zondag 7 februari 2021

Boérebroélof in 1946

- door Sef Derkx - 

We gaan vijfenzeventig jaar terug in de tijd, naar de eerste naoorlogse vastelaovend van 1946. Jocus had op vastelaoveszondaag een receptie en een optocht met mini-jeeps van karton georganiseerd. 

Van links naar rechts achterste rijFrans Meijers, Mieke Boitelle broedsmaedje en Nol Hornix. Voorste rij van links naar rechts: Jo Derks sirremoniemeister, Nel Wamstekers broed en Lei Hendrickx broedegom. Vooraan met steek: Silf Ruytenbeek börgemeister (met grote dank aan broedsmaedje Mieke Boitelle, toen 19, nu 94)

Op maandag 4 maart 1946 trok de traditionele boérebroélof door Venlo. De deelnemers van het gezelschap waren gerekruteerd uit de eigen Jocuskring. Het vastelaovesgezelschap had in 1938 de regie over de boérebroélof overgenomen. Wie mee wilde lopen in de stoet, moest beschikken over een geldig deelnemersbewijs. Die konden enkele dagen tevoren worden gekocht in het café van Graadje Peeters aan de Geldersepoort en kostten 25 cent per persoon. 

Terras voor het café van Graadje Peeters aan de Geldersepoort (met dank aan Piet Braem)

Het feest kreeg in 1946 een bijzondere dimensie. In de laatste maanden van de oorlog had de honger toegeslagen in de stad. Veel Venlonaren waren in de dorpen in de omgeving met succes op zoek gegaan naar iets eetbaars. De afstand tussen stad en dorp was kleiner geworden, omdat mensen naar elkaar toegegroeid waren. Door de boérebroélof veranderde de stad als het ware in een feestvierend dorp van joeksige boeren en boerinnen. Populaire liedjes in 1946 waren ‘Jeep, jeep, jeep’ en ‘Venlo, stedje van lol en plezeer’. 

Maar er was nog een strofe die je vaak hoorde. Enkele regels dialecttekst, waarin de vergankelijkheid van het leven wordt benadrukt. De mantra vol relativering gaat als volgt: En as-se doeëd bis, greujt  d’r graas op diene boèk,  graas op diene boèk, graas op diene boèk!. De belangstelling voor de boérebroélofsstoet, die vertrok vanaf de veiling aan de Molensingel, was groot. 


Opstellen van de Boérebroélof voor de zwaar beschadigde Electrische Centrale, 1946 (collectie M. Vissers)

In het Dagblad voor  Noord-Limburg van dinsdag 5 maart 1946 lezen we dat de binnenstad zijstraten zwart zag van een ‘wriemelende, hossende en zingende massa Jocussen en Jocusinnen.’ 

Na de voltrekking in de onecht op het bordes van het stadhuis, verspreidde iedereen zich over de stad. Een geliefde plek was het tijdelijke café De Postkelder onder het postkantoor. Het boérebroélofsfeest duurde tot in de kleine uurtjes.

Keulse poort c

Keulsepoort met Postkantoor; richting Parade zien we rechts (achter het hoekpand) de open plek waar tot 1944 het Rembrandttheater stond (collectie Sef Derkx)

Je zou je kunnen afvragen of het niet vreemd is, dat er in Venlo in 1946 zo uitbundig vastelaovend werd gevierd. De stad was immers zwaar getroffen in de Tweede Wereldoorlog. Veel mensen hadden gezinsleden, verwanten of vrienden verloren. De straten vertoonden lege plekken, een herinnering aan de verwoestende bombardementen. De woningnood was groot, veel producten waren op de bon. Geen omstandigheden om feest te vieren, zou je denken. 

De historicus Ian Buruma heeft onderzoek gedaan hoe mensen de draad weer opnamen in 1945, in de nasleep van de  verwoestende oorlog. Wat bleek? Wanneer er na de bevrijding iets te vieren viel, het vaak een euforisch feest werd. Dit geldt met name voor steden die het zwaarst hadden geleden. De vastelaovend  van 1946 in Venlo past naadloos in dit beeld. Overigens worstelden de verschillende overheden flink met de vastelaovend. De belangen van een traditionele viering, de openbare orde en de economie streden om voorrang. Begin februari 1946 schreef de minister van Binnenlandse Zaken een brief aan de commissarissen van de koningin ‘dat maskerades in het openbaar met het oog op de handhaving van de openbare orde niet wenselijk zijn’. Het leidde ertoe dat ook in Venlo een maskerverbod gold, waarop door de politie streng werd toegezien. 

Over wie welke rol in het eerste naoorlogse boérebroélofsgezelschap speelde, is weinig overgeleverd. We kennen wel de namen van het bruidspaar, dat zijn respectievelijk Nel Wamsteker en Lei Hendrickx. Bruid Nel Wamsteker was badjuffrouw in het Sportfondsenbad. Tot slot over haar nog een anekdote, een leuke voetnoot in de Venlose geschiedenis. Jaren geleden interviewde ik haar in het kader van een tentoonstelling over kleding in het voormalige Goltziusmuseum. Nel kon daar honderduit over vertellen, want haar vader was een bekende Venlose kleermaker geweest die zijn kinderen als wandelend reclameobjecten voor zijn nering zag. Daarom droeg Nel als meisje en jonge vrouw altijd modieuze kleding. Dit strekte zich zelfs uit tot in het zwembad, want Nel was naar eigen zeggen, ’t Ieërste Venlose maedje met eine bikini, unne gebreide bikini!

Prentbriefkaart Sportfondsenbad813

 Prentbriefkaart Sportfondsenbad, voor 1940 (collectie Sef Derkx)

DamesMosa1934

Damesteam Mosa, 1934; liggend links Nel Wamsteker (foto van www.roermondsepoort.nl)

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten