dat ging pater Raphaël kennelijk iets te ver, want zijn antwoord was kort en krachtig: Groningen

Vraag 3 ging over andere geestelijken en religieuzen, maar op alle drie de daaronder gestelde vragen kwam een streep.

4. Kerkdienst. 1. Waar en wanneer Kerkdienst (nauwkeurig opgeven aard van het gebouw, aan wien het toebehoort, waar gelegen: als het een kerkgebouw is: van welke belijdenis, naam van den resp. dienaar; dagen en uren, waarop Katholieke Kerkdienst pleegt gehouden te worden enz.);

Wordt vervolgd.

Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl.

Kerstmis ondergronds

- door Albert Lamberts -

 Zondag 3 December. De Duitschers beginnen er mee bepaalde straten tot Sperrgebiet te verklaren en de menschen op zeer korten termijn uit hun huis te zetten. Pater Ambrosius van Adrichem o.p. putte in augustus 1945, enkele maanden na de bevrijding, uit zijn geheugen om Langer dan ik beloofde   … een verslag van de Venlosche oorlogsgebeurtenissen en een kaartje te maken.

De dominicaan was een van de velen die een verhaal schreven of een dagboek bijhielden over het laatste halfjaar van de oorlogshandelingen in Venlo. Bij de een is sprake van een gedetailleerde verslaggeving, de ander is summier. De een vertelt hoe Kerstmis 1944 werd doorgebracht, in schuilkelders, in spanning. De ander kijkt al een hele tijd vooruit naar de dreiging van de evacuatie.

 Het verslag van pater Ambrosius over de kerstdagen van ’44 bijvoorbeeld is zeer, zeer beknopt in tegenstelling tot zijn verslaglegging over de bombardementen. Nauwkeuriger gezegd: over Kerstmis 1944 schrijft hij niet. Over zijn latere beknoptheid verontschuldigt hij zich nadrukkelijk: Ik heb getracht kort en zakelijk te zijn en ik hoop dat U het niet onvolledig zult vinden. Nou ja, lees maar mee. Hij springt na 3 december 1944 (de dag dat Blerick werd bevrijd) naar donderdag 11 januari: Er wordt bekend gemaakt dat de evacuatie onherroepelijk door zal gaan. Zondag 14 Januari. De Grünen zetten de bewoners van de Veldenscheweg en omgeving op straat.

 Zijn collega-pater Roemer is veel uitgebreider van stof in zijn dagboek, dat hij bijhield vanaf 1 september 1944 tot april 1945. Maar hij heeft het voornamelijk over huisvesting, nadat door de bombardementen hun patersklooster en College Albertinum volledig waren verwoest. Pater B. van de Meiracker schreef: 23 Dec. Heb ik op de Vijverhof biecht gehoord voor de menschen uit de buurt. 24 Dec. Biecht gehoord voor de menschen uit de buurt van de ’12 Apostelen’  (huizen aan Urbanusweg – Hogeschoor in Venlo) bij de boer Beaumont en daarna op de fabriek van Russel-Tiglia. Kerstnacht een op de Vijverhof mis gelezen voor de menschen uit de buurt, om 5 uur. Daarna bij de boer Beaumont in de koeienstal en in de fabriek van Russel-Tiglia.



Ook een telg uit de bekende Venlose ondernemersfamilie Van der Grinten hield een dagboek bij tussen 25 augustus 1944 en 13 mei 1945. In aanloop naar Kerstmis ’44 had de familie al heel wat doorstaan, onder andere door Duitse ‘inwoning’. De grootste schuilkelder in de fabriek was inmiddels de woning geworden. We weren ons duchtig, koken op spiritusstellen die geweldig roeten, zijn zo zwart als de plaat en trachten ons toch zo goed mogelijk schoon te houden. Kerstmis. Toch nog een feest, met Annemie lekker gekookt, een echt menu! 30 December. Het Sperregebiet wordt zoo uitgebreid dat we onze schuilkelder moeten verlaten.

Een uitgebreid verhaal schreef een broeder van O.L. Vrouw Onbevlekte Ontvangenis. Zijn klooster direct naast de Sint-Martinuskerk stond met Kerstmis ’44 zo goed als leeg. De broeders waren uitgezworven over talloze adressen aan de rand van de stad.

Het dagboek Zo maar een greep uit de belevenissen van de broeders te Venlo in de oorlogsjaren 1940 – 1945 is vrij uitgebreid. Daar waar hiaten zaten werden door een lotgenoot aanvullingen gedaan, puttend uit de herinneringen. 

Op Kerstmis werd er in verschillende kelders en kamers feest gevierd. Onze broeders luisterden op verschillende plaatsen deze plechtigheid met gezang op. Op de Straelseweg hadden de broeders een programma van kerstliederen gedrukt met de cyclostyle zodat de mensen gezamenlijk konden meezingen. De drie H.Missen werden voor die dag in de grote toneelzaal opgedragen, waar naast het altaar op het toneel een mooie kerststal met versiering was aangebracht. 

Reageren? Stuur Albert Lamberts een e-mail: albertlamberts@home.nl.

De Halte XXL van dinsdag 24 december 2024 - Hulsterhof

 - door Sef Derkx -

We zijn uitgestapt bij de Drie Kronen, de eerste halte in Tegelen vanuit Venlo. De Drie Kronen was een horeca-etablissement, dat bijna drie eeuwen op deze plek heeft gelegen. Het café was razend populair. Het kleurrijke duo Appie & Henk exploiteerden De Drie Kronen zo’n halve eeuw geleden. In 1990 werd het pand gesloopt om ruimte te maken voor de afrit van de Zuiderbrug. Zonde dat Arriva niet gekozen heeft voor de naam Drie Kronen, maar voor halte Zuiderbrug, Tegelen.



Drie Kronen (van Facebookgroep Groot Venlo van Arcen tot Belfeld/met dank aan Math Aerts)

We steken over naar de Bosserhofweg. In de interessante publicatie van Jos Wolbertus over straatnamen in Tegelen wordt de vijftiende-eeuwse Bosserhof vermeld. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog is de hoeve gesloopt. De Bosserhofweg is heden ten dage een keurige straat met onder meer een appartementencomplex en moderne, ruime woningen.


Detail Tranchotkaart met in rood ovaal Hulsterhof, links ervan de Bosserhof en aan weg Tegelen-Venlo Drie Kronen (collectie Gemeentearchief Venlo)

Het doel van de expeditie vandaag is de Hulsterhof, een historische boerderij die godzijdank aan de slopershamer is ontsnapt. Van oorsprong is het een hoeve, bestaande uit drie gebouwen met eromheen een gracht. Het hoofdgebouw is ruim dertig meter lang en elf meter breed. Het bestaat uit een woon- en stalgedeelte, gescheiden door een brandmuur die boven het dak uitsteekt. 

Hulsterhof, 1924 (van Facebookgoep Heemkundige kring Tegelen)

De oudste vermelding van de Hulsterhof dateert van 1385. Twintig jaar later wordt de pastoor van Kaldenkerken als eigenaar genoemd, Johan van Nijvenheim. Telg uit een opvallende familie. Een neef van pastoor en latere bezitter van de hoeve was Godard van Nijvenheim. Bepaald geen brave borst, hij had in de gevangenis gezeten wegens moord. Broer Elbert stond bekend als ‘vijand van de stad Venlo’. Hij perste rijke boeren geld af door te dreigen met brandstichting. Naar verluidt had hij in een hoogoplopende ruzie iemand beide oren afgesneden. 

Geen lieverdjes die twee, dus zal de Van Nijvenheimstraat in Venlo niet naar hen vernoemd zijn. In aanmerking ervoor kwamen wel de zussen Catharina en Irmgard van Nijvenheim, vrome kloosterzusters. Maar een straat vernoemen naar een vrouw? Dit was ongebruikelijk tot diep in de vorige eeuw. Nee, de naamgever van de van straat is Nicolaas van Nijvenheim. Een latere eigenaar van de Hulsterhof en eveneens pastoor in Kaldenkerken. De zielenherder had vrouw noch kroost. Met de familie had hij weinig op. In 1541 laat pastoor de Hulsterhof na aan de zogenaamde Armentafel van de heilige Geest in Venlo. Het was een kerkelijke instelling die zich bezighield met armenzorg. De opbrengst uit de pacht van de hoeve vloeide in de kas van dit charitatief instituut (wordt vervolgd). 

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.    

vrijdag 20 december 2024

December 1944... Kerstmis komt in zicht

 - door Sef Derkx -

December 1944. Over Venlo en Blerick ligt een sluier van ontzetting, van doodsangst, van rouw. Rauwe rouw, zonder mededogen. Een afgrondelijke afgrond van gevoelens. De bombardementen van oktober en november hebben de historische kernen van Venlo en Blerick getroffen. Met rampzalige gevolgen: doden, gewonden, vermisten en daklozen. Trauma’s. Telkens weer als het stof is neergedaald, blijken de bruggen over de Maas nog intact. Om radeloos te worden.



The perfect battle of Blerick is in volle gang (collectie Imperial War Museum, Londen)

Vanaf vijf uur in de morgen van zondag 3 december 1944 wordt een tapijt van granaten over Blerick gelegd. Er lijkt geen einde aan te komen, weinig huizen blijven onbeschadigd. Via verschillende invalswegen rukken pantservoertuigen en infanteristen op. Rond vier uur ’s middags komt The perfect battle of Blerick ten einde. Kees Kokke, gemeentearchivaris van Venlo noteert hij in zijn dagboek. ‘Vannacht zijn tussen 3 en 6 uur bij de Pope troepjes Duitsers komen binnendruppelen. Zij waren zeer onderkomen en neerslachtig. Sommigen druipnat. Ze waren uit Blerick ontvlucht en de Maas overgestoken. De hele troep was verder erg neerslachtig. Hoopten maar, dat ze gauw Urlaub kregen om met Kerstmis thuis te kunnen zijn.’

Kort na de bevrijding van Blerick, een dame wordt geholpen (collectie Imperial War Museum, Londen)

Blerick is bevrijd, de Maas frontlinie en Venlo frontstad. De geallieerden brengen de bevolking van Blerick naar veiliger oorden. De binnenstad van Venlo wordt Sperrgebiet. Bijna constant is er artillerievuur tussen de bezetter en bevrijders. Op straat ben je je leven niet zeker. 
Aanplakbiljet, 19 januari 1945 (collectie Gemeentearchief Venlo)

De bewoners moeten hun huizen achterlaten. Ze zoeken onderdak bij familie en vrienden of voegen zich bij de duizenden Venlonaren in Tegelen, waar de situatie verre van gunstig om geheel onvoorzien en onvoorbereid, enige duizenden berooide gasten te ontvangen. Ook een gedeelte van Tegelen was Sperrgebiet. Men leefde er grotendeels in kelders, de voedselvoorziening was zeer nijpend. Maar de Tegelenaren zetten spontaan hun haart en huis open voor de vluchtelingen uit Venlo. Ze ruimden in kelders een plaatsje in; ze waren bereid lief en leed samen delen. Op elke drie inwoners van Tegelen trof men in die decemberdagen één Venlonaar aan.


Venlose evacués bij de trappisten op Ulingsheide (collectie Gemeentearchief Venlo)

Op de oostelijke Maasoever ontstaat in december 1944 een schrijnend gebrek aan voedsel, medicijnen, brandstof, kleding – ja, eigenlijk aan alles. Bovendien gaat het gerucht dat de bezetter de bevolking dwingt te vertrekken. Een evacuatie met onbekende bestemming is een schrikbeeld. Venlo is weliswaar een puinstad, maar het is hún puinstad, waar de bewoners het liefst blijven.

Mia van Lokven van de door bommen goeddeels verwoeste Steenstraat heeft onderdak gekregen in het patronaatsgebouw van de Heilig Hartparochie. Mia helpt pastoor. Op 22 december 1944 wordt de kerstgroep geplaatst: ‘Hoe jammer dat we weer in het donker zitten. Hopelijk hebben we met Kerstmis licht.’  

Kerstavond 1944 breekt aan. Het bataljon Fallschirmjäger, dat het Sperrgebiet bewaakt, is met onbekende bestemming vertrokken, meldt archivaris Kees Kokke: ‘Wachtposten zijn ingetrokken en velen maken daarvan gebruik om nog levensmiddelen en goederen uit hun huizen te halen.’ ‘In de Kerstnacht,’ meldt hij aangedaan ‘zijn 2 kinderen van honger en koude gestorven, terwijl afgelopen dagen 8 kinderen, afkomstig uit de schuilkelder in de Rummerstraat, bij het ziekenhuis werden binnengebracht, die de hongerdood nabij zijn. Zij waren blauw van de kou en hun lichaampjes waren gezwollen. De winter is ingevallen en het heeft de laatste nachten 7 tot 8 graden Celsius gevroren.’

Jan Smets (particuliere collectie)

Naar Helden-Dorp is Blerickenaar Jan Smets met zijn gezin geëvacueerd. Hij noteert op zondag 24 december 1944: ‘Dit zal wel de meest ellendige Kerstmis zijn die we ooit zullen beleven of ooit beleefd hebben. Nooit hebben we zo goed de betekenis begrepen van de woorden en er was geen plaats voor hen. Het is bitterkoud. De ijsbloemen staan op de ruiten. De kinderen hebben een stalletje gemaakt van een leeg sigarenkistje. Het kerstgroepje knippen ze uit van een plaatje uit een missieboekje. Het boompje is een dorre tak. Ze hebben hem versierd met papiersnippers die door vliegtuigen uitgeworpen zijn.  Ja, morgen is het Kerstfeest, vredesfeest!’

Eucharistieviering in kelder (collectie Gemeentearchief Venlo)

In Venlo worden veel kelders in de kerstnacht missen gelezen. Ruim zestig priesters zijn over de verschillende wijken verdeeld. Mia van Lokven helpt in de patronaatszaal van Heilig Hartparochie. Elektrisch licht is er niet: ‘Het was erg donker in de zaal, want alleen de kaarsen op het altaar brandden. Er waren alleen staanplaatsen. Er werden prachtige kerstliederen ten gehore gebracht. De meer bekende liederen werden door de parochianen meegezongen. Onder het uitreiken van de communie liet pastoor een hostie vallen. Het was ook zo donker. Ik nam de kandelaar van de communiebank en plaatste die op de grond, zodat pastoor het kon zien.  

Mien Meelkop schrijft in deze gitzwarte dagen een gedicht over haar geboortestad. ‘Erm Vendelo’ wordt  door velen als een kettingbrief overgeschreven en verspreid. In de Kerstnacht van 1944 wordt het gedicht voorgelezen:

Erm Vendelo, geleefde stad
wie dreuvig noow dien straote,
dien alde huuzer waalbekind,
kepot, ineingeschaote.

’t Is alles duëds en stil, d’r zien
gen minse, die nog praote
mien erme, alde vaderstad
geslage en verlaote.

Ós ald stadhoes steit gans allein
in ós getroffe stad:
mien stedje, och noow weit ik pas
wie leef det ik dich had.

Reageren? Stuur Sef Derkx een email: floddergats@xs4all.nl.